Hoe sterk is jullie relatie? Doe hier de test>

Zoek binnen:

Anja’s man kreeg een hartaanval. 'Hij heeft ongelofelijk veel geluk gehad'

De Hartstichting collecteert deze week weer. Dat het heel waardevol is om te weten wat je moet doen bij een hartaanval of hartstilstand, bewijst het verhaal van Anja. Haar man kreeg een hartaanval op het voetbalveld.

In de rubriek De dag nadat… in Libelle vertelt ze haar verhaal. Van 17 t/m 23 april collecteert de Hartstichting weer, om geld op te halen voor onderzoek om hart- en vaatziekten eerder te herkennen.

Advertentie

‘We moeten naar hem toe’
Anja (44): “Het is twintig over zeven als ik op de wekker kijk. Mijn drie kinderen liggen naast me in het grote bed. Ze slapen nog. Zelf heb ik geen oog dicht gedaan. Ik pak de telefoon en bel voor de negende keer die nacht naar het ziekenhuis. ‘Hoe gaat het met Freddy’, vraag ik aan de verpleegkundige die ik aan de lijn krijg. Met haar vriendelijke stem probeert ze me gerust te stellen. ‘Hij slaapt nog, het gaat goed’, zegt ze. Ik maak de kinderen wakker, we moeten naar hem toe.”

‘Je moet naar het ziekenhuis’
“Terwijl ik boterhammen smeer, gaan mijn gedachten terug naar gisterochtend. ‘Freddy komt er zo aan’, zei ik tegen de buurvrouw met wie we het buurtfeest organiseerden. Hij zou die dag eigenlijk niet voetballen, maar de trainer belde dat ze een speler te weinig hadden. Eén helft zou hij spelen, dan kwam hij naar huis. Ik had de koffie net ingeschonken toen de clubvoorzitter en een teamgenoot van Freddy opeens in de deuropening stonden. Meteen wist ik dat het niet goed was. ‘Je moet naar het ziekenhuis, Freddy heeft een hartaanval gehad’, zeiden ze. Ik barstte in huilen uit, raakte volledig in paniek. Ging hij dood?”

Opengeknipt voetbalshirt 
“De rit naar het ziekenhuis duurde een half uur, maar voelde eindeloos lang. ‘Ik kan het nog niet alleen’, riep ik terwijl ik trilde als een rietje. Toen ik hem even later zag liggen op de intensive care, huilde ik. ‘Wat doe je nou’, kon ik alleen maar uitbrengen. Zijn gezicht was spierwit, zijn lippen blauw. Toen Freddy naar de operatiekamer werd gebracht, kreeg onze zoon het opengeknipte voetbalshirt in zijn handen geduwd. Ik zie hem er nog vol ongeloof naar kijken. In de wachtkamer kwam de verpleging langs met broodjes. Het irriteerde me – alsof ik ook maar één hap door mijn keel kon krijgen. ‘Hij heeft ongelooflijk veel geluk gehad’, vertelde de arts ruim een uur later. Freddy bleek een stolsel in zijn kransslagader te hebben. Ze waren net op tijd.”

Kleur op zijn wangen 
“Als de kinderen hun ontbijt op hebben, stappen we in de auto. Ik kan niet wachten om Freddy te zien. Ik ben rustiger dan gisteren, maar vanbinnen voel ik nog steeds die angst. Gaat het echt goed met hem? We lopen zijn kamer binnen en ik kijk meteen naar de hartbewakingsmonitor. Die geeft me houvast. Freddy glimlacht en zegt dat hij het fijn vindt om ons te zien. ‘Mag ik douchen?’, vraagt hij. Ik ben blij om dat te horen, hij voelt zich dus echt beter. Ook heeft hij weer wat kleur op zijn wangen. Ik pleeg wat telefoontjes op de gang, zeg de kinderen gedag die met iemand mee naar huis gaan, en ga dan weer naar zijn kamer.”

Mijn hand op zijn borst
“‘Schuif eens op’, zeg ik tegen hem. Ik wil even naast hem liggen, hem dicht bij me voelen. Freddy stelt vragen over gisteren. Hij kan zich alleen herinneren dat hij over het veld liep en opeens in een ambulance lag. Als hij even slaapt, leg ik mijn hand voorzichtig op zijn borst, ik wil voelen dat zijn hart nog klopt. Ik kan het niet alleen, schiet er weer door mijn hoofd.”

Onze helden 
“Als Freddy wakker is, vraagt hij om de afstandsbediening. Hartaanval of niet, Studio Sport wil hij niet missen. Dan komen er twee teamgenoten binnen. Het zijn de mannen die hem gisteren twintig minuten reanimeerden tot de ambulance kwam. Twintig minuten waarin Freddy klinisch dood was, maar dankzij hen toch bij ons bleef. Onze helden. We barsten alle vier in huilen uit. De jongens vertellen ons wat er gebeurd is. Dat Freddy voor de ogen van de grensrechter op de grond viel, die meteen wist wat er aan de hand was. Dat de ambulance verdwaald was en niemand de defibrillator kon vinden, maar er wel een huisarts was die de jongens aanmoedigde tijdens de reanimatie. Ik zal deze mannen voor altijd dankbaar zijn, weet ik.”

Telefoon 
“Als ze naar huis zijn, pak ik mijn jas. Ik wil hier blijven, maar de kinderen hebben mijn steun ook nodig. Ik geef Freddy een kus en werp nog een laatste blik op het hartbewakingsscherm. Dat hij aan die apparatuur ligt, geeft me een gerust gevoel. Thuis gaat non-stop de telefoon, maar we besluiten niet meer op te nemen. Ik wil de lijn vrijhouden voor het ziekenhuis.”

Het móet goed komen 
“Dan hoor ik een zacht geklop op het raam. Mijn lieve buurvrouwen staan voor de deur met een versgebakken cake. Ik ben blij ze te zien. We praten over hoe dit heeft kunnen gebeuren, hoe het kan dat Freddy nooit iets heeft gemerkt. Een antwoord vinden we niet. Als ik ’s avonds naast mijn kinderen in bed kruip, kan ik de slaap weer niet vatten. Ik denk aan onze trouwdag, de geboorte van de kinderen en de andere hoogtepunten die we samen beleefden. Het móet goed komen. Want een leven zonder Freddy, dat kan en wil ik me niet voorstellen.”

Benieuwd hoe het nu gaat met Anja en Freddy? Klik hier

LEES OOK:

Johanna ter Steege: “Ik ben er best trots op dat ik een doorzetter ben”

Johanna

Actrice Johanna ter Steege (59) staat momenteel in de theaters met de monoloog Ik heet Lucy Barton. Ze woont samen met haar vriend in Rotterdam en heeft een dochter, Hanna (22).

Waarom moeten wij naar Ik heet Lucy Barton?
“Omdat het over ons allemaal kan gaan. Veel mensen zullen zich erin herkennen. Het is een intiem portret over hoe je je ontwikkelt in het leven en loskomt van familie.”

Wat is voor jou de grootste uitdaging in je rol van Lucy?
“Dat het waarachtig is wat ik doe. Het is een monoloog waarbij je la

Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien