Annie M.G. Schmidt: 1e rang voor €39 >

Zoek binnen:

Jan Smit: "Als er iets is met mijn kinderen laat ik alles vallen"

Op je dertigste al 20 jaar succesvol in het vak zitten: een hele prestatie. Maar Jan Smit is een gewone jongen gebleven. Een gesprek over de bekend zijn, het gezinsleven en het gemis van manager Jaap Buijs.

Hoe is het om het grootste deel van je leven in de spotlights te staan?
“Ik weet natuurlijk niet beter. Ik ben langer wel dan niet bekend. Eerlijk gezegd zou ik niet weten hoe het is om het niet meer te zijn. Maar als ik in Volendam ben, word ik eigenlijk niet aan die bekendheid herinnerd. Ze zijn hier bekend met muzikanten. En verder zie ik vooral de voordelen. Overal waar ik kom, zijn de mensen blij om me te zien. Want ik word natuurlijk gevraagd omdat ze me leuk vinden. De mannen vinden het leuk om een biertje met me te drinken, vrouwen willen met me op de foto, voor zichzelf of voor hun dochter of kleindochter. Ik geloof dat ik ook wel te boek sta als een vriendelijke jongen, en dat is helemaal niet verkeerd. Als er ongevraagd een foto wordt gemaakt als ik met mijn vrouw en kinderen uit eten ben, zit ik daar natuurlijk niet op te wachten. Maar over het algemeen valt het mee. Tegenwoordig word ik ook met rust gelaten door de bladen. Dat is weleens anders geweest, maar nu is er gewoon niet zo veel te vertellen. We zoeken de publiciteit ook niet op. Liza heeft bijvoorbeeld nog nooit een fotoshoot gedaan. We leiden verder een vrij teruggetrokken leven.”

LEES OOK: JAN SMIT STAAT 28 MEI OP DE LIBELLE ZOMERWEEK! KOOP HIER JE KAARTEN

Je hebt 2 kinderen, Emma (6) en Senn (3). En je vrouw Liza heeft een dochter Fem (8) uit een eerdere relatie. Hoe laat jouw carrière zich combineren met een jong gezin?
“Moeilijk. Dat komt doordat ik alles tegelijk doe. Neem nou dat nieuwe Duitse project. We zijn het gestart met het idee dat als het zou gaan lopen, we er iets groots van zouden maken. En dat liep dus al heel snel helemaal uit de hand: in twee maanden hadden we al een gouden plaat. Ja, en dan moet je er ook zijn, weet je wel. Mensen willen je nú zien en dan kun je niet denken: hé, dit komt me qua timing eigenlijk niet zo goed uit. Nee natuurlijk niet, als je kunt oogsten moet je oogsten. Dat vraagt soms een hoop van Liza, mijn vrouw. Maar ze weet ook met wie ze is getrouwd. Dit is mijn droom. En ja, ik ben veel weg, ook van mijn kinderen en natuurlijk is dat soms moeilijk. Aan de andere kant: it’s part of the job. Mijn vader was visser op de Noordzee. Hij ging op zondag weg en kwam op vrijdag weer terug. Niet één week, maar gewoon 22 jaar. Dus die zag ik nooit. Ja, in het weekend stond hij langs de langs de lijn als ik moest voetballen. Dat was oké. Het was gewoon zo. We wisten waarvoor hij het deed. Hetzelfde geldt een beetje voor mijn gezin.”

Heeft het vaderschap je veranderd?
“Niet in mijn ambitie of de invulling van mijn carrière. Maar zodra je vader wordt, is je kind natuurlijk het allerbelangrijkste. Als er eentje een bloedneus of een blaar heeft, zit ik al helemaal in de rats. Als er iets is met een van hen laat ik alles vallen. Ik geniet ook enorm van het vaderschap. Als ik thuis ben, loop ik iedere dag met ze naar school, hoe laat ik de avond daarvoor ook in mijn bed lag. En op woensdagmiddag zitten we vaak hier, in café Lotje. Mijn café. Ik kom hier al mijn hele leven en de bedrijfsleider is een van mijn alleroudste vrienden. Ik riep weleens wat van: kun je niet zus of zo? Ging een beetje ongevraagd advies geven. Toen zei hij vorig jaar: ‘Joh, als je je er zo graag mee wilt bemoeien, waarom stap je dan niet in?’ Dat heb ik gedaan. Dus nu kom ik hier iedere woensdag met mijn kinderen, lekker wat eten en drinken. Het is ons stamcafé.”

Vorig jaar overleed Jaap Buijs, je manager en degene die je de afgelopen 19 jaar heeft begeleid. Wat betekende hij voor jou?
“Alles wat ik nu heb, waar ik nu ben, heb ik aan hem te danken. Vanaf de eerste nummer 1-hit tot aan zijn dood begeleidde hij mij. Hij heeft mijn hele carrière uitgestippeld. Hij wás Jan Smit. Natuurlijk, ik was de man die het moest doen maar hij wist alles, kende de hele wereld, hij heeft mij behoed voor alle valkuilen, in contact gebracht met de mensen die ik moest leren kennen. Hij is twee jaar ziek geweest en langzaam droeg hij het stokje over aan zijn zoon Aloys, mijn huidige manager. Uiteindelijk was hij heel ziek en leed hij zo dat hij graag dood wilde. Wij zaten aan zijn bed en hij zei: ‘Ik ben er klaar mee jongens. Ik wil gaan.’ En als iemand die zo in het leven staat – iemand die nergens bang voor was, voor de duvel niet en ook niet voor de dood – zegt: het moet afgelopen zijn, dan kun je niet anders dan daar vrede mee hebben. Vlak voor hij stierf, zei hij nog tegen me: ‘Jan, ik kan je niks meer bijbrengen. Ik heb je alles verteld wat je moet weten. Je staat heel wijs in het leven. Dus ik kan gaan.’ En of hij dat nou zei om mij een goed gevoel te geven of dat hij het echt meende, het zal wel ergens in het midden liggen. Maar voor mij was het een hele geruststelling.”

Meer Jan? Lees het hele interview in Libelle 22, vrijdag 20 mei in de winkel. 

LEES OOK:

Interview: Nienke Pleysier. Fotografie: Esmee Franken

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien