Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

50 jaar Jan, Jans en de kinderen: dít waren de spraakmakende thema's van de afgelopen jaren

Vijftig jaar Jan, Jans en de kinderen is een reis door de geschiedenis van onze maatschappij. Van vrouwenemancipatie, vegetarisch eten, BOM-moeders, mobiele telefoons tot het fenomeen huisman, alles komt aan bod in huize Tromp.

Toen in 1970 Jan, Jans en de kinderen voor het eerst als strip in Libelle verscheen, was Nederland in allerlei opzichten een heel ander land dan het Nederland van 2020. Nu zie je overal – in de stad, in het buitengebied, op het strand – mensen van alle leeftijden voortdurend op hun mobiele telefoon kijken. In 1970 had nog niet de helft van alle Nederlandse huishoudens een vaste telefoon, van mobiel bellen had nog nooit iemand gehoord. De meeste mensen moesten naar de buren of naar een telefooncel als ze wilden bellen. Internet moest nog worden uitgevonden en zelfs op universiteiten waren computers een zeldzaamheid. Milieuproblemen werden amper onderkend.

Pas in 1972 publiceerde de Club van Rome het geruchtmakende rapport Grenzen aan de groei. Kort daarna kwam er door de oliecrisis in één klap een eind aan goedkope fossiele brandstof. In 1970 rookten leraren voor de klas en zaten voetbaltrainers als kettingrokers op de bank langs de lijn. Vegetariërs waren een zeldzaamheid. Wie geen vlees meer wilde eten, kreeg van zijn moeder een plak kaas in plaats van een stukje vlees bij de gebruikelijke aardappels en groenten. ‘Vleesvervangers’ waren alleen te koop in de toen nog zeldzame reformwinkels. “Maar je draagt wel leren schoenen”, kregen vegetariërs vaak te horen. “Maar ik éét ook geen schoenen”, zei een beetje vegetariër dan.

Advertentie

Kostwinners en huisvrouwen

Maar dit is allemaal niets vergeleken met de positie van vrouwen. Wat man/vrouwverhoudingen betreft was Nederland in 1970 een totaal ander land dan nu. In januari 1970 bezette de feministische actiegroep Dolle Mina kasteel Nijenrode. De reden? Het gelijknamige opleidingsinstituut voor ‘handelsvertegenwoordiger, bankier of diplomaat’ was een mannenbolwerk en liet geen vrouwelijke studenten toe. Ook binnen gezinnen was er een nu bijna niet voor te stellen rolverdeling.

Vrijwel alle getrouwde vrouwen waren huisvrouw. Dat was een erfenis van een naoorlogse wettelijke bepaling die de overheid verplichtte onderwijzeressen en andere ambtenaressen na hun huwelijk te ontslaan. In 1956, dus slechts veertien jaar vóór 1970, werd die wettelijk verplichting geschrapt. Maar nog lang bleef het gebruikelijk om vrouwen na hun trouwen ontslag aan te zeggen. “Kan hij niet alleen de kost verdienen?” kregen de zeldzame mannen te horen van wie de echtgenote een betaalde baan had. Pas in 1973 werd het bij wet verbóden om vrouwen bij huwelijk, zwangerschap of geboorte van een kind te ontslaan. In 1970 mocht dat nog steeds en gebeurde het geregeld. Lollige mannen beweerden in die tijd: “Het enige recht van de vrouw is het aanrecht.” Zij voelden dat er veranderingen op komst waren en dat vonden ze vaak behoorlijk ongemakkelijk.

Chef in een behangerszaak?

Veel van de veranderingen die Nederland in de afgelopen vijftig jaar heeft meegemaakt, zie je terug in de strips van Jan, Jans en de kinderen. Maar de meest ingrijpende verandering binnen hun huishouding is ongetwijfeld de rolverdeling tussen Jan en Jans. In 1970 begonnen zij hun stripleven als kostwinner en fulltime huisvrouw met vaste rollen. Overigens werd er toen niet over rolverdeling gesproken, maar over rollenpatroon. Quasi-onnozel en doelend op de tijd dat een leidinggevende nog een patroon heette, vraagt Jan zich af: “Rollenpatroon, is dat geen chef in een behangerszaak?”

En ach, wat had die arme Jan het zwaar te verduren toen de rollen langzaamaan veranderden en hij de helft werd van het moderne tweeverdienersstel dat hij nu met Jans vormt. Maar ook Jans had het als fulltime huisvrouw niet gemakkelijk. Zo komt de familie ’s avonds laat terug nadat ze in de vakantie drie weken in een hotel zijn vertroeteld. De volgende ochtend zitten ze aan de ontbijttafel. Jans zegt verwachtingsvol: “Ik ben benieuwd wat we vandaag weer te eten krijgen.” De vraagtekens boven de hoofden van Jan, Karlijn en Catootje laten zien dat zij haar niet begrijpen. Het is Catootje die haar moeder uit de droom helpt: “Zeg mam, zou je zo zoetjes aan niet eens voor het eten gaan zorgen!” Jans staat op, doet een schort voor, loopt naar de keuken en zucht: “De harde werkelijkheid begint langzaam tot me door te dringen. De vakantie is voorbij!”

In die eerste jaren rust het huishouden volledig op haar schouders. Gesteggel over het huishoudgeld met de man die dat geld binnenbrengt, hoort daarbij. Jans vindt dat ze meer geld nodig heeft, volgens Jan is dat overdreven, Jans moet maar wat zuiniger aan doen. Maar wanneer zijn pilsje een glaasje water wordt en hij ’s nachts, omdat nachtstroom goedkoper is, door een bonkende wasmachine uit de slaap wordt gehouden, gaat hij overstag en krijgt Jans opslag. Maar het meest confronterend is toch wel de scène bij de balie van het gemeentehuis. Na een drukke dag vraagt Jans een nieuw paspoort aan. Wanneer de ambtenaar naar haar beroep informeert, somt ze op: “Verpleegster, schilder, elektricien, kleermaker, timmerman. Met andere woorden huisvrouw.” Dan noteert de ambtenaar zoals in de jaren zeventig nog gebruikelijk was: “Beroep: geen.”

Zigeunerkinderen

Dat gaat op zeker moment wringen. Terwijl er elders in Nederland Moedermavo’s en VOS-cursussen (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving) werden opgericht, gaat Jans naar Franse les en is ze niet thuis als Catootje uit school komt. Wanneer Jeroentjes moeder ook al niet thuis is omdat ze is gaan tennissen, vinden de twee eeuwige verloofdes zich héél zielig. Met ‘moeders die nooit thuis zijn’ kunnen ze net zo goed als zigeunerkinderen door het leven gaan. “Die hoeven nooit naar school, ze stelen af en toe een kip en maken verder de hele dag muziek.”

Het is het begin van de emancipatie van Jans, waarvan we jarenlang getuige zijn en die met flink wat strubbelingen gepaard gaat. Wanneer Jans bijvoorbeeld de was wil doen, moet Jan van haar zijn overhemd uittrekken. Dat is vies en moet ook in de was. Jan wordt door een vriend gebeld en door een ouderwetse telefoon (waarvan de hoorn via een kringeltjessnoer met het toestel is verbonden) zegt hij: “Ha die Joop… Prima. Met Jans ook. Niks geen feminisme. Ze doet nog gewoon het huishouden. Precies, nog een ouderwets gezinnetje met de man aan het hoofd.” En terwijl Jan half in zijn blootje staat omdat Jans hem van alle in haar ogen vieze of oude kleren ontdoet, verklaart hij stoer tegen Joop: “Natuurlijk, een sterke persoonlijkheid is vereist, wil je als man binnen het gezin nog wat gezag hebben.”

Een sukkel van een vent?

Terwijl in Nederland het fenomeen van werkende vrouwen steeds meer werd geaccepteerd en op zeker moment zelfs van overheidswege gestimuleerd, worden binnen huize Tromp de rollen helemaal omgekeerd en wordt Jan huisman. Iets wat hem niet al te gemakkelijk afgaat. Het stelt hem bovendien voor de gewetensvraag: “Ben ik nou progressief of ben ik een sukkel van een vent?”

Vervolgens wordt hij in de persoon van Hanna ook nog eens geconfronteerd met een indertijd nieuw verschijnsel: de BOM-moeder oftewel de Bewust Ongehuwde Moeder. Hanna is lesbisch en nogal uit de kluiten gewassen, wat naadloos aansluit bij het beeld dat de meeste Nederlanders indertijd van lesbiennes hadden: manwijven in tuinbroeken. Elegante lesbische vrouwen zoals Claudia de Breij en Kajsa Ollongren moesten nog in de openbaarheid treden en het beeld nuanceren.

Toch werd ook toen al bij Jan, Jans en de kinderen duidelijk dat er meer samenlevingsvormen bestaan dan hun standaardgezin. Legendarisch is de aflevering waarin Hanna met dochter Sientje op bezoek komt en vertelt dat ze een vaste vriendin heeft. Terwijl Jan in elkaar duikt bij al die vrouwenpraat verzucht Hanna: “Is het niet zalig dat je tegenwoordig als ‘pot’, zal ik maar zeggen, door iedereen wordt aanvaard?”
“Een pot,” vraagt Catootje, “wat bedoel je?”
“Een ‘pot’ is een vrouw die niet van mannen houdt, maar van…” begint Karlijn uit te leggen.
“O, een lesbienne. Zeg dat dan”, reageert Catootje.
Ondertussen vertelt Hanna dat ze een latrelatie heeft met een Duitse vrouw. Die vriendin woont niet ver van de grens, in Keulen. Waarop Jan zich van pure pret op de dijen slaat en roept: “Mijn BOM-nicht heeft een LAT-relatie met een Keulse pot!”

Zo komt de buitenwereld voortdurend op een vrolijke manier binnen in het gezin van Jan, Jans en kinderen. Ook wanneer Jan, als zo veel Nederlanders bij tijd en wijle, bang is voor ontslag omdat er bij hem op de zaak heel wat arbeidsplaatsen op de tocht staan. Samen met Jans zit hij te somberen. Hoe moet dat als hij werkloos wordt? Met de auto? Met de hypotheek? Kunnen ze de studie van de kinderen dan nog wel betalen? Dan biedt Catootje uiterst behulpzaam aan: “Ik blijf morgen meteen thuis. We kunnen het schoolgeld wel beter besteden, hè mam?”

Ons krijg je niet in zo’n stinkding

Ook zie je in het huishouden van Jan, Jans en de kinderen terug dat Nederland de afgelopen vijftig jaar steeds rijker is geworden. In hun eerste jaren verkneukelen ze zich er nog om dat ze na de verhuizing geen kolenkachel meer hebben, maar centrale verwarming krijgen! Een kleurentelevisie staat nog niet in hun huis, maar alleen hoog op hun verlanglijstje. Ook de aanschaf van de eerste auto door Jan is een hele gebeurtenis. Aanvankelijk zijn de vrouwen in huis daar fel op tegen. “Ons krijg je niet in zo’n stinkding.” “Wij zijn toevallig tegen luchtvervuiling. Wij maken gebruik van het openbaar vervoer.” Maar wanneer Jan vergezichten schetst van vakanties met de auto, boodschappen doen met de auto, in weer en wind de kinderen wegbrengen met de auto, zijn de dames in een mum bekeerd. Net als in miljoenen andere Nederlandse gezinnen komt die auto er toch.

Dat roken nog jaren de gewoonste zaak van de wereld was, zie je wanneer Opa zijn intrede doet. Hij en zijn sigaar zijn aanvankelijk onafscheidelijk en alleen Catootje protesteert. Wanneer Jeroentje dat vraagt, laat Opa hem zelfs een trekje van zijn sigaar nemen. Catootje waarschuwt nog: “Niet doen, hoor, Opa. Anders poept-ie in z’n broek.” Maar Opa zegt: “Ogen dicht, dan proef je een sigaar het best.” Het enige wat Jeroentje weet uit te brengen is “Uche, uche”, gevolgd door een benepen “heerlijk”. Waarna Catootje zich vertwijfeld afvraagt: “Hoe kan ik nou tegen roken zijn als de mensen waar ik het meest van hou het lekker vinden?”

In de persoon van puber Karlijn komt het protest tegen vlees het huishouden binnen en Jans gaat geheel volgens de tijdgeest op zeker moment macrobiotisch koken. Dat is zo nieuw dat Jan naar de snackbar vlucht. Daar eet hij zo veel bamihappen en gehaktballen dat hij ziek thuiskomt. Jans geeft hem jasmijnthee, maar dat helpt niet en dus moet de dokter komen. Die foetert Jans uit: “Je kunt geen blad openslaan of je leest over moderne voedingsleer, en ú stopt uw man nog steeds vol met vieze, vette, ouderwetse kost. Foei mevrouw, u moest zich schamen.”

Eten (vooral de door Catootje verafschuwde andijvie) blijft een terugkerend thema. Ook omdat Jan en Jans, net als hele volksstammen in het rijke Nederland, op gezette tijden weer aan de lijn doen. Maar hoogtepunt is toch het jaarlijkse kerstdiner met zielige dode diertjes die dan al dan niet op tafel mogen komen. Een schande, vindt Karlijn, vooral wanneer je bedenkt dat kindertjes in arme landen honger lijden. “Kom kinderen, geen stemverheffing aan de kersttafel”, sust Jans.

Toen ik zo oud was als jij

Intussen verlangt Jan terug naar het kerstfeest zoals dat in zíjn jeugd gevierd werd. Een vader die graag vertelt wat hij ‘als jongetje’ deed, een meegaande grootvader, dochters die geen vlees willen eten – het zijn dingen die je door de generaties heen in vrijwel alle Nederlandse gezinnen ziet. Dat maakt Jan, Jans en de kinderen zo herkenbaar. Hoe vaak zeggen ouders niet “Toen ik zo oud was als jij” wanneer ze hun kroost verwend vinden?

Als Catootje Jan vraagt of hij haar met de auto naar Jeroentje wil brengen en hij daar niet over peinst, weet zij al hoe laat het is. “Toen jij zo oud was als ik moest je altijd lopen, want je had niet eens een fiets. Ja, ja, dat weten we nu wel.” Ook Jans begrijpt haar kinderen soms niet. Dan wil ze dat Catootje ‘die leuke muts’ op zet. “Je bedoelt toch niet dat achterlijke ding dat Oma heeft gebreid? Jij kan soms van die vreselijk stomme dingen zeggen, mam! Zo vreselijk stom dat ik me afvraag of je zelf weleens jong bent geweest.” En laten we eerlijk zijn: wie vindt zijn eigen ouders niet af en toe hartstikke stom? Catootje en Jeroentje kunnen erover meepraten. “Als je trek hebt,

moet je wachten tot het eten. En als je een keer geen trek hebt, moet je je bord leegeten. En dan het stomste aan ouders: als je klein bent, leren ze je lopen en praten. Om als je groot bent tegen je te zeggen: ‘Stilzitten en je mond houden!’”

Wat denkt die kerel wel?

Toch zijn ouders in de loop der jaren veranderd. Tot het revolutiejaar 1968, toen jongeren massaal rebelleerden tegen de gevestigde orde, durfden kinderen die op school straf hadden gekregen, dat thuis nauwelijks vertellen. De kans was groot dat ze er dan nog eens van langs kregen, want leraren en ouders vormden één front. Dáár hoeven Karlijn en Catootje niet meer bang voor te zijn. Hun ouders kiezen bij conflicten met leerkrachten altijd de kant van hun kinderen. Wanneer een leraar zich bij Jan beklaagt over de ‘grapjes en ordeverstoringen’ van Karlijn zegt hij: “Ik verwacht van u dat u uw dochter eens streng zal aanpakken. Huisarrest en studeren. Daar kweek je een sterk karakter mee.” In de ogen van Jan is het de grootst mogelijke onzin. Als hij de schooldeur achter zich heeft dichtgeslagen, zegt hij: “Wat denkt zo’n kerel wel? ’t Is toch zeker mijn kind?” Hij maakt een lange neus richting de school, trakteert zijn dochters op een ijsje en als klap op de anti-autoritaire vuurpijl gaan ze die avond met z’n allen naar de bioscoop.

Ook moeders zijn veranderd. Niet alleen dat Jans op latere leeftijd nog een derde kind, Gertje, heeft gekregen en een werkende vrouw is geworden. Zij neemt het er veel meer van dan de moeders van vroeger ooit hadden durven dromen. Als Jans na een ladies’ night in de bioscoop lichtelijk aangeschoten thuiskomt, blijkt dat ze meer voor de hapjes en drankjes dan voor de film is gegaan. Wanneer ze met vriendinnen gaat wandelen, strijken de dames in no time neer op een terras en bestellen koffie met taart. Jezelf voor de grap verwennen, én voor het ondeugende idee dat je een stille aanbidder hebt, door online een boeket bloemen te bestellen? Jans doet het allemaal.

Mijn vader bedoelt…

Door de snelle technologische ontwikkelingen van de afgelopen vijfentwintig jaar heeft zich nog een verandering voltrokken. Jongeren pakken die nieuwigheden sneller op en leren hun ouders hoe ze met al die moderne apparaten, en met name de mobiele telefoon, moeten omgaan. In huize Tromp worden deze rollen al omgedraaid wanneer Jan een nieuw fototoestel wil kopen en Karlijn meegaat naar de winkel. Aan de verkoper legt ze geduldig uit: “Mijn vader bedoelt een kleinbeeld-spiegelreflex met verwisselbaar objectief.”

Of neem het gebruik van een ‘Tikkie’, een voor Jan volstrekt nieuw fenomeen. Als hij het niet meteen snapt, doet Karlijn het hem met alle plezier nog eens voor en strijkt zo het dubbele zakgeld op.

Maar voor de uitleg van sommige dingen blijft de oudere generatie onmisbaar. Catootje leest een sprookjesboek en vraagt Opa: “Iemand het hof maken, wat betekent dat?” Dat is als een heer naar de hand van een dame dingt, zegt Opa. Voordat hij aan zijn uiterst romantische uitleg begint, zegt Karlijn: “Versieren dus.” Terwijl Opa het heeft over “vleierijtjes, kleine attenties en soms een traktatie”, geeft Karlijn haar eigentijdse vertaling: “Zo lekker stuk. Wil je wat van me drinken? Gaan we lekker op m’n brommer scheuren?”

Maar Karlijn zelf heeft ook nog het ouderwetse versieren meegemaakt. Dat wil zeggen: in het tijdperk voor de mobiele telefoon treedt Catootje op als postillon d’amour tussen Gerard, een aardige jongen van de andere kant van het dorp, en Karlijn door briefjes van de een naar de ander te brengen. Uiteindelijk leidt dat tot een ontmoeting. “Hoi”, groeten Gerard en Karlijn elkaar verlegen. “Zullen we een ijsje gaan eten?” stelt Gerard dan voor. Een voortreffelijk idee na al dat gehol, vindt Catootje. Maar zij wordt zonder pardon door Karlijn weggestuurd, terwijl die ondankbare Gerard zegt dat kleine zusjes soms verbazend lastig kunnen zijn.

Maar op zeker moment doet, net als in de rest van Nederland, ook bij Jan, Jans en de kinderen het mobieltje zijn intrede. Jan wordt er gek van, zeker wanneer Karlijn aan tafel voortdurend door vriendinnen gebeld wordt. “Als ik niet reageer, denken ze dat ik ze niet wil spreken. Ze moeten ervan op aan kunnen dat ik altijd voor ze klaarsta.” Dan gaat de telefoon opnieuw. Karlijn neemt vol verwachting op, maar nog geen seconde later is de teleurstelling van haar gezicht te lezen. “O, ben jij het?” Het is haar vader maar. Die vraagt Karlijn of ze hem de aardappelen wil aangeven.

Humor en levenskunst

Ongetwijfeld is het succes van Jan, Jans en de kinderen te danken aan het feit dat de familie Tromp met beide benen in de maatschappij staat en zo een spiegel van de tijdgeest is. Maar het allerbelangrijkste is toch de humor. Die maakt dat we nu al een halve eeuw genieten van hun wederwaardigheden. Wat die humor betreft is de absolute hoofdrol voor Catootje weggelegd. Dat kind kan meesterlijk slijmen bij haar grootvader. “Toe Opa, vertel nog eens over vroeger, waren er toen ook al spruitjes?” Maar ook is het onbetaalbaar hoe zij haar moeder soms de les leest. Catootje vertelt aan Jans dat Jeroentje en zij hun naam hebben geruild. “Hij heet nu Catootje en ik heet Jeroentje.” Dan reageert Jans bekrompen: “Maar Jeroentje is een jongensnaam, en jij bent een meisje.” Waarop Catootje antwoordt: “Ik zou niet weten waarom ik geen jongensnaam mag hebben. Omdat ik nou toevallig een meisje ben? Fraai is, dat. Sommigen zullen nooit leren wat emancipatie betekent.”

Ook om serieuze en belangrijke dingen moet je kunnen lachen. Dat is een kwestie van levenskunst en die kunst beheersen Jan, Jans en de kinderen als geen ander. Daarnaast is te zien dat in de vijftig jaar dat we hun wederwaardigheden hebben kunnen volgen, de nu onvoorstelbare ongelijkheid tussen mannen en vrouwen uit 1970 voor een groot deel is rechtgetrokken. Zowel in de strip als in het echte leven. Dat laat zien dat voor veel vrouwen het Nederland van 2020 een geweldig land is om in te leven. Dat is geen klein geluk, maar een grote verworvenheid die we moeten koesteren.

Dit is typisch Catootje:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Tekst: Annegreet van Bergen.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Kijkers 'Heel Holland bakt' ontroostbaar door het vertrek van déze kandidaat

Heel Holland bakt-kijkers zijn ontroostbaar. Publieksfavoriet Daniel ligt eruit. En naast hijzelf, baalt jurylid Janny van der Heijden daar misschien nog wel het meest van. 

“Dat gaat me echt aan het hart”, zei ze over de misbaksels van haar oogappeltje. En ze voegde daaraan toe dat ze Daniel absoluut in de finale had verwacht.

Advertentie

Heel Holland huilt om Daniel

Kijkers voelden zijn exit al aankomen, want Daniel bakte er deze aflevering helaas weinig van. Van de pannenkoekentaart en kano’s tot en met de macarons: de 30-jarige hobbybakker kleunde opdracht na opdracht mis. Janny en Robèrt konden niet anders dan hem naar huis te sturen. Met pijn in het hart, wel.

 

Prutsen met pannenkoeken

Deze Heel Holland bakt-aflevering stond volledig in het teken van koek. Te beginnen met het bakken van pannenkoeken. Sommige kijkers waren blij verrast: “De eerste opdracht waarbij ik denk: dat kan ik óók!” Maar de pannenkoeken juist bakken en vervolgens in een taart verwerken, bleek lastiger dan gedacht. Tot verbazing van critici.

Kans wagen met kano’s

Op naar de tweede kans: kano’s. Eigenlijk langwerpige gevulde koeken, waarvan de amandelspijs én vorm perfect moeten zijn. Bij deze opdracht kleunde Daniel ontzettend mis door de vormpjes niet te gebruiken. Daardoor bakte hij geen kano’s, maar eerder roeiboten.

Moeilijke macarons

Daniel Heel Holland bakt

Dan restte nog het spekstakelstuk. De laatste kans voor Daniel om zijn mislukte pannenkoekentaart en kano’s goed te maken. Maar helaas… Ook zijn macarontoren was niet goed genoeg. Janny merkte al tijdens de bereiding ervan de paniek aan Daniels aanrecht op en besloot hem zelfs een handje te helpen met opruimen. Maar het mocht niet baten. Daniel moest de baktent officieel verlaten. “Echt heel jammer”, beaamde Janny. Ze blies Daniel zelfs een handkus toe.

Janny vaarwel Daniel HHB

En de meesterbakker? Dat werd Thijs, voor de tweede keer op rij. Maar voor de diehard fans van Daniel is en blijft híj hun meesterbakker. Want ach, hij had gewoon z’n weekend niet.

 

Iedere dag de best gelezen berichten van Libelle in je mailbox? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Heel Holland bakt (Omroep MAX). Beeld: Omroep MAX

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Aha! Daarom stonden er vreemdelingen in de lift bij 'Wie is de mol?'

Zaterdagavond bleven de kijkers van Wie is de mol? verward achter. Wat deden die vreemdelingen nou in de lift bij de eerste opdracht? Gelukkig geeft Rik van de Westelaken antwoord in de Wie is de mol?-podcast.

Dít deden die willekeurige mensen daar.

Advertentie

Meeliften

Tijdens de eerste opdracht ‘meeliften’ was het al verwarring alom onder de kijkers. De deelnemers van Wie is de mol? werden in twee teams opgesplitst. De ene groep moest op verschillende verdiepingen staan en vragen stellen aan de andere groep. Zij moesten vanuit de liften antwoord geven op de vragen, voordat zij weer naar een nieuwe verdieping waren verdwenen. Maar dan ineens, midden in het spel, komen er af en toe willekeurige mensen langs in de lift. Wat doen die vreemdelingen daar?

Vreemdelingen

Het is een vraag die de ruim drie miljoen kijkers van Wie is de mol? bezighield. Het duurde niet lang, of verschillende kijkers deelden hun theorieën op Twitter. De meeste mensen verwachtten dat de opdracht stiekem niet over de vragen ging die de deelnemers moesten beantwoorden, maar om die vreemdelingen. Veel kijkers verwachtten dan ook dat er na het spel vragen zouden komen over de vreemdelingen in de lift.

Verwarring

Niets bleek minder waar. Na de opdracht bleek dat de groep behoorlijk wat geld had verdiend. En die vreemdelingen in de lift? Daar werd niet meer over gesproken. Het zorgde voor veel verwarring onder de kijkers. Waren die mensen er nou echt voor niets? Dat kán toch haast niet in een programma als Wie is de mol?

Hét antwoord

In de Wie is de mol?-podcast geeft presentator Rik van de Westelaken het verlossende antwoord. “Dat waren mensen die wij hadden uitgenodigd. Dat waren figuranten”, vertelt hij in de podcastaflevering over Wie is de mol?-aflevering 4. De vreemdelingen in de lift hadden dus werkelijk geen toegevoegde waarde. “Dat vonden wij grappig. In zo’n opdracht is het alleen maar leuk als er ook wat onverwachte dingen gebeuren.”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Bron: Wie is de mol?-podcast. Beeld: Wie is de mol?. 

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

#CovidTasteTest: coronapatiënten met smaakverlies eten de gekste dingen in TikTok-filmpjes

Smaakverlies is een veelgehoord symptoom van corona. En dat kan zó erg zijn, dat je het verschil tussen een ui of een appel werkelijk niet meer proeft. #CovidTasteTest-filmpjes waarin mensen met corona dit bewijzen, vliegen het internet over.

Ui, mosterd, azijn, sambal: de coronapatiënten in de TikTok-filmpjes tikken alles moeiteloos achterover.

Advertentie

Smaakverlies door corona

Maar voor we ons aan die eetfilmpjes vergapen: hoe kan het dat je door corona mogelijk smaakverlies krijgt? Nou, het smaakverlies is eigenlijk een gevolg van reukverlies. Als je niks kunt ruiken, kun je namelijk ook niks proeven. Reukverlies bij corona ontstaat meestal door een zwelling van het reukorgaan, of een beschadiging van het reukepitheel bovenin je neus. Hierdoor komen de geursignalen niet goed aan in je hersenen, laat staan de smaaksignalen. Met als gevolg dat je zonder moeite een hap uit een rauwe ui kunt nemen, pure azijn achterover tikt, een lepel mosterd naar binnen werkt of je tanden in een zure citroen zet. Zoals deze TikTokkers, die corona hebben (gehad):

@rustardlikemustardCovid taste testing. This is the craziest sensation. #covid19 #fyp #MyHobby #fineart♬ original sound – rustardlikemustard

@samkov_##foryou ##fyp ##covidtastetest♬ Monkeys Spinning Monkeys – Kevin MacLeod

@ellianabertrandwelcome back to the ##covid diaries 😘##college♬ original sound – T in Techno

@ellianabertrandif you got yours back please comment tips I’m losing my mind ##covid♬ BILLIE JEAN X BOO X F IT UP VMESHBEATS MASHUP – Varoon Ramesh

@percyjsI just drank straight apple cider vinegar ##covidtastetest ##coronavirus ##Homemade ##louisiana♬ original sound – Percella Snyder

@kmcartworksI have ##covid19 and can’t taste anything 😭 What should I try next?? ##covidtastetest♬ Monkeys Spinning Monkeys – Kevin MacLeod

Lees ook:
Tijdelijk geur- en smaakverlies? Zó kun je toch van eten genieten

Geen grapje

De filmpjes worden grappig gebracht. Maar echt om te lachen is smaakverlies door corona natuurlijk niet. Geen reuk of smaak hebben is heel vervelend en kan máánden na de coronabesmetting aanhouden. Het is dan verstandig om contact op te nemen met je huisarts, die kan je bijvoorbeeld doorverwijzen naar een KNO-arts. Naast neussprays met steroïden, zijn er verder nog geen bewezen effectieve medicijnen tegen smaakverlies bekend die artsen kunnen voorschrijven. Voorkomen blijft dus beter dan genezen. Lijkt het jou toch geinig om een #CovidTasteTest-filmpje op te nemen, als jij ook kampt met smaakverlies? Besef je dan ook dat ondanks dat je die rauwe ui of pittige sambal niet proeft, je maag en darmen er wel flink van streek van kunnen raken als je er te veel van eet.

Dit zijn veelvoorkomende langdurige klachten na corona: 

Iedere dag de best gelezen berichten van Libelle in je mailbox? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

Bron: TikTok, neus.nu. Beeld: Getty

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hoera! Boerin Steffi bevallen van een dochtertje (en zó heet ze)

Beschuit met muisjes voor boerin Steffi (31) en haar partner Roel. De twee zijn voor het eerst ouders geworden. Hun dochtertje werd op 22 januari geboren. Dat maakt Steffi zondagmiddag bekend op Instagram.

En hun dochtertje heeft een wel heel bijzondere naam.

Advertentie

Dochter

Boerin Steffi ontmoette de nuchtere Roel toen zij meedeed aan Boer zoekt vrouw in 2018. Het stel is nog altijd gelukkig samen. In september maakte Roel en Steffi bekend dat zij hun eerste kindje verwachtten. En op vrijdag 22 januari was het zover, Roel en Steffi werden de trotste ouders van een dochter.

Vernoemd

“Daar is ze dan! Onze Sterre”, begint boerin Steffi haar bericht op Instagram. Ook deelt Steffi hoe de kleine meid voluit heet: Sterre Yvon Madelon. Een bijzondere naam, want daarmee is de Boer zoekt vrouw-baby vernoemd naar presentatrice Yvon Jaspers.

Het programma

Toen Steffi de zwangerschap bekendmaakte enige tijd geleden, grapte zij al over de naam Yvon. “Zonder het programma was ze er niet geweest. Maar daar zijn we nog niet helemaal over uit”, liet ze toen weten. Het stel heeft dus toch besloten om hun dochtertje te vernoemen.

Lieve reacties

Onder de foto van de pasgeboren Sterre stromen de reacties binnen. Talloze volgers feliciteren het stel met hun kindje. “Wat een schoonheid”, zegt ook iemand over de lieve foto.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Steffi Verhagen (@verhagensteffi)

Onlangs vond er een Boer zoekt vrouw-reünie plaats van het afgelopen seizoen. Daar werd bekend dat Boer Jan en Nienke weer bij elkaar waren. Even was het stel uit elkaar. En dat zat zo. 

Beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Bron: Instagram. Beeld: Kro-ncrv. 

 

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien