Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

Interview – Bram van der Vlugt

U bent 25 jaar de vaste raadgever van Sinterklaas geweest in televisie-aangelegenheden. Waarom hebt u nú dit boek geschreven?
“Ik heb jarenlang van alles en nog wat afgewezen omdat ik niet over Sinterklaas wilde praten. Maar ik heb vijfentwintig jaar zo dicht bij hem gezeten dat ik wel een kijkje achter de schermen wilde geven.”

Wat vindt Sinterklaas ervan?
“Nou, dat weet ik eigenlijk niet, ik heb het niet met hem overlegd en als je het boek heel goed leest, dan merk je ook wel dat die identiteiten door elkaar heen lopen. Soms weet ik ook niet goed meer wie er aan het woord is. Dat is een beetje koketteren maar het is ook waar. Ik heb wel eens gezegd dat ik de luis in de baard van Sinterklaas ben.”

De adviseur van Sinterklaas is met pensioen. En u? U ook?

“Nee! Ik heb 25 jaar zó dicht bij Sinterklaas mogen staan, maar op een gegeven moment is het klaar. Sinterklaas heeft nu een nieuwe adviseur en ik sta nog steeds op het toneel. Het is fysiek zwaar om Sinterklaas te zijn. Je bent de hele dag in functie, met een baard en een mijter en dan zeggen zelfs de mensen in de studio opeens ‘u’ tegen je, ze praten immers met Sinterklaas. Het is streng verboden om beelden te maken van Sinterklaas als hij zich aankleedt. En met dit boek kan ik als raadgever tóch stiekeme dingen vertellen…”

Advertentie

Hebt u de foto’s in het boek zelf uitgekozen?
“Wel de foto’s waar ik zelf op sta. Hoewel, niet ik hè, Ebru, maar Sinterklaas! Je moet ons potverdikkie wel uitelkaar houden!”

Excuus! Weet u waarom er gedichten geschreven worden bij Sinterklaascadeautjes?

“Ik weet veel over eten en drinken en marsepein en taaitaai, maar ik weet niet waar de dichttraditie vandaan komt. Bij Sinterklaas hoort een surprise of een gedicht, er is een spelelement. Bij ons thuis is het streng verboden om een cadeau zonder gedicht te geven. Al is het tweeregelig, er móet een gedicht bij. Anders gooi je het maar onder de kerstboom.”

Hoe viert u zelf Sinterklaas?

“O, dat is bij ons verschrikkelijk, wij vieren het met kinderen en aanhang. Iedereen komt bij ons op 5 december – dat kon vroeger nog wel eens een dagje schelen – en dan zijn er manden vol cadeaus bij de haard. Wij trekken nooit lootjes dus er zijn altijd veel te veel cadeaus voor iedereen. Echt vreselijk! Maar veel erger nog is dat Sinterklaas nogal ‘ns een live tv-optredens had op 5 december, soms tot half elf of later en dan kwam ik pas tegen twaalf uur thuis. En dan moesten we nog beginnen aan pakjesavond! Dan kon het wel tot vijf uur ’s ochtends duren.

Vorig jaar bent u op 5 december nogal verrast toch?

“Ja… Als vaste raadgever van Sinterklaas in televisie-aangelegen had ik vorig jaar mijn laatste Sinterklaas gedaan en kwam ik braaf om zes uur thuis. Voor de verandering eens en keer op tijd! We gingen bij de haard zitten, de manden met cadeautjes werden buitengezet en het was wachten tot iemand zou opstaan om naar de wc te gaan. Die moet dan aan de bel trekken, dat is het ritueel. Iedereen zit bij de haard en ineens wordt er enorm gebeld en geklopt. Dus ik doe de deur open, staat daar Wegwijspiet met een kaart in zijn hand. Hij was de weg kwijt! ‘Kom maar even binnen’, zei ik, nou ja, het is 5 december hè? En er wordt weer geklopt en weer en de een na de andere Piet van het Sinterklaasjournaal kwam binnen. Uiteindelijk ontbrak alleen Sinterklaas nog. En verdomd! Die kwam ook nog, helemaal speciaal voor mijn 25 jarig jubileum! Mijn hele gezin wist ervan, dus er waren hapjes en drankjes, maar hoe vind je dat? Zomaar zeven, acht Pieten en Sinterklaas die op hun eigen pakjesavond naar mij toe zijn gekomen! Ik heb tranen met tuiten geweend. Oudemannentranen. De een had een nog mooier en liever vers dan de ander, ik was er echt stuk van.”

Hoe is het om over die periode te praten?

“Hartstikke leuk. Niet zo moeilijk, dat staat ook in het boek… Nou ja, jij bent de eerste tegen wie ik het vertel maar ik wil er wel graag over praten. Ik ben vijfentwintig jaar raadgever geweest en ben ermee opgehouden toen ik vijftig jaar aan het toneel was. De helft van mijn toneeltijd ben ik met Sinterklaas geweest.”

Ik kan me voorstellen dat dat heftig was, toneelspelen en adviseur tegelijk zijn.
“Nou ja, de mensen die in de zaal bij de toneelvoorstelling hebben er niets mee te maken dat je overdag Sinterklaas was. En de hele Sinterklaasentourage heeft er niets mee te maken dat je de avond ervoor nog op het toneel hebt gestaan en pas na middennacht thuis bent gekomen. Ik ben in 2001 gestopt met het aannemen van rollen in de periode tussen september en december.”

U was 52 toen u begon met Sinterklaas…
“Naarmate ik ouder werd, ging ik steeds meer op Sinterklaas lijken, ook fysiek. Dat was wel fijn natuurlijk, je kunt niet oud genoeg zijn en als ik het fysiek aan zou kunnen, had ik het nog wel 25 jaar kunnen volhouden. Nou ja, dan ben ik 103. Ik woon op het boerenland, als je daar zegt dat je oud wordt, antwoordt de boer ‘het is te hopen’. Ik kan nog denken, praten en lopen; al mijn kwalen zitten verstopt. Maar als je 35x per jaar wilt Sinterklazen met allemaal jonge mensen die veel meer energie hebben en waar het productietempo op is afgesteld, dan wordt het wel veel na 25 jaar.”

Nog één vraag: wat vond Sinterklaas ervan om in Carré te staan?

“Sinterklaas kwam met een zak vol gouden en platina platen Carré in om die aan Guus Meeuwis uit te reiken. De trapjes en de treden waren een probleem voor het paard, maar Sint is samen met mijn vrouw als Piet midden in een lied via het middenpad binnengekomen. Guus wist natuurlijk van niets. Iedereen zong ‘Sinterklaasje, kom maar binnen met je knecht’, het was echt fantastisch! Alle sinterklaasgrappen gingen erin als koek. Na afloop liep ik met mijn vrouw over de Amstel en ze zei: ‘Hebben we toch maar samen in Carré gestaan, jij en ik!’ Het was een unieke belevenis.”

Win Sinterklaas bestaat!
Bram van der Vlugt geeft ons in het nieuwe boek Sinterklaas bestaat! door middel van foto’s en nooit vertelde verhalen een kijkje in het leven van de Sint. Wij mogen 10 exemplaren weggeven. Vul snel het winformulier in. Deze actie loopt tot 29 november 2012.

Bekijk ook andere winacties op libelle.nl/winnen

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hugo de Jonge: "Met testen kan 1,5 meter maatregel mogelijk in juni deels weg”

Als het aan Hugo de Jonge ligt, kan binnenkort de anderhalve meterregel op sommige plekken worden geschrapt. Dit zou mogelijk moeten worden met de toegangstesten, vertelde de demissionair minister Volksgezondheid donderdag in de Tweede Kamer.

Hugo de Jonge wil het wettelijk mogelijk maken dat bepaalde sectoren eerder open kunnen als ze enkel mensen toelaten met een negatieve coronatest. Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat daar akkoord mee, zolang de testen gratis blijven.

Advertentie

Musea en bioscoop

Voor de eerstvolgende versoepelingen zal dit testproject nog niet grootschalig worden ingezet. De Jonge gaf namelijk eerder toe dat dit niet voor elke sector zin heeft. Musea, bioscopen en andere bedrijven in de culturele sector gaven tijdens de pilotfase al aan dat toegangstesten een te hoge drempel voor gasten was.

Kritiek

Eerder in het debat hadden verschillende partijen ook al kritiek op het wetsvoorstel. Voor het plan is ruim een miljard euro uitgetrokken en verschillende fracties vragen zich af of die kosten wel opwegen tegen de versoepelingen die daarmee bewerkstelligd kunnen worden. Ook waren er vragen over de einddatum voor de wet en de eigen bijdrage van mensen voor de testen.

Mooi instrument

Toch wil de demissionair minister graag dat de wet voor de toegangstesten wordt aangenomen. “Het loslaten van de anderhalve meterregel is precies het verschil tussen het wél of niet exploitabel maken van je theater, wel of niet exploitabel maken van je bioscoop. Of het wel of niet exploitabel maken van je restaurant. Daarom is het zo’n mooi instrument, juist in deze fase”, legt hij uit.

De Tweede Kamer gaat volgende week stemmen over de wet, waarna ook de Eerst Kamer nog moet instemmen.

Hugo de Jonge: “Ik twijfel regelmatig aan mezelf”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: LINDA. Beeld: Brunopress.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hugo de Jonge: "Met testen kan 1,5 meter maatregel mogelijk in juni deels weg”

Als het aan Hugo de Jonge ligt, kan binnenkort de anderhalve meterregel op sommige plekken worden geschrapt. Dit zou mogelijk moeten worden met de toegangstesten, vertelde de demissionair minister Volksgezondheid donderdag in de Tweede Kamer.

Hugo de Jonge wil het wettelijk mogelijk maken dat bepaalde sectoren eerder open kunnen als ze enkel mensen toelaten met een negatieve coronatest. Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat daar akkoord mee, zolang de testen gratis blijven.

Advertentie

Musea en bioscoop

Voor de eerstvolgende versoepelingen zal dit testproject nog niet grootschalig worden ingezet. De Jonge gaf namelijk eerder toe dat dit niet voor elke sector zin heeft. Musea, bioscopen en andere bedrijven in de culturele sector gaven tijdens de pilotfase al aan dat toegangstesten een te hoge drempel voor gasten was.

Kritiek

Eerder in het debat hadden verschillende partijen ook al kritiek op het wetsvoorstel. Voor het plan is ruim een miljard euro uitgetrokken en verschillende fracties vragen zich af of die kosten wel opwegen tegen de versoepelingen die daarmee bewerkstelligd kunnen worden. Ook waren er vragen over de einddatum voor de wet en de eigen bijdrage van mensen voor de testen.

Mooi instrument

Toch wil de demissionair minister graag dat de wet voor de toegangstesten wordt aangenomen. “Het loslaten van de anderhalve meterregel is precies het verschil tussen het wél of niet exploitabel maken van je theater, wel of niet exploitabel maken van je bioscoop. Of het wel of niet exploitabel maken van je restaurant. Daarom is het zo’n mooi instrument, juist in deze fase”, legt hij uit.

De Tweede Kamer gaat volgende week stemmen over de wet, waarna ook de Eerst Kamer nog moet instemmen.

Hugo de Jonge: “Ik twijfel regelmatig aan mezelf”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: LINDA. Beeld: Brunopress.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zorgenzoon - deel 44: “Dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten. Zijn flatje moet hij uit, hij krijgt er een hotelstudio buiten de stad voor in de plaats.

Omdat de reclassering eist dat Lars naast school ook betaald werk doet, gaat hij op zoek naar een bijbaan. Dat is hard nodig, want de bekeuringen blijven binnenstromen. Er ligt al bijna voor duizend euro aan procesverbalen op hem te wachten. Gelukkig wordt hij aangenomen bij een thuisbezorgservice. Op de elektrische fiets brengt hij de bestellingen rond. Al zit Lars liever op de scooter. Dat dat onverstandig is, omdat hij geen rijbewijs heeft, zeg ik hem meermalen. Maar hij wil het niet horen en stapt toch iedere keer op zijn snormonster. Ik vraag me af hoe Lars die bestellingen aflevert; in gedachten zie ik hem aanbellen en als de deur open gaat ‘Hier, je eten’ zeggen. Regelmatig vind ik ook een papieren tas met eten erin in de gang. Of hij eet het zelf op. Dat zal toch wel klachten opleveren, lijkt me. Mensen die hun bestelling nooit gekregen hebben, gaan natuurlijk bellen. Maar Lars zit er niet mee. Blijkbaar was er halverwege zijn bestelronde ineens iets belangrijkers te doen. Afgeleid door een telefoontje en weg is de bezorger. Met de muziek mee.

Advertentie

Wijkagent

Op een herfstige woensdag heb ik een afspraak met de wijkagent. In verband met corona treffen we elkaar op een bankje op een pleintje in de buurt. Ze heeft een vrouwelijke collega meegenomen. Beide dames zijn in uniform. Ik gluur naar hun handboeien en pistool. “We willen u op de hoogte brengen van het feit dat Lars zich begeeft tussen een groep probleemjongeren,” steekt de wijkagente van wal. “Er zijn twee groepen jongeren die we sterk in de gaten houden. Bijna alle jongeren die hiertoe behoren, zijn een- of meer maal met de politie in aanraking geweest. Wegens beroving, diefstal of het veroorzaken van onrust.” Getsie. Ik wist natuurlijk wel dat de jongens waar Lars zich mee omringt, geen frisse gasten zijn. Dat kan ik zelf ook wel zien. Maar dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet.

“Al valt het gedrag van Lars in verhouding tot de rest verder wel mee hoor,” probeert de vrouw me een beetje gerust te stellen. Ze vraagt welke jongens ik ken van naam. Ik som er een stuk of vijf op. Deze jongens zie ik geregeld voor mijn voordeur en heel af en toe komt er ook eentje binnen. Al heb ik dat liever niet. “Ja, die horen er allemaal bij,” knikt de vrouw. Ik zucht. “Laten we gewoon goed contact houden,” zegt ze. “U kunt me altijd bellen als er iets is.” Dat is dan wel weer fijn, het 06 nummer van de wijkagent in mijn telefoon. We nemen afscheid. De herfstzon geeft het plein een vredige aanblik. Een langs fietsende man kijkt mij meewarig aan. Wat zal die vrouw op haarkerfstok hebben, dat ze met twee geüniformeerde agenten op een bankje zit? Ik knik hem vriendelijk toe. Hij kijkt snel weer voor zich.

Fotomodel

In het verleden is Lars een paar keer gescout door een modellenbureau. Vijftien jaar was hij toen. Ik snap het wel; hij heeft een mooie kaaklijn, een volle mond en prachtige ogen. Maar fotomodel worden was geen ambitie van hem. Omdat hij dringend in geldnood zit, toont hij zich nu, drie jaar later, ineens wel geïnteresseerd. Ik beloof hem te helpen en stuur een mail aan een modellenbureau; de eigenaresse ken ik nog van het schoolplein. Ze adviseert me contact op te nemen met een ander bureau, omdat zij geen jongens ‘doet’. Ik bel het genoemde bureau op en de man stelt voor dat Lars en ik langskomen op zijn kantoor. Op de afgesproken dag fietsen we samen naar het opgegeven adres. Lars is nerveus, merk ik. Er volgt een kennismakingsgesprek. De man vertelt dat hij ‘hoog in de markt’ zit met zijn klanten: Prada, Gucci, Calvin Klein. Toe maar. Ik had de Wehkamp ook al leuk gevonden. Vervolgens stelt hij Lars diverse vragen. Wat zijn hobby’s zijn, wat hij aan social media doet, hoe het op school gaat. Ik weet dat je om een succesvol model te worden, niet alleen goodlooking moet zijn, maar ook sociaal vaardig. Je moet een goede in- en opstelling hebben en vooral heel erg graag willen. Lars antwoordt in hele korte zinnen. Ik probeer het gesprek een beetje op gang te houden, val hem bij als me dat zinnig lijkt. Dan wordt Lars meegenomen naar een aangrenzende kamer, om polaroidfoto’s te maken. Ik blijf achter in het mooie design kantoor en bestudeer de setcards aan de muur. Prachtige jongens hangen daar, in hippe outfits met schijnbaar ongenaakbare gezichten. De een heeft dromerige donkere krullen, de ander stekeltjeshaar. Een type als Lars zie ik er niet tussen, dat is wellicht een goed teken. Want zoals met alles, draait het ook in modellenland om authenticiteit.

Vijf minuten later staat Lars weer voor me; de fotosessie zit erop. De man zegt dat hij moet overleggen met zijn collega en belooft de volgende dag contact op te nemen over zijn besluit. We nemen afscheid en stappen naar buiten. “Dat wordt niks ma, let maar op,” zegt Lars. Ik antwoord dat hij het niet zo negatief moet inzien. “Er zijn nog genoeg andere bureau’s,” probeer ik hem op te beuren. Hij zegt niets en fietst voor me uit, zijn schouders hoog opgetrokken.

Schaafwond

Een dag later komt Lars woedend thuis. Hij zegt dat hij is klemgereden door een politiebus. En dat ze zijn scooter in beslag hebben genomen. Hij heeft een grote schaafwond op zijn heup. Overstuur stapt hij onder de douche. Ik help hem de wond te verbinden. “Klootzakken, ze hadden me wel dood kunnen rijden,” vloekt hij. Dat hij de inbeslagname aan zichzelf te danken heeft, ziet hij niet. “Wacht maar, ik krijg ze nog wel,” mompelt Lars als hij de trap af holt en naar de voordeur loopt.

Mijn telefoon gaat. Het is het modellenbureau. “Helaas, we denken niet dat Lars geschikt is voor ons bureau. Het is een lekker joch, hij zou het goed doen in een jeans commercial, maar voor een high end label is hij niet specifiek genoeg.”

Godsamme. Specifieker zul je ze niet snel vinden, denk ik. Ik bedank hem voor de moeite en hang op.

Volgende week: Lars komt weer thuis wonen

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

1
Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zorgenzoon - deel 44: “Dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten. Zijn flatje moet hij uit, hij krijgt er een hotelstudio buiten de stad voor in de plaats.

Omdat de reclassering eist dat Lars naast school ook betaald werk doet, gaat hij op zoek naar een bijbaan. Dat is hard nodig, want de bekeuringen blijven binnenstromen. Er ligt al bijna voor duizend euro aan procesverbalen op hem te wachten. Gelukkig wordt hij aangenomen bij een thuisbezorgservice. Op de elektrische fiets brengt hij de bestellingen rond. Al zit Lars liever op de scooter. Dat dat onverstandig is, omdat hij geen rijbewijs heeft, zeg ik hem meermalen. Maar hij wil het niet horen en stapt toch iedere keer op zijn snormonster. Ik vraag me af hoe Lars die bestellingen aflevert; in gedachten zie ik hem aanbellen en als de deur open gaat ‘Hier, je eten’ zeggen. Regelmatig vind ik ook een papieren tas met eten erin in de gang. Of hij eet het zelf op. Dat zal toch wel klachten opleveren, lijkt me. Mensen die hun bestelling nooit gekregen hebben, gaan natuurlijk bellen. Maar Lars zit er niet mee. Blijkbaar was er halverwege zijn bestelronde ineens iets belangrijkers te doen. Afgeleid door een telefoontje en weg is de bezorger. Met de muziek mee.

Advertentie

Wijkagent

Op een herfstige woensdag heb ik een afspraak met de wijkagent. In verband met corona treffen we elkaar op een bankje op een pleintje in de buurt. Ze heeft een vrouwelijke collega meegenomen. Beide dames zijn in uniform. Ik gluur naar hun handboeien en pistool. “We willen u op de hoogte brengen van het feit dat Lars zich begeeft tussen een groep probleemjongeren,” steekt de wijkagente van wal. “Er zijn twee groepen jongeren die we sterk in de gaten houden. Bijna alle jongeren die hiertoe behoren, zijn een- of meer maal met de politie in aanraking geweest. Wegens beroving, diefstal of het veroorzaken van onrust.” Getsie. Ik wist natuurlijk wel dat de jongens waar Lars zich mee omringt, geen frisse gasten zijn. Dat kan ik zelf ook wel zien. Maar dat het een officiële ‘gang’ is, wist ik niet.

“Al valt het gedrag van Lars in verhouding tot de rest verder wel mee hoor,” probeert de vrouw me een beetje gerust te stellen. Ze vraagt welke jongens ik ken van naam. Ik som er een stuk of vijf op. Deze jongens zie ik geregeld voor mijn voordeur en heel af en toe komt er ook eentje binnen. Al heb ik dat liever niet. “Ja, die horen er allemaal bij,” knikt de vrouw. Ik zucht. “Laten we gewoon goed contact houden,” zegt ze. “U kunt me altijd bellen als er iets is.” Dat is dan wel weer fijn, het 06 nummer van de wijkagent in mijn telefoon. We nemen afscheid. De herfstzon geeft het plein een vredige aanblik. Een langs fietsende man kijkt mij meewarig aan. Wat zal die vrouw op haarkerfstok hebben, dat ze met twee geüniformeerde agenten op een bankje zit? Ik knik hem vriendelijk toe. Hij kijkt snel weer voor zich.

Fotomodel

In het verleden is Lars een paar keer gescout door een modellenbureau. Vijftien jaar was hij toen. Ik snap het wel; hij heeft een mooie kaaklijn, een volle mond en prachtige ogen. Maar fotomodel worden was geen ambitie van hem. Omdat hij dringend in geldnood zit, toont hij zich nu, drie jaar later, ineens wel geïnteresseerd. Ik beloof hem te helpen en stuur een mail aan een modellenbureau; de eigenaresse ken ik nog van het schoolplein. Ze adviseert me contact op te nemen met een ander bureau, omdat zij geen jongens ‘doet’. Ik bel het genoemde bureau op en de man stelt voor dat Lars en ik langskomen op zijn kantoor. Op de afgesproken dag fietsen we samen naar het opgegeven adres. Lars is nerveus, merk ik. Er volgt een kennismakingsgesprek. De man vertelt dat hij ‘hoog in de markt’ zit met zijn klanten: Prada, Gucci, Calvin Klein. Toe maar. Ik had de Wehkamp ook al leuk gevonden. Vervolgens stelt hij Lars diverse vragen. Wat zijn hobby’s zijn, wat hij aan social media doet, hoe het op school gaat. Ik weet dat je om een succesvol model te worden, niet alleen goodlooking moet zijn, maar ook sociaal vaardig. Je moet een goede in- en opstelling hebben en vooral heel erg graag willen. Lars antwoordt in hele korte zinnen. Ik probeer het gesprek een beetje op gang te houden, val hem bij als me dat zinnig lijkt. Dan wordt Lars meegenomen naar een aangrenzende kamer, om polaroidfoto’s te maken. Ik blijf achter in het mooie design kantoor en bestudeer de setcards aan de muur. Prachtige jongens hangen daar, in hippe outfits met schijnbaar ongenaakbare gezichten. De een heeft dromerige donkere krullen, de ander stekeltjeshaar. Een type als Lars zie ik er niet tussen, dat is wellicht een goed teken. Want zoals met alles, draait het ook in modellenland om authenticiteit.

Vijf minuten later staat Lars weer voor me; de fotosessie zit erop. De man zegt dat hij moet overleggen met zijn collega en belooft de volgende dag contact op te nemen over zijn besluit. We nemen afscheid en stappen naar buiten. “Dat wordt niks ma, let maar op,” zegt Lars. Ik antwoord dat hij het niet zo negatief moet inzien. “Er zijn nog genoeg andere bureau’s,” probeer ik hem op te beuren. Hij zegt niets en fietst voor me uit, zijn schouders hoog opgetrokken.

Schaafwond

Een dag later komt Lars woedend thuis. Hij zegt dat hij is klemgereden door een politiebus. En dat ze zijn scooter in beslag hebben genomen. Hij heeft een grote schaafwond op zijn heup. Overstuur stapt hij onder de douche. Ik help hem de wond te verbinden. “Klootzakken, ze hadden me wel dood kunnen rijden,” vloekt hij. Dat hij de inbeslagname aan zichzelf te danken heeft, ziet hij niet. “Wacht maar, ik krijg ze nog wel,” mompelt Lars als hij de trap af holt en naar de voordeur loopt.

Mijn telefoon gaat. Het is het modellenbureau. “Helaas, we denken niet dat Lars geschikt is voor ons bureau. Het is een lekker joch, hij zou het goed doen in een jeans commercial, maar voor een high end label is hij niet specifiek genoeg.”

Godsamme. Specifieker zul je ze niet snel vinden, denk ik. Ik bedank hem voor de moeite en hang op.

Volgende week: Lars komt weer thuis wonen

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

1
Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien