Hoera! Libelle is genomineerd. Stem nu >

Zoek binnen:

Marion vond haar biologische vader: "Altijd knaagde het: op wie lijk ik?"

Ze had geen enkel aanknopingspunt, maar toch vond Marian Jonkers (35) een half jaar geleden haar biologische vader, Luuk. Via het halfzusje dat ze óok bleek te hebben. “Het is als thuiskomen. Eindelijk voel ik rust.”

“Onze ontmoetingen hebben wel wat weg van daten: ook dan is het doel elkaar beter te leren kennen. Eens in de maand spreken we af. We hebben het over werkelijk alles wat er in ons omgaat, en elke keer is het gezellig. Als ik dit soort taferelen vroeger in programma’s als Spoorloos zag, dacht ik: ja ja. Maar het kán dus.

Advertentie

In het begin noemde ik Luuk ‘mijn donorvader’, maar tegenwoordig zeg ik tegen goede vrienden: ‘Ik ga vanavond uit eten met mijn vader.’ Dat vind ik zó leuk om te kunnen zeggen. Het maakt dat ik me compleet voel. Al is het soms nog onwerkelijk om hem te kennen: gebeurt dit echt, na al die jaren? Hem vinden leek een onmogelijke missie.”

Geen aansluiting
“Negen jaar was ik, toen mijn vader zei dat hij mijn vader niet was. Eerder had hij dat ook eens geroepen, maar mijn zus en ik hadden er geen acht op geslagen: dit was gewoon een van de dingen die hij riep als hij dronken was. Maar dit keer was het anders. Hij vertelde dat hij onvruchtbaar was en dat hij en mijn moeder artsen hadden bezocht om ons te kunnen krijgen. Mijn zus en ik zijn meteen naar huis gegaan – sinds de scheiding zagen we onze vader om het weekend. Mijn moeder was boos: ze had het ons ooit willen vertellen, maar niet op deze manier.

Geheim
Mijn ouders hadden gekozen voor anonieme spermadonoren en hielden dat geheim. Wij waren gewoon hun kinderen. Voor mijn moeder wás dat ook zo, zij had ons gedragen, maar bij mijn vader was het gaan knagen. Ergens was ik opgelucht. Puzzelstukjes vielen op hun plek. Met mijn opvoedvader had ik niet echt een goede band. Er was altijd een bepaalde afstand. Ik voelde me niet geaccepteerd, hoe enthousiast ik ook deed, er was altijd een bepaalde irritatie. Mijn zus ervoer dat anders. Mensen vonden haar meer op hem lijken en dat vond hij prettig. Zij hadden een betere band. Ook lijkt mijn zus veel op mijn moeder, zowel qua uiterlijk als in de manier waarop zij in het leven staat. En ik? Ik leek op niemand.”

Gegevens vernietigd
“Maar wie was dan wel mijn vader? Volgens mijn moeder was dat onbekend. Anoniem doneren mocht in Nederland tot 2004. Als kind dacht ik soms als ik op straat een lange man zag lopen: dat zou zo mijn vader kunnen zijn! Op mijn negentiende stuurde ik een brief naar de kliniek waar mijn moeder was behandeld. Misschien lukte het me toch om informatie te achterhalen. Helaas: de gegevens waren vijf jaar na de inseminatie vernietigd.

Ik moest me erbij neerleggen dat ik er nooit achter zou komen wie mijn biologische vader is. Moeilijk vond ik dat, ik heb erom gerouwd. Minder werd mijn verdriet niet in de loop der jaren. Bij vlagen laaide het op, rond Vaderdag bijvoorbeeld, als collega’s terloops vroegen of ik ook naar mijn vader ging dat weekend. En altijd knaagde het: op wie lijk ik? Toen ik zeven jaar geleden mijn eerste kind kreeg, werd het verlangen te weten wie mijn vader is nog groter.

Al tijdens mijn zwangerschap, toen de verloskundige vroeg of er erfelijke aandoeningen in onze familie waren, werd ik ermee geconfronteerd dat ik gewoon de helft niet weet. Niet over mezelf, maar ook niet over mijn kinderen. Waar komen bepaalde trekjes vandaan? Maar vooral wilde ik zo graag weten wat voor type mens mijn vader is. Hoe staat hij in het leven? Zou ik mezelf in hem herkennen, aansluiting vinden? Het maakt zo eenzaam niet te weten wie je bent, geboren te zijn met een leugen.”

Alles geprobeerd
“De afgelopen jaren doken nieuwe mogelijkheden om te zoeken op. Ik meldde me in 2010 aan bij de Fiom KID-DNA Databank, die het mogelijk maakt voor donorkinderen om hun donor te vinden. Daarna was het wachten, op misschien iets, maar waarschijnlijk niets. Dit was het laatste wat ik kon doen om mijn vader te vinden. Ik stond al ingeschreven bij de Stichting Donorkind, had me opgegeven voor het Talpa-programma ‘Wie is mijn vader’ en ook de redactie van Spoorloos geschreven. Allemaal zonder resultaat: er waren geen aanknopingspunten.

Toen vorig jaar een aantal andere donorkinderen hun DNA liet opnemen in de Amerikaanse internationale Family Tree DNA-databank omdat het Fiom toch niets voor ons bleek te kunnen doen, heb ik dat ook gedaan. Je weet maar nooit. We werkten mee aan KRO’s Brandpunt en later zat ik ook bij Hart van Nederland.

Ik hoopte met deze media-aandacht op meer inschrijvingen van mannen die vroeger anoniem hadden gedoneerd, waardoor donorkinderen meer kans op een match hebben. Tot slot zette ik mijn DNA-profiel op een online platform voor genealogie, MyHeritage, waar veel mensen hun stamboom uitzoeken. Dat kon gratis en heel gemakkelijk, had ik gehoord. Wie weet zou het mijn kansen vergroten.”

Overduidelijke match
“Ik had de lampen al uitgedaan beneden. Voordat ik naar bed ging pakte ik mijn telefoon uit de oplader. Hé, mail van MyHeritage. Ik had een match. Een halfzus! Wel tien keer las ik het bericht. Klopte het wel? Als je dergelijke informatie krijgt van een arts, neem je dat eerder aan dan van een bericht in je mailbox.

Het was half twaalf ’s avonds, wie kon ik bellen? Ik zocht contact met de Donordetectives, een Facebook-groep voor donorkinderen waarin mensen zitten die veel verstand hebben van DNA-matches. Al snel kreeg ik een telefoontje: ‘Gefeliciteerd! Je hebt inderdaad een halfzus. De match is overduidelijk.’

Ik wist niet wat ik met mezelf aan moest. Ik was hyper en emotioneel tegelijk. Slapen lukte niet. Wat zou er nu gebeuren? En: zíj heeft hetzelfde mailtje ontvangen als ik. Hoe zou het met háár zijn?”

Pisa
“Nou: haar leven stond volledig op z’n kop. Zij begreep de match niet, want ze kende gewoon haar hele familie. Ze had geen idee dat ze van een donor afstamde – ze was op MyHeritage omdat ze geïnteresseerd was in haar geografische oorsprong en bezig was met haar familiestamboom. Nu kwam een groot familiegeheim aan het licht: haar vader bleek niet haar biologische vader. Een enorme schok. Voor mij voelde het verkeerd om blij te zijn.

Ik voelde me schuldig, al kon ik er niets aan doen. Maar dankzij haar en haar moeder heb ik wél Luuk gevonden. Haar moeder bleek namelijk door een andere arts te zijn behandeld dan de mijne, en haar arts had de gegevens wél bewaard. We konden achterhalen wie de vader van mijn halfzusje was – en dus ook de mijne.”

Het moment waarop ik voor het eerst iets in handen had over hem, een appje met daarin het donorpaspoort, was heel bijzonder. Ik was op vakantie in Italië en we hadden net de toren van Pisa bekeken, toen mijn halfzusje een foto ervan appte. Ik las dat hij 1,82 meter is, groene ogen en donkerblond haar heeft. Dat hij wetenschappelijk onderwijs heeft gevolgd en destijds docent was. Liefst wilde ik meteen naar huis om de begeleidende brief van Stichting Donorkind, die bij het paspoort zat, te lezen. Wat stond erin, hoe zou het verder gaan, kon ik hem ontmoeten?”

De ontmoeting
“Na drie maanden was daar eindelijk de dag van de ontmoeting. Onderweg in de auto zag ik op het navigatiesysteem het vlaggetje steeds dichter bij het eindpunt komen. We zouden elkaar onder begeleiding ontmoeten bij het Fiom, waar we los van elkaar gesprekken hadden gehad over onze motivatie en verwachtingen. Het was ontzettend spannend. Wat als we elkaar niets te zeggen hadden? Of als hij een rare, botte man zou blijken te zijn?

Luuk zat al in het spreekkamertje. Zijn vriendelijke uitstraling viel me meteen op. Ik scande: herken ik bepaalde trekjes, heeft hij ook sproetjes? Iets in zijn ogen gaf mij een vertrouwd gevoel. Met één grap van Luuk was het ijs gebroken. We hebben bijna twee uur gepraat, niet één keer viel het gesprek stil. Aan het eind vroeg Luuk: ‘Zullen we de volgende keer uit eten gaan?’ Ik was blij: er komt een volgende keer!

Ik kan nog steeds amper geloven dat we zo’n bijzondere klik hebben. We zijn hetzelfde type mens. Als hij vertelt over zijn jeugd, over de keuzes die hij maakte en dat hij vaak linksaf gaat waar anderen rechtsaf slaan, voel ik een en al herkenning. We hebben een sterke persoonlijkheid, kiezen niet standaard voor de makkelijke weg als we een plan in ons hoofd hebben.”

Jackpot gewonnen
“Ook Luuks vrouw en volwassen kinderen heb ik inmiddels ontmoet. Die eerste afspraak met zijn vrouw vond ik spannend. Wat als ze mij niet mocht? Dat zou invloed kunnen hebben op het verdere contact tussen Luuk en mij. Dat ik zo blij ben dat ik hem heb gevonden, maakt ook kwetsbaar. Ik was bang hem weer kwijt te raken. Gelukkig voelde ik al snel dat het goed zat, ze toonde veel interesse in mij en is erg aardig. En zo ging het ook met zijn kinderen. Allemaal makkelijke praters, heel communicatief – net als ik.

Uiterlijk lijken we niet enorm veel op elkaar, al had ik bij zijn dochter wel het gevoel dat ik haar al langer kende. Zij heeft precies dezelfde blik in haar ogen als Luuk. Wat ik zo leuk vond aan de ontmoeting met Luuks kinderen was dat ze zo veel over hem als vader konden vertellen. Of dat stak, omdat ik dat zelf heb gemist? Nee. Luuk en ik hebben niet wat hij met zijn kinderen heeft, maar dat hoeft ook niet. Ik geniet enorm van de tijd die we met elkaar doorbrengen, dit is voor mij al alsof ik de jackpot heb gewonnen.

Het is meer dan ik ooit durfde te dromen. Ook Luuk zelf is verrast door ons contact. Hij dacht aanvankelijk: ik ga naar dat gesprek, ze kan vragen stellen en dan ga ik weer. Nu zegt hij: ‘Onze band is voor de rest van mijn leven. En ik ga nog zeker twintig jaar mee, dus we hebben nog even samen.’ Ik ben zo blij dat ik hem heb gevonden. Dat híj het is. Het voelt echt als thuiskomen.”

Anoniem
P.S. In Nederland zijn naar schatting zo’n 40.000 kinderen geboren met behulp van een anonieme donor. Vanaf 1990 werd soms enige informatie over de donor vastgelegd in het zogeheten Donorpaspoort. Uit de donaties van één donor mochten officieel maximaal 25 zwangerschappen voortkomen. Anoniem doneren kan in Nederland niet meer sinds juni 2004, toen trad de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting in werking.

Luuk is een gefingeerde naam. Niet iedereen in zijn omgeving weet dat hij vroeger heeft gedoneerd aan een spermabank.

Bron: Fiom. Interview: Marlies Jansen. Beeld: iStock

Lees meer

Anne-Wil: “Het voelt gek om die anderhalve meter aan te houden bij je eigen kind”

Anne-Wil

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in exclusieve boetiek. De vakantie gaat niet door, omdat Han voorrang geeft aan zijn werk.

Zondag

Eigenlijk zouden we nu op Schiermonnikoog moeten zitten, maar Han kan niet weg. Te veel werk. Bedrijven proberen de achterstand in te halen die ze hebben opgelopen door de coronacrisis. Ook die waar Han adviseur is. Hij zei dat het hem speet, maar naar mijn smaak niet genoeg. Aan zijn gezicht zag ik dat hij het eigenlijk helemaal niet zo erg vindt, want hij houdt van het werk en heeft het de

Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien