Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

50 jaar Jan, Jans en de kinderen: dít waren de spraakmakende thema's van de afgelopen jaren

Vijftig jaar Jan, Jans en de kinderen is een reis door de geschiedenis van onze maatschappij. Van vrouwenemancipatie, vegetarisch eten, BOM-moeders, mobiele telefoons tot het fenomeen huisman, alles komt aan bod in huize Tromp.

Toen in 1970 Jan, Jans en de kinderen voor het eerst als strip in Libelle verscheen, was Nederland in allerlei opzichten een heel ander land dan het Nederland van 2020. Nu zie je overal – in de stad, in het buitengebied, op het strand – mensen van alle leeftijden voortdurend op hun mobiele telefoon kijken. In 1970 had nog niet de helft van alle Nederlandse huishoudens een vaste telefoon, van mobiel bellen had nog nooit iemand gehoord. De meeste mensen moesten naar de buren of naar een telefooncel als ze wilden bellen. Internet moest nog worden uitgevonden en zelfs op universiteiten waren computers een zeldzaamheid. Milieuproblemen werden amper onderkend.

Pas in 1972 publiceerde de Club van Rome het geruchtmakende rapport Grenzen aan de groei. Kort daarna kwam er door de oliecrisis in één klap een eind aan goedkope fossiele brandstof. In 1970 rookten leraren voor de klas en zaten voetbaltrainers als kettingrokers op de bank langs de lijn. Vegetariërs waren een zeldzaamheid. Wie geen vlees meer wilde eten, kreeg van zijn moeder een plak kaas in plaats van een stukje vlees bij de gebruikelijke aardappels en groenten. ‘Vleesvervangers’ waren alleen te koop in de toen nog zeldzame reformwinkels. “Maar je draagt wel leren schoenen”, kregen vegetariërs vaak te horen. “Maar ik éét ook geen schoenen”, zei een beetje vegetariër dan.

Advertentie

Kostwinners en huisvrouwen

Maar dit is allemaal niets vergeleken met de positie van vrouwen. Wat man/vrouwverhoudingen betreft was Nederland in 1970 een totaal ander land dan nu. In januari 1970 bezette de feministische actiegroep Dolle Mina kasteel Nijenrode. De reden? Het gelijknamige opleidingsinstituut voor ‘handelsvertegenwoordiger, bankier of diplomaat’ was een mannenbolwerk en liet geen vrouwelijke studenten toe. Ook binnen gezinnen was er een nu bijna niet voor te stellen rolverdeling.

Vrijwel alle getrouwde vrouwen waren huisvrouw. Dat was een erfenis van een naoorlogse wettelijke bepaling die de overheid verplichtte onderwijzeressen en andere ambtenaressen na hun huwelijk te ontslaan. In 1956, dus slechts veertien jaar vóór 1970, werd die wettelijk verplichting geschrapt. Maar nog lang bleef het gebruikelijk om vrouwen na hun trouwen ontslag aan te zeggen. “Kan hij niet alleen de kost verdienen?” kregen de zeldzame mannen te horen van wie de echtgenote een betaalde baan had. Pas in 1973 werd het bij wet verbóden om vrouwen bij huwelijk, zwangerschap of geboorte van een kind te ontslaan. In 1970 mocht dat nog steeds en gebeurde het geregeld. Lollige mannen beweerden in die tijd: “Het enige recht van de vrouw is het aanrecht.” Zij voelden dat er veranderingen op komst waren en dat vonden ze vaak behoorlijk ongemakkelijk.

Chef in een behangerszaak?

Veel van de veranderingen die Nederland in de afgelopen vijftig jaar heeft meegemaakt, zie je terug in de strips van Jan, Jans en de kinderen. Maar de meest ingrijpende verandering binnen hun huishouding is ongetwijfeld de rolverdeling tussen Jan en Jans. In 1970 begonnen zij hun stripleven als kostwinner en fulltime huisvrouw met vaste rollen. Overigens werd er toen niet over rolverdeling gesproken, maar over rollenpatroon. Quasi-onnozel en doelend op de tijd dat een leidinggevende nog een patroon heette, vraagt Jan zich af: “Rollenpatroon, is dat geen chef in een behangerszaak?”

En ach, wat had die arme Jan het zwaar te verduren toen de rollen langzaamaan veranderden en hij de helft werd van het moderne tweeverdienersstel dat hij nu met Jans vormt. Maar ook Jans had het als fulltime huisvrouw niet gemakkelijk. Zo komt de familie ’s avonds laat terug nadat ze in de vakantie drie weken in een hotel zijn vertroeteld. De volgende ochtend zitten ze aan de ontbijttafel. Jans zegt verwachtingsvol: “Ik ben benieuwd wat we vandaag weer te eten krijgen.” De vraagtekens boven de hoofden van Jan, Karlijn en Catootje laten zien dat zij haar niet begrijpen. Het is Catootje die haar moeder uit de droom helpt: “Zeg mam, zou je zo zoetjes aan niet eens voor het eten gaan zorgen!” Jans staat op, doet een schort voor, loopt naar de keuken en zucht: “De harde werkelijkheid begint langzaam tot me door te dringen. De vakantie is voorbij!”

In die eerste jaren rust het huishouden volledig op haar schouders. Gesteggel over het huishoudgeld met de man die dat geld binnenbrengt, hoort daarbij. Jans vindt dat ze meer geld nodig heeft, volgens Jan is dat overdreven, Jans moet maar wat zuiniger aan doen. Maar wanneer zijn pilsje een glaasje water wordt en hij ’s nachts, omdat nachtstroom goedkoper is, door een bonkende wasmachine uit de slaap wordt gehouden, gaat hij overstag en krijgt Jans opslag. Maar het meest confronterend is toch wel de scène bij de balie van het gemeentehuis. Na een drukke dag vraagt Jans een nieuw paspoort aan. Wanneer de ambtenaar naar haar beroep informeert, somt ze op: “Verpleegster, schilder, elektricien, kleermaker, timmerman. Met andere woorden huisvrouw.” Dan noteert de ambtenaar zoals in de jaren zeventig nog gebruikelijk was: “Beroep: geen.”

Zigeunerkinderen

Dat gaat op zeker moment wringen. Terwijl er elders in Nederland Moedermavo’s en VOS-cursussen (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving) werden opgericht, gaat Jans naar Franse les en is ze niet thuis als Catootje uit school komt. Wanneer Jeroentjes moeder ook al niet thuis is omdat ze is gaan tennissen, vinden de twee eeuwige verloofdes zich héél zielig. Met ‘moeders die nooit thuis zijn’ kunnen ze net zo goed als zigeunerkinderen door het leven gaan. “Die hoeven nooit naar school, ze stelen af en toe een kip en maken verder de hele dag muziek.”

Het is het begin van de emancipatie van Jans, waarvan we jarenlang getuige zijn en die met flink wat strubbelingen gepaard gaat. Wanneer Jans bijvoorbeeld de was wil doen, moet Jan van haar zijn overhemd uittrekken. Dat is vies en moet ook in de was. Jan wordt door een vriend gebeld en door een ouderwetse telefoon (waarvan de hoorn via een kringeltjessnoer met het toestel is verbonden) zegt hij: “Ha die Joop… Prima. Met Jans ook. Niks geen feminisme. Ze doet nog gewoon het huishouden. Precies, nog een ouderwets gezinnetje met de man aan het hoofd.” En terwijl Jan half in zijn blootje staat omdat Jans hem van alle in haar ogen vieze of oude kleren ontdoet, verklaart hij stoer tegen Joop: “Natuurlijk, een sterke persoonlijkheid is vereist, wil je als man binnen het gezin nog wat gezag hebben.”

Een sukkel van een vent?

Terwijl in Nederland het fenomeen van werkende vrouwen steeds meer werd geaccepteerd en op zeker moment zelfs van overheidswege gestimuleerd, worden binnen huize Tromp de rollen helemaal omgekeerd en wordt Jan huisman. Iets wat hem niet al te gemakkelijk afgaat. Het stelt hem bovendien voor de gewetensvraag: “Ben ik nou progressief of ben ik een sukkel van een vent?”

Vervolgens wordt hij in de persoon van Hanna ook nog eens geconfronteerd met een indertijd nieuw verschijnsel: de BOM-moeder oftewel de Bewust Ongehuwde Moeder. Hanna is lesbisch en nogal uit de kluiten gewassen, wat naadloos aansluit bij het beeld dat de meeste Nederlanders indertijd van lesbiennes hadden: manwijven in tuinbroeken. Elegante lesbische vrouwen zoals Claudia de Breij en Kajsa Ollongren moesten nog in de openbaarheid treden en het beeld nuanceren.

Toch werd ook toen al bij Jan, Jans en de kinderen duidelijk dat er meer samenlevingsvormen bestaan dan hun standaardgezin. Legendarisch is de aflevering waarin Hanna met dochter Sientje op bezoek komt en vertelt dat ze een vaste vriendin heeft. Terwijl Jan in elkaar duikt bij al die vrouwenpraat verzucht Hanna: “Is het niet zalig dat je tegenwoordig als ‘pot’, zal ik maar zeggen, door iedereen wordt aanvaard?”
“Een pot,” vraagt Catootje, “wat bedoel je?”
“Een ‘pot’ is een vrouw die niet van mannen houdt, maar van…” begint Karlijn uit te leggen.
“O, een lesbienne. Zeg dat dan”, reageert Catootje.
Ondertussen vertelt Hanna dat ze een latrelatie heeft met een Duitse vrouw. Die vriendin woont niet ver van de grens, in Keulen. Waarop Jan zich van pure pret op de dijen slaat en roept: “Mijn BOM-nicht heeft een LAT-relatie met een Keulse pot!”

Zo komt de buitenwereld voortdurend op een vrolijke manier binnen in het gezin van Jan, Jans en kinderen. Ook wanneer Jan, als zo veel Nederlanders bij tijd en wijle, bang is voor ontslag omdat er bij hem op de zaak heel wat arbeidsplaatsen op de tocht staan. Samen met Jans zit hij te somberen. Hoe moet dat als hij werkloos wordt? Met de auto? Met de hypotheek? Kunnen ze de studie van de kinderen dan nog wel betalen? Dan biedt Catootje uiterst behulpzaam aan: “Ik blijf morgen meteen thuis. We kunnen het schoolgeld wel beter besteden, hè mam?”

Ons krijg je niet in zo’n stinkding

Ook zie je in het huishouden van Jan, Jans en de kinderen terug dat Nederland de afgelopen vijftig jaar steeds rijker is geworden. In hun eerste jaren verkneukelen ze zich er nog om dat ze na de verhuizing geen kolenkachel meer hebben, maar centrale verwarming krijgen! Een kleurentelevisie staat nog niet in hun huis, maar alleen hoog op hun verlanglijstje. Ook de aanschaf van de eerste auto door Jan is een hele gebeurtenis. Aanvankelijk zijn de vrouwen in huis daar fel op tegen. “Ons krijg je niet in zo’n stinkding.” “Wij zijn toevallig tegen luchtvervuiling. Wij maken gebruik van het openbaar vervoer.” Maar wanneer Jan vergezichten schetst van vakanties met de auto, boodschappen doen met de auto, in weer en wind de kinderen wegbrengen met de auto, zijn de dames in een mum bekeerd. Net als in miljoenen andere Nederlandse gezinnen komt die auto er toch.

Dat roken nog jaren de gewoonste zaak van de wereld was, zie je wanneer Opa zijn intrede doet. Hij en zijn sigaar zijn aanvankelijk onafscheidelijk en alleen Catootje protesteert. Wanneer Jeroentje dat vraagt, laat Opa hem zelfs een trekje van zijn sigaar nemen. Catootje waarschuwt nog: “Niet doen, hoor, Opa. Anders poept-ie in z’n broek.” Maar Opa zegt: “Ogen dicht, dan proef je een sigaar het best.” Het enige wat Jeroentje weet uit te brengen is “Uche, uche”, gevolgd door een benepen “heerlijk”. Waarna Catootje zich vertwijfeld afvraagt: “Hoe kan ik nou tegen roken zijn als de mensen waar ik het meest van hou het lekker vinden?”

In de persoon van puber Karlijn komt het protest tegen vlees het huishouden binnen en Jans gaat geheel volgens de tijdgeest op zeker moment macrobiotisch koken. Dat is zo nieuw dat Jan naar de snackbar vlucht. Daar eet hij zo veel bamihappen en gehaktballen dat hij ziek thuiskomt. Jans geeft hem jasmijnthee, maar dat helpt niet en dus moet de dokter komen. Die foetert Jans uit: “Je kunt geen blad openslaan of je leest over moderne voedingsleer, en ú stopt uw man nog steeds vol met vieze, vette, ouderwetse kost. Foei mevrouw, u moest zich schamen.”

Eten (vooral de door Catootje verafschuwde andijvie) blijft een terugkerend thema. Ook omdat Jan en Jans, net als hele volksstammen in het rijke Nederland, op gezette tijden weer aan de lijn doen. Maar hoogtepunt is toch het jaarlijkse kerstdiner met zielige dode diertjes die dan al dan niet op tafel mogen komen. Een schande, vindt Karlijn, vooral wanneer je bedenkt dat kindertjes in arme landen honger lijden. “Kom kinderen, geen stemverheffing aan de kersttafel”, sust Jans.

Toen ik zo oud was als jij

Intussen verlangt Jan terug naar het kerstfeest zoals dat in zíjn jeugd gevierd werd. Een vader die graag vertelt wat hij ‘als jongetje’ deed, een meegaande grootvader, dochters die geen vlees willen eten – het zijn dingen die je door de generaties heen in vrijwel alle Nederlandse gezinnen ziet. Dat maakt Jan, Jans en de kinderen zo herkenbaar. Hoe vaak zeggen ouders niet “Toen ik zo oud was als jij” wanneer ze hun kroost verwend vinden?

Als Catootje Jan vraagt of hij haar met de auto naar Jeroentje wil brengen en hij daar niet over peinst, weet zij al hoe laat het is. “Toen jij zo oud was als ik moest je altijd lopen, want je had niet eens een fiets. Ja, ja, dat weten we nu wel.” Ook Jans begrijpt haar kinderen soms niet. Dan wil ze dat Catootje ‘die leuke muts’ op zet. “Je bedoelt toch niet dat achterlijke ding dat Oma heeft gebreid? Jij kan soms van die vreselijk stomme dingen zeggen, mam! Zo vreselijk stom dat ik me afvraag of je zelf weleens jong bent geweest.” En laten we eerlijk zijn: wie vindt zijn eigen ouders niet af en toe hartstikke stom? Catootje en Jeroentje kunnen erover meepraten. “Als je trek hebt,

moet je wachten tot het eten. En als je een keer geen trek hebt, moet je je bord leegeten. En dan het stomste aan ouders: als je klein bent, leren ze je lopen en praten. Om als je groot bent tegen je te zeggen: ‘Stilzitten en je mond houden!’”

Wat denkt die kerel wel?

Toch zijn ouders in de loop der jaren veranderd. Tot het revolutiejaar 1968, toen jongeren massaal rebelleerden tegen de gevestigde orde, durfden kinderen die op school straf hadden gekregen, dat thuis nauwelijks vertellen. De kans was groot dat ze er dan nog eens van langs kregen, want leraren en ouders vormden één front. Dáár hoeven Karlijn en Catootje niet meer bang voor te zijn. Hun ouders kiezen bij conflicten met leerkrachten altijd de kant van hun kinderen. Wanneer een leraar zich bij Jan beklaagt over de ‘grapjes en ordeverstoringen’ van Karlijn zegt hij: “Ik verwacht van u dat u uw dochter eens streng zal aanpakken. Huisarrest en studeren. Daar kweek je een sterk karakter mee.” In de ogen van Jan is het de grootst mogelijke onzin. Als hij de schooldeur achter zich heeft dichtgeslagen, zegt hij: “Wat denkt zo’n kerel wel? ’t Is toch zeker mijn kind?” Hij maakt een lange neus richting de school, trakteert zijn dochters op een ijsje en als klap op de anti-autoritaire vuurpijl gaan ze die avond met z’n allen naar de bioscoop.

Ook moeders zijn veranderd. Niet alleen dat Jans op latere leeftijd nog een derde kind, Gertje, heeft gekregen en een werkende vrouw is geworden. Zij neemt het er veel meer van dan de moeders van vroeger ooit hadden durven dromen. Als Jans na een ladies’ night in de bioscoop lichtelijk aangeschoten thuiskomt, blijkt dat ze meer voor de hapjes en drankjes dan voor de film is gegaan. Wanneer ze met vriendinnen gaat wandelen, strijken de dames in no time neer op een terras en bestellen koffie met taart. Jezelf voor de grap verwennen, én voor het ondeugende idee dat je een stille aanbidder hebt, door online een boeket bloemen te bestellen? Jans doet het allemaal.

Mijn vader bedoelt…

Door de snelle technologische ontwikkelingen van de afgelopen vijfentwintig jaar heeft zich nog een verandering voltrokken. Jongeren pakken die nieuwigheden sneller op en leren hun ouders hoe ze met al die moderne apparaten, en met name de mobiele telefoon, moeten omgaan. In huize Tromp worden deze rollen al omgedraaid wanneer Jan een nieuw fototoestel wil kopen en Karlijn meegaat naar de winkel. Aan de verkoper legt ze geduldig uit: “Mijn vader bedoelt een kleinbeeld-spiegelreflex met verwisselbaar objectief.”

Of neem het gebruik van een ‘Tikkie’, een voor Jan volstrekt nieuw fenomeen. Als hij het niet meteen snapt, doet Karlijn het hem met alle plezier nog eens voor en strijkt zo het dubbele zakgeld op.

Maar voor de uitleg van sommige dingen blijft de oudere generatie onmisbaar. Catootje leest een sprookjesboek en vraagt Opa: “Iemand het hof maken, wat betekent dat?” Dat is als een heer naar de hand van een dame dingt, zegt Opa. Voordat hij aan zijn uiterst romantische uitleg begint, zegt Karlijn: “Versieren dus.” Terwijl Opa het heeft over “vleierijtjes, kleine attenties en soms een traktatie”, geeft Karlijn haar eigentijdse vertaling: “Zo lekker stuk. Wil je wat van me drinken? Gaan we lekker op m’n brommer scheuren?”

Maar Karlijn zelf heeft ook nog het ouderwetse versieren meegemaakt. Dat wil zeggen: in het tijdperk voor de mobiele telefoon treedt Catootje op als postillon d’amour tussen Gerard, een aardige jongen van de andere kant van het dorp, en Karlijn door briefjes van de een naar de ander te brengen. Uiteindelijk leidt dat tot een ontmoeting. “Hoi”, groeten Gerard en Karlijn elkaar verlegen. “Zullen we een ijsje gaan eten?” stelt Gerard dan voor. Een voortreffelijk idee na al dat gehol, vindt Catootje. Maar zij wordt zonder pardon door Karlijn weggestuurd, terwijl die ondankbare Gerard zegt dat kleine zusjes soms verbazend lastig kunnen zijn.

Maar op zeker moment doet, net als in de rest van Nederland, ook bij Jan, Jans en de kinderen het mobieltje zijn intrede. Jan wordt er gek van, zeker wanneer Karlijn aan tafel voortdurend door vriendinnen gebeld wordt. “Als ik niet reageer, denken ze dat ik ze niet wil spreken. Ze moeten ervan op aan kunnen dat ik altijd voor ze klaarsta.” Dan gaat de telefoon opnieuw. Karlijn neemt vol verwachting op, maar nog geen seconde later is de teleurstelling van haar gezicht te lezen. “O, ben jij het?” Het is haar vader maar. Die vraagt Karlijn of ze hem de aardappelen wil aangeven.

Humor en levenskunst

Ongetwijfeld is het succes van Jan, Jans en de kinderen te danken aan het feit dat de familie Tromp met beide benen in de maatschappij staat en zo een spiegel van de tijdgeest is. Maar het allerbelangrijkste is toch de humor. Die maakt dat we nu al een halve eeuw genieten van hun wederwaardigheden. Wat die humor betreft is de absolute hoofdrol voor Catootje weggelegd. Dat kind kan meesterlijk slijmen bij haar grootvader. “Toe Opa, vertel nog eens over vroeger, waren er toen ook al spruitjes?” Maar ook is het onbetaalbaar hoe zij haar moeder soms de les leest. Catootje vertelt aan Jans dat Jeroentje en zij hun naam hebben geruild. “Hij heet nu Catootje en ik heet Jeroentje.” Dan reageert Jans bekrompen: “Maar Jeroentje is een jongensnaam, en jij bent een meisje.” Waarop Catootje antwoordt: “Ik zou niet weten waarom ik geen jongensnaam mag hebben. Omdat ik nou toevallig een meisje ben? Fraai is, dat. Sommigen zullen nooit leren wat emancipatie betekent.”

Ook om serieuze en belangrijke dingen moet je kunnen lachen. Dat is een kwestie van levenskunst en die kunst beheersen Jan, Jans en de kinderen als geen ander. Daarnaast is te zien dat in de vijftig jaar dat we hun wederwaardigheden hebben kunnen volgen, de nu onvoorstelbare ongelijkheid tussen mannen en vrouwen uit 1970 voor een groot deel is rechtgetrokken. Zowel in de strip als in het echte leven. Dat laat zien dat voor veel vrouwen het Nederland van 2020 een geweldig land is om in te leven. Dat is geen klein geluk, maar een grote verworvenheid die we moeten koesteren.

Dit is typisch Catootje:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Tekst: Annegreet van Bergen.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Dít verrassende ingrediënt voorkomt dat je fruitsalade bruin wordt

In de lente en zomer is een fruitsalade een ideaal bijgerecht bij een picknick of barbecue. Alleen kan het fruit na een tijdje wat bruin kleuren. Gelukkig is dit probleem makkelijk op te lossen. 

Je zult het vast wel herkennen: je snijdt de appel in plakjes en de banaan, aardbeien en mango in stukjes. De verschillende soorten fruit zorgen voor een heerlijke frisse salade, maar voor je het weet begint het fruit al bruin te kleuren. Waar komt dat door?

Advertentie

Zuurstof

Het bruin worden van fruit is het gevolg van oxidatie. Ieder fruitstuk bevat bepaalde enzymen en polyfenolen die in hun eigen compartiment zitten. Wanneer je fruit in stukjes snijdt, gaat de celwand stuk en wordt het fruit blootgesteld aan zuurstof. Doordat die zuurstof erbij komt en de polyfenolen en enzymen bij elkaar komen, ontstaat die bruine kleur. Hoewel dit proces de smaak van het fruit niet echt beïnvloedt, ziet het er niet echt smakelijk uit.

Citroenzuur

Om de effecten van oxidatie te voorkomen, heeft het fruit een dosis citroenzuur nodig. De zuurgraad van citroenen helpt het bruin worden van fruit namelijk te voorkomen. Kortom: het enige wat je hoeft te doen is wat citroensap aan je fruitsalade toevoegen. Eén eetlepel sap kan de fruitsalade urenlang vers houden.

Betere smaak

En dat is niet het enige voordeel van citroen. Naast het vers houden van fruitsalade, kan citroen ook helpen de smaak te versterken. De zure bite van de citrus accentueert de zoetheid van de andere vruchten en helpt ook de smaak van hun sappen naar voren te brengen.

Houten scheplepels

Als je niet wilt dat de smaak van citroen alle andere smaken overweldigt, kun het beste één eetlepel citroensap aanhouden per twee kopjes fruit. Om de zure smaak te verminderen, kun je de sap eventueel van tevoren mengen met een theelepel suiker. Gebruik voor extra bescherming tegen oxidatie houten scheplepels om alles door elkaar te mengen, in plaats van metaal.

Dag bestrijdingsmiddelen: zo maak je fruit écht brandschoon:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Well + Good. Beeld: Getty Images

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Dít verrassende ingrediënt voorkomt dat je fruitsalade bruin wordt

In de lente en zomer is een fruitsalade een ideaal bijgerecht bij een picknick of barbecue. Alleen kan het fruit na een tijdje wat bruin kleuren. Gelukkig is dit probleem makkelijk op te lossen. 

Je zult het vast wel herkennen: je snijdt de appel in plakjes en de banaan, aardbeien en mango in stukjes. De verschillende soorten fruit zorgen voor een heerlijke frisse salade, maar voor je het weet begint het fruit al bruin te kleuren. Waar komt dat door?

Advertentie

Zuurstof

Het bruin worden van fruit is het gevolg van oxidatie. Ieder fruitstuk bevat bepaalde enzymen en polyfenolen die in hun eigen compartiment zitten. Wanneer je fruit in stukjes snijdt, gaat de celwand stuk en wordt het fruit blootgesteld aan zuurstof. Doordat die zuurstof erbij komt en de polyfenolen en enzymen bij elkaar komen, ontstaat die bruine kleur. Hoewel dit proces de smaak van het fruit niet echt beïnvloedt, ziet het er niet echt smakelijk uit.

Citroenzuur

Om de effecten van oxidatie te voorkomen, heeft het fruit een dosis citroenzuur nodig. De zuurgraad van citroenen helpt het bruin worden van fruit namelijk te voorkomen. Kortom: het enige wat je hoeft te doen is wat citroensap aan je fruitsalade toevoegen. Eén eetlepel sap kan de fruitsalade urenlang vers houden.

Betere smaak

En dat is niet het enige voordeel van citroen. Naast het vers houden van fruitsalade, kan citroen ook helpen de smaak te versterken. De zure bite van de citrus accentueert de zoetheid van de andere vruchten en helpt ook de smaak van hun sappen naar voren te brengen.

Houten scheplepels

Als je niet wilt dat de smaak van citroen alle andere smaken overweldigt, kun het beste één eetlepel citroensap aanhouden per twee kopjes fruit. Om de zure smaak te verminderen, kun je de sap eventueel van tevoren mengen met een theelepel suiker. Gebruik voor extra bescherming tegen oxidatie houten scheplepels om alles door elkaar te mengen, in plaats van metaal.

Dag bestrijdingsmiddelen: zo maak je fruit écht brandschoon:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Well + Good. Beeld: Getty Images

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Persconferentie 11 mei: "Alles wijst erop dat we op weg zijn naar een mooie zomer"

We kunnen binnenkort weer van ‘s ochtends vroeg tot acht uur ‘s avonds naar het terras. Ook mogen we weer binnen sporten en een dagje naar pretparken, dierentuinen en speeltuinen. 

Deze versoepelingen gaan in vanaf woensdag 19 mei, míts de ziekenhuisbezetting blijft dalen. Dat maakten demissionair premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge bekend tijdens de persconferentie van 11 mei. Verder zijn ze voorzichtig optimistisch over de vakanties naar het buitenland.

Advertentie

Noodrem

“Alles wijst erop dat we op weg zijn naar een mooie zomer”, zegt Rutte tijdens de persconferentie. Het kabinet kondigt dan ook een een aantal versoepelingen aan. Maar wees niet té enthousiast, want op maandag 17 mei wordt bekeken of deze voorgenomen versoepelingen ook écht mogelijk zijn. Het kabinet vindt het namelijk nog te vroeg om daadwerkelijk te beslissing te nemen om een sprong te wagen naar de tweede fase van het het versoepelingsplan. Daarom worden de laatste puntjes later pas op de i gezet.

De nieuwe versoepelingen zijn onder voorwaarden. Ten eerste moet het aantal ziekenhuisopnames blijven dalen. Als dit tegenvalt, wil het kabinet op de “pauzeknop” drukken. Mochten de ziekenhuisopnames wél zijn gedaald? Dan zijn dít de versoepelingen van stap twee:

1. Contactberoepen

Alle contactberoepen aan de slag. Eerder mochten fysiotherapeuten, schoonheidsspecialisten en kappers hun werk weer doen, maar vanaf volgende week mogen waarschijnlijk ook de sekswerkers weer aan het werk.

2. Buitenhoreca

Nu kon je alleen van 12.00 uur tot 18.00 uur een terrasje pakken. Deze tijden worden wat verruimd, blijkt na de persconferentie. Zo kunnen terrassen voortaan vanaf ‘s ochtends 06.00 uur open voor ontbijt, tot ‘s avonds 20.00 uur voor diner. Nog steeds onder dezelfde voorwaarden. De nieuwe regels gelden ook voor de sportkantines.

3. Meer sportmogelijkheden

Sportscholen gaan weer open. Dat betekent dat er zowel buiten als binnen gesport mag worden. Voor binnen geldt een maximumaantal van 30 personen. Ook teamsport is weer toegestaan. Kleedkamers en douches blijven gesloten, met uitzondering van de kleedkamers bij zwembaden. Geen wedstrijden en geen publiek.

4. Openluchttheaters en -musea

Ook de openluchtheaters, openluchtmusea en andere culturele instellingen in de buitenlucht weer open. Binnenruimtes, waar mensen zelf aan kunst doen, gaan ook weer open, zoals muziek- en dansscholen. Ook daar geldt: maximaal dertig mensen in een ruimte, 1,5 meter afstand en registratie vooraf.

5. Recreatie buiten

De zogenoemde doorstroomlocaties, zoals (pret-)parken, dierentuinen, speeltuinen, openluchtmusea, -monumenten en -theaters mogen hun deuren weer openen. Wel moet er gereserveerd worden. Ook muziekscholen mogen ook weer leerlingen ontvangen.

Alles wat buiten is, is toegankelijk. Bij bijvoorbeeld pretparken en dierentuinen mogen dus alleen de attracties en dierenverblijven buiten open. Bij de Efteling mag de Python dus wel open, maar de Droomvlucht niet.

Voortgezet onderwijs

Er wordt gepleit om de anderhalvemetermaatregel in het onderwijs los te laten. Juist voor jongeren in het voortgezet onderwijs is contact met leeftijdsgenoten een eerste levensbehoefte. Maar het OMT waarschuwt voor het te vroeg loslaten, want dat leidt tot langdurige druk in de zorg. Daarom gaan we daar nog eens goed kijken. Uiterlijk dinsdag 25 mei hakt het kabinet daarover de knoop door.

Vakanties

Hugo de Jonge is voorzichtig optimistisch over de zomervakantie. Het algemene advies om niet naar het buitenland te reizen vervalt volgende week.

Het huidige advies is: reis alleen naar het buitenland als dat noodzakelijk is. Dit algemene advies loopt tot half mei. “Vanaf zaterdag 15 mei kijken we per land of gebied wat de situatie is en of je daar veilig naartoe kan”, zegt Hugo de Jonge. Ze gaan werken met kleurcodes per land. Staat een land op geel? Dan kun je daar in principe op vakantie. Maar corona is niet weg, dus helemaal zorgeloos kun je nog niet op reis. Zo moet je je wel aan de regels van dat land houden. Het kan zijn dat je een negatieve testuitslag moet laten zien. Houd er ook rekening mee dat andere landen Nederland als een risicoland kunnen zien, waardoor je misschien in quarantaine moet. Ga ook niet op reis als je klachten hebt of besmet bent.

Op dinsdag 1 juni is er een nieuwe persconferentie over stap drie.

Dít zijn de veelvoorkomende langdurige klachten door corona:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Rijksoverheid. Beeld: ANP

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Persconferentie 11 mei: "Alles wijst erop dat we op weg zijn naar een mooie zomer"

We kunnen binnenkort weer van ‘s ochtends vroeg tot acht uur ‘s avonds naar het terras. Ook mogen we weer binnen sporten en een dagje naar pretparken, dierentuinen en speeltuinen. 

Deze versoepelingen gaan in vanaf woensdag 19 mei, míts de ziekenhuisbezetting blijft dalen. Dat maakten demissionair premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge bekend tijdens de persconferentie van 11 mei. Verder zijn ze voorzichtig optimistisch over de vakanties naar het buitenland.

Advertentie

Noodrem

“Alles wijst erop dat we op weg zijn naar een mooie zomer”, zegt Rutte tijdens de persconferentie. Het kabinet kondigt dan ook een een aantal versoepelingen aan. Maar wees niet té enthousiast, want op maandag 17 mei wordt bekeken of deze voorgenomen versoepelingen ook écht mogelijk zijn. Het kabinet vindt het namelijk nog te vroeg om daadwerkelijk te beslissing te nemen om een sprong te wagen naar de tweede fase van het het versoepelingsplan. Daarom worden de laatste puntjes later pas op de i gezet.

De nieuwe versoepelingen zijn onder voorwaarden. Ten eerste moet het aantal ziekenhuisopnames blijven dalen. Als dit tegenvalt, wil het kabinet op de “pauzeknop” drukken. Mochten de ziekenhuisopnames wél zijn gedaald? Dan zijn dít de versoepelingen van stap twee:

1. Contactberoepen

Alle contactberoepen aan de slag. Eerder mochten fysiotherapeuten, schoonheidsspecialisten en kappers hun werk weer doen, maar vanaf volgende week mogen waarschijnlijk ook de sekswerkers weer aan het werk.

2. Buitenhoreca

Nu kon je alleen van 12.00 uur tot 18.00 uur een terrasje pakken. Deze tijden worden wat verruimd, blijkt na de persconferentie. Zo kunnen terrassen voortaan vanaf ‘s ochtends 06.00 uur open voor ontbijt, tot ‘s avonds 20.00 uur voor diner. Nog steeds onder dezelfde voorwaarden. De nieuwe regels gelden ook voor de sportkantines.

3. Meer sportmogelijkheden

Sportscholen gaan weer open. Dat betekent dat er zowel buiten als binnen gesport mag worden. Voor binnen geldt een maximumaantal van 30 personen. Ook teamsport is weer toegestaan. Kleedkamers en douches blijven gesloten, met uitzondering van de kleedkamers bij zwembaden. Geen wedstrijden en geen publiek.

4. Openluchttheaters en -musea

Ook de openluchtheaters, openluchtmusea en andere culturele instellingen in de buitenlucht weer open. Binnenruimtes, waar mensen zelf aan kunst doen, gaan ook weer open, zoals muziek- en dansscholen. Ook daar geldt: maximaal dertig mensen in een ruimte, 1,5 meter afstand en registratie vooraf.

5. Recreatie buiten

De zogenoemde doorstroomlocaties, zoals (pret-)parken, dierentuinen, speeltuinen, openluchtmusea, -monumenten en -theaters mogen hun deuren weer openen. Wel moet er gereserveerd worden. Ook muziekscholen mogen ook weer leerlingen ontvangen.

Alles wat buiten is, is toegankelijk. Bij bijvoorbeeld pretparken en dierentuinen mogen dus alleen de attracties en dierenverblijven buiten open. Bij de Efteling mag de Python dus wel open, maar de Droomvlucht niet.

Voortgezet onderwijs

Er wordt gepleit om de anderhalvemetermaatregel in het onderwijs los te laten. Juist voor jongeren in het voortgezet onderwijs is contact met leeftijdsgenoten een eerste levensbehoefte. Maar het OMT waarschuwt voor het te vroeg loslaten, want dat leidt tot langdurige druk in de zorg. Daarom gaan we daar nog eens goed kijken. Uiterlijk dinsdag 25 mei hakt het kabinet daarover de knoop door.

Vakanties

Hugo de Jonge is voorzichtig optimistisch over de zomervakantie. Het algemene advies om niet naar het buitenland te reizen vervalt volgende week.

Het huidige advies is: reis alleen naar het buitenland als dat noodzakelijk is. Dit algemene advies loopt tot half mei. “Vanaf zaterdag 15 mei kijken we per land of gebied wat de situatie is en of je daar veilig naartoe kan”, zegt Hugo de Jonge. Ze gaan werken met kleurcodes per land. Staat een land op geel? Dan kun je daar in principe op vakantie. Maar corona is niet weg, dus helemaal zorgeloos kun je nog niet op reis. Zo moet je je wel aan de regels van dat land houden. Het kan zijn dat je een negatieve testuitslag moet laten zien. Houd er ook rekening mee dat andere landen Nederland als een risicoland kunnen zien, waardoor je misschien in quarantaine moet. Ga ook niet op reis als je klachten hebt of besmet bent.

Op dinsdag 1 juni is er een nieuwe persconferentie over stap drie.

Dít zijn de veelvoorkomende langdurige klachten door corona:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Rijksoverheid. Beeld: ANP

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien