Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

André Kuipers: "Ik zou best weer terug naar de ruimte willen"



Vraag André Kuipers (60) naar de ruimte en hij steekt nog altijd enthousiast van wal over zijn reis door het heelal. Een gesprek over de magie van de ruimtevaart, jezelf blijven relativeren en het belang van een stabiel gezinsleven.

Advertentie

Van arbeidersjongen tot astronaut, hoe vonden je ouders dat?
“Fantastisch, maar ze zijn trots op al hun zoons, hoor. Mijn vader leeft niet meer, hij werkte ooit met asbest en is aan de gevolgen ervan overleden. Hij was een heel gezonde man die niet rookte en dronk, maar asbest is een sluipmoordenaar. Mijn moeder is in de tachtig en we slepen haar overal mee naartoe. Ze is kort geleden nog mee geweest naar Aruba, waar een van mijn dochters woont. In mijn familie gaat gelukkig iedereen heel goed met elkaar om. Mijn leven kent relatief weinig rampspoed of ziektes, behalve mijn pa dan. Natuurlijk waren er weleens dingen, maar ieder huisje heeft een kruisje.”

Dat kruisje is bij jou je scheiding van je eerste vrouw, denk ik?
“Ja, die is me niet in de koude kleren gaan zitten. Het was een vechtscheiding, waarbij mijn kinderen tegen de rechterlijke uitspraak in werden meegenomen naar Zweden, want mijn ex-vrouw is Zweedse. Dat was niet leuk, ik zag mijn kinderen anderhalf jaar niet, die moesten worden opgespoord. Ik voelde me machteloos, ook door het rechterlijke systeem in Nederland. Al is je partner niet in staat de kinderen op te voeden, dan nog loop je hier een groot risico dat zo iemand het gezag krijgt. Dat is in Zweden veel beter geregeld. Ik snap een beweging als de Dwaze Vaders hélemaal.”

Hoe heb je die situatie aangepakt?
“Na lang zoeken vond ik mijn dochters, waarna bleek dat het Zweedse systeem geen reden zag om mij geen gezag te geven. Ineens mocht ik dus weer meebeslissen over school of medische zaken. Maar mijn kinderen woonden intussen wél in Zweden, ik wilde ze niet ontheemden. Dus was ik om de veertien dagen in Zweden. De SAS (Scandinavian Airlines, red.) heeft in die tijd veel aan me verdiend. Met vakanties haalde ik ze naar Nederland en dat heeft zijn vruchten afgeworpen.”

In welk opzicht?
“De band met mijn kinderen werd ontzettend goed, uiteindelijk zijn ze op hun vijftiende, zestiende zelfs bij mij komen wonen. Maar ik miste daarvoor ook veel, bij delen van hun leven was ik niet. Als ik daaraan denk, kan dat litteken gemakkelijk worden opengereten, ja. Kinderen zijn altijd het slachtoffer van een scheiding, zij kunnen niet kiezen. Uiteindelijk kwamen ze toch bij mij wonen.”

Je was toen net met je tweede vrouw Helen, met wie je ook twee kinderen kreeg.
“Ja, dus Helen kon ineens twee pubers gaan opvoeden, want ik was toen in het buitenland astronautje aan het spelen. Ik moest heel veel reizen en kon de kinderen moeilijk meenemen, die moesten gewoon naar school. Gelukkig is het goed gegaan, ze hebben een sterke band met elkaar. Mooi, hè? Kijk, als astronaut moet je je tot het uiterste concentreren, je kunt er vanaf een bepaald moment geen huiselijke problemen meer bij hebben. Er zijn daarom best veel gescheiden astronauten, omdat ze niet vaak genoeg thuis konden zijn.”

Hoe is het jullie wel gelukt?
“Helen reisde zelf veel voor haar werk, zij kon zich goed inleven en begreep dat ik soms wekenlang van huis was. Ik heb veel aan haar te danken, ze is ontzettend belangrijk voor me geweest. En nog steeds. Ik had nooit kunnen doen wat ik heb gedaan zonder mijn vrouw. Ik heb erg veel geluk gehad met haar.”

MEER ANDRÉ
Je leest het hele interview in Libelle 42, nu in de winkel. “Straks op mijn sterfbed kan ik denken dat ik iets nuttigs heb nagelaten.” André staat op 3 november met zijn SpaceXperience in de Ziggo Dome. Klik hier voor meer informatie.

Interview Liesbeth Smit. Fotografie en styling: Rossi & Blake.

Sylvia Witteman: “Ik moffel de grote glasscherf op de grond snel weg”

Sylvia Witteman | Libelle

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (22), twee zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Deze week doet ze een poging om het huis van haar moeder schoon te maken. 

“Goed nieuws!”, zegt mijn moeder in het verpleeghuis. “Ik mag morgen naar huis!” Een week of vier heeft het wel geduurd voordat ze weer een beetje uit de voeten kon met haar nieuwe heup, maar nu is het toch (bijna) zover. “Stofzuigen en dweilen en zo kan ik voorlopig niet”, zegt ze. “Het zal wel een smeerboel zijn thui

Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien