Was Getekend, Annie. M.G. Schmidt stopt! Nu tot 15,- voordeel

Zoek binnen:

Interview met Femke Halsema

Even waren vriend en vijand stil. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel toen Femke Halsema vorig jaar december aankondigde dat ze per direct stopte als fractievoorzitter en de politiek vaarwel zei. Op dat moment was ze acht jaar politiek leider van GroenLinks, en dertien jaar politicus. Diezelfde dag nog gaf ze zichtbaar gespannen een persconferentie, ’s avonds lichtte ze haar beslissing voor de eerste – en laatste keer toe bij Pauw & Witteman. “Soms is het gewoon tijd om te vertrekken”, zei ze. En ook, met een knipoog: “Ik ga lekker mijn keuken verven.” Ze had haar vertrek met maar een handjevol mensen gedeeld, voor het grootste deel van haar omgeving was de verrassing enorm. Maar nu was het klaar. Eindelijk.

Precies een jaar later komt ze op een woensdagochtend met rode, winterse wangen een grand café in Amsterdam binnengelopen. Ze heeft net haar tweeling van acht naar school gebracht en onderweg nog even haar gezicht laten zien bij mensen van een stichting die haar wilden ontmoeten. Interviews geeft ze niet, maar omdat ze sinds 1 januari de nieuwe voorzitter van Stichting Vluchteling is, maakt ze een uitzondering. Niet veel later vertelt ze ontspannen lachend over die keer dat ze zich in verkiezingstijd had laten strikken om een middag in een luxe kledingwinkel aan de PC Hooftstraat te werken. “Badslippers kostten daar € 150,-. Dat was toch echt wel het sufste wat ik in mijn hele politieke carrière heb gedaan.”

Hoe is het met je?
“Goed! Mensen die me kennen, zeggen dat ik een stuk vrolijker ben. Niet dat ik daarvoor depressief was hoor, maar ik was wel altijd gefocust. Tegenwoordig fiets ik weer fluitend door de stad, heerlijk.”

Heb je ook meer tijd?
“Ik plan mijn dagen aardig vol, maar dat permanente gevoel van onrust is weg. Als politicus dacht ik de hele tijd: er kan niets misgaan, er kán niets misgaan. Want dan was ik verantwoordelijk en moest ik zorgen dat het weer in orde kwam. Die spanning slijt langzaam, maar bij belangrijk nieuws is dat oude schrikgevoel meteen terug.”

Je afscheid vorig jaar was erg onverwacht, zelfs voor mensen die direct met je werkten. Waarom ben je toch zo plotseling gestopt?
“Het was klaar. Ik ben dertien jaar politicus geweest en acht jaar politiek leider. Ik heb GroenLinks hervormd denk ik, het is een modernere partij dan eerst en is ook voor andere partijen een serieuze partner geworden. Maar toen het in de formatiegesprekken niet lukte met Paars III, wist ik dat ik in de oppositie weer precies hetzelfde moest gaan doen als altijd. Daar had ik het geduld niet meer voor. Ik was dertien jaar dienstbaar geweest aan een partij en een parlement. Daarvoor moest ik compromissen sluiten met mezelf en dat wilde ik niet meer. Ik wilde gewoon weer eens als mezelf opereren.”

Je kreeg veel verzoeken na je vertrek, maar Stichting Vluchteling belde je zelf. Waarom?
“De directrice van Stichting Vluchteling, Tineke Ceelen, was tijdens de Arabische revolutie in Tunesië om te kijken of er genoeg hulp was in de vluchtelingenkampen bij de grens bij Libië. Vervolgens meldde ze nogal opgewekt dat onze hulp daar écht niet nodig was, dat er ‘driesterrenkampen’ stonden. Die uitspraak vond ik erg verfrissend, dus heb ik haar gebeld om te helpen.”

Hoe zag je die hulp voor je?
“Het begon met een kennismaking, Tineke nodigde me uit om met haar naar Liberia en Ivoorkust te gaan. Ik dacht nog: laten we leuk en lichtjes beginnen met Egypte ofzo. Maar nee, in Liberia is het al dertig jaar burgeroorlog, bijna alle mannen zijn daar kindsoldaat geweest. Toch viel het daar nog mee want in Ivoorkust bezochten we een missiepost waar 30.000 gevluchte mensen op elkaar gepakt samenleefden onder afschuwelijke omstandigheden. In een kamertje lag een vrouw moederziel alleen te bevallen, letterlijk als een koe in een stal. Ik vond het zo onthutsend en mensonterend. Tineke mopperde dat ze in een Nederlandse loods tonnen aan hulpgoederen had liggen. Dat kon worden ingevlogen, maar Stichting Vluchteling kan zich niet zomaar een vliegtuig permitteren en een boot zou te lang gaan duren.” Maar daar krijgen hulporganisaties toch juist geld voor?
Stichting Vluchteling is in de eerste plaats afhankelijk van particuliere giften en die besteden ze ook, maar er is geen extra geld voor dit soort onverwachte situaties. En Stichting Vluchteling start zelf geen projecten. Ze werken samen met het International Rescue Comittee, een grote Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie, Stichting Vluchteling controleert ter plekke of het geld goed terechtkomt. In Ivoorkust was meer hulp nodig, maar er was geen tijd voor bureaucratie want er gingen gewoon mensen dood. Ineens was mijn achtergrond heel erg handig, dus heb ik gebeld met de Nederlandse regering. Dat was geen vriendendienst trouwens: Nederland moest zeker weten of het vliegtuig goed kon landen en de Verenigde Naties moesten controleren of de situatie echt zo erg was als wij zeiden. Maar een week later hadden we heel veel goederen voor 40.000 mensen geregeld.”

Dat gaf zeker een goed gevoel?
“Joh, ik heb dagenlang juichend door mijn huis gelopen.”

Ontwikkelingshulp ligt op dit moment nogal onder vuur. Begrijp je die kritiek?
“Ik denk niet dat mensen ontwikkelingshulp in de steek moeten laten, maar we moeten er inderdaad wel kritisch over praten. We zitten in een moeilijke economische tijd, maar ik vind dat we onsnog steeds verantwoordelijk moeten voelen voor het armste deel van de wereld. En dat is ook eigenbelang, want vroeg of laat raken die mensen op drift en komt het alsnog op ons bord. Maar ik ben het eens met de kritiek dat klassieke hulp, zoals voedselpakketten sturen of waterputten slaan, zorgt dat mensen het niet zelf gaan doen. Noodhulp is iets anders, juist daarom koos ik ervoor. Je kunt er lang over praten, maar op het moment dat er ergens duizenden mensen aan het creperen zijn, denk ik toch: jongens, klets lekker door, ik ga daar even wat aan doen.”

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien