Center Parcs: samen uitwaaien aan de Zeeuwse kust

Zoek binnen:

Fleur schreef een brief aan minister Hugo de Jonge over jeugdzorg

Gewoon eens je zorgen en grieven neerleggen bij de verantwoordelijke minister, dat is niet iedereen gegeven. Deze week krijgt Fleur deze kans wel. Zij had als kind en heeft nu door haar studie te maken met jeugdzorg. Ze schreef een brief aan Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, én krijgt antwoord.

Beste minister,
Sinds mijn tiende heb ik te maken met jeugdzorg. Eerst omdat ik zelf hulp nodig had en tegenwoordig omdat ik als derdejaars student Social Work met kinderen werk. Ook zit ik in de Jongerentaskforce van Augeo Foundation. Namens hen geef ik gastlessen en laat ik de stem van jongeren horen aan beleidsmakers en de politiek.
Toen ik tien was, had ik hulp nodig na een traumatische ervaring en kwam ik bij Jeugdzorg op een wachtlijst. Net als de kinderen van tegenwoordig, want in mijn werk maak ik mee dat kinderen soms zes maanden moeten wachten op een eerste gesprek met een hulpverlener en ook dan is hulp nog niet meteen opgestart. Dat is niet alleen een probleem voor de kinderen met wie ik werk, ook kwetsbare jongeren krijgen in Nederland geen of niet op tijd hulp. Dat geeft ze het gevoel dat ze niet belangrijk zijn, een rotgevoel. Het is hún leven, ze zouden daar enige controle over mogen hebben.
Sinds het nieuwe stelsel van jeugdzorg uit 2015, gaat er veel mis. Gisteren sprak ik met mijn moeder over wat ik u wilde schrijven. Zij raakte de kern: “Elke beleidsmaker die heeft gevoeld wat wij hebben gevoeld, weet dat het anders moet,” zei ze. “We verdwaalden in een systeem van formulieren, dossiers en wachttijden. Het was zó frustrerend en zo eenzaam. Waarom moeten ouders en kinderen zich zo alleen voelen?”

Advertentie

“Lang wachten geeft kinderen het gevoel dat ze niet belangrijk zijn”

Dat lang wachten op hulp heel moeilijk is, weet ik helaas maar al te goed. Het maakte dat ik me destijds nog ongelukkiger en onveiliger ging voelen. Doordat hulp zolang uitbleef, werd mijn problematiek steeds erger, waardoor mijn ouders de zorg voor mij niet meer aankonden en ik uit huis werd geplaatst. In de instelling waar ik terechtkwam, werd ik weleens in de isoleer geplaatst, een soort bankkluis met een bed, wc en spiegel. Nog steeds ben ik bang voor kleine ruimtes en het erge is dat kinderen ook nu nog worden geïsoleerd en gefixeerd. Elke instelling heeft zijn eigen beleid, bij sommige gebeurt het wel, bij andere niet. Het is hard nodig dat hiervoor landelijke regels komen, met aandacht voor alternatieven en dat be-tekent: meer personeel. Ik moet bekennen dat ik zelf ook weleens een kind heb gefixeerd. Op dat moment was dat nodig voor zijn eigen veiligheid en dat van de groep, maar het was veel beter geweest als er meer collega’s waren geweest om hem te begeleiden: zonder blauwe plekken, met rust en aandacht.
We kunnen gemeenten niet de schuld geven van het personeelsgebrek en ook niet van de wachttijden. Zij zijn weliswaar sinds vijf jaar verantwoordelijk voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering, maar komen flink geld te kort. Daarom hoop ik dat u ervoor kunt zorgen dat er voldoende jeugdhulpverleners komen, zodat kinderen zo snel mogelijk krijgen wat ze nodig hebben, namelijk veiligheid en vertrouwen, en kunnen opgroeien tot stabiele volwassenen. Dat verdient elk kind.
Fleur (21)

Als minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is Hugo de Jonge (42) verantwoordelijk voor jeugdzorg. Hij heeft twee kinderen, woont in Rotterdam en na vijf jaar in het onderwijs te hebben gewerkt, werd hij beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van het CDA. Sinds oktober 2017 is hij minister en viceminister-president in kabinet Rutte III.

Wat dacht je toen je de brief van Fleur las?
“Fleurs verhaal raakt me en de problemen die zij aanstipt, zijn helaas herkenbaar. Ik lees hoe weerbarstig de jeugdzorg is en hoe moeilijk het is om het voor alle kinderen goed te doen.”

Sinds het nieuwe jeugdzorgstelsel van 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg. Het idee was dat zij dichter bij het kind staan en zo beter in staat zijn zorg op maat te leveren. Dat is niet goed gelukt. Wilt je de decentralisatie terugdraaien?
“Nee, ik geloof er nog steeds in. Ik denk echt dat het beter is dat de overheid die het dichtst bij de mensen staat, de gemeente, hier verantwoordelijk voor is. Ik wil de problemen zeker niet wegwuiven, maar ook benadrukken dat veel dingen wel goed gaan. Beter dan voor 2015.”

Laten we daarmee beginnen. Wat gaat er goed?
“Voorheen werd de jeugdzorg vaak hard afgekapt bij achttien jaar, maar jongeren zijn dan niet opeens volwassen. Ze hebben ook na hun achttiende nog hulp nodig, dat gebeurt nu veel vaker. Wat ook goed gaat, is dat meer jongeren die te maken hebben met huiselijk geweld veel beter in beeld zijn bij hulpverlening. Verder wilden we dat er meer integraal wordt geholpen. Dat is een beetje een beleidswoord, maar daarmee bedoel ik dat je problemen bij en rondom een kind niet stuk voor stuk aanpakt, maar in één keer. Met meerdere hulpverleners, die goed contact met elkaar hebben. Verder worden er minder kinderen uit huis geplaatst.”

En wat gaat er niet goed?
“Er zijn heel hardnekkige problemen, zoals de wachttijden waar Fleur het over heeft. Er gaat ook nog steeds te veel tijd en aandacht naar papieren rompslomp en bureaucratisch gedoe, terwijl we dat nou juist wilden terugdringen. Daar moeten we echt nog veel harder aan sleuren. Het belangrijkste probleem is dat het soms niet lukt om snel hulp te regelen voor kin-deren die het hard nodig hebben.”

Waarom lukt dat onvoldoende?
“Instellingen die betrokken zijn bij de hulp rondom een kind hebben te maken met meerdere gemeenten. Dat betekent dat ze met allerlei eisen van die verschillende gemeenten te maken hebben en daar moeten we vanaf. Dat gaan we doen door te kijken of gemeenten beter kunnen samenwerken, waardoor er meer tijd overblijft voor zorg. Een andere reden is dat sommige jongeren zulke complexe problemen hebben, dat ze niet in één instelling kunnen worden geholpen. Denk aan jongeren met ernstige eetstoornissen, die behalve psychische ook medische hulp nodig hebben, zoals sondevoeding. Soms is er wel medische zorg beschik-baar, maar geen psychische, of andersom, terwijl je het allebei tegelijk wilt bieden. Daarmee krijg je precies wat Fleur zegt: jongeren met de moeilijkste problemen moeten vaak het langst wachten op hulp. We zullen daarom in elke regio centra voor hoogspecialistische zorg inrichten, zodat kinderen en jongeren met complexe problemen snel hulp kunnen krijgen.”

Fleur wijst je erop dat er flink geld te kort is.
“Na de bezuinigingen in de jeugdzorg van het vorige kabinet hebben we dit voorjaar extra geld toegevoegd aan de begroting. De komende twee jaar doen we dat nog een keer.”

Is dat voldoende, drie jaar lang geld erbij?
“Ik denk dat er daarna ook nog extra geld nodig zal zijn, het is alleen moeilijk te zeggen hoeveel. Er gaat nu 4,2 miljard euro per jaar naar jeugdzorg, dat is meer dan ooit. Ik hoor van gemeenten dat ze nog steeds te kort hebben, maar uit onderzoek blijkt ook dat er veel naar administratie en coördinatie gaat. Dat moet anders, zodat het terechtkomt bij diegenen voor wie het is bedoeld: kinderen in de problemen.”

Uit onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd blijkt dat er veel personeelsverloop is, omdat de werkdruk hoog is.
“We zien dat sommige organisaties goed in staat zijn mensen vast te houden. Zij bieden on-der meer ruimte voor ontwikkeling, zoals opleiding en reflectie. Ook dringen ze de bureaucratie binnen hun instelling terug en zorgen voor werknemers die het moeilijk hebben, als ze te maken hebben met agressie bijvoorbeeld. Wat ik wil doen, is die goede voorbeelden prak-tijk te laten worden bij alle instellingen. We kunnen ontzettend veel van elkaar leren.”

Fleur schrijft ook over het fixeren en separeren van kinderen. Dat is in 2022 verleden tijd?
“Die afspraak is gemaakt: alle instellingen voor gesloten jeugdzorg hebben uitgesproken dat ze daar vanaf willen. We weten dat het extra traumatiserend is, maar we weten ook dat een kind soms dusdanig gedrag vertoont dat het een gevaar vormt voor zichzelf of een ander. Sommige instellingen isoleren al niet meer, onder andere omdat er extra personeel is dat een kind bijstaat dat het moeilijk heeft. Hierdoor verbetert het pedagogisch klimaat, er wordt beter met moeilijk gedrag omgegaan en dat is uiteindelijk veel fijner voor kinderen.”

Wat vind je van Fleurs woorden over eenzaamheid en zich niet belangrijk voelen?
“Die raken me, want ik zou willen dat elk kind meteen goed wordt geholpen. Ik vergelijk het weleens met de brandweer: in elk verhaal over brand is de brandweer altijd de held, want die komt blussen. In verhalen over jeugdzorg is het andersom, want “Waarom was jeugdzorg er nou niet op het moment dat ik die het allerhardst nodig had?” We vergeten dat in duizenden gevallen, per dag misschien wel, jeugdzorg er juist wél is. Alleen in een te groot aantal ge-vallen, zoals ook in het verhaal dat Fleur vertelt, is dat niet het geval.”

Wat doet dat met jou?
“Het doet iedereen in de jeugdzorg en alle beleidsmakers pijn. Mij ook. Ik zou zó graag willen dat Fleur over een tijdje geen reden meer ziet om een brief als deze te schrijven. In Den Haag staat helaas geen grote, rode knop waarop je kunt drukken zodat alles in één keer verandert. We moeten het stap voor stap doen.”

Is het moeilijk om het goed te doen als minister?
“Soms wel. Als ik heel eerlijk ben, is jeugdzorg mijn lievelingsonderwerp. Ik ben leraar ge-weest, was als wethouder in Rotterdam verantwoordelijk voor jeugdzorg en mijn vrouw is schoolmaatschappelijk werker. Ik ken zo veel verhalen van dichtbij: over kinderen met wie het niet goed gaat, over dingen die beter kunnen, over hulpverleners die prachtige dingen doen. Ik zie hoe het op onderdelen al beter gaat en heb talloze ideeën over hoe het anders en beter moet. Ik wil kijken hoe je het verschil kunt maken in het leven van kinderen, dat is het mooiste wat er is.”

Lees hier het verhaal van Juf Hanne die een brief schreef aan minister Slob.

Interview: Deborah Ligtenberg. Beeld: iStock

Zo zorg je ervoor dat je relatie standhoudt en samen oud wordt

relatie

Premium

Het aantal alleenstaanden en echtscheidingen is nog nooit zo hoog geweest. Hoe komt het toch dat de zoektocht naar De Ware zo moeilijk is geworden? En: wat kunnen we zelf eraan doen om goed samen oud te worden?

We zijn, uitzonderingen daargelaten, allemaal op zoek naar de ware liefde. En als we die gevonden hebben, proberen we dat gevoel zo stevig mogelijk vast te houden. Althans, dat zou je denken. De realiteit is anders. Niet eerder telde Nederland zo veel alleenstaanden. Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw nam het
Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien