Evita: 10,- korting op geselecteerde voorstellingen

Zoek binnen:

Ida's dochter maakte een eind aan haar leven

We werden deze week opgeschrikt door het verdrietige nieuws dat schrijver Joost Zwagerman een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Hoe ingrijpend dat voor familie en nabestaanden kan zijn, vertelt Ida Bontius (66) deze week in Libelle. Haar dochter Charlotte maakte een einde aan haar leven. Ze was pas 21. 

Ida: “In het najaar van 2004, ik kwam net terug van mijn werk, belde mijn dochter Charlotte. ‘Mam, waar ben je? Zullen we samen gaan eten?’ Sinds een tijdje ging het niet goed met haar. Ze at slecht, kon niet slapen en had nergens zin in. Toen ik later die avond voorzichtig vroeg of ze niet toch weer wilde beginnen met antidepressiva, zei ze van niet. ‘Ik moet het echt zelf doen, mam, maar je hoeft je geen zorgen te maken: ik ga echt geen gekke dingen doen.’ Een paar dagen later was ze dood.”

Advertentie

Een lief, gevoelig kind
“Charlotte was een lief en spontaan kind, dat dol was op lachen en zingen. Ik herinner me nog goed een vakantie naar Engeland met het hele gezin. We reden met de auto door het mooie Cornwall toen Charlotte liedjes van The Beatles begon te zingen. De ramen gingen open en binnen no time zongen mijn man, zoon en ik luidkeels mee. Charlotte was een gangmaker, een lieverd, maar ze was ook heel gevoelig. Op de havo werd ze een tijdje gepest en kwam dan regelmatig huilend thuis. Pas nadat ze me uitgebreid het hele verhaal had verteld, werd ze weer een beetje rustig.”

Haar grote droom
“Toen Charlotte na het behalen van haar diploma een jaar highschool wilde gaan doen in Amerika, twijfelden mijn man en ik of ze het aan zou kunnen. Maar omdat het haar grote droom was en ze over het algemeen erg makkelijk contact maakte met mensen, besloten we haar te laten gaan. Het pakte niet goed uit. Ze had moeite met de Amerikaanse cultuur en kwam ook nog eens terecht in een gezin waarvan de vrouw alcoholiste bleek te zijn. Het was te veel voor haar: ze miste haar vertrouwde en veilige ‘thuis’ om al die indrukken te kunnen verwerken. Steeds vaker belde ze ons midden in de nacht en vertelde ze hoe ze worstelde, hoe het allemaal anders verliep dan ze had gehoopt. Ze werd depressief en kwam een halfjaar eerder thuis dan gepland.”

LEES OOK: MEEPRATEN: “ZELFMOORD IS EEN ROTWOORD”

Helemaal van de kaart
“Met therapie en antidepressiva lukte het haar er weer bovenop te komen. Vol goede moed begon ze aan de hbo-opleiding maatschappelijk werk. Ze haalde haar propedeuse en ging op kamers wonen in Nijmegen, maar de kwetsbaarheid en de gevoeligheid lagen altijd op de loer. Urenlang praatten we dan over wat het met haar deed, over hoe machteloos ze zich voelde. Tijdens het 2e jaar van haar studie werd Charlotte voor de 2e keer depressief. Een depressie en suïcidaliteit zijn erg complex. Iemand die suïcidaal is, ziet vaak geen uitweg meer, ook als die er wel is. Er zijn veel onbeantwoorde vragen over het waarom.”

Stil in een hoekje 
“Ze liet zich opnemen in een kliniek en krabbelde langzaam maar zeker op. Samen met haar vriend ging ze die zomer op vakantie en genoot met volle teugen. Ze had zin om haar studie en leven weer op te pakken, maar helaas, al vrij snel ging het voor de 3e keer mis. Sneller en heviger dan de keren ervoor. Een paar dagen nadat ze me had gebeld met de vraag om samen wat te gaan eten, was haar oma jarig. Charlotte was een kletsmajoor, maar die dag zat ze stil in een hoekje. Voor haar oma had ze een puzzelboekje gekocht en in een krant gewikkeld. Niks voor haar, want normaal gesproken kocht ze een prachtig cadeau, pakte dat mooi in, en schreef een lieve kaart. Aan het eind van die verjaardag wist ik: dit gaat niet goed.”

Antidepressiva 
“Ik heb toen aan Charlotte gevraagd om alsjeblieft met ons mee naar huis te komen, om niet terug te gaan naar haar kamer. Ze was het daarmee eens en is nog diezelfde avond antidepressiva gaan halen, maar opeens kondigde ze aan: ‘Mam, ik ga toch terug naar Nijmegen.’ In de kliniek waar ze eerder verbleef, was erg benadrukt dat ze los moest komen van haar ouders. Bij haar is daardoor, denk ik, een soort kokerdenken ontstaan: ik moet dit zelf oplossen, ik moet terug naar Nijmegen. Het was een afschuwelijk moment. Haar hand op die deurkruk, ik zie het nog voor me. Mijn intuïtie schreeuwde: Ida, laat haar niet gaan, maar ik liet haar wél gaan. En toch, aan suïcide heb ik geen seconde gedacht. Ik dacht: het gaat heel slecht met Charlotte, we moeten haar helpen. Ik dacht niet: morgen is ze dood.”

LEES OOK: DE DAG NADAT – MIJN BROER UIT HET LEVEN STAPTE

Impuls van wanhoop
“Ze is uiteindelijk bij haar vriend gaan slapen en de volgende ochtend om half 8 opgestaan. ‘Hoe dan ook, ik ga zorgen dat ik naar school ga’, zei ze tegen hem, en vertrok naar haar eigen kamer. Ik heb Charlotte die dag meerdere keren gebeld, maar kreeg haar niet te pakken. Uiteindelijk kreeg ik haar vriend aan de telefoon, die vertelde dat ze een eind aan haar leven had gemaakt. Ik dacht altijd dat ik op de grond zou vallen als ik een erg telefoontje zou krijgen, maar het tegenovergestelde gebeurde. Ik steeg op, voelde de grond niet meer onder mijn voeten. ‘Charlotte is overleden, Charlotte is er niet meer!’, riep ik tegen mijn man. Het was afschuwelijk. Wat er die ochtend precies gebeurd is, zullen we nooit weten, maar we vermoeden dat Charlotte heeft gehandeld in een impuls van wanhoop en geestelijke verwarring. Ze was toen 21 jaar.”

Onomkeerbaar
“Het besef dat ze dood was drong de eerste dagen en weken nauwelijks tot me door. Ik herinner me nog dat ik achter mijn bureau zat om herinneringen aan haar op te schrijven, en ik opeens begon te roepen: ‘Charlotte, Charlotte, kom alsjeblieft terug!’ Op Kerstavond, vrij kort na haar dood, zei ik tegen mijn zoon: ‘We moeten waxinelichtjes op straat zetten, van de begraafplaats naar hier. Dan kan Charlotte haar weg naar huis vinden.’ Ik kon gewoon niet bevatten dat ze nooit meer terug zou komen, wilde het zó graag terugdraaien. Ondanks de immense pijn wilden mijn man, mijn zoon, die toen 18 was, en ik ons niet als slachtoffer opstellen.”

Buitengesloten 
“Twee weken na haar begrafenis zijn we in gesprek gegaan met de kliniek waar ze in behandeling was geweest. Waarom hadden ze ons, de mensen die het meest van haar hielden, zo buitengesloten? Waarom hadden ze er zo op gehamerd dat ze zich los moest maken van thuis? De hulpverleners hadden tegen Charlotte gezegd dat het haar eigen verantwoordelijkheid was hulp te vragen als ze die nodig had. Op die manier is ze tussen wal en schip beland, en stond ze er, toen het erop aankwam, helemaal alleen voor. Het kan ook anders: als ouders en andere naasten niet aan de kant worden geschoven, maar als hulpverleners ze behandelen als bondgenoot. Charlottes dood had niet mogen, en niet hoeven, gebeuren. Dat we vanaf het begin actief in ons verdriet zijn gaan staan, is onze redding geweest. Mijn man heeft een boek geschreven, onze zoon geeft er vorm aan als filmmaker en ik heb me aangesloten bij de Ivonne van de Ven Stichting die zich inzet voor een betere suïcidepreventie.”

Vrolijke spring-in-‘t-veld
“Charlottes dood is ruim 10 jaar geleden, maar het voelt als gisteren. Ik heb zo veel herinneringen aan haar, aan onze tijd samen. Tijdens haar 2e jaar op het hbo vergat ze haar telefoon, voor de zoveelste keer, bij ons thuis. Ik sprong op mijn fiets, racete naar het station en rende naar de conducteur. ‘Pardon, hoort u bij deze trein? Kunt u even omroepen dat ik hier sta met de telefoon van Charlotte?’ Nou, dat deed ‘ie! Een minuut later kwam ze gierend van het lachen die trein uitrollen. Typisch Charlotte. Ja, ze had een zware, kwetsbare kant, maar ze was óók een lieve, vrolijke spring-in-’t-veld die héél hard moest schaterlachen als haar moeder dat soort gekke dingen deed.”

Schuldgevoel 
“Ik heb van veel dingen spijt en berouw. We hadden haar nooit naar Amerika moeten laten gaan en de avond voor haar dood had ik naar mijn intuïtie moeten luisteren, haar bij me moeten houden. ‘Had ik maar’, wat heb ik dat vaak gedacht. Maar door de jaren heen heb ik geleerd dat spijt en schuldgevoel niet hetzelfde zijn. Schuldgevoel leunt op de aanname dat we zelf de hele wereld in handen hebben, dat we de volledige controle hebben over het leven. Door Charlottes dood heb ik leren accepteren dat dat niet zo is. Iemand die een eind aan haar leven maakt, wil niet zozeer dood, maar kan niet langer leven met de pijn, het gepieker en het gevoel van waardeloosheid. Het is geen goed doordachte keuze, zoals vaak wordt gedacht. Ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat mijn dochter, als ze iets te kiezen had gehad, dit nooit gedaan zou hebben. Ze was liefdevol en sociaal: als haar geest die dag helder was geweest, als ze aan haar broer, vriend, vriendinnen en ons had gedacht, dan zou ze dit nooit hebben gedaan. Dat inzicht geeft me steun.”

PS
Zo’n 400.000 mensen per jaar worstelen met suïcidale gedachten, 94.000 van hen doen daadwerkelijk een poging. In 2013 overleden 1854 mensen als gevolg van suïcide, een toename van 37% sinds 2007. Als je hulp nodig hebt kun je terecht bij 113online, de huisarts of de GGZ in je woonplaats.

De Ivonne van de Ven Stichting zet zich in voor een betere suïcidepreventie. Via de website roept ze nabestaanden, naasten en mensen die worstelen met suïcidale gedachten op om hun verhaal te delen.

Tekst: Manon de Heus. Fotografie: Petronellanitta

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien