Anastasia nu met € 15,- voordeel naar de voorpremières!

Zoek binnen:

Exclusief interview met Astrid Holleeder: "Ik voel dat ik mijn broer nog steeds wil beschermen”

Donderdag werd Willem Holleeder na een lange rechtszaak veroordeeld tot levenslang voor ten minste 5 moorden. Wij spraken zijn zus Astrid Holleeder enkele weken geleden over deze uitspraak – “Levenslang… Dat is toch een soort van onmenselijk, vind je niet?”- en haar boek Familiegeheimen, dat vanaf 5 juli in de winkels ligt.

Als Astrid Holleeder (53) zelfhulpboeken las – en die las ze met stápels tegelijk – en zo’n hoofdstuk tegenkwam waarin stond dat ze het kleine meisje dat haar tegemoet liep moest omhelzen, dacht ze kribbig: wát een flauwekul. En dan bladerde ze snel weer door. Maar na jaren van therapie en duizenden uren nadenken over zichzelf en over het gezin waaruit ze komt, snapt ze eindelijk wat daarmee wordt bedoeld. “Je moet jezelf geven wat je nodig hebt. Dat kun je niet van een ander verwachten. Je moet je eigen vader en moeder zijn.” Doordringend: “Heb je ’m?”

Advertentie

Of ze hoopt op levenslang? “Wij hebben gedaan wat we moesten doen. We hebben ons bevrijd uit zijn greep. Hij is ontmaskerd en dat is voor mij genoeg. Levenslang… Dat is toch een soort van onmenselijk, vind je niet? En het zal niet uitmaken voor ons. Hij is gekrenkt. We hebben hem verraden. Hij zal zich willen wreken. Ik sta nog steeds nummer één op z’n lijstje. Maar ik heb besloten: ik ga me niet langer verstoppen. Ik wil weer léven.”

Familiegeheimen schreef ze in de periode dat het proces tegen Holleeder liep, vanaf februari 2018. Ze wilde na het wegvallen van haar broer weer grip krijgen op de verschuivende rollen binnen het gezin, op haar eigen gevoelens en haar eigen ontwikkeling. De gesprekken met haar therapeut Iris spelen in het boek een grote rol. Daarin wordt de psychologie van het disfunctionele gezin Holleeder geduid, de wurgende rolverdeling tussen de verschillende gezinsleden: de gewelddadige vader, de onmachtige moeder en de 4 kinderen – Willem, Sonja, Gerard en Astrid – die ieder op hun eigen manier de angst voor de vader te lijf gaan.

Dit boek, zegt ze, was misschien wel het pittigst om te schrijven. “Er was geen tijd om afstand te nemen. Ik moest het schrijven vanuit de rauwe pijn. Tijdens zo’n rechtsgang wordt er zo veel over je gezegd, maar als getuige mag je alleen maar antwoord geven op vragen. Je mag nooit iets uit jezelf vertellen. Je komt in een juridisch steekspel terecht waarin alles draait om welles-nietes. Dat heeft weinig meer te maken met de waarheid of werkelijkheid. De verdachte zit ondertussen in een enorme machtspositie. Die kan liegen. Die kan zwijgen. Je hoeft namelijk niet mee te werken aan je eigen veroordeling.”

Je bent advocaat, je weet hoe het werkt in de rechtszaal. Toch verloor je als getuige verschillende keren je zelfbeheersing.”“Van de 9 keer dat ik er als getuige zat, ben ik wel 8 keer uit de bocht gevlogen.”

Door wat werd je getriggerd? Wanneer ging je weer schreeuwen als die straatmeid van vroeger? “Eén simpel zinnetje en ik zag weer de hele geschiedenis. Een voorbeeld: we hadden een bepaalde manier van communiceren. Als we elkaar belden, deden we luchtig: ‘Hallo, koffie doen?’ Door de telefoon klonk het onschuldig. Maar de onderliggende verhoudingen lagen totaal anders. Hoe heftig is het dan als iemand in de rechtszaal zegt: het klinkt altijd zo gezellig op de tapes tussen jou en je broer.” Verheft haar stem. “Ja, het klinkt leuk omdat het leuk moest klinken! Dat is onderdeel van de terreur! Snap je!”

Haar stem daalt. “Je kunt niet zonder emoties vertellen over iemand die zegt: ‘Ik ga mijn zusje laten doodschieten’. Dat kan niet! Dan zou je toch een monster zijn?” Ze snijdt een stukje taart af. Het blijft de rest van het gesprek onaangeroerd liggen op haar bord. “En dan zit je daar tegenover rechters met wie je 20 jaar hebt gewerkt… Moet je je voorstellen dat jij tegenover collega’s die andere, intieme kant van jezelf moet laten zien! Zo gênant. Het is alsof je in je blote kont staat.

Door advocaat te worden, had ik me op een bepaalde manier ontworsteld aan dat gezin. Ik had me in een wereld begeven met beschaafde mensen die afgewogen beslissingen nemen. Zo wilde ik gekend worden. En dan moet je daar… Je voelt je ineens op een heel andere manier bekeken. En het is een spiegel, hè. Je voelt je medeverantwoordelijk. Als je afstand neemt, zie je dat je de situatie mede in stand hebt gehouden.”

Dat zeg je ook in je boek. Je wist van de overvallen die je broer had gepleegd, je hebt gewerkt in het seks-imperium dat hij opbouwde met het geld van de Heinekenontvoering. Hoe kon je dat toen rijmen met je geweten? “Sinds de ontvoering was het wij tegenover de rest van de wereld.” Fel: “En ik zal je zeggen: als hij niet de familie had opgegeven, dan had ik er misschien nog net zo in gestaan. Het is maar net wanneer de storm de takken in je gezicht zwiept en je wakker wordt. Ik was 17 toen ik uit mijn bed werd getrokken door mannen met bivakmutsen en machinegeweren. Vanaf dat moment weet je: ik hoor bij deze familie. En je hoort nergens anders bij, want vanaf dat moment ben je een paria. Dat maakt dat je elkaar gaat steunen, ook in de verkeerde dingen. Je dekt alles af uit liefde. Daardoor vergroei je met elkaar. Het is zo moeilijk om dat te doorbreken.” Zacht: “En het was moeilijk om in de rechtszaal niet wéér met hem te vergroeien. Eigenlijk wilde ik hem weer mee naar huis nemen. Jemig jongen, kunnen we niet gewoon…”

Zal hij nou nooit in bed liggen en denken: wat heb ik gedáán. Beslist. “Nee, dat zit er niet in. Mijn broer heeft nergens spijt van. Als hij dat gevoel toelaat, dan stort hij in, dan wordt hij weer dat kleine bange jongetje van toen. Hij heeft misschien wel het meest te verduren gehad van mijn vader. Mijn vader kon je vermorzelen, mentaal en fysiek. Dat angstige kind – dat wil hij nooit meer zijn. Dat kan hij zichzelf niet toestaan. Dat heeft Iris me doen inzien: mijn broer splitst de wereld in vrienden en vijanden. Dat is overzichtelijk. En er hoeft maar dít te gebeuren en je wordt zijn vijand. Het is bij hem zwart of wit. Hij doet niet aan zelfreflectie. Dat vond ik ook zo dramatisch aan zijn laatste woorden. Hij zei tegen de rechter: ‘Assie is wappie, Assie spoort niet. Want ze is al heel jong begonnen met therapie.’ Moet je nagaan, toen hij in de Santé zat, de Franse gevangenis, stuurde ik hem al psychologieboeken, want ik wilde dat hij onze vader ging verwerken. Want natuurlijk was het niet normaal dat hij zoiets agressiefs had gedaan, mensen had ontvoerd. Dat was in 1983. Ik ben dus al meer 25 jaar bezig met zijn gekte… In die zittingszaal voelde ik hoe ik met huid en haar aan hem vastzit. Nog steeds.” Ze rilt.

Volgens mij ben je nu weer helemaal terug in de zittingen. Wat hoor je, wat voel je? “Ik zie hem niet, maar ik hoor hem zijn keel schrapen en dan weet ik hoe hij zich voelt.” Haar stem breekt. “Ik voel dat hij zenuwachtig is. Er is een energetisch veld om ons heen dat ons verbindt. Wij zijn één. Ik voel dat ik hem nog steeds wil beschermen. We waren altijd met z’n vieren in die angst voor onze vader. Samen in de dreiging. Dat is ook wat die band zo heeft gesmeed. Maar ik moet zeggen wat ik wil zeggen. Ik heb die band verbroken en ik laat hem achter bij mijn vader, onbeschermd. Hij is alleen.”

Vind je hem kwetsbaar? Ze huilt. “Ik vind hem zo kwetsbaar. Dat je uit onvermogen zo veel leed aanricht. Dat is zo’n enorme tragiek.”

 

MEER ASTRID 
Libelle 30  

Je leest het hele interview met Astrid in Libelle 30, nu in de winkel: “Vergis je niet, ik heb echt rock bottom gezeten. En ook weleens gedacht: ik stap eruit, want dan is Mil veilig.” 

Nieuwsgierig naar Astrid haar nieuwe boek ‘Familiegeheimen’? Je koopt het hier:

Interview: José Rozenbroek

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien