PREMIUM

Nu alvast lezen: ‘Bij twijfel hard zingen’ door Francis van Broekhuizen

null Beeld

Lees nu alvast een stuk uit het nieuwe Libelle Bookazine door Francis van Broekhuizen.

Francis van Broekhuizen

Ave Maria

Ik denk dat ik in mijn leven al meer dan duizend keer het Ave Maria heb gezongen, bij allerlei gelegenheden: bruiloften, begrafenissen, Kerstmis, voor radio en tv, en ook bij de jaarlijkse Kerst Sing-Along in het Atrium te Den Haag, samen met Gregor Bak. Hij is naast Femke de andere pianist met wie ik ook al jaren samenwerk.
Meestal zing ik of het Ave Maria van Schubert of het Ave Maria van Bach/Gounod.
Ik heb overigens een muziekboek met wel dertig versies van het Ave Maria. Elke componist schrijft er wel één. Zo zijn er ook Ave Maria’s van Caccini, Tosti, Luzzi, Cherubini, Bruckner en Verdi.

Eén keer dat ik het Ave Maria van Bach/Gounod zong zal ik nooit meer vergeten. Het was tijdens de Lichtprocessie in de bedevaartplaats Lourdes. Sinds het jaar 2000 ben ik ongeveer achttien keer in Lourdes geweest, als vrijwilliger bij de Limburgse Bedevaartorganisatie. En ik ben lid als brancardier bij de vereniging Clan des Hospitaliers Notre Dame, van oudsher een Lourdes-groep die zijn oorsprong had in de scouting. Ons uniform herinnert daar nog aan, want we lopen allemaal in een donkerbruine broek met kaki overhemd met daaroverheen een wit sjaaltje. Op ons overhemd prijken insignes en we werken in een hiërarchie die bekend is vanuit de scouting.

In mijn jeugd had ik al veel over Lourdes gehoord. Mijn opa en oma waren er een keer geweest en mijn opa dronk nog steeds water uit het plastic Mariabeeldje met de blauwe schroefdop in de vorm van een kroon. Het water bedierf niet, zei mijn opa, en ik kon dat nadat ik zelf water had meegenomen uit Lourdes altijd beamen. Ik heb nog steeds jerrycans vol gewijd water uit de bron. Als ik me niet helemaal lekker voel, kan een slokje Lourdes-water me er soms bovenop helpen. Of dat een wonder is weet ik niet. Het is wel heel bijzonder dat veel mensen die Lourdes-water in huis hebben daar dezelfde krachten aan toedichten.

Ik kwam bij de Lourdes-groep door een medestudente op het conservatorium. Zij ging al jaren met haar moeder mee, die daar verpleegkundige was. Vaak vertelde ze erover als ze net terugkwam van een bedevaart. Ik vond haar verhalen prachtig en vroeg haar hoe ik er ook bij kon komen. Wat moest je ervoor kunnen? Ik merkte namelijk dat ik, nu ik een paar jaar op het conservatorium zat, het maatschappelijk werk soms miste. Het conservatorium was geweldig – de muziek, de mensen, de concerten. Het enige nadeel vond ik dat je steeds zo met jezelf bezig was. Natuurlijk waren zelfreflectie en zelfontplooiing prima, maar dat leidde ook tot jaloezie en prestatiedwang. Geldingsdrang werd erg gestimuleerd. Ik miste het om iets te doen voor andere mensen. Gewoon even een weekje onbaatzuchtig er voor anderen zijn. Lekker je handen uit de mouwen te steken en een mooie reis verzorgen voor mensen die dat hard nodig hadden. Toen ik dat aan mijn medestudente uitlegde, gaf ze me de gegevens van de Clan en ik gaf me op. Zo begonnen mijn jaren als vrijwilliger te Lourdes.

null Beeld

In het kleine dorp Lourdes in de Franse Pyreneeën woonde halverwege de negentiende eeuw de familie Soubirous. Door pech was deze familie arm geworden en uiteindelijk ging het gezin in een gevan-genis wonen die onbewoonbaar was verklaard voor criminelen. In dat natte en koude cachot groeiden de kinderen Soubirous op. Een van hen was Bernadette, die leed aan astma. Ze kon niet goed leren en zat op haar veertiende nog steeds op de lagere school.
Op een dag ging Bernadette samen met haar zusje en een vriendinnetje hout sprokkelen in het bos bij de rivier de Gave. Terwijl het zusje en de vriendin al de rivier door gewaad waren naar de andere oever, was Bernadette nog bezig haar kousen uit te trekken. Op dat moment verscheen in een nis van de grot naast haar een heel mooie jonge vrouw. Bernadette zag haar en het viel haar op dat ze de rozenkrans bad.

Een paar nachten later kreeg ze een onbedwingbare behoefte om terug te gaan naar de grot en wederom verscheen de vrouw aan haar. In totaal zag Bernadette haar achttien keer. De jonge vrouw stelde zich aan haar voor als ‘de onbevlekte ontvangenis’. Die term was een paar jaar daarvoor door paus Pius ix ingesteld als nieuw dogma in de katholieke kerk. Hiermee kreeg de moeder van Jezus een nieuwe status. Omdat Maria zonder zonden was, kon ze de moeder van Christus zijn. ‘Onbevlekte ontvangenis’ was een theologische term en iedereen in het dorp – ook de ouders van Bernadette – was van mening dat Bernadette die nooit eerder kon hebben gehoord. Daarmee werd bewezen geacht dat Bernadette inderdaad verschijningen had gekregen van de Heilige Maagd Maria. Op de plek van de verschijningen verscheen in diezelfde tijd ineens uit het niets een bron. Iedereen die zich daar waste of ervan dronk kon genezen van kwalen en ziektes.

Het andere wonderbaarlijke dat de bedevaartplaats zo geliefd maakte was dat tijdens de verschijningen steeds meer mensen getuige waren van de religieuze extase waarin Bernadette raakte zodra ze de jonge vrouw zag. Niemand anders zag haar, maar iedereen was getuige van de rust en sereniteit die over Bernadette kwamen als ze de verschijning zag. Ook brandde ze haar hand niet toen ze een keer een kaars met haar hand beschermde en te dicht bij de vlam kwam.

Deze wonderlijke gebeurtenissen zorgden ervoor dat vanaf 1858 vele gelovigen naar Lourdes trokken om zelf ook iets te beleven van het wonder. Het dorpje werd naast Parijs de tweede grootste hotelstad van Frankrijk. Tegenwoordig komen er jaarlijks miljoenen pelgrims naartoe. Lourdes is voornamelijk een bedevaartoord waar mensen naartoe gaan die hopen op genezing van ziektes en kwalen.

Vandaar dat er over de hele wereld veel organisaties bestaan die Lourdes-reizen verzorgen. De Limburgse Bedevaartorganisatie is een van die twee Nederlandse organisaties. Zij regelt alle praktische reisbenodigdheden voor de pelgrims. Daarnaast organiseert ze de groepen vrijwilligers die bedevaartgangers begeleiden: artsen, verpleegkundigen en brancardiers. Zij zorgen voor alle hulpbehoevenden. Ook gaat er altijd een groep geestelijken mee: kapelaans, pastoors en de Bisschop van dienst, die het geestelijke programma van de pelgrimage verzorgen. Een Lourdes-reis duurt meestal een week. Mensen gaan met de trein, de bus of het vliegtuig naar Lourdes en werken in die week een heel programma af. Er zijn programmaonderdelen die vanuit Lourdes dagelijks georganiseerd worden en waaraan elke Lourdes-groep mee kan doen: de Lichtprocessie, de Sacramentsprocessie, de Internationale Heilige Mis, en de missen bij de grot. Daarnaast kunnen Lourdes-groepen zelf ook nog eigen vieringen organiseren in de Bernadette-kapel, zoals de opening, de sluitingsviering en de handoplegging. Er zijn ontspanningsmiddagen met onder andere een feestmiddag voor de pelgrims die in het ziekenhuis op de Heiligdommen verblijven. Dergelijke middagen verzorgen wij altijd met de Clan. Een middag met liedjes zingen, een bingo, of loterij. Met mooie prijzen, die we zo goed mogelijk verdelen onder de aanwezigen. Vaak is er een grote hoofdprijs: een Mariabeeld uit een van de vele winkeltjes die Lourdes rijk is. Ik zie nog het gezicht van de oudere dame voor me die een keer zo’n beeld had gewonnen. Tranen van blijdschap stroomden over haar wangen.

null Beeld

Vanzelfsprekend zong ik veel in Lourdes. Dat is namelijk zo fijn van zingen: je hebt er niets anders voor nodig dan je stem, en die heb je altijd bij je. Als we in opstelling moesten wachten voor een processie werd me vaak gevraagd om een mooi oud Nederlands Marialied te beginnen. Er bestaan er verschillende, zoals bijvoorbeeld: ‘Te Lourdes op de bergen’, ‘Oh sterre der zee’ en ‘Salve regina’. Algauw zong de groep met me mee. Of pelgrims vroegen me, terwijl we de rolstoelen terugduwden naar het ziekenhuis, om een ‘Panis angelicus’ te zingen. Ik deed dat altijd zonder terughoudendheid. Ik had mijn gave immers gekregen van Onze-Lieve-Heer en hier kon ik iets daarvan aan de mensen geven zonder druk, zonder dat ik applaus hoefde en zonder dat ik afgerekend werd op de kwaliteit van de uitvoering.

Toen ik vaker was meegegaan met de bedevaarten deed het gerucht de ronde dat ik mooi kon zingen. Soms kwam ik in gesprek met bedevaartgroepen uit andere landen en vroegen de pelgrims uit Ierland of ik ook voor hen iets kon zingen. Natuurlijk was dat altijd het Ave Maria. En ik zong voor hen hun bekendste volksliedje: ‘The Salley Gardens’. Dat vonden ze zo prachtig dat ik zelfs een keer door de Lourdes-groep uit Dublin werd geëerd met de titel Honorary Dub, oftewel ereburger van Dublin. Voor de Italiaanse groepen zong ik geregeld aria’s van Bellini of Puccini. En bij de Fransen had ik weer een Frans lied paraat. Maar het Ave Maria was altijd goed.

Op een dag kwam een hooggeplaatste Franse brancardier die op de Heiligdommen zelf werkte naar me toe. Hij vond dat ik zo mooi zong en wilde regelen dat die avond iedereen daarvan kon genieten. Hij vroeg of ik tijdens de Lichtprocessie naar de voorkant van de basiliek kon komen. Het was het bedevaartjaar waarop ik mijn jongere broer Tim mee had genomen; hij was na al mijn enthousiaste verhalen benieuwd geworden en draaide voor de eerste keer als vrijwilliger mee. Ik kon Tim op het moment dat ik was gevraagd om op te treden tijdens de Lichtprocessie niet vinden om het leuke nieuws te vertellen; we zaten in verschillende ploegen en hadden dus andere taken. Wat jammer nou dat hij niet wist dat ik daar ’s avonds zou zingen!
Na het eten in onze verblijfplaats voor vrijwilligers boven in de stad zouden we ons samen met de pelgrims rond acht uur verzamelen onder de bogen van de basiliek voor het hoogtepunt van die dag en misschien wel van de week: de Lichtprocessie. Dat is een gezamenlijk rozenkransgebed als afsluiting van de dag op de Heilig-dommen.

Het rozenkransgebed bestaat uit het ‘rozenhoedje’ – dan bid je één keer de kralenkrans rond: het kruisteken, de geloofsbelijdenis, drie Weesgegroetjes en vijf tientjes van telkens het Onzevader, tien Weesgegroetjes en het Eer aan de Vader. Dit bidden gebeurt allemaal terwijl we in een grote optocht naar de ingang van de basiliek lopen. Alle bedevaartgroepen stellen zich daar op. Veel pelgrims zijn niet mobiel en worden geduwd in een rolstoel of liggen op een brancard. Degenen die wel mobiel zijn, helpen mee of lopen naast hun geliefden mee in de processie. Iedereen heeft voor die gelegenheid een kaars bij zich met een vierkant kartonnetje eromheen dat moet voorkomen dat de wind de kaars uitblaast. Op het kartonnetje staan de teksten van de belangrijkste Lourdes-liederen: ‘Te Lourdes op de bergen’ en het Ave Maria.

null Beeld

Ik liep graag met de stoet mee, maar ik heb de processie ook een keer bekeken vanaf de basiliek. Je ziet dan in de steeds donkerder wordende avond duizenden mensen in een lange, brede rij rustig lopen, allemaal met een brandende kaars in de hand. Je hoort de gebeden en tussendoor wordt het Lourdes-lied gezongen. Zo’n grote sliert langzaam bewegend licht, begeleid door gezang, biedt een sprookjesachtige aanblik.

Het ontroert me nu weer als ik het zo opschrijf. Elke keer als de tekst ‘Ave, Ave’ wordt gezongen, steekt iedereen zijn kaars omhoog. Dan zie je die hele sliert licht in een wave omhooggaan. Het is heel bijzonder om te zien. Kippenvel en een gevoel van saamhorigheid overmant me dan. Op het laatst komen alle mensen in goed georganiseerde groepen voor de basiliek te staan en vaak mogen koren uit verschillende landen daar dan het gebed muzikaal opluisteren.

Die avond was er een koor uit Italië, maar ook ik zou daar gaan staan op voorspraak van de hooggeplaatste Franse brancardier deze avond. Met kloppend hart verliet ik de rij pelgrims om naar de trappen voor de basiliek te lopen. De Franse brancardier had me gezegd hoe laat ik me kon melden. Ik stond voor de basiliek en zag ongeveer zestigduizend mensen voor me, allemaal met een kaarsje in de hand en zwaar onder de indruk van alles wat ze meemaakten. Ik kreeg na het laatste gebeden tientje een microfoon in mijn handen gedrukt. Mijn zang zou over de hele Heiligdommen te horen zijn.

Daar stond ik in mijn scoutinguniform met witte das. Het werd even heel stil. Ik deed mijn mond open en zong het lied dat ik al zo vaak gezongen had. Op deze plek en op dit moment was het wel zo bijzonder dat ik voelde dat mijn keel werd dichtgeknepen van emotie. Ik zong veel harder dan ik normaal zou doen en dacht weer aan mijn eigen motto: bij twijfel hard zingen. En jawel, mijn stem galmde over al die mensen heen. Ik zal dat moment nooit meer vergeten.

Toen ik klaar was, bleef het even stil. Maar toen gebeurde er iets wat normaal niet vaak gebeurde, zei de Franse brancardier na afloop tegen me: al die zestigduizend mensen applaudisseerden voor me en waren door het dolle heen. Ik boog, maar liep ook wat beschroomd weg. Ik vond het natuurlijk heerlijk om zo toegeklapt te worden, maar daar moest het niet om gaan. Het was heel dubbel. Mijn publiek was nog nooit zo groot geweest, maar het was tegelijk een heilig moment om het licht te vieren. Later bedacht ik dat die dubbelheid niet erg was. Ik had nu eenmaal een groot talent gekregen en kon daar mensen blij mee maken. Het was dus oké.

Na het zingen liep ik terug naar mijn groep en kwam daar ook mijn broer Tim weer tegen, die voor het eerst de Lichtprocessie had meegemaakt. Ik vroeg hem hoe hij het had gevonden. Hij vertelde dat hij de rolstoel van een leuke oudere dame had mogen duwen en dat het gezellig en mooi was geweest. Op het moment dat het ‘Ave Maria’ klonk, had mijn broer opgekeken; die stem kwam hem wel heel bekend voor. Hij had hardop moeten lachen en had gedacht: Francis heeft het weer voor elkaar gekregen!

null Beeld

Over Francis van Broekhuizen

Operazangeres Francis van Broekhuizen is een dramatische sopraan, wat betekent dat ze een acrobatische stem heeft met krachtige en dramatische kwaliteiten. Ze trad op met diverse operagezelschappen en stond op de planken als moeder-overste in The Sound of Music. Met haar vrouw Jacqueline woont ze in Nootdorp.

PS

Lees de complete verhalenbundel van Francis in Libelle Bookazine 1, vanaf 5 januari in de winkel of nu al te bestellen via LosseBladen.nl.

Fotografie: Petronellanitta. | Styling: Ora Bollegraaf. | Haar en make-up: Astrid Timmer

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden