Tas Shabbies Amsterdam: nu met 50% korting!

Zoek binnen:

José weet het zeker: "Deze zomer wordt het oorlog op de vierkante meter"

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek (59) is een nieuwsjunk. Sinds het uitbreken van de coronacrisis volgt ze alle ontwikkelingen op de voet. 

“Stomme trut! Kun je geen afstand houden!” Van schrik rijd ik bijna de tramrails van de Van Woustraat in. “1,5 meter, weet je nog!” De vrouw die ik net op de fiets heb gepasseerd, schreeuwt me nog een en ander na, iets met kanker, en hoer, en tyfus. “Maar wat moet ik dan?” roep ik kwaad terug. “Me onder een auto werpen?” “Niet inhalen, stom kutwijf!”

Advertentie

Daar heeft ze misschien wel gelijk in, denk ik als ik van de eerste schrik ben bekomen. Was ik éven vergeten dat we in coronatijden leven.

Sinds een paar weken is het weer druk in mijn buurtje, de Amsterdamse Pijp. In de sporthoek van het Sarphatipark wordt hard getraind door mannen in hemdjes en trainingsbroeken, de zweetdruppels spatten in het rond. Op de bankjes zitten zwervers te rochelen en te hoesten. Rond de zandbak klitten de ouders gezellig keuvelend bij elkaar. Op het grasveld wordt gesquat door hijgende meiden met elastieken om hun dijen, liggen stelletjes te zoenen en groepjes jongeren languit biertjes en wijntjes met elkaar te drinken. In de nauwe straten om het park zijn de winkels weer open, overal kun je koffie halen en het wemelt er van de mensen.

Onder de uitbundige lentezon keert het leven weer back to normal, alsof er geen virus rondwaart. Behalve als je bij Albert Heijn komt, daar moet je nog op ruime afstand van elkaar wachten tot je een min of meer gedesinfecteerd karretje krijgt toegeduwd door een verveeld meisje met plastic handschoenen aan. In de winkel zelf is het dan weer dringen geblazen. Tot grote schrik van sommige mensen die bijna de koelvitrines inspringen als iemand iets te dicht bij hen loopt.

Solidair

In die eerste weken van maart – mijn hemel, hoe lang lijkt dat niet geleden? – passeerden de schaarse voetgangers elkaar met een grote boog, wisselden we blikken van verstandhouding uit en glimlachten we samenzweerderig tegen elkaar. Het was wij allen tegen het onzichtbare gevaar en dat stemde solidair. Tijdens mijn dagelijkse wandelingen zag ik hoe adembenemend schitterend de stad was nu er geen hordes toeristen meer rondliepen over de pleinen en langs de grachten en op De Wallen. De stad was weer aan de Amsterdammers en ondanks de ellendige aanleiding zorgde dat voor een wonderlijk mooie, weemoedige sfeer.

Maar Amsterdam zou Amsterdam niet zijn als er 2 maanden later niet weer volop werd gekankerd en geschreeuwd. Want de mensen hebben hier een kort lontje en maar weinig geduld. Corona is niet langer een vijand die we eensgezind langdurig moeten bevechten, nee, het is een lastige bijkomstigheid die voor tweespalt zorgt in de stad en in het hele land.

Geruzie

Zoals het land diep verdeeld is over Zwarte Piet, Europa en Thierry Baudet, zal ook de 1,5-metersamenleving voor veel woede en geruzie zorgen, al dan niet anoniem gescheld en vechtpartijen. Aan de ene kant heb je de jongeren die met een fuck-you-mentaliteit samen op krappe handdoekjes liggen langs de Amstel. Ondernemers die staan te trappelen om hun zaak weer open te gooien. Maurice de Hond-aanhangers die denken dat zolang je in de buitenlucht bent er niks aan de hand is. Aan de andere kant van het spectrum: angstige ouderen die nog steeds nauwelijks naar buiten durven, brave burgers die de vermaningen van Rutte angstvallig volgen, artsen en verpleegkundigen en virologen die hun hart vasthouden. Ik bespeur op straat steeds meer mondkapjesdragers én mensen die de regels lachend aan hun laars lappen. Met elkaar moeten deze communicerende vaten stad en land en de schaarse ruimte delen.

Deze zomer wordt het oorlog op de vierkante meter, ik voorspel het je. Niet tegen het virus, maar tegen elkaar. Deze zomer word ik vast een keer de tramrails van de Van Wou ingeduwd door een boze vrouw op een fiets.

Lees hier José’s eerdere column.

Tekst: José Rozenbroek. Beeld: Tamar Ottink

Tessel Tindert: “Ik waardeerde zijn eerlijkheid, maar die deed ook pijn”

Tessel Tindert

Ik lig in mijn bed onder een dun lakentje en kan niet slapen. Mijn slaapkamer krijg ik bij deze superhittegolf niet meer koel, hoewel ik daar de gordijnen de hele dag dichthoud. Mijn ventilator is stuk. Morgen een nieuwe bestellen, noteer ik in mijn hoofd.

Na een half uur sta ik op en loop de woonkamer in. De maan schijnt door een van de dakramen naar binnen en bij het open raam waait een zoel windje langs mijn klamme rug. Ik schenk een restje witte wijn in en pak de brief van Wijnand er nog eens bij. D

Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien