Hoera! Libelle is genomineerd. Stem nu >

Zoek binnen:

Wat te doen als je kind depressief is

Elk jaar reikt Libelle een Medische Award uit. Dit keer gaat de prijs naar Bernet Elzinga (45), psycholoog en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Haar droom: depressie onder tieners terugdringen door het hele gezin bij de therapie te betrekken.

Schrijnende cijfers
In Nederland kampt bijna 3% van de jongeren van 13 tot 18 jaar met depressieve klachten. Omgerekend zijn dat er 134.000. Schrijnende cijfers, vindt de Leidse professor, vooral omdat depressie heel lastig te behandelen is: “Therapie, eventueel in combinatie met medicijnen, slaat maar bij de helft van de tieners aan. Verontrustend, omdat deze leeftijd echt een schakelfase is: beslissend voor de rest van iemands leven. Een tiener met depressie heeft 70% kans om later opnieuw depressieve klachten te krijgen.”

Advertentie

Alarmbellen
Maar hoe signaleer je een depressie bij een kind in de puberleeftijd? Teruggetrokken gedrag, somberheid, prikkelbaarheid… welke puber heeft daar nu geen last van? “Die schommelingen in het gedrag horen ook bij de leeftijd en bovendien kunnen de verschijnselen van depressie erg uiteenlopen”, erkent Bernet Elzinga. “Maar er zijn wel alarmsignalen. Bijvoorbeeld: wijkt het gedrag van het kind duidelijk af van hoe het eerder was? Is er sprake van een gebrek aan eetlust, problemen met slapen en veranderingen in het dag- en nachtritme? Als een puber de ene dag somber is maar de volgende dag dolenthousiast, hoeft er geen probleem te zijn. Ook veel vrienden en vriendinnen hebben, is een goed teken. Maar als je dochter of zoon zich steeds meer terugtrekt, nergens meer blij van wordt, geen contact maakt met vrienden en ook nog slechte resultaten behaalt op school, moet er een belletje gaan rinkelen. Vaak zie je bij depressieve kinderen ook dat ze zich stevig vasthouden aan opvattingen over hun eigenwaarde. Hoeveel complimenten je ook geeft, ze vinden zichzelf waardeloos en tot niets in staat.”

“OUDERS DENKEN AL SNEL: IS HET MIJN SCHULD DAT MIJN KIND DEPRESSIEF IS?”

Overmatig kritisch
Depressie is een ziekte, dat is de heersende opvatting. Uit onderzoek blijkt dat genetische aanleg bij 50% van de depressies een rol speelt. In haar onderzoek richt Bernet Elzinga zich juist op die andere 50%. Daarbij bestudeert ze met name de kwaliteit van het contact tussen ouders en hun kinderen. “De rol van de ouders bij het ontstaan of het in stand houden van een depressie bij hun tienerzoon of -dochter is een belangrijk onderzoeksgebied”, vertelt ze. “Mijn onderzoek laat zien dat de communicatie in het gezin een grote rol speelt. De ernst van de klachten bij depressieve tieners hangt af van de mate waarin ze zich gesteund voelen door hun ouders. Als er een warm contact is en de ouders laten hun kind weten dat het waardevol is, wat hij of zij ook zegt of doet, dan zie je dat de klachten minder ernstig zijn en ook minder chronisch.” Soms zijn ouders overmatig kritisch en wijzen ze het kind voortdurend op zijn fouten en tekortkomingen, ziet Elzinga. “In ons onderzoek maken we onderscheid tussen emotionele verwaarlozing en emotionele mishandeling. In het geval van emotionele verwaarlozing wordt de behoefte aan liefde en emotionele steun structureel genegeerd. Van emotionele mishandeling is sprake als de ouders extreem kritisch zijn en het kind uitschelden.”

Kleine stapjes vooruit
Dat de kwaliteit van het contact tussen ouders en kind invloed heeft op depressieve klachten bij tieners, is een moeilijke boodschap, zegt Elzinga. “Toch is het goed dat er nu aandacht voor komt. Natuurlijk schrikken ouders als je ze duidelijk maakt hoe groot hun rol is. Ze vragen zich dan af: is het mijn schuld dat mijn kind depressief is?” Maar de schuldvraag is niet relevant, stelt de onderzoekster. “In veel gevallen doen ouders het goed. Van de depressieve jongeren geeft 30% aan dat zij thuis problemen hebben en zich niet gesteund voelen, maar ook in deze gevallen hebben ouders doorgaans het beste met hun kinderen voor. Kritiek op het kind dat met een depressie worstelt, is vaak een teken van onmacht. Net als overbescherming, wat ook niet helpt bij een tiener met een depressie. Als je kind ongelukkig is, wil je alles doen om het te behoeden voor meer narigheid. Maar dat kan er juist voor zorgen dat de depressie blijft bestaan.”

“ALS OUDER MOET JE PROBEREN OM JE EIGEN ANGSTEN ONDER CONTROLE TE HOUDEN”

Advies
Het advies van Elzinga: laat je kind voelen dat je betrokken en geïnteresseerd bent, maar stimuleer het ook om eropuit te gaan en nieuwe dingen te ondernemen. “Liefdevolle verwaarlozing, noem ik dat”, lacht de Leidse hoogleraar. “Dat wil zeggen: blijf je kind steunen en volgen, zoek naar manieren van contact waar het behoefte aan heeft. Zit je zoon of dochter niet te veel op de huid, dicteer niet wat hij of zij wel en niet moet doen. Vertrouw erop dat het kind zelf kleine stapjes vooruit doet en stuur af en toe subtiel bij.” Belangrijk is dat ouders hun eigen gevoelens parkeren, stelt Elzinga. “Natuurlijk voel je je bang, schuldig of wanhopig als je kind een depressie heeft. Toch moet je het daarmee niet belasten. Dus pak je verantwoordelijkheid, probeer je eigen angsten onder controle te houden en probeer waarden-loos, dus zonder oordeel, naar je kind te luisteren. Merk je dat eigen gevoelens over de depressie van je kind je erg in de weg zitten, dan is het verstandig om daar zelf over in gesprek te gaan. Met je partner bijvoorbeeld, of een professionele hulpverlener. Maar deel die gevoelens niet met je kind. Zeg niet: ‘Voor mij is het óók heel erg dat je depressief bent.’ Dat werkt averechts.”

Moeders én vaders
In wetenschappelijke studies is in het verleden vooral naar de rol van de moeder gekeken. Een wat achterhaalde opvatting, vindt Elzinga. “Wetenschappers hebben lange tijd gedacht dat de band tussen moeder en kind belangrijker is dan het contact tussen vaders en kinderen. In mijn studie wil ik moeders én vaders expliciet betrekken bij het onderzoek en de behandeling.” Dat klinkt logisch, maar toch is het nog steeds vrij uniek, vertelt ze. “Nu is de psychotherapie voor jongeren met een depressie heel erg op het individu gericht. Denk aan cognitieve gedragstherapie, waarbij de tiener moet leren anders naar zijn eigen gedachten te kijken. Daar kan bijna een boodschap in zitten: als je je manier van denken verandert, dan kom je van je depressie af. Dat is erg beperkt als je weet dat de band tussen ouder en kind zo’n grote invloed heeft op de ernst van de klachten.”

“LAAT JE KIND VOELEN DAT JE BETROKKEN BENT, MAAR STIMULEER HET OOK”

Hoe gaan jongeren met hun ouders om?
De komende 5 jaar volgt de psychologe depressieve jongeren en hun ouders. 5 keer per dag beantwoorden zij via een app op hun telefoon vragen over hoe ze met elkaar omgaan. Hoe vaak hadden ze de afgelopen uren contact met elkaar? Hadden ze ruzie en zo ja, wat was daarvoor de aanleiding? Elzinga: “Met deze informatie willen we ook onderzoeken wat het gedrag van ouders bij pubers oproept en andersom. Want ouders van depressieve jongeren horen we dikwijls zeggen: hij wijst míj af. Hij wil míj niet. In die interactie willen we graag inzicht krijgen, zodat we op basis daarvan een nieuwe behandeling kunnen ontwikkelen.”

Kijkje in de hersenen
Met hersenscans onderzoekt Elzinga ook het effect van ouderlijke kritiek en verwaarlozing of juist ouderlijke steun en warmte op het brein van tieners. In een eerdere studie vond ze al veranderde hersenactiviteit bij volwassenen die door hun ouders emotioneel mishandeld en verwaarloosd waren. Bij hen is bijvoorbeeld de amygdala, een gebiedje in de hersenen dat betrokken is bij het signaleren van gevaar, actiever dan bij mensen die een onbekommerde jeugd achter de rug hebben. Nu hoopt ze te achterhalen wat er precies in de hersenen gebeurt op het moment dat een tiener kritiek krijgt of een compliment ontvangt. Tegelijkertijd kijkt Elzinga wat er gebeurt in het brein van de ouders: hoe reageren de neurale netwerken in hún hersenen als zij zich voorstellen dat hun kind iets fijns of juist iets akeligs overkomt? En voorspelt dit hoe ze in het dagelijks leven op hun kind reageren?

Nieuw behandelcentrum
In januari 2017 opent de Leidse universiteit een nieuw behandelcentrum. Hier worden allerlei innovatieve behandelingen ontwikkeld en onderzocht. Libelle beloont dit belangrijke initiatief van Bernet Elzinga met de Medische Award 2016. De professor hoopt dat de resultaten zo succesvol zullen zijn, dat het ook in andere ggz-instellingen in Nederland gewoner wordt om ouders bij de therapie te betrekken. “Stel je voor dat je depressie bij deze groep kwetsbare jonge mensen beter zou kunnen behandelen én het contact tussen de ouders en hun kind zou kunnen verbeteren… Hoe fantastisch zou dat zijn! Er is nog een lange weg te gaan, maar met dit onderzoek en het nieuwe behandelcentrum is de eerste stap gezet.”

LEES OOK:

De laatste nieuwtjes, tips en trend in je mailbox? Meld je aan voor de gezelligste nieuwsbrief van Nederland!

BEKIJK OOK DEZE VIDEO: Aflevering 1+2: Verliest Eva alles?
[sm-video-embed]

[/sm-video-embed]

Interview: Aliëtte Jonkers. Fotografie: Petronellanitta

Anne-Wil: “Het voelt gek om die anderhalve meter aan te houden bij je eigen kind”

Anne-Wil

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in exclusieve boetiek. De vakantie gaat niet door, omdat Han voorrang geeft aan zijn werk.

Zondag

Eigenlijk zouden we nu op Schiermonnikoog moeten zitten, maar Han kan niet weg. Te veel werk. Bedrijven proberen de achterstand in te halen die ze hebben opgelopen door de coronacrisis. Ook die waar Han adviseur is. Hij zei dat het hem speet, maar naar mijn smaak niet genoeg. Aan zijn gezicht zag ik dat hij het eigenlijk helemaal niet zo erg vindt, want hij houdt van het werk en heeft het de

Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien