Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

Interview met schrijver Tom Lanoye

Waarom lukte het je eerst niet om aan Sprakeloos te beginnen?
“Na de dood van mijn moeder begon ik met wat losse anekdotes over haar, maar het kwam niet op gang. Die ruimte en afstand kreeg ik pas na een paar jaar, al was ik er intussen wel veel mee bezig. Mijn vader wist het, die vroeg elk telefoontje: wanneer is het boek af? Ik heb hem heel bewust in het boek verwerkt, Sprakeloos gaat ook over de liefde tussen hem en mijn moeder, maar hij heeft het resultaat nooit gelezen. Uiteindelijk is het een heel persoonlijk verhaal geworden, al merk ik dat het ook inleefbaar is voor anderen. Het zet mensen aan het denken over hun eigen ouders, of ze nu nog leven of niet. Het gaat over iets essentieels, het verhaal doet lachen en huilen.”

Erg intiem ook, om zo over je moeder te schrijven. Hoe reageerden je zussen en broer op het boek?
“Ze zeggen wel eens: wie schrijft, is een gier. Toch was de beste manier die ik als zoon kon bedenken om mijn moeder te eren, een zo goed en waarachtig mogelijk boek over haar te schrijven. En dit is mijn verhaal, niet hét verhaal. Er zijn honderden andere verhalen en interpretaties van mijn moeder. Mijn broer en zussen reageerden uiteindelijk plagerig, zo van: je bent dit en dat nog vergeten. Kijk, schrijven is eerder een vorm van vernietigen dan bewaren, ik heb nooit de illusie gehad dat ik mijn moeder terug zou krijgen met dit boek. Maar door van haar een romanpersonage te maken, kon ik dicht bij haar komen en haar laten zien. Al heb ik haar ook in haar waarde gelaten op haar grootste momenten van verval.”

Advertentie

Was het schrijven van dit boek therapeutisch voor je?
“Nee. Therapeutisch wil zeggen dat iets niet meer hetzelfde is als het was, en dat zou betekenen dat ik geen woede, pijn of verdriet meer voel. Maar ik beschouw de aftakeling van mijn moeder nog steeds als een straf zonder oorzaak, het is een woedend boek geworden. Met therapie heb je berusting, en dat zou pas écht verraad zijn aan mijn moeder, die altijd zo rebels was. Zelfs in haar coma, vastgebonden met riemen aan haar bed, vocht ze terug. Die scène was wreed, maar moest juist om die reden getoond worden. De pijn is nooit weggegaan.”

Wat voor vrouw was je moeder?
“Een passionele, sterke vrouw met een scherp en groot intellect. Vrouwen van haar generatie zorgden en werkten zonder morren en verbittering, maar hun talent werd niet in een carrière omgezet, dat kon niet. Mijn moeder praatte er niet graag over, al besefte ze donders goed dat ze in deze tijd veel meer kansen had gehad. Ze werd slagersvrouw, maar haar droom was strafpleiter of rechter te worden. Onrecht en wetteksten vond ze fantástisch. Uiteindelijk is mijn zus jurist geworden, maar ze is nooit gaan strafpleiten. Dat vond mijn moeder toch jammer. Door mijn moeders dromen lag de lat voor ons altijd onbereikbaar hoog.”

Ook voor jou?
“Ja, maar als nakomertje had ik wel de minste problemen. Van jongs af aan konden zij en ik over álles discussiëren. Dat kwam door de sterke band die ik met haar had en dat mis ik soms het meest van allemaal. We praatten over politiek, de televisie, het toneel, en dat ging er vaak hard aan toe. Ze was een overtuigd amateuractrice, jarenlang overhoorde ik de tekst van haar rollen. Ik las alles hardop voor, terwijl zij stond te strijken. Die momenten met haar waren de basis van mijn latere leven. Door haar ben ik van kunst gaan houden, schrijver geworden en in de schouwburg gaan spelen. En uitgerekend zij verloor haar spraakvermogen.”

Toch blijkt uit Sprakeloos ook dat ze erg hard kon zijn, en bijzonder manipulatief.
 “Ze fingeerde soms een naderende hartaanval. Dat is natuurlijk een tikkeltje gestoord, maar je moet wél durven. Ze ging ver in haar pathos, ze was niet voor niets een amateuractrice.”

Sprakeloos is inmiddels in meerdere landen vertaald, het boek won de Gouden Uil Publieksprijs en de Henriette Roland Holst Prijs en werd bewerkt tot een theaterstuk, Sprakeloos op de planken, dat Lanoye tijdens de Boekenweek eenmalig speelt in Koninklijk Theater Carré. “Een droom, dat theater, een mythische zaal, het is een enorme eer dat ik daar mag staan”, zegt hij. Het boekenweekgeschenk schreef hij vorige zomer,. Het was rotweer buiten, maar de discipline van het schrijven en de zeer precieze regels eromheen bevielen hem. “Het boekenweekgeschenk mag maximaal 24.000 woorden zijn, ik zit er drie onder.”
Hij is na 23 jaar de eerste Vlaming, sinds Hugo Claus in 1989, die het mag schrijven, en hij wist niet wat hij hoorde.
“Kijk, toen Claus werd gevraagd vond ik dat normaal, toen ze mij vroegen kon ik het gewoon niet geloven. Als Vlaming bewonder ik jullie Boekenweek en dat geschenk al jaren. Dus heb ik meteen gevraagd of het dit jaar ook in Vlaanderen kan worden uitgegeven, en dat gaat gebeuren. Fantastisch toch? We zijn zo klein als taalgebied en toch is er soms zo’n grote afstand. Maar die taal is van ons samen, en de literatuur daardoor ook.”

Het thema van de Boekenweek van dit jaar is ‘vriendschap en andere ongemakken’. Wat heb je daarmee gedaan in je boekenweekgeschenk Heldere hemel? “De opdracht voor het geschenk was vrij, ik mocht schrijven wat ik wilde. Maar natuurlijk gaat bijna alles over liefde en vriendschap, of het gebrek eraan. Uiteindelijk heb ik een waargebeurd feit genomen en dat beschreven door de ogen van een groepje mensen. Sommigen zijn verwanten, anderen juist niet. Je krijgt zo een internationale en een familiale kijk op één feit. In de wereldpolitiek een fait divers, voor de familie in kwestie een wrede tragedie. Ik wilde vooral de kleine mens laten zien, tegenover de grote machinerie van de wereldpolitiek. En het noodlot dat die botsing voor de onmachtige enkeling kan betekenen.” 

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hugo de Jonge: "Met testen kan 1,5 meter maatregel mogelijk in juni deels weg”

Als het aan Hugo de Jonge ligt, kan binnenkort de anderhalve meterregel op sommige plekken worden geschrapt. Dit zou mogelijk moeten worden met de toegangstesten, vertelde de demissionair minister Volksgezondheid donderdag in de Tweede Kamer.

Hugo de Jonge wil het wettelijk mogelijk maken dat bepaalde sectoren eerder open kunnen als ze enkel mensen toelaten met een negatieve coronatest. Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat daar akkoord mee, zolang de testen gratis blijven.

Advertentie

Musea en bioscoop

Voor de eerstvolgende versoepelingen zal dit testproject nog niet grootschalig worden ingezet. De Jonge gaf namelijk eerder toe dat dit niet voor elke sector zin heeft. Musea, bioscopen en andere bedrijven in de culturele sector gaven tijdens de pilotfase al aan dat toegangstesten een te hoge drempel voor gasten was.

Kritiek

Eerder in het debat hadden verschillende partijen ook al kritiek op het wetsvoorstel. Voor het plan is ruim een miljard euro uitgetrokken en verschillende fracties vragen zich af of die kosten wel opwegen tegen de versoepelingen die daarmee bewerkstelligd kunnen worden. Ook waren er vragen over de einddatum voor de wet en de eigen bijdrage van mensen voor de testen.

Mooi instrument

Toch wil de demissionair minister graag dat de wet voor de toegangstesten wordt aangenomen. “Het loslaten van de anderhalve meterregel is precies het verschil tussen het wél of niet exploitabel maken van je theater, wel of niet exploitabel maken van je bioscoop. Of het wel of niet exploitabel maken van je restaurant. Daarom is het zo’n mooi instrument, juist in deze fase”, legt hij uit.

De Tweede Kamer gaat volgende week stemmen over de wet, waarna ook de Eerst Kamer nog moet instemmen.

Hugo de Jonge: “Ik twijfel regelmatig aan mezelf”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: LINDA. Beeld: Brunopress.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hugo de Jonge: "Met testen kan 1,5 meter maatregel mogelijk in juni deels weg”

Als het aan Hugo de Jonge ligt, kan binnenkort de anderhalve meterregel op sommige plekken worden geschrapt. Dit zou mogelijk moeten worden met de toegangstesten, vertelde de demissionair minister Volksgezondheid donderdag in de Tweede Kamer.

Hugo de Jonge wil het wettelijk mogelijk maken dat bepaalde sectoren eerder open kunnen als ze enkel mensen toelaten met een negatieve coronatest. Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat daar akkoord mee, zolang de testen gratis blijven.

Advertentie

Musea en bioscoop

Voor de eerstvolgende versoepelingen zal dit testproject nog niet grootschalig worden ingezet. De Jonge gaf namelijk eerder toe dat dit niet voor elke sector zin heeft. Musea, bioscopen en andere bedrijven in de culturele sector gaven tijdens de pilotfase al aan dat toegangstesten een te hoge drempel voor gasten was.

Kritiek

Eerder in het debat hadden verschillende partijen ook al kritiek op het wetsvoorstel. Voor het plan is ruim een miljard euro uitgetrokken en verschillende fracties vragen zich af of die kosten wel opwegen tegen de versoepelingen die daarmee bewerkstelligd kunnen worden. Ook waren er vragen over de einddatum voor de wet en de eigen bijdrage van mensen voor de testen.

Mooi instrument

Toch wil de demissionair minister graag dat de wet voor de toegangstesten wordt aangenomen. “Het loslaten van de anderhalve meterregel is precies het verschil tussen het wél of niet exploitabel maken van je theater, wel of niet exploitabel maken van je bioscoop. Of het wel of niet exploitabel maken van je restaurant. Daarom is het zo’n mooi instrument, juist in deze fase”, legt hij uit.

De Tweede Kamer gaat volgende week stemmen over de wet, waarna ook de Eerst Kamer nog moet instemmen.

Hugo de Jonge: “Ik twijfel regelmatig aan mezelf”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: LINDA. Beeld: Brunopress.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zorgenzoon - deel 44: “Dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten. Zijn flatje moet hij uit, hij krijgt er een hotelstudio buiten de stad voor in de plaats.

Omdat de reclassering eist dat Lars naast school ook betaald werk doet, gaat hij op zoek naar een bijbaan. Dat is hard nodig, want de bekeuringen blijven binnenstromen. Er ligt al bijna voor duizend euro aan procesverbalen op hem te wachten. Gelukkig wordt hij aangenomen bij een thuisbezorgservice. Op de elektrische fiets brengt hij de bestellingen rond. Al zit Lars liever op de scooter. Dat dat onverstandig is, omdat hij geen rijbewijs heeft, zeg ik hem meermalen. Maar hij wil het niet horen en stapt toch iedere keer op zijn snormonster. Ik vraag me af hoe Lars die bestellingen aflevert; in gedachten zie ik hem aanbellen en als de deur open gaat ‘Hier, je eten’ zeggen. Regelmatig vind ik ook een papieren tas met eten erin in de gang. Of hij eet het zelf op. Dat zal toch wel klachten opleveren, lijkt me. Mensen die hun bestelling nooit gekregen hebben, gaan natuurlijk bellen. Maar Lars zit er niet mee. Blijkbaar was er halverwege zijn bestelronde ineens iets belangrijkers te doen. Afgeleid door een telefoontje en weg is de bezorger. Met de muziek mee.

Advertentie

Wijkagent

Op een herfstige woensdag heb ik een afspraak met de wijkagent. In verband met corona treffen we elkaar op een bankje op een pleintje in de buurt. Ze heeft een vrouwelijke collega meegenomen. Beide dames zijn in uniform. Ik gluur naar hun handboeien en pistool. “We willen u op de hoogte brengen van het feit dat Lars zich begeeft tussen een groep probleemjongeren,” steekt de wijkagente van wal. “Er zijn twee groepen jongeren die we sterk in de gaten houden. Bijna alle jongeren die hiertoe behoren, zijn een- of meer maal met de politie in aanraking geweest. Wegens beroving, diefstal of het veroorzaken van onrust.” Getsie. Ik wist natuurlijk wel dat de jongens waar Lars zich mee omringt, geen frisse gasten zijn. Dat kan ik zelf ook wel zien. Maar dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet.

“Al valt het gedrag van Lars in verhouding tot de rest verder wel mee hoor,” probeert de vrouw me een beetje gerust te stellen. Ze vraagt welke jongens ik ken van naam. Ik som er een stuk of vijf op. Deze jongens zie ik geregeld voor mijn voordeur en heel af en toe komt er ook eentje binnen. Al heb ik dat liever niet. “Ja, die horen er allemaal bij,” knikt de vrouw. Ik zucht. “Laten we gewoon goed contact houden,” zegt ze. “U kunt me altijd bellen als er iets is.” Dat is dan wel weer fijn, het 06 nummer van de wijkagent in mijn telefoon. We nemen afscheid. De herfstzon geeft het plein een vredige aanblik. Een langs fietsende man kijkt mij meewarig aan. Wat zal die vrouw op haarkerfstok hebben, dat ze met twee geüniformeerde agenten op een bankje zit? Ik knik hem vriendelijk toe. Hij kijkt snel weer voor zich.

Fotomodel

In het verleden is Lars een paar keer gescout door een modellenbureau. Vijftien jaar was hij toen. Ik snap het wel; hij heeft een mooie kaaklijn, een volle mond en prachtige ogen. Maar fotomodel worden was geen ambitie van hem. Omdat hij dringend in geldnood zit, toont hij zich nu, drie jaar later, ineens wel geïnteresseerd. Ik beloof hem te helpen en stuur een mail aan een modellenbureau; de eigenaresse ken ik nog van het schoolplein. Ze adviseert me contact op te nemen met een ander bureau, omdat zij geen jongens ‘doet’. Ik bel het genoemde bureau op en de man stelt voor dat Lars en ik langskomen op zijn kantoor. Op de afgesproken dag fietsen we samen naar het opgegeven adres. Lars is nerveus, merk ik. Er volgt een kennismakingsgesprek. De man vertelt dat hij ‘hoog in de markt’ zit met zijn klanten: Prada, Gucci, Calvin Klein. Toe maar. Ik had de Wehkamp ook al leuk gevonden. Vervolgens stelt hij Lars diverse vragen. Wat zijn hobby’s zijn, wat hij aan social media doet, hoe het op school gaat. Ik weet dat je om een succesvol model te worden, niet alleen goodlooking moet zijn, maar ook sociaal vaardig. Je moet een goede in- en opstelling hebben en vooral heel erg graag willen. Lars antwoordt in hele korte zinnen. Ik probeer het gesprek een beetje op gang te houden, val hem bij als me dat zinnig lijkt. Dan wordt Lars meegenomen naar een aangrenzende kamer, om polaroidfoto’s te maken. Ik blijf achter in het mooie design kantoor en bestudeer de setcards aan de muur. Prachtige jongens hangen daar, in hippe outfits met schijnbaar ongenaakbare gezichten. De een heeft dromerige donkere krullen, de ander stekeltjeshaar. Een type als Lars zie ik er niet tussen, dat is wellicht een goed teken. Want zoals met alles, draait het ook in modellenland om authenticiteit.

Vijf minuten later staat Lars weer voor me; de fotosessie zit erop. De man zegt dat hij moet overleggen met zijn collega en belooft de volgende dag contact op te nemen over zijn besluit. We nemen afscheid en stappen naar buiten. “Dat wordt niks ma, let maar op,” zegt Lars. Ik antwoord dat hij het niet zo negatief moet inzien. “Er zijn nog genoeg andere bureau’s,” probeer ik hem op te beuren. Hij zegt niets en fietst voor me uit, zijn schouders hoog opgetrokken.

Schaafwond

Een dag later komt Lars woedend thuis. Hij zegt dat hij is klemgereden door een politiebus. En dat ze zijn scooter in beslag hebben genomen. Hij heeft een grote schaafwond op zijn heup. Overstuur stapt hij onder de douche. Ik help hem de wond te verbinden. “Klootzakken, ze hadden me wel dood kunnen rijden,” vloekt hij. Dat hij de inbeslagname aan zichzelf te danken heeft, ziet hij niet. “Wacht maar, ik krijg ze nog wel,” mompelt Lars als hij de trap af holt en naar de voordeur loopt.

Mijn telefoon gaat. Het is het modellenbureau. “Helaas, we denken niet dat Lars geschikt is voor ons bureau. Het is een lekker joch, hij zou het goed doen in een jeans commercial, maar voor een high end label is hij niet specifiek genoeg.”

Godsamme. Specifieker zul je ze niet snel vinden, denk ik. Ik bedank hem voor de moeite en hang op.

Volgende week: Lars komt weer thuis wonen

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

1
Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zorgenzoon - deel 44: “Dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten. Zijn flatje moet hij uit, hij krijgt er een hotelstudio buiten de stad voor in de plaats.

Omdat de reclassering eist dat Lars naast school ook betaald werk doet, gaat hij op zoek naar een bijbaan. Dat is hard nodig, want de bekeuringen blijven binnenstromen. Er ligt al bijna voor duizend euro aan procesverbalen op hem te wachten. Gelukkig wordt hij aangenomen bij een thuisbezorgservice. Op de elektrische fiets brengt hij de bestellingen rond. Al zit Lars liever op de scooter. Dat dat onverstandig is, omdat hij geen rijbewijs heeft, zeg ik hem meermalen. Maar hij wil het niet horen en stapt toch iedere keer op zijn snormonster. Ik vraag me af hoe Lars die bestellingen aflevert; in gedachten zie ik hem aanbellen en als de deur open gaat ‘Hier, je eten’ zeggen. Regelmatig vind ik ook een papieren tas met eten erin in de gang. Of hij eet het zelf op. Dat zal toch wel klachten opleveren, lijkt me. Mensen die hun bestelling nooit gekregen hebben, gaan natuurlijk bellen. Maar Lars zit er niet mee. Blijkbaar was er halverwege zijn bestelronde ineens iets belangrijkers te doen. Afgeleid door een telefoontje en weg is de bezorger. Met de muziek mee.

Advertentie

Wijkagent

Op een herfstige woensdag heb ik een afspraak met de wijkagent. In verband met corona treffen we elkaar op een bankje op een pleintje in de buurt. Ze heeft een vrouwelijke collega meegenomen. Beide dames zijn in uniform. Ik gluur naar hun handboeien en pistool. “We willen u op de hoogte brengen van het feit dat Lars zich begeeft tussen een groep probleemjongeren,” steekt de wijkagente van wal. “Er zijn twee groepen jongeren die we sterk in de gaten houden. Bijna alle jongeren die hiertoe behoren, zijn een- of meer maal met de politie in aanraking geweest. Wegens beroving, diefstal of het veroorzaken van onrust.” Getsie. Ik wist natuurlijk wel dat de jongens waar Lars zich mee omringt, geen frisse gasten zijn. Dat kan ik zelf ook wel zien. Maar dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet.

“Al valt het gedrag van Lars in verhouding tot de rest verder wel mee hoor,” probeert de vrouw me een beetje gerust te stellen. Ze vraagt welke jongens ik ken van naam. Ik som er een stuk of vijf op. Deze jongens zie ik geregeld voor mijn voordeur en heel af en toe komt er ook eentje binnen. Al heb ik dat liever niet. “Ja, die horen er allemaal bij,” knikt de vrouw. Ik zucht. “Laten we gewoon goed contact houden,” zegt ze. “U kunt me altijd bellen als er iets is.” Dat is dan wel weer fijn, het 06 nummer van de wijkagent in mijn telefoon. We nemen afscheid. De herfstzon geeft het plein een vredige aanblik. Een langs fietsende man kijkt mij meewarig aan. Wat zal die vrouw op haarkerfstok hebben, dat ze met twee geüniformeerde agenten op een bankje zit? Ik knik hem vriendelijk toe. Hij kijkt snel weer voor zich.

Fotomodel

In het verleden is Lars een paar keer gescout door een modellenbureau. Vijftien jaar was hij toen. Ik snap het wel; hij heeft een mooie kaaklijn, een volle mond en prachtige ogen. Maar fotomodel worden was geen ambitie van hem. Omdat hij dringend in geldnood zit, toont hij zich nu, drie jaar later, ineens wel geïnteresseerd. Ik beloof hem te helpen en stuur een mail aan een modellenbureau; de eigenaresse ken ik nog van het schoolplein. Ze adviseert me contact op te nemen met een ander bureau, omdat zij geen jongens ‘doet’. Ik bel het genoemde bureau op en de man stelt voor dat Lars en ik langskomen op zijn kantoor. Op de afgesproken dag fietsen we samen naar het opgegeven adres. Lars is nerveus, merk ik. Er volgt een kennismakingsgesprek. De man vertelt dat hij ‘hoog in de markt’ zit met zijn klanten: Prada, Gucci, Calvin Klein. Toe maar. Ik had de Wehkamp ook al leuk gevonden. Vervolgens stelt hij Lars diverse vragen. Wat zijn hobby’s zijn, wat hij aan social media doet, hoe het op school gaat. Ik weet dat je om een succesvol model te worden, niet alleen goodlooking moet zijn, maar ook sociaal vaardig. Je moet een goede in- en opstelling hebben en vooral heel erg graag willen. Lars antwoordt in hele korte zinnen. Ik probeer het gesprek een beetje op gang te houden, val hem bij als me dat zinnig lijkt. Dan wordt Lars meegenomen naar een aangrenzende kamer, om polaroidfoto’s te maken. Ik blijf achter in het mooie design kantoor en bestudeer de setcards aan de muur. Prachtige jongens hangen daar, in hippe outfits met schijnbaar ongenaakbare gezichten. De een heeft dromerige donkere krullen, de ander stekeltjeshaar. Een type als Lars zie ik er niet tussen, dat is wellicht een goed teken. Want zoals met alles, draait het ook in modellenland om authenticiteit.

Vijf minuten later staat Lars weer voor me; de fotosessie zit erop. De man zegt dat hij moet overleggen met zijn collega en belooft de volgende dag contact op te nemen over zijn besluit. We nemen afscheid en stappen naar buiten. “Dat wordt niks ma, let maar op,” zegt Lars. Ik antwoord dat hij het niet zo negatief moet inzien. “Er zijn nog genoeg andere bureau’s,” probeer ik hem op te beuren. Hij zegt niets en fietst voor me uit, zijn schouders hoog opgetrokken.

Schaafwond

Een dag later komt Lars woedend thuis. Hij zegt dat hij is klemgereden door een politiebus. En dat ze zijn scooter in beslag hebben genomen. Hij heeft een grote schaafwond op zijn heup. Overstuur stapt hij onder de douche. Ik help hem de wond te verbinden. “Klootzakken, ze hadden me wel dood kunnen rijden,” vloekt hij. Dat hij de inbeslagname aan zichzelf te danken heeft, ziet hij niet. “Wacht maar, ik krijg ze nog wel,” mompelt Lars als hij de trap af holt en naar de voordeur loopt.

Mijn telefoon gaat. Het is het modellenbureau. “Helaas, we denken niet dat Lars geschikt is voor ons bureau. Het is een lekker joch, hij zou het goed doen in een jeans commercial, maar voor een high end label is hij niet specifiek genoeg.”

Godsamme. Specifieker zul je ze niet snel vinden, denk ik. Ik bedank hem voor de moeite en hang op.

Volgende week: Lars komt weer thuis wonen

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

1
Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien