Tas Shabbies Amsterdam: nu met 50% korting!

Zoek binnen:

José is er klaar mee: "Er wordt op een betuttelende manier met 60-plussers omgegaan"

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek (59) is een nieuwsjunk. Sinds het uitbreken van de coronacrisis volgt ze alle ontwikkelingen op de voet. Over één ding kan ze zich behoorlijk opwinden: de betuttelende manier waarop er met de 60-plussers wordt omgegaan. Zowel vanuit de overheid als door hun liefhebbende maar soms overbezorgde kinderen.

Mijn vriendin Sandra is 64. Grijze haren in haar donkere krullenbos, een rimpel hier en daar. Tanig lijf. 2 keer per week loopt ze 10 kilometer hard. Ze werkt zich uit de naad op de middelbare school waar ze Engels geeft en decaan is, zéker in coronatijden. Binnen de kortste keren had ze het video-lesgeven onder de knie en ze houdt haar leerlingen zo goed en zo kwaad als het kan in de gaten.

Op de vrijdagen past ze normaal altijd op kleinzoon Sam van 2. Maar nu even niet. Haar zoon en schoondochter vinden dat namelijk niet goed, want mama behoort volgens hen tot de risicogroep. Protesteren helpt niet. Als Sandra zegt dat de kans op sterfte door het COVID19-virus op haar leeftijd en met haar lichamelijke conditie minimaal is – ze is tenslotte een kerngezonde vrouw zonder overgewicht – wuiven ze haar liefdevol weg. ‘Nee mam, we willen echt niet dat jij corona oploopt en ziek wordt. Of erger.’

Advertentie

Eén keer heeft Sandra Sam mogen zien, met Pasen, in de tuin, op veilige afstand. Toen Sammie enthousiast op oma wilde afstormen, werd hij tegengehouden door zijn vader, waarop het knulletje het op een krijsen zette en zich ter aarde stortte. Sandra kon wel janken. Ze voelde zich opeens oud. Stokoud.

Mijn broer en zijn vrouw idem dito. Ze zijn allebei midden 60, en een half jaar geleden grootouders geworden. Ook zij mogen hun kleindochtertje momenteel alleen op filmpjes en foto’s zien. Mijn broer is een aantal jaren geleden gedotterd, inmiddels is hij weer kerngezond, maar zijn dochter vindt het risico toch te groot.

Natuurlijk begrijp ik al die lieverds, die bezorgde dertigers en veertigers die hun ouders willen beschermen, maar nog beter begrijp ik de frustratie van al die vitale 60ers en 70ers die opeens als ‘kwetsbaar’ worden bestempeld. Als het aan hun kinderen en aan Rutte ligt, zitten ze alleen nog maar in huis. Vooruit, ze mogen nog de tuin in, maar voorbij het tuinhek en de heg is de wereld verboden terrein geworden.

Opeens zijn al die boomers, die tot voor kort in campers dwars door Europa reden, die de concertzalen en de theaters bevolkten, en met gemak 15 kilometer wegwandelden of twee partijtjes tennis achter elkaar speelden, de ‘kwetsbare oudjes’. Ze worden weggezet als een bevolkingsgroep die opgesloten dient te worden, opdat de 60-minners weer op terrasje kunnen zitten en aan het werk kunnen gaan, om zo de economie te redden.

Is het omdat ik zelf binnenkort 60 word dat ik deze betutteling akelig en afschrikwekkend vind? Natuurlijk, we moeten ons allemaal houden aan social distancing, ons schikken in de anderhalve-metersamenleving, ik roep echt niet op tot muiterij. Maar zouden die 60ers en 70ers niet voor zichzelf kunnen bepalen of ze wel of niet het risico nemen dat een kleinkind onverhoeds op schoot springt?

En zouden die 80ers en 90ers die nu doodeenzaam vegeteren in hun verzorgings- en verpleeghuizen niet zelf kunnen bepalen of ze wel of niet bezoek willen ontvangen – nadat alle risico’s goed zijn uitgelegd? Zou in het geval van dementerende bejaarden of mentaal gehandicapten hun familie de voors en tegens niet mogen afwegen?

Natuurlijk betekent dat een andere organisatie in die huizen, moeten mensen die wél bezoek en de mensen die geen bezoek willen ontvangen, gescheiden worden. Maar het lijkt mij toch dat daar een mouw aan te passen valt.

Ik moet deze dagen vaak denken aan Hedy d’Ancona (82). In een interview in Human Inc, het magazine van het Humanistisch Verbond zei ze vorig jaar: ‘Goed oud worden is wat mij betreft ook gelijkwaardigheid eisen in plaats van compassie of respect. Ik wil behandeld worden als een volwaardige gesprekspartner. Zelfbeschikkingsrecht is uiteindelijk het allerbelangrijkste in het leven, wat mij betreft, ook voor ouderen. Zeker als je heel oud wordt en dat niet meer goed voelt, moet je de vrijheid hebben om over je leven te kunnen beschikken. Dat moet altijd een individuele afweging zijn. Als iemand die als Joods kind de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, weet ik dat het niet goed is om dit soort zeer persoonlijke beslissingen aan de staat over te laten, of aan een god.’

Ik zou het wel weten. Ik zou niet weggezet willen worden als ‘kwetsbaar oudje’. Ik zou mijn kinderen en kleinkinderen willen zien en hun warmte letterlijk willen voelen. Ik zie niet het nut en de vreugde van een verlengd leven dat ik in mijn dooie eentje moet uitzitten. Knuffel mij maar liever dood.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Tekst: José Rozenbroek. Beeld: Zora Ottink

Lees meer

Tessel Tindert: “Ik waardeerde zijn eerlijkheid, maar die deed ook pijn”

Tessel Tindert

Ik lig in mijn bed onder een dun lakentje en kan niet slapen. Mijn slaapkamer krijg ik bij deze superhittegolf niet meer koel, hoewel ik daar de gordijnen de hele dag dichthoud. Mijn ventilator is stuk. Morgen een nieuwe bestellen, noteer ik in mijn hoofd.

Na een half uur sta ik op en loop de woonkamer in. De maan schijnt door een van de dakramen naar binnen en bij het open raam waait een zoel windje langs mijn klamme rug. Ik schenk een restje witte wijn in en pak de brief van Wijnand er nog eens bij. D

Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien