Mamma Mia! Ontvang tot € 20,- voordeel per kaart t/m 31 mei

Zoek binnen:

Martijn Koning, de nieuwe Hans Teeuwen

Ineens is hij er. De nieuwe Hans Teeuwen, ofwel, de grappigste man van Nederland: Martijn Koning. Hij is komend seizoen in de Nederlandse theaters te zien met zijn nieuwe voorstelling ‘Koning van de Lach’ en ‘Sint & Nieuw’. Grijp je kans.

Buikpijn
Vroeger moet het een irritant joch zijn geweest, dat zijn ouders tot wanhoop dreef en met één opmerking een leraar aan het huilen kon brengen. Inmiddels neemt hij je mee in zijn levendige fantasie, weet de vinger op de zere plek te leggen en als je hoopt dat hij ophoudt, gaat hij nog even door. Heerlijk. Buikpijn van het lachen.

Advertentie

Champions League
Eigenlijk is Hans Teeuwen ook niet helemaal de juiste vergelijking, want qua stijl gaat deze absoluut niet op. Dan lijkt hij meer op Eddie Izzard. Maar qua grootheid voetballen Hans Teeuwen en Martijn Koning wel degelijk in dezelfde league, jawel, de Champions League van het Nederlandse cabaret.

Open bak
Hij loopt al een tijdje mee. Na een mislukte studie Engels begon Martijn Koning met gezonde tegenzin aan een studie rechten, maar toen hij langs een comedycafe liep waar ze ‘open bak’ hielden, schreef hij zich zonder aarzelen in. Dit was in 2004. De rest is geschiedenis.

De maand van Martijn
Vooruit, zijn cv in het kort: kort na zijn eerste optreden werd hij ingelijfd bij de Comedy Train van Toomler, een prestigieuze comedy club in Amsterdam waar ook Theo Maassen, Raoul Heertje, Hans Teeuwen en Daniël Arends deel van uitmaken. Hij maakte naam met De maand van Martijn, waarin hij de maand doornam. Een soort oudejaarsconference, maar dan aan het einde van de maand. Hij is grappenmaker voor Dit was het nieuws en heeft een column bij Spijkers met koppen. Ook toert al een paar jaar met onweerstaanbaar geestige solo-voorstellingen door het land. Die studie rechten is uiteraard nooit afgekomen en dat is maar goed ook, want anders hadden we hem op het podium moeten missen.

Hoog tijd om eens met Martijn Koning te bellen.

Ik kan me voorstellen dat je je ouders vroeger echt gek hebt gemaakt.
“Ik heb nog twee broers, dus mijn ouders zijn wel wat gewend, maar in mijn puberteit was ik inderdaad echt onhandelbaar. Daar is het RIAGG zelfs aan te pas gekomen. Stond er weer zo’n geitenwollensoksandaal op de stoep. Willy heette hij. Hij had van dat sukkelige stekelhaar. Die namen we natuurlijk totaal niet serieus, sterker zelfs, dat werd een nieuw spelletje: Willy pesten. Voor de buitenwereld leken we best wel oké. We zijn vrij opgevoed, maar we moesten ons in het openbaar netjes gedragen, netjes eten enzo. Dan kregen mijn ouders complimenten over ons. Maar op een gegeven moment wisten ze niet zo goed wat ze met me aan moesten. Toen hebben mijn ouders me naar een hotel in Guernsy gestuurd. Op woensdag werd dat besloten en op vrijdag draaide ik mijn eerste dienst als ober.”

En de leraren?
“Die vonden me of fantastisch of ze vonden me de hel. Ik moet toegeven dat ik flink wat leraren het leven zuur heb gemaakt. Het schoolsysteem sloot niet helemaal op mij aan. Ze moeten veel sneller kijken naar waar het talent bij een kind ligt. Ik weet nog dat ik bij wiskunde een keer gecontroleerd werd op huiswerk. Die leraar was vet streng en pakte mijn schrift. Hij staarde naar de blanco pagina’s waar ik hier en daar een tekening had gemaakt. Die man flipte hé-le-maal. Dat werd een enkeltje rector. Ik was dus niet zo goed in wiskunde, maar wel in tekenen. Ik begon op het vwo en heb uiteindelijk mavo-examen gedaan. Als het schoolsysteem meer waarde had gehecht aan creatieve vakken, dan was het niet zo’n lijdensweg geweest.”

Wanneer besliste je écht voor comedy te gaan in plaats van voor je studie?
“Ik liep een keer langs een comedyclub waar ze open podium hielden. Ik wist helemaal niet dat die dingen bestonden. Ik schreef me meteen in, en diezelfde week nog stond ik op het podium. Dat voelde fantastisch en dat ben ik dus altijd blijven doen. Comedy is heel lang een bijbaantje geweest, de ideale bijbaan – alleen verdiende ik niets. En hoe meer ik in de comedy dook, hoe meer ik miste op de universiteit. Een soort sneeuwbaleffect. Dan ben je op een gegeven moment de lul. Even wat inhalen is dan geen optie meer.”

Waren je ouders teleurgesteld dat je koos voor een onzekere toekomst in comedy in plaats van een gegarandeerde baan als jurist of advocaat?
“Ze wisten natuurlijk allang dat school niets zou worden en dat ik iets creatiefs zou gaan doen, dus een verrassing was het niet. We zijn thuis totaal met cabaret opgevoed. Mijn ouders zijn altijd heel supportive geweest, alleen hadden ze iets strenger mogen zijn wat betreft de muzikale opvoeding. Mijn vader haalde elk instrument in huis met de gedachte: als ze er interesse in hebben, dan pakken ze er wel een. Heel losjes dus. We hadden een gitaar, drums en een piano, maar daar is weinig van terecht gekomen. Daar hadden ze wel iets meer druk op mogen zetten achteraf gezien, want ik kan nog steeds geen instrument bespelen en dat vind ik echt jammer.”

Met wie zou je in één adem genoemd willen worden, op comedygebied?
“Dat is lastig, want ik doe veel verschillende dingen en dat maakt me soms een beetje ongrijpbaar volgens mij. Voor Spijkers met koppen maak ik een column, best wel geëngageerd. In het theater ben ik veel persoonlijker en heb ik een hele andere stijl. In één recensie ben ik afgemaakt, dat was wel a-relaxed. Kennelijk had de recensent die mij kende van de radio, zo’n zelfde soort show verwacht. Dan gaan ze uit van een heel ‘politieke’ show terwijl ze iets heel anders voorgeschoteld krijgen. En omdat ik geen spectaculaire lichteffecten heb, nul decor en gewoon in mijn eentje bezweet op het podium sta, lijkt het alsof ik dingen ter plekke sta te verzinnen. Alsof ik er geen werk aan heb gehad, wat natuurlijk niet waar is, want ik zou er nooit met de pet naar gooien. Maar goed, die recensent hoeft niet dood ofzo. Ik heb zelf ook wel eens kritiek.”

Je bent een workaholic. Wat doe je als je niet werkt?
“Dan ben ik toch aan het werk. Ik ben net een puppy. Ik stort me overal in voordat ik me goed oriënteer. Later bedenk ik dan dat ik het veel te druk heb. Maar ik vind het niet erg om hard te werken, mijn werk is te gek. Het is zo weird. Ik werk met mensen naar wie ik zelf keek. Theo Maassen, Hans Teeuwen, die bekeek ik vroeger op televisie en nu sta ik een biertje met ze te drinken. Comedy Train is een soort snoepwinkeltje: iedereen is heel toegankelijk en ik mag al mijn collega’s bellen. Iedereen is bereid om je te helpen. Dat is wel heel bijzonder.”

Zijn er onderwerpen die volgens jou onbespreekbaar zijn?
“Alles is bespreekbaar, mits de grap goed is.”

Je was bij Pauw te gast, waar je vertelde over je ruzie met Javier Guzman, tegen wie je aangifte deed… Hoe is dat afgelopen?
“Er is heel veel gebeurd. Het begon allemaal om een Sinterklaasconference. Daarvoor zou ik grappen gejat hebben van een gozer die op dat moment bij mij woonde. Een heel gek verhaal. Die gasten zaten compleet onder de drugs toen ze me kwamen opzoeken. Ik kan er niet zoveel over zeggen, want het onderzoek loopt nog. Ik was niet zo trots op mijn optreden bij Pauw, ik ratelde maar door en probeerde ook  nog grappig te zijn, terwijl ik eigenlijk half overspannen was van het harde werken. Daar baal ik dan achteraf wel van.”

Bij je eerste soloshow stond je in een T-shirt met een paar Air Max, afgelopen keer had je plotseling een overhemd aan en nette schoenen. Watskeburt?
“Dat komt door de eerdergenoemde recensie. In wezen laat ik me daardoor opvoeden. Zoals ik al zei, heb ik geen decor en ook geen special effects als het aankomt op licht. Als ik er dan ook nog heel slonzig bijloop, kan het de indruk wekken dat ik het allemaal niet zo serieus neem. Dus ik had besloten iets netters aan te doen.”

Zien? Bekijk de speellijst van ‘Koning van de Lach’ van Martijn Koning.

Beeld: Corne van der Stelt

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien