We Will Rock You de musical: nu tot 50% korting!

Zoek binnen:

De tegenstribbelende bejaarde

Drie jaar terug maakte ik dit ook mee, deze complete nachtmerrie. Een waar trauma hield ik eraan over. Ik durfde er met niemand over te praten, hoewel dat misschien wel geholpen had, ja, wie weet waren er wel meer mensen die dit hadden meegemaakt. Maar de tijd heelt zoals bekend alle wonden en langzaamaan verdween dat verschrikkelijke moment uit mijn geheugen. Ach wat, dacht ik, het was een stom voorval geweest, meer niet. Ja mensen, ik gaf het een plekje, diep, héél diep in mijn rugzakje.

Tot gisteren. Ik stond ditmaal niet in de tram maar in de metro. Naast me zat een vrouw en die keek me bezorgd aan. En toen zei ze het: “Meneer, wilt u soms zitten?” Even nog keek ik om, in de volle verwachting dat er achter me een hoogbejaard mannetje zou staan dat zichzelf overeind hield met een wandelstok. Niks te zien. Zonder een antwoord af te wachten was ze nu ook opgestaan, de trut. Hier was geen oplossing voor. Ik kon natuurlijk koppig blijven staan, maar wie weet zou ze dan wel blijven aanhouden: “Gaat u toch zitten, meneer!” Zodat het hele metrostel het kon zien en horen en wie weet, ze had wel iets van een verpleegster, ging ze me anders wel op de zitplaats duwen, met een even bezorgde als ferme blik, alsof ze te maken had met het beruchte type van De Tegenstribbelende Bejaarde, zo eentje die in zo’n situatie ook nog gaat roepen: “Ik ben niet oud!” Kortom, ik ging zitten.

Advertentie

Ik voelde me ineens een jaar of zeventig; ik ben vijfenvijftig. En het was nog erger dan die eerste keer, drie jaar geleden, want toen was er een meisje van achttien, negentien voor me opgestaan. Toen kon ik nog denken: ach, op die leeftijd vind je iedereen boven de veertig stokoud, dat had de pijn toen nog een beetje verzacht. Maar deze vrouw was zo te zien een eind in de veertig, misschien nog wel ouder, ja, misschien was ze wel even oud als ik.

Toen ik op de eindbestemming was gearriveerd, liep ik kaarsrecht (doen bejaarden niet), keek op mijn horloge alsof ik enorme haast had (hebben bejaarden nooit) en gooide snel mijn krant in een prullenbak (alleen bejaarden schijnen nog de krant te lezen) – intussen, na dit tweede trauma, doodsbang dat iemand op me af zou komen en zou zeggen, heel luid, anders verstaan ze je niet, hè, die bejaarden: “BENT U DE WEG KWIJT, MENEERTJE?”

Lees ook Hans zijn column over het huishouden, of lees een van de andere columns.

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien