Interview met schrijver Tom Lanoye
Waarom lukte het je eerst niet om aan Sprakeloos te beginnen?
“Na de dood van mijn moeder begon ik met wat losse anekdotes over haar, maar het kwam niet op gang. Die ruimte en afstand kreeg ik pas na een paar jaar, al was ik er intussen wel veel mee bezig. Mijn vader wist het, die vroeg elk telefoontje: wanneer is het boek af? Ik heb hem heel bewust in het boek verwerkt, Sprakeloos gaat ook over de liefde tussen hem en mijn moeder, maar hij heeft het resultaat nooit gelezen. Uiteindelijk is het een heel persoonlijk verhaal geworden, al merk ik dat het ook inleefbaar is voor anderen. Het zet mensen aan het denken over hun eigen ouders, of ze nu nog leven of niet. Het gaat over iets essentieels, het verhaal doet lachen en huilen.”
Erg intiem ook, om zo over je moeder te schrijven. Hoe reageerden je zussen en broer op het boek?
“Ze zeggen wel eens: wie schrijft, is een gier. Toch was de beste manier die ik als zoon kon bedenken om mijn moeder te eren, een zo goed en waarachtig mogelijk boek over haar te schrijven. En dit is mijn verhaal, niet hét verhaal. Er zijn honderden andere verhalen en interpretaties van mijn moeder. Mijn broer en zussen reageerden uiteindelijk plagerig, zo van: je bent dit en dat nog vergeten. Kijk, schrijven is eerder een vorm van vernietigen dan bewaren, ik heb nooit de illusie gehad dat ik mijn moeder terug zou krijgen met dit boek. Maar door van haar een romanpersonage te maken, kon ik dicht bij haar komen en haar laten zien. Al heb ik haar ook in haar waarde gelaten op haar grootste momenten van verval.”
Was het schrijven van dit boek therapeutisch voor je?
“Nee. Therapeutisch wil zeggen dat iets niet meer hetzelfde is als het was, en dat zou betekenen dat ik geen woede, pijn of verdriet meer voel. Maar ik beschouw de aftakeling van mijn moeder nog steeds als een straf zonder oorzaak, het is een woedend boek geworden. Met therapie heb je berusting, en dat zou pas écht verraad zijn aan mijn moeder, die altijd zo rebels was. Zelfs in haar coma, vastgebonden met riemen aan haar bed, vocht ze terug. Die scène was wreed, maar moest juist om die reden getoond worden. De pijn is nooit weggegaan.”
Wat voor vrouw was je moeder?
“Een passionele, sterke vrouw met een scherp en groot intellect. Vrouwen van haar generatie zorgden en werkten zonder morren en verbittering, maar hun talent werd niet in een carrière omgezet, dat kon niet. Mijn moeder praatte er niet graag over, al besefte ze donders goed dat ze in deze tijd veel meer kansen had gehad. Ze werd slagersvrouw, maar haar droom was strafpleiter of rechter te worden. Onrecht en wetteksten vond ze fantástisch. Uiteindelijk is mijn zus jurist geworden, maar ze is nooit gaan strafpleiten. Dat vond mijn moeder toch jammer. Door mijn moeders dromen lag de lat voor ons altijd onbereikbaar hoog.”
Ook voor jou?
“Ja, maar als nakomertje had ik wel de minste problemen. Van jongs af aan konden zij en ik over álles discussiëren. Dat kwam door de sterke band die ik met haar had en dat mis ik soms het meest van allemaal. We praatten over politiek, de televisie, het toneel, en dat ging er vaak hard aan toe. Ze was een overtuigd amateuractrice, jarenlang overhoorde ik de tekst van haar rollen. Ik las alles hardop voor, terwijl zij stond te strijken. Die momenten met haar waren de basis van mijn latere leven. Door haar ben ik van kunst gaan houden, schrijver geworden en in de schouwburg gaan spelen. En uitgerekend zij verloor haar spraakvermogen.”
Toch blijkt uit Sprakeloos ook dat ze erg hard kon zijn, en bijzonder manipulatief.
“Ze fingeerde soms een naderende hartaanval. Dat is natuurlijk een tikkeltje gestoord, maar je moet wél durven. Ze ging ver in haar pathos, ze was niet voor niets een amateuractrice.”
Sprakeloos is inmiddels in meerdere landen vertaald, het boek won de Gouden Uil Publieksprijs en de Henriette Roland Holst Prijs en werd bewerkt tot een theaterstuk, Sprakeloos op de planken, dat Lanoye tijdens de Boekenweek eenmalig speelt in Koninklijk Theater Carré. “Een droom, dat theater, een mythische zaal, het is een enorme eer dat ik daar mag staan”, zegt hij. Het boekenweekgeschenk schreef hij vorige zomer,. Het was rotweer buiten, maar de discipline van het schrijven en de zeer precieze regels eromheen bevielen hem. “Het boekenweekgeschenk mag maximaal 24.000 woorden zijn, ik zit er drie onder.”
Hij is na 23 jaar de eerste Vlaming, sinds Hugo Claus in 1989, die het mag schrijven, en hij wist niet wat hij hoorde.
“Kijk, toen Claus werd gevraagd vond ik dat normaal, toen ze mij vroegen kon ik het gewoon niet geloven. Als Vlaming bewonder ik jullie Boekenweek en dat geschenk al jaren. Dus heb ik meteen gevraagd of het dit jaar ook in Vlaanderen kan worden uitgegeven, en dat gaat gebeuren. Fantastisch toch? We zijn zo klein als taalgebied en toch is er soms zo’n grote afstand. Maar die taal is van ons samen, en de literatuur daardoor ook.”
Het thema van de Boekenweek van dit jaar is ‘vriendschap en andere ongemakken’. Wat heb je daarmee gedaan in je boekenweekgeschenk Heldere hemel? “De opdracht voor het geschenk was vrij, ik mocht schrijven wat ik wilde. Maar natuurlijk gaat bijna alles over liefde en vriendschap, of het gebrek eraan. Uiteindelijk heb ik een waargebeurd feit genomen en dat beschreven door de ogen van een groepje mensen. Sommigen zijn verwanten, anderen juist niet. Je krijgt zo een internationale en een familiale kijk op één feit. In de wereldpolitiek een fait divers, voor de familie in kwestie een wrede tragedie. Ik wilde vooral de kleine mens laten zien, tegenover de grote machinerie van de wereldpolitiek. En het noodlot dat die botsing voor de onmachtige enkeling kan betekenen.”