Amsterdam Light Festival met korting >

Hans – de kelder opruimen

Mijn vrouw had vorige week een plan: ‘Wij gaan de kelder opruimen.’ Ik vond het een wat schokkende mededeling. Die kelder is namelijk 15 bij 20 meter. Als je hem voor het eerst ziet, denk je: geweldig, al die ruimte. Na een tijdje denk je: wat moet je ermee, met al die ruimte? En weer een tijdje later heb je die kolossale ruimte volgepropt met alles wat je vroeger meegaf aan het grofvuil. Zaterdag begonnen we. Na een paar uur hadden we al vele, vele volle verhuisdozen bij de afvalverwerking afgeleverd. Drie ritjes later bekeek ik moedeloos de kelder: dit schoot nauwelijks op. Ik zat intussen onder het zweet en kreeg sterk het idee dat mijn rug begon te protesteren. Mij leek dit wel een goed moment om ermee te stoppen. Morgen weer een dag! ‘Zo,’ zei mijn vrouw, ‘dan gaan we nu die ruimte daar achter ontruimen.’ Mijn vrouw is één meter zestig en erg slank. Het verbaast me altijd weer dat ze bij windkracht acht niet van het strand wordt geblazen. Desalniettemin zweette zij niet. Ze zag eruit alsof ze nog wel zeventig, tachtig dozen aankon. Fluitend. ‘Geen probleem!’, loog ik.

En daar gingen we weer, de zwetende, zwoegende, zuchtende man met zijn vrouwtje die dozen de trap opdroeg alsof het niks was. ‘Gaat lekker zo, hè?’, vroeg ze. Dat komt vaak voor en het is altijd weer even pijnlijk: dat je als man stiekem een wedstrijd aangaat met je eigen vrouw. Ik zal je krijgen, dacht ik, we zullen wel eens zien wie hier nooit opgeeft, kom op met die rommel, ha! Maar ik was zo moe… Op een gegeven moment begon ik andermaal te liegen, nu uit wanhoop. ‘Je ziet er moe uit, lieverd’, zei ik.  Valt mee hoor. We rusten vanavond laat wel uit.’ Vanavond laat? Leefde ik dan nog?

En toen… ik liep met de zoveelste doos naar de auto… en toen… sorry, maar als ik eraan terugdenk, word ik weer overmand door emoties… toen liep ze me voorbij met haar doos, volgens mij nu echt fluitend, maar wellicht is dat in mijn hoofd gaan zitten. Ik gooide de handdoek in de ring. Daar zat ik dan, op de stoep: de man die van zijn vrouw verloor bij de wedstrijd kelder opruimen. En terwijl ze vrolijk verder ging met opruimen, dacht ik: wacht maar, ik zal je krijgen, wacht maar tot we binnenkort de keukenramen schilderen…

I’ll be back, baby.

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien