Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

James Worthy: "Ik bouw een toren van vissticks die tot de hemel reikt"

James Worthy (40) is schrijver, journalist en columnist. Hij is getrouwd met Artie en vader van James (7). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend. Deze week schrijft hij over de situatie na het overlijden van zijn vader.

In de hal van mijn ouderlijk huis staan twee vuilniszakken. Sinds het heengaan van mijn vader is mijn moeder flink aan het opruimen. Eerst schrok ik van haar opruimdrift, maar nu begrijp ik het. Om iets op te kunnen ruimen, moet je het eerst aanraken. Je pakt iets op, je ziet het, je voelt het en daarna stop je het in een vuilniszak.

Advertentie

Stropdassen

De vingertoppen kunnen vroeger voelen. Alles draait om het aanraken. Het verleden praat soms tegen je in braille. “Wat zit er in die vuilniszakken?” vraag ik, terwijl ik mijn jas aan de kapstok hang. Daarna ga ik door mijn knieën om de kat te aaien. Ze ruikt aan mijn vingers alsof mijn vingerkootjes van brokjes zijn gemaakt. “Gewoon wat oude spullen van je vader. Stropdassen en zo”, zegt ze. Mijn vader werkte in de haven en droeg eigenlijk nooit een stropdas, maar hij had er honderden.

Zijn stropdassen komen geregeld terug in een droom die ik de laatste maanden vaak droom. In de droom staat mijn vader op een wolk en ik sta gewoon op de grond. Vanaf de wolk schreeuwt hij dat ik een touw van al zijn stropdassen moet maken. Dus ik knoop al die dingen aan elkaar vast en niet veel later zie ik hem langs het stropdassentouw naar beneden glijden. Het is best grappig eigenlijk. Vroeger bestonden mijn dromen voor zo’n 82% uit sex, maar sinds het heengaan van mijn vader zit er geen sex meer in mijn dromen. Het is net alsof hij al mijn vieze dromen heeft meegenomen.

Trots

Mijn moeder staat in de keuken. Ze leunt tegen het gasfornuis en kijkt tevreden in een pan die met draadjesvlees en jus is gevuld. Ik ben zo ongelofelijk trots op haar. Ik ben het altijd wel geweest, maar wat ze dit jaar heeft laten zien, is niets minder dan fabelachtig. Ze heeft overduidelijk wind tegen en toch gaat ze met sprongen vooruit. Ze is haar man kwijtgeraakt. Haar partner. Haar huisgenoot. Haar beste vriend. Haar grappenmaker. De helft van al haar herinneringen.

“Wil jij even proeven of het vlees klaar is?” vraagt ze. Mijn moeder weet dondersgoed dat het vlees klaar is. Het valt bijkans uit elkaar van gereedheid. Ze pakt een vork uit de la en prikt ermee in de pan. De vork is zo gelukkig dat het dit mag doen dat de jus huilt. Op de vork ligt het draderigste stukje draadjesvlees aller tijden.

In Amerikaanse actiefilms moet de held vaak een bom onschadelijk maken door de juiste draad door te knippen, maar op deze vork liggen alleen maar juiste draden. Mijn moeder duwt de vork mijn mond in en kijkt naar mijn gezicht. Ze weet dat mijn gezicht niet kan liegen en dat ik daarom al twintig jaar een baard laat staan. “En?” vraagt ze, terwijl ze met een duim en een wijsvinger een druppel jus uit mijn snor plukt. “Je hebt jezelf overtroffen, Teuntje. Sinds die ouwe er niet meer is, voel ik een leegte en jij vult die leegte gewoon met jus.”

Vissticks

Ik kijk in de vriezer of ik iets zie wat op een toetje lijkt. Iets romigs, iets zoets, iets waar ik spijt van zou kunnen krijgen. Ik zie een halfje tijgerbrood en drie pakken vissticks. Mijn vader hield van vissticks zoals jongetjes met stekelhaar van vuurwerk houden. Hij kocht elke week een pak. Dan gooide hij tien sticks in een koekenpan en als deze goudbruin en krokant waren, legde hij ze op een boterham en besprenkelde ze met azijn en ketchup. Als laatste legde hij er nog een boterham op. Dat was mijn vader. Gewoon een tevreden man. Iemand die gelukkig kon worden van de geur van azijn. Iemand die vissticks kon eten alsof het kaviaar was.

Ik pak de drie dozen, scheur ze open en gooi de inhoud ervan op de bovenkant van de wasmachine. Ik tel de sticks. Het zijn er zestig. Zorgvuldig stapel ik ze op.

“Wat doe je?” vraagt mijn moeder.

“Ik bouw een toren van vissticks die tot de hemel reikt.”

“Hartstikke goed, jongen, dan brei ik een koord van draadjesvlees.”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Tekst: James Worthy. Foto: Ilja Keizer.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Oenofobie is de angst voor wijn: dít is alles wat je wilt weten (of juist niet) over deze fobie

Wijnliefhebbers kunnen het zich haast niet voorstellen, maar het bestaat echt: je kunt bang zijn voor wijn. Deze aandoening wordt ook wel oenofobie genoemd. Maar waar ben je dan specifiek bang voor?

Er zijn tal van fobieën waar je al een keer van hebt gehoord. Zo ben je bij claustrofobie bang voor afgesloten ruimtes, bij hypochondrie bang om ernstig ziek te worden en bij arachnofobie bang voor spinnen. Dit zijn de meest voorkomende fobieën bij vrouwen. Maar van de angst voor wijn heb je waarschijnlijk nog nooit gehoord.

Advertentie

Dít is alles wat je wilt weten over oenofobie, de angst voor wijn.

Waar ben je bang voor?

Mensen die last hebben van deze angst, zijn bang dat ze moeten overgeven wanneer ze wijn drinken. Verder hangt oenofobie vaak samen met de angst om dronken te worden en de controle te verliezen. Symptomen zijn versnelde hartkloppingen en kortademigheid. Deze klachten kunnen al opzetten als ze een glas wijn of een fles op tafel zien staan of als er een restje op tafel is geknoeid. Dit zorgt ervoor dat het drinken van wijn voor deze mensen is uitgesloten. Vreselijk, toch?

Hoe ontstaat oenofobie?

De katers zijn vaak onvermijdelijk na het drinken van wijn, dus als je er zo over nadenkt, is de angst voor wijn helemaal niet zo gek. Al zou je dan ook een angst voor bier of sterke drank moeten hebben. Sommige experts suggereren dan ook dat angst voor wijn kan voorkomen bij mensen die een nare ervaring hebben gehad met wijn in hun verleden.

Al zijn er ook mensen die bang zijn voor alle soorten alcohol. Die fobie wordt methyfobie genoemd. Zij hebben een angst ontwikkeld voor alcohol in het algemeen en vermijden daarom feestjes en sociale geleden waar vaak alcohol bij komt kijken. Alleen bang voor bier? Dan heb je last van zythofobie.

Wat kun je ertegen doen?

Eigenlijk geldt voor alle fobieën hetzelfde advies:

Vertrouwenspersoon

Ten eerste is het verstandig om een vertrouwenspersoon te vinden bij wie je alles kwijt kan. Leg uit waar je last van hebt. Vaak wordt de angst al wat minder als je erover kunt praten. De stress wordt alleen maar groter als je het probleem opkropt. Schaam je niet, iedereen is wel ergens bang voor.

Angst onder ogen komen

Verder is het goed om je angst onder ogen te komen. Hierdoor wordt de angst alleen maar minder. Zorg er wel voor dat het je niet té veel stress oplevert. Het is wel goed om te weten dat de angst meestal na 60 à 90 minuten vanzelf minder wordt. Even doorbijten dus! Schrijf eventueel geruststellende en positieve dingen op een dagboekje. Deze dingen vergeet je vaak in stressvolle situaties, terwijl ze juist voor afleiding en ontspanning kunnen zorgen.

Contact zoeken met je huisarts

Werkt dit niet, dan kun je altijd nog contact zoeken met je huisarts, praktijkondersteuner GGZ, een psycholoog of psychotherapeut. Met je behandelaar kun je gesprekken voeren over je angst. Hij of zij helpt je te onderzoeken waar de angst precies vandaan komt, zodat ze advies kunnen geven om ervan af te komen.

Daphne Deckers: “Ik heb nog nooit een wijntje gedronken”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Let it wine, Mnm. Beeld: Getty Images

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Oenofobie is de angst voor wijn: dít is alles wat je wilt weten (of juist niet) over deze fobie

Wijnliefhebbers kunnen het zich haast niet voorstellen, maar het bestaat echt: je kunt bang zijn voor wijn. Deze aandoening wordt ook wel oenofobie genoemd. Maar waar ben je dan specifiek bang voor?

Er zijn tal van fobieën waar je al een keer van hebt gehoord. Zo ben je bij claustrofobie bang voor afgesloten ruimtes, bij hypochondrie bang om ernstig ziek te worden en bij arachnofobie bang voor spinnen. Dit zijn de meest voorkomende fobieën bij vrouwen. Maar van de angst voor wijn heb je waarschijnlijk nog nooit gehoord.

Advertentie

Dít is alles wat je wilt weten over oenofobie, de angst voor wijn.

Waar ben je bang voor?

Mensen die last hebben van deze angst, zijn bang dat ze moeten overgeven wanneer ze wijn drinken. Verder hangt oenofobie vaak samen met de angst om dronken te worden en de controle te verliezen. Symptomen zijn versnelde hartkloppingen en kortademigheid. Deze klachten kunnen al opzetten als ze een glas wijn of een fles op tafel zien staan of als er een restje op tafel is geknoeid. Dit zorgt ervoor dat het drinken van wijn voor deze mensen is uitgesloten. Vreselijk, toch?

Hoe ontstaat oenofobie?

De katers zijn vaak onvermijdelijk na het drinken van wijn, dus als je er zo over nadenkt, is de angst voor wijn helemaal niet zo gek. Al zou je dan ook een angst voor bier of sterke drank moeten hebben. Sommige experts suggereren dan ook dat angst voor wijn kan voorkomen bij mensen die een nare ervaring hebben gehad met wijn in hun verleden.

Al zijn er ook mensen die bang zijn voor alle soorten alcohol. Die fobie wordt methyfobie genoemd. Zij hebben een angst ontwikkeld voor alcohol in het algemeen en vermijden daarom feestjes en sociale geleden waar vaak alcohol bij komt kijken. Alleen bang voor bier? Dan heb je last van zythofobie.

Wat kun je ertegen doen?

Eigenlijk geldt voor alle fobieën hetzelfde advies:

Vertrouwenspersoon

Ten eerste is het verstandig om een vertrouwenspersoon te vinden bij wie je alles kwijt kan. Leg uit waar je last van hebt. Vaak wordt de angst al wat minder als je erover kunt praten. De stress wordt alleen maar groter als je het probleem opkropt. Schaam je niet, iedereen is wel ergens bang voor.

Angst onder ogen komen

Verder is het goed om je angst onder ogen te komen. Hierdoor wordt de angst alleen maar minder. Zorg er wel voor dat het je niet té veel stress oplevert. Het is wel goed om te weten dat de angst meestal na 60 à 90 minuten vanzelf minder wordt. Even doorbijten dus! Schrijf eventueel geruststellende en positieve dingen op een dagboekje. Deze dingen vergeet je vaak in stressvolle situaties, terwijl ze juist voor afleiding en ontspanning kunnen zorgen.

Contact zoeken met je huisarts

Werkt dit niet, dan kun je altijd nog contact zoeken met je huisarts, praktijkondersteuner GGZ, een psycholoog of psychotherapeut. Met je behandelaar kun je gesprekken voeren over je angst. Hij of zij helpt je te onderzoeken waar de angst precies vandaan komt, zodat ze advies kunnen geven om ervan af te komen.

Daphne Deckers: “Ik heb nog nooit een wijntje gedronken”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Let it wine, Mnm. Beeld: Getty Images

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Dagboek van Willeke: "Papa wil zo graag vrienden met ons zijn"

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Advertentie

Zaterdag 17 april

Het is schitterend weer, dus mama heeft besloten dat het tijd is voor ons om in de buitenlucht iets leuks te doen. Ze heeft mijn vader gevraagd om ons mee “naar de hei of zo” te nemen, “als ze maar niet hier de hele dag op de bank liggen.” Robbert is bloedchagrijnig, anders had ik het nog wel gezellig gevonden. Hij moet eigenlijk leren, en is als de dood om voor zijn eindexamens te zakken. Hij is met zijn foto’s toegelaten tot de kunstacademie en moet nu alleen nog de eindstreep zien te halen. Dat zijn toekomst, kunst maken in een grote stad, nu op nog lossere schroeven staat doordat mijn moeder vindt dat een ochtendje frisse lucht hem goed zal doen, kan hij niet verkroppen. Hij ligt dus languit op de achterbank van de auto te mokken, en ik zit voorin, naast papa.

Lentelucht

“Nou jongens, lekker de wilde natuur in! Dat zal ons allemaal goed doen. Je kunt niet de hele dag je hersens laten kraken!” roept hij naar Rob, die niets terug zegt. “Vinden jullie het niet schitterend hier? Ik zou mijn linkerhand geven voor een huisje op het platteland. Adem eens die lentelucht in!”

“Adem maar niet al te diep in,” zegt Rob, “dan krijg je mest in je longen.”

“Laat hem maar pap,” zeg ik, “hij heeft ook nog eens mot met z’n vriendje.”

“Wil, bemoei je nou eens met je eigen zaken,” zegt Rob.

“Oh, is er iets met Stelios? Je mag mij alles vertellen, hoor. Ik heb in mijn tijd ook flink wat vriendinnetjesdrama gehad.” Hij lacht over zijn schouder naar de achterbank. Ik kijk even naar mijn vader en laat me overweldigen door een vreemd schuldgevoel. Hij wordt oud. Bij zijn slapen is hij grijs, en het shirt met een rockband erop dat hij aanheeft zit hem net te strak. Ik kijk naar de hippe gympen die Rob voor hem heeft uitgekozen, en mijn hart breekt een beetje. Papa wil zo graag vrienden met ons zijn. Vader zijn vindt hij lastig, denk ik, liever is hij een stoere grote broer. Ik wou dat ik met hem kon praten over alles, over de dood van zijn dochtertje, over de komst van Titia, over mijn toekomst. Ik weet niet waar mijn leven heen gaat en hij ook niet. Daar zouden we over kunnen praten. Maar het is makkelijker om het over Rob’s problemen te hebben.

Vakantie samen

“Oké, oké, maar begin er nou niet over tegen mama,” zegt Rob, en hij hijst zich overeind. “Stelios is gewoon fokking weird aan het doen. We zijn binnenkort een jaar samen, en ik probeer steeds om hem enthousiast te krijgen voor een vakantie samen. Maar het duurt vaak uren of zelfs dagen voordat hij terugappt.”

“Misschien is hij druk aan het werk!” vergoeilijkt papa.

“In de hotelbusiness zeker? Dikke kans. We zitten in een pandemie. Nee, hij is vooral heel veel aan het feesten met vrienden. Ik zie hem steeds met allemaal… jongens op insta.” Er zit een snik in Robs stem, en ik heb spijt dat ik erover ben begonnen. Ik kijk uit het raam, waar een zonovergoten polder te zien is. “Jullie hebben elkaar gewoon te lang niet gezien,” zeg ik.

“Ja,” zegt Robbert, “ik moet naar Griekenland. Dan zie ik hem in het echt en komt het gewoon goed. Ik ga er zeker heen. Als ik niet hoef te herkansen…”

“Eh, ja, dat moet je maar met je moeder bespreken,” zegt papa, die zenuwachtig wordt van opvoedmomenten. “Maar doe jezelf nou niet tekort, jochie. Je bent veel te leuk om maar halve aandacht te krijgen van iemand. Je verdient iemand die het zeker weet.”

“Dat zal wel, maar ik heb ze niet bepaald voor het uitkiezen,” zegt Robbert met een wrang lachje.

“Onzin, ik vind dat je heel goed bent opgedroogd. Net zo knap als je vader! Je zult ze nog van je af moeten slaan.” Papa’s ogen lachen in de achteruitkijkspiegel naar Rob.

“Nou, genoeg gezeurd,” zegt Rob. “Waar blijft die hei van jou?”

Het dagboek van Anne-Wil (oma Willeke) kun je op Libelle Premium lezen >

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Dagboek van Willeke: "Papa wil zo graag vrienden met ons zijn"

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Advertentie

Zaterdag 17 april

Het is schitterend weer, dus mama heeft besloten dat het tijd is voor ons om in de buitenlucht iets leuks te doen. Ze heeft mijn vader gevraagd om ons mee “naar de hei of zo” te nemen, “als ze maar niet hier de hele dag op de bank liggen.” Robbert is bloedchagrijnig, anders had ik het nog wel gezellig gevonden. Hij moet eigenlijk leren, en is als de dood om voor zijn eindexamens te zakken. Hij is met zijn foto’s toegelaten tot de kunstacademie en moet nu alleen nog de eindstreep zien te halen. Dat zijn toekomst, kunst maken in een grote stad, nu op nog lossere schroeven staat doordat mijn moeder vindt dat een ochtendje frisse lucht hem goed zal doen, kan hij niet verkroppen. Hij ligt dus languit op de achterbank van de auto te mokken, en ik zit voorin, naast papa.

Lentelucht

“Nou jongens, lekker de wilde natuur in! Dat zal ons allemaal goed doen. Je kunt niet de hele dag je hersens laten kraken!” roept hij naar Rob, die niets terug zegt. “Vinden jullie het niet schitterend hier? Ik zou mijn linkerhand geven voor een huisje op het platteland. Adem eens die lentelucht in!”

“Adem maar niet al te diep in,” zegt Rob, “dan krijg je mest in je longen.”

“Laat hem maar pap,” zeg ik, “hij heeft ook nog eens mot met z’n vriendje.”

“Wil, bemoei je nou eens met je eigen zaken,” zegt Rob.

“Oh, is er iets met Stelios? Je mag mij alles vertellen, hoor. Ik heb in mijn tijd ook flink wat vriendinnetjesdrama gehad.” Hij lacht over zijn schouder naar de achterbank. Ik kijk even naar mijn vader en laat me overweldigen door een vreemd schuldgevoel. Hij wordt oud. Bij zijn slapen is hij grijs, en het shirt met een rockband erop dat hij aanheeft zit hem net te strak. Ik kijk naar de hippe gympen die Rob voor hem heeft uitgekozen, en mijn hart breekt een beetje. Papa wil zo graag vrienden met ons zijn. Vader zijn vindt hij lastig, denk ik, liever is hij een stoere grote broer. Ik wou dat ik met hem kon praten over alles, over de dood van zijn dochtertje, over de komst van Titia, over mijn toekomst. Ik weet niet waar mijn leven heen gaat en hij ook niet. Daar zouden we over kunnen praten. Maar het is makkelijker om het over Rob’s problemen te hebben.

Vakantie samen

“Oké, oké, maar begin er nou niet over tegen mama,” zegt Rob, en hij hijst zich overeind. “Stelios is gewoon fokking weird aan het doen. We zijn binnenkort een jaar samen, en ik probeer steeds om hem enthousiast te krijgen voor een vakantie samen. Maar het duurt vaak uren of zelfs dagen voordat hij terugappt.”

“Misschien is hij druk aan het werk!” vergoeilijkt papa.

“In de hotelbusiness zeker? Dikke kans. We zitten in een pandemie. Nee, hij is vooral heel veel aan het feesten met vrienden. Ik zie hem steeds met allemaal… jongens op insta.” Er zit een snik in Robs stem, en ik heb spijt dat ik erover ben begonnen. Ik kijk uit het raam, waar een zonovergoten polder te zien is. “Jullie hebben elkaar gewoon te lang niet gezien,” zeg ik.

“Ja,” zegt Robbert, “ik moet naar Griekenland. Dan zie ik hem in het echt en komt het gewoon goed. Ik ga er zeker heen. Als ik niet hoef te herkansen…”

“Eh, ja, dat moet je maar met je moeder bespreken,” zegt papa, die zenuwachtig wordt van opvoedmomenten. “Maar doe jezelf nou niet tekort, jochie. Je bent veel te leuk om maar halve aandacht te krijgen van iemand. Je verdient iemand die het zeker weet.”

“Dat zal wel, maar ik heb ze niet bepaald voor het uitkiezen,” zegt Robbert met een wrang lachje.

“Onzin, ik vind dat je heel goed bent opgedroogd. Net zo knap als je vader! Je zult ze nog van je af moeten slaan.” Papa’s ogen lachen in de achteruitkijkspiegel naar Rob.

“Nou, genoeg gezeurd,” zegt Rob. “Waar blijft die hei van jou?”

Het dagboek van Anne-Wil (oma Willeke) kun je op Libelle Premium lezen >

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien