PREMIUM

“Op mijn dieptepunt vond ik mezelf te vies om mijn baby op te pakken”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Niet op een vreemde wc willen zitten, constant alles schoonmaken, zelfs het terras buiten stofzuigen, Addy Nooitgedacht (57) worstelde jarenlang met haar dwangstoornis. “Na de geboorte van onze zoon werd het onhoudbaar.”

Deborah LigtenbergPetronellanitta

“Ik heb smetvrees, maar mijn huis is niet brandschoon. Ik stof niet zo vaak af en daar kan ik prima mee leven. Mijn smetvrees uit zich in andere dingen, rugzakken bijvoorbeeld. Laatst was mijn zoon naar Parijs geweest. De volgende dag stond hij met de rugzak die hij mee had gehad tegen het aanrecht geleund. Ik moest mezelf dwingen naar zijn verhaal te luisteren, want mijn gedachten gingen naar die rugzak. Waar was dat ding allemaal geweest? Op welke vieze ondergrond had-ie gestaan? Welke onbekenden hadden hem in een volle metro aangeraakt? En nu hing dat ‘vieze’ ding zomaar tegen mijn keuken. Dat was dus niet te doen voor mij, ik heb het aanrecht daarna goed schoongemaakt. Het is natuurlijk niet normaal, maar voor mij is het al veel beter dan het was. Dankzij therapie heb ik grote stappen gezet. Dat mijn zoon na zijn avontuur in Parijs ongewassen zijn bed in dook, kan ik loslaten. Net als dat ik het liefst zijn jas zou wassen na een bezoek aan zo’n grote stad. Het is onbegonnen werk als ik de hele tijd alles in de machine gooi. Ik moet voorkomen dat het mijn leven beheerst, bijvoorbeeld door dingen op te schrijven. Dat geeft me rust. Ik weet dan dat het ergens staat en dat ik het niet de hele tijd hoef te onthouden. Dat is de controledwang die ik heb, die hand in hand gaat met mijn smetvrees.”

null Beeld

Besmet

“Ik denk dat bij mij zo rond mijn vijfentwintigste iets is getriggerd. Ik fietste op een avond naar huis toen ik werd overvallen door een junk die op mijn fiets uit was. Hij greep me vast, maar ik wilde mijn fiets niet afgeven en probeerde weg te rijden. Hij sprong achterop en uiteindelijk kreeg hij mijn fiets te pakken. Toen ik thuiskwam, voelde ik me ontzettend vies. Ik heb die diefstal niet als traumatisch ervaren, maar wel begon ik daarna idiote dingen schoon te maken, zoals de fietsketting van mijn nieuwe fiets. En ik kreeg een afkeer van vreemde toiletten. In de loop der jaren werd dat zo erg dat ik alleen nog maar thuis naar de wc wilde. Ik kon het heel lang ophouden, maar als ik dan toch moest, deed ik als ik thuiskwam meteen mijn kleren in de was en ging douchen. Dan pas voelde ik me niet meer ‘besmet’. Het is moeilijk uit te leggen waarmee ik me dan precies besmet voelde, want het was natuurlijk helemaal niet logisch. Misschien kon ik wel ziek worden van het bezoek aan een vreemde wc. Door de jaren heen werd het steeds heviger. Mijn man en ik woonden bijvoorbeeld in een flat waar vaak zwervers op de parkeerplaats lagen. Alles rondom die flat vond ik vies.
Als ik thuiskwam en ik hoefde die dag de deur niet meer uit, dan douchte ik en waste mijn kleren. Daarna was dat besmette gevoel weg en hield het me niet meer bezig. Het was onhandig, maar ik kon er wel mee leven. Én het verdoezelen, want ik schaamde me en vond het raar wat ik deed. Maar ik kon niet anders, ik móest het doen, anders bleef ik te onrustig. Ik wilde liever niet dat anderen dat wisten.”

null Beeld

Doodmoe

“Het werd onhoudbaar toen mijn zoon werd geboren. Ik had een fijne zwangerschap gehad, maar na de bevalling begon de ellende. Ik kwam thuis uit het ziekenhuis en trof daar de kraamhulp en mijn ouders en schoonmoeder aan, die met hun ‘vieze’ schoenen in mijn slaapkamer kwamen. Die hem vastpakten, sowieso wilde iedereen hem vastpakken. Ik was als de dood dat hij iets zou oplopen. Na de kraamtijd was ik de hele dag dingen aan het wassen en flesjes aan het uitkoken. Als de telefoon ging, moest ik daarna weer helemaal opnieuw beginnen omdat ik niet meer precies wist waar ik was gebleven. Ik liet hem weleens huilen omdat ik mezelf te vies vond om hem op te pakken. Als ik daaraan terugdenk, word ik weer emotioneel. Ik kon het niet meer verbergen, al was het maar omdat ik wilde dat mijn man zijn handen waste als hij na een lange werkdag onze zoon wilde oppakken. Hij deed dat gewoon en zei er niets over. Ik was op van de zenuwen en wilde alles perfect doen, maar het lukte niet. Ik was de controle kwijt en doodmoe van de handelingen die ik de hele dag van mezelf moest doen.”

Kunstgras

“Uiteindelijk ben ik opgenomen op de PAAZ, de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Dat is nu zeventien jaar geleden. De dag ervoor maakte ik het huis nog grondig schoon. ‘Moet ik echt?’ vroeg ik aan mijn man. Hij knikte. Hij nam heel veel van me over en kon niet meer werken van de stress. Voor mezelf, voor ons gezin, moest ik ermee aan de slag. Tijdens die drieënhalve maand in het ziekenhuis kreeg ik de diagnose OCS: obsessieve-compulsieve stoornis; dwang-gedachten en de dwanghandelingen die je doet in de hoop jezelf een rustiger gevoel te geven. Na die periode kreeg ik een gerichte dagbehandeling in het UMC Utrecht. Ik moest bijvoorbeeld in het ziekenhuis op allerlei wc’s gaan zitten, mocht daarna mijn handen niet wassen en moest vervolgens een koekje eten. Ze doen dat extra overdreven, zodat je merkt dat er echt niets gebeurt als je niet doucht of je kleren wast. Ik pas dat nog steeds toe. Als ik iemand op bezoek heb die zijn tas op tafel zet en ik in de stress schiet, ga ik in gesprek met mezelf. Ik vraag aan mezelf waarom het zo erg is dat die tas daar staat. Wat is het ergste dat kan gebeuren? Daardoor leer ik dat er niets gebeurt, ik stel mezelf ermee gerust. Ik heb heel lang op die therapie kunnen teren, totdat ik in 2017 iets op televisie zag over giftige kunstgraskorrels op voetbalvelden. Alle moeders uit het voetbalteam van mijn zoon schrokken ervan, maar toen allang was gebleken dat onze kinderen geen gevaar liepen, had ik er dwanggedachten over. Als mijn zoon thuiskwam van voetbal, moest hij in de bijkeuken zijn schoenen en sokken uit doen en daarna douchen. Ik heb zelfs weleens het terras bij de achterdeur gestofzuigd, zodat ik zeker wist dat alle korrels weg waren. Hiervoor ben ik in therapie geweest. Moest ik het kunstgras aanraken en daarna mijn handen likken. Verschrikkelijk, maar ik kreeg mijn angst wel onder controle.”

null Beeld

Leuk leven

“Zo langzamerhand ben ik ervan overtuigd dat het nooit meer overgaat. Er gaat gewoon iets mis in mijn hoofd waar ik geen controle over heb. Mijn psychiater heeft geopperd een deep brain stimulation-operatie te ondergaan. Tijdens een operatie worden dan elektrodes in je hoofd geplaatst, waardoor de dwang zou kunnen verminderen. Ik vind zo’n hersenoperatie nogal een stap. Is dat het waard? Ik heb een leuk leven, doe veel leuke dingen. De meeste mensen in mijn omgeving weten wat er aan de hand is, zodat ik me niet meer hoef te verstoppen. Ik doe vrijwilligerswerk bij de Angst, Dwang en Fobie stichting, wat me veel voldoening geeft. Ook al krijg ik de dwang misschien nooit uit mijn leven, ik ben veel meer dan dat. Ik ben moeder van mijn zoon die me vrolijk corrigeert als hij ziet dat ik onnodig iets wil schoonmaken. Ik geloof niet dat hij eronder lijdt. Ik ben echtgenote van een lieve man die me neemt zoals ik ben. Ik ben een gezellige vriendin en doe betekenisvol werk. Dat is er gelukkig allemaal ook. Ik sta niet toe dat mijn dwang dat in de weg zit. Daar blijf ik tegen vechten.”

PS

Naar schatting kampt twee procent van de Nederlanders met dwangklachten. Een dwangstoornis is vooral bekend in de vorm van smetvrees of controledwang. De ADF stichting is een patiënten- en familieorganisatie voor iedereen die te maken heeft met angst- en/of dwangklachten.
adfstichting.nl

Styling: Maartje van den Broek | Haar en make-up: Astrid Timmer | M.m.v. Lola Liza (pak), Mango (overhemd), Sacha (pumps)

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden