Mamma Mia! Ontvang tot € 20,- voordeel per kaart t/m 31 mei

Zoek binnen:

Jan Versteegh: "Tot mijn twintigste vond ik het leven vreselijk"

Al op zijn vijftiende wist tv-presentator en programmamaker Jan Versteegh (33): ik wil bij de tv. Dat is meer dan gelukt. Maar daarnaast blijkt hij óók nog te kunnen zingen en te kunnen schrijven. In maart verschijnt zijn boek Gelukkig worden doe je zo.

“Geluk betekent voor iedereen wat anders, maar je hart volgen is wel een sleutel tot het geluk”, vertelt televisiemaker Jan Versteegh enthousiast. Dat heeft hij zelf ervaren. Alles waar hij 10 jaar geleden van droomde, is hem intussen ten deel gevallen. Hij heeft een succesvolle televisiecarrière, een geweldige vrouw, Dieuwertje, een schattig dochtertje, Lulu, en voor de zomer wordt nog een baby verwacht. Daarnaast verschijnt er nu ook nog een boek van zijn hand, Gelukkig worden doe je zo. Het onderwerp voor Versteeghs boek kwam niet uit de lucht vallen. Jan zelf heeft eveneens een radicale switch in zijn leven gemaakt. Tot 7 jaar terug was hij gymleraar.

Advertentie

Wat was de aanleiding om daadwerkelijk die carrièreswitch te maken?
“De schop onder mijn kont van mijn vrienden. Ik vind het zelf heel irritant als mensen steeds zeggen dat ze zo graag dit of dat willen, maar geen stap in die richting zetten. Ik deed precies hetzelfde, totdat mijn vrienden zeiden: ‘Of je onderneemt iets, of je stopt met zeuren.’ Die schop had ik nodig. Ik ging nadenken. Wie zou een jongen van 26 jaar zonder tv-ervaring een kans willen geven? Ik kwam uit bij Powned. Dat zijn zulke cowboys, dacht ik, daar ga ik het proberen.”

En? “Ik kreeg een contract voor 30 dagen en ik ging ervoor. Na 2 jaar zegde ik mijn baan als gymleraar op. Mensen vonden dat gewaagd, maar als ik die kans niet greep, zou het nooit lukken.”

Werd je meteen gelukkig van het tv-werk? “Ja. Ik kon eindelijk helemaal mezelf zijn. Wat vroeger irritant aan me werd gevonden, maakt me nu geknipt voor het werk. Ik heb veel energie en ben vaak enthousiast.”

Wat was je voor kind dan? “Ik was een vrij druk jongetje, veel aan het woord. Bij judo bracht ik meer lessen op de gang door dan in de les. Dan heb je als judoleraar weinig pedagogisch vermogen, maar ik was ook echt moeilijk. Al jong liep ik bij een kinderpsycholoog. Op mijn 4e kreeg ik het stempel ADHD en het medicijn ritalin.”

Kom je uit een fijn gezin? “Zeker. Een hecht gezin met de perfecte moeder. Ze werkte als personeelsmanager maar na school was ze altijd thuis, kreeg ik een kopje thee en vroeg ze hoe het ging. Ze is heel zorgzaam. Mijn vader is kinderarts en was heel ambitieus. Mijn broer, zus en ik zijn daardoor heel ambitieuze mensen geworden, hoewel we op totaal verschillende terreinen bezig zijn: mijn broer is chirurg in opleiding en mijn zus is strategisch consultant. We kunnen het ook allemaal goed met elkaar vinden, al voerden we nogal eens verhitte discussies. Discussiëren vonden mijn ouders heel belangrijk. Je leert de medemens beter begrijpen als je zijn kant van het verhaal hoort, zeiden ze.”

Waar gingen die discussies over? “Over alles, veelal onderwerpen uit de krant. De krant lezen werd ook enorm aangemoedigd.” Dan: “Het was een warm gezin, maar ik heb me heel lang een buitenbeentje gevoeld.”

Waarom dan? “Ik was een alfa, de rest was bèta. Mijn broer en zus konden goed leren, ik ben van het vwo gegaan. Wat me niet interesseert, onthoud ik niet, nog steeds niet. Ik paste er niet echt bij. Thuis niet, op school niet. De middelbare school was een hel. Ik werd gepest.”

Wisten je ouders dat? “Ik besprak alles met mijn moeder, en toen mijn ouders bij de mentor aan de bel trokken, ging die met zo’n jongen praten, maar er is weinig te doen tegen pesten. De groepsdynamiek verander je niet zomaar, dat weet ik als voormalig gymleraar. Je hebt leiders, meelopers en een zondebok. Je moet het uitzitten, wachten tot de puistjes overgaan. Mijn gezicht was een pizza margherita.”

Wat gebeurde er zoal? “Er werden lelijke en gemene dingen gezegd. Dan zei iemand: ‘Wat was het leuk hè, afgelopen weekend.’ Om eraan toe te voegen: ‘O nee, je was er niet bij. Ach jongens, wat sneu. We zijn Jan alweer vergeten.’”

Wat akelig. “Ik neem het niemand kwalijk. Vaak zijn de pestkoppen kinderen die thuis geen aandacht krijgen of het niet fijn hebben thuis. Maar tot mijn 20e vond ik het leven vreselijk. Ik vroeg me af of ik wel goed genoeg was als mens. Ik was veel alleen. Ik ging 2 keer per week naar hockey maar ook daar had ik niet echt aansluiting. Ik was blij toen ik een gitaar kreeg. Pas na de middelbare school werd het leuk. Toen had ik een normale huid, kreeg ik een vriendinnetje en ging ik studeren. Nou ja, studeren. Ik begon aan 2 studies en over de Academie voor Lichamelijke Opvoeding heb ik 5,5 jaar gedaan.”

MEER JAN VERSTEEGH

  Je leest het hele interview in Libelle 12, nu in de winkel. “Als je niet springt, kun je niet vallen maar ook niet vliegen.” Hier vind je meer informatie over Jans nieuwe boek Gelukkig worden doe je zo.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Interview: Astrid Theunissen. Fotografie: Petronellanitta

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien