1e rang kaarten voor Mamma Mia! de musical, nu €29,-

Zoek binnen:

Astrid haar man overleed op vakantie: "Ik zag hem in elkaar storten op het terras"

De man van Astrid overleed volkomen onverwachts tijdens een idyllische gezinsvakantie in Spanje, pas 41 jaar oud. “Ik voelde meteen: ik moet nu héél goed voor onze kinderen zorgen.”

Astrid: “Robert-Jan en ik hebben elkaar in 2001 leren kennen in de kroeg. Hij stond heel gek naast me te dansen, we raakten aan de praat en waren binnen een paar uur aan het zoenen. Op diezelfde plek zijn we twee jaar later getrouwd. Vrij snel werden Fleur, Thijmen en Roos geboren, en Robert-Jan was meteen een échte papa. Hij kon uren verliefd met ze op schoot zitten, stralend van trots. De kinderen waren pas tweeënhalf, anderhalf en zes maanden toen hij overleed. Dat ze hem nooit echt hebben leren kennen, doet pijn.”

Advertentie

Totaal ontspannen
“Die zomer gingen we op vakantie naar Javea, een vissersdorpje in het oosten van Spanje. Robert-Jan en ik waren er al vaker geweest en we vonden het er prachtig. We reden er met de auto vanuit Nederland naartoe en besloten de tijd te nemen voor de rit. Dus gingen we van hotel naar hotel en we stopten onderweg bij baaitjes en kastelen. Na elke bocht doemde er een nieuw, prachtig uitzicht op. ’s Avonds streken we vaak neer in een loungetent aan zee, waar de kinderen op de bank of in de buggy in slaap vielen. Robert-Jan en ik genoten van de muziek en elkaar. Na een paar dagen kwamen we aan bij het huis dat we gehuurd hadden in Javea: wit, met een paarse bloemenhaag en een zwembad. De kinderen waren natuurlijk nog klein dus daar waren we druk mee, maar ik weet nog goed hoe ontspannen ik me die eerste week voelde.

Een schreeuw
“De tweede week ging het mis. Robert-Jan en ik stonden in het weekend en op vakantie altijd om en om vroeg op voor de kinderen. Maandag 11 september was het mijn beurt, maar ik riep Robert-Jan rond acht uur uit bed om me te helpen. Het hele terras zat namelijk ineens vol met mieren, dus we konden niet naar buiten. Ik vroeg of hij mieren wilde weghalen, daarna mocht hij verder slapen. Terwijl ik met de kinderen in de weer was, liep hij het terras op. Ineens hoorde ik een schreeuw. Ik rende naar buiten en zag Robert-Jan op de grond vallen. Hij had een enge ‘blijf uit m’n buurt’-blik in zijn ogen. Het eerste wat in me opkwam, was: stabiele zijligging, hij moet in de stabiele zijligging! Ik rolde hem daarin en ging binnen een deken halen om over hem heen te leggen. Daarna ging ik bellen. Eerst onze Engelse conciërge, die een ambulance moest bellen, daarna mijn vader. Fleur en Thijmen zaten in hun kinderstoeltjes naar een dvd van Kikker te kijken en hadden niks in de gaten. Ik rende heen en weer tussen hen en Robert-Jan en vroeg steeds aan hem: ‘Lieverd, wat is er toch? Kan ik wat doen?’ Hij kon niet antwoorden en keek me alleen maar aan met die vreemde blik. Binnen vijf minuten, langer kan het niet geweest zijn, werd hij blauw en begon hij koud aan te voelen.”

Zijn trouwring
“De ambulance kwam na ongeveer een kwartier, de conciërge was er al wat eerder. Zij had in Engeland als verpleegster gewerkt, en toen ze Robert-Jan zag, zei ze tegen mij: ‘Kijk maar niet, neem maar afstand.’ Ik ben met Roos tegen me aan op het andere terras gaan staan en ging steeds even kijken bij Fleur en Thijmen, die nog altijd onwetend naar de avonturen van Kikker zaten te kijken. Om kwart over tien, twee uur nadat Robert-Jan in elkaar was gezakt, kwamen de ambulancebroeders naar me toe op het terras. Dat moment vergeet ik nooit meer. Terwijl ik daar met Roos tegen me aan stond, drukte een van hen Robert-Jans trouwring in mijn hand. Ik werd ontzettend boos, begon letterlijk te stampvoeten. Ze hadden zich niet eens voorgesteld en nu gaven ze me ‘zomaar’ zijn ring, zonder iets te zeggen. Natuurlijk was mijn reactie te wijten aan het verdriet dat ik niet wilde of kon toelaten. Want sinds ik Robert-Jan koud had voelen worden, wist ik eigenlijk al: dit komt niet meer goed. Uit de autopsie bleek later dat Robert-Jan een acute hartstilstand heeft gehad. De blik in zijn ogen was doodsangst geweest. Of enorme pijn.”

Broodje voor papa
Het is nu tien jaar geleden en het diepe, zwarte gat is er nooit gekomen. Omdat het niet kon, omdat ik het niet wilde, ik weet het eigenlijk niet. Het verdriet overviel me wel steeds op onverwachte momenten. Dan stond ik bij de bakker met Fleur en zei ze opeens: ‘Mama, broodje voor papa?’ De tien keren eerder dat dat gebeurde, kon ik er goed tegen, maar de elfde keer barstte ik in tranen uit. Laatst liep ik met een paar vriendinnen langs de bloemenzaak waar Robert-Jan en ik destijds de bloemen voor onze trouwauto hadden besteld. Hé, ik moet Robert-Jan bellen, was het eerste wat in me opkwam. Zó raar, dat had ik al een hele tijd niet meer gedacht.”

Slapen in zijn trui
Het onderwerp is nooit taboe, er mag altijd over hem gesproken worden. Ik merk dat de kinderen daarin steeds meer hun eigen weg vinden. Zo slaapt Fleur sinds kort in T-shirts van Robert-Jan en draagt Thijmen in de winter een sjaal van hem. Roos heeft een uitvergrote foto aan de muur waarop we hartjes vormen met de schaduwen van onze handen. Het gemis van Robert-Jan maakt geen deel uit van ons dagelijkse leven. We zijn een normaal gezin, geen gezin met een gat erin. Daar ben ik dankbaar voor.”

Tekst: Manon de Heus. Fotografie: Robert Alexander

De mooiste artikelen iedere week in je mailbox ontvangen? Abonneer je dan op de leukste nieuwsbrief van Nederland!

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien