Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

Sietske (51) is bron- en contactonderzoeker bij de GGD: "Soms voel ik me net een detective"

Sietske (51) is bron- en contactonderzoeker bij de GGD. Bij besmettingen met het coronavirus trekt zij na met wie er contact is geweest om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Een enorme klus, zeker nu ook meer jongeren besmet raken en de lijst met de te controleren contacten steeds langer wordt. “Maar oordelen doe ik niet. Dat is niet aan mij.”

“Van huis uit ben ik verpleegkundige, maar de afgelopen jaren ben ik ertussenuit geweest om voor mijn middelste, meervoudig gehandicapte kind te zorgen. Inmiddels is hij zeventien. Ik speelde al een tijdje met het idee om weer aan de slag te gaan toen de vacature van de GGD voor bron- en contactonderzoeker voorbijkwam. Dat leek me wel wat: een baan in de zorg – wat ik het liefste doe -, geen direct gevaar voor besmetting – om die reden wilde ik niet in de teststraat werken –, en een uitgelezen kans om meer te leren over het virus en tegelijkertijd mijn steentje bij te dragen om het in de kiem te smoren.”

Advertentie

Detective

“Het is fantastisch werk, soms voel ik me net een detective als ik probeer te achterhalen met wie een besmet persoon in contact is geweest. Bij ouderen zijn dat er over het algemeen vrij weinig en is het relatief gemakkelijk om die in kaart te brengen. Maar je ziet nu dat veel jongeren besmet raken. In sommige gevallen hebben zij met grote groepen contact gehad en dat maakt het lastiger; wij BCO’ers (bron- en contactonderzoekers, red.) maken lange dagen – ook in het weekend – om een helder beeld van die contacten te krijgen. Dat er een tekort is aan BCO’ers is wel duidelijk. Heel eerlijk, ik vind dat de GGD en de overheid dit best hadden kunnen voorkomen door eerder te beginnen met werven. Ik weet zeker dat er ontzettend veel mensen zijn die staan te springen om dit werk te doen. Wat dacht je van al die mensen die recent hun baan zijn verloren door de corona-crisis?”

Schaamte

“De meeste mensen werken gewoon mee aan een contactonderzoek, gelukkig. Maar je hebt er ook die zich te pletter schamen. Dat snap ik wel, want als je honderd contacten hebt gehad, wat echt heel veel is, dan heb je iets niet goed gedaan. Natuurlijk oordeel ik niet, dat heeft totaal geen zin. Uiteindelijk gaat het mij er alleen maar om dat iemand zijn verhaal zo zorgvuldig mogelijk vertelt. Los daarvan leef ik ook mee met zo iemand; ik bedoel, voor deze persoon zelf is het natuurlijk óók hartstikke rot. Je moet je voorstellen: die is ziek, zit in quarantaine en schaamt zich ondertussen kapot voor het feit dat door zijn of haar toedoen honderd mensen in quarantaine moeten.”

Overtuigen

“Als mensen in eerste instantie huiverig zijn om mee te werken aan het onderzoek, is het vaak genoeg om de noodzaak ervan uit te leggen. Als ik vervolgens een paar uur later terugbel hebben ze meestal nagedacht en zien ze in dat meewerken het enige verstandige is. Soms komt er een ingewikkelde casus voorbij. Bijvoorbeeld die van een illegale asielzoeker die op plekken is geweest waar hij eigenlijk niet had mogen zijn. Bang om in de problemen te komen durfde hij zijn verhaal niet te vertellen. Ik leg dan uit dat het ook anoniem kan en benadruk dat ik alleen maar probeer te voorkomen dat COVID zich verder verspreidt. Andere lastige gevallen zijn mensen die in quarantaine moeten nadat ze in het contactonderzoek naar voren zijn gekomen. Zij laten zich keurig testen, maar als de uitslag negatief blijkt dan is het vaak lastig om hen – of hun werkgevers – ervan te overtuigen dat ze tóch in quarantaine moeten. Dat levert soms moeilijke discussies op.”

Verbinding in plaats van veroordeling

“Kijk, uiteindelijk kun je mensen niet verplichten om mee te doen aan het onderzoek. Ook het strafbaar stellen van het niet naleven van de quarantaineplicht vind ik weinig realistisch; we leven toch niet in een politiestaat?! Nee, ik geloof in verbinding in plaats van veroordeling. Het is belangrijk dat jongeren niet het gevoel krijgen dat ze ‘boosdoeners’ zijn, daar schieten we niks mee op. Maar om verbinding te creëren is het belangrijk dat de richtlijnen duidelijk zijn, en toegegeven, de regels rondom COVID zijn op dit moment onduidelijk en inconsequent. In de Kalverstraat moet je bijvoorbeeld een mondkapje dragen en drie straten verderop niet. Dat werkt niet. Vertrouwen, medemenselijkheid en verantwoordelijkheidsgevoel wél.”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Interview: Paulijn van der Pot. Beeld: iStock

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zorgenzoon - deel 42: "Jeetje, zou hij een vriendin hebben?"

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten.

De eerste dagen na zijn vrijlating is Lars opvallend stil en rustig. Hij zegt er niet veel over, maar is duidelijk enorm geschrokken. Terecht natuurlijk. Het is goed om te zien dat wat gebeurde hem flink heeft aangegrepen. “Dit wil ik nooit meer meemaken,” is het enige wat hij vastbesloten zegt. Hij moet zich melden bij de reclassering. Die gaat voor de jonge delinquent een passende straf bedenken. Lars moet zelf de afspraak maken. Ik zie dat Lars zich er druk over maakt en gestrest is. Dat hij voorzichtig moet zijn met justitiële en zorgmedewerkers, is hem na al die jaren wel duidelijk. Ze zijn er over het algemeen vooral om de regels aan te geven, niet om hem te helpen.

Advertentie

Verhuizen

De zorgcoördinator van de woongroep waar Lars staat ingeschreven, belt om te zeggen dat ze hem graag willen houden. Maar dat de gemeente heeft aangegeven dat Lars de regels ernstig heeft overtreden en dat hij niet meer terug mag naar zijn flatje. Ook wordt hij overgedragen aan een andere Begeleid Wonen instantie. Pfff. Daar gaan we weer. De nieuwe organisatie zetelt in een ander deel van de stad. In een ongezellig ogend gebouw op een afgelegen industrieterrein moeten Lars en ik ons melden. Zo kom je nog eens ergens.

Jezelf redden

Een verzorgde Marokkaanse man met een krachtige uitstraling begroet ons joviaal en stelt zich voor als Hakan, de oprichter en initiator van de zorginstelling. Hij somt diverse succeservaringen op van de jongeren die hij tot nu toe begeleid heeft, zegt dat er een wereld aan mogelijkheden voor Lars ligt, mits hij meewerkt en deze uniek kans pakt. “Ik kan je begeleiden, maar jij bent de enige die jezelf kunt redden. Je moet het zelf willen en doen.” Zijn toon is luid en direct.

Huiswerk

Vervolgens informeert hij naar de ervaringen en wensen van Lars, die antwoordt dat hij het liefst thuis woont. “Dat zal niet gaan,” zegt de man resoluut. “Ik wil niet meer op een groep wonen.” Lars klinkt gedecideerd. “En ik wil geen camerabewaking.” Hakan belooft dat hij zal doen wat hij kan. En dat hij de persoonlijke begeleider van Lars wordt en dat Lars zijn huiswerk bij hem aan zijn bureau mag maken. Lars knikt en zegt ‘okee’. Ik weet nu al dat dit één keer gaat gebeuren en dan heeft hij het wel weer gezien op dat kale kantoor.

Vooruitgaan

Zolang Lars nog geen nieuw onderkomen heeft, woont hij bij mij. Dat dat niet te lang moet duren, voel ik aan alle kanten. Want eenmaal weer onder moeders vleugels, wordt het lastig hem weer ergens in te manoeuvreren. Om mijn razende en vooral bezorgde gedachten een beetje te dimmen, heb ik mezelf aangemeld voor kickbokstraining. In de openlucht. Samen met een vriendin. Ik wil niet somberen, ik wil fit worden. Me fris en fruitig voelen. Vooruitgaan.

Kickboksen

Bokstrainer Mo is klein, heeft kort grijs haar, een bijpassend baardje met bruine twinkelogen erboven en deelt commando’s uit. Hij is loeisterk. Vroeger werkte hij als portier bij nachtclubs. Zijn specialisatie: vervelende individuen uitschakelen met een gerichte knalharde stoot. Mijn vriendin en ik worden direct flink aan het werk gezet. We beginnen met hardlopen, om warm te worden. Dan volgen jumping jacks, squads en vervolgens moeten we een boksloopje laten zien. Om beurten stoot ik mijn in rood zwarte bokshandschoenen gestoken handen naar voren, terwijl ik hupbewegingen op de plaats maak. ‘Knieheffen,’ roept Mo. Braaf spring ik op en neer en trek mijn knieën zo hoog mogelijk op. ‘Hoger, hoger, kom op, je kunt het.’ Meine gute, wat een drilkoning.

Helder

Hij houdt zijn handen ter hoogte van mijn middel om de gewenste hoogte aan te geven. En zowaar lukt het mij om mijn knieën nog iets hoger te heffen. Dan gaan we eindelijk boksen. “Djepp djepp met links, rechter direct, linker hoek, rechter direct, low kick en kniestoot.” Ik sla en sla en schop. “Maak je kwaad, word boos”, roept Mo. Hoe het gebeurt, weet ik niet, maar ik vergeet alles om me heen en knal er op los. Pats, pats, kaboem. ‘Wow, goed zo!’ roept Mo. Zijn bruine ogen glimmen. Na ruim een uur is het klaar. Ik ben kapot. Mijn armen trillen, mijn benen doen pijn, mijn handen tintelen. Maar in mijn hoofd is de mist opgetrokken. De zon schijnt. Ik zie het leven even weer helder.

Hotelstudio

Het gesprek bij de reclassering is geweest. Lars moet zich de komende tijd regelmatig melden en zich vooral aan de regels houden. Dat betekent: luisteren naar Hakan, netjes naar school gaan en zorgen dat hij niet in contact met de politie komt. Anders kan hij alsnog achter slot en grendel belanden. Na een kleine week meldt Hakan dat er een passend onderkomen voor Lars gevonden is. In een studio in een hotel in een dorpje grenzend aan Amsterdam. Er zijn geen camera’s, wel een portier die erop toeziet dat Lars zich gedraagt, geen vrienden meeneemt naar zijn kamer en geen fratsen uithaalt.

Bemoeial

Lars gaat eerst kijken bij zijn nieuwe behuizing. En is niet eens ongeïnteresseerd. “Zal ik het doen?” hoor ik hem vragen door de telefoon. Aan de andere kant antwoordt een meisjesstem. Jeetje, zou hij een vriendin hebben? Veel keus heeft Lars trouwens niet. Het is deze studio of niets. Zijn vorige mentor Winfred helpt hem zijn bed en persoonlijke bezittingen verhuizen. Ik mag niet mee.

“Jij bemoeit je alleen maar weer met alles, ik doe het zelf,” zegt Lars gedecideerd.

Uppie

Nu woont mijn kind dus in een studio in een hotel in een dorpje buiten de stad. Zo blijft hij in ieder geval weg van zijn slechte vrienden, had Hakan gezegd. Ik zie alles van een afstand sceptisch aan. Lars in zijn uppie in een hotelstudio, waar hij zelf moet koken en niemand mag ontvangen. Ik heb er totaal geen beeld bij. Het is bijna drie kwartier fietsen vanaf het centrum. Hoe moet dat met zijn school? Gaat hij braaf huiswerk maken in zijn studiootje? Hakan is ervan overtuigd dat het gaat lukken. Als ik mijn laptop openklap, zie ik dat hij mij een facebook verzoek gestuurd heeft. Vlotte gozer.

Volgende week: Lars heeft wroeging

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zorgenzoon - deel 42: "Jeetje, zou hij een vriendin hebben?"

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Nadat hij een paar maanden bij een begeleid wonen groep heeft gewoond, krijgt hij voor zijn achttiende verjaardag een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Dan wordt hij gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Na een spannend weekend wordt hij vrijgelaten.

De eerste dagen na zijn vrijlating is Lars opvallend stil en rustig. Hij zegt er niet veel over, maar is duidelijk enorm geschrokken. Terecht natuurlijk. Het is goed om te zien dat wat gebeurde hem flink heeft aangegrepen. “Dit wil ik nooit meer meemaken,” is het enige wat hij vastbesloten zegt. Hij moet zich melden bij de reclassering. Die gaat voor de jonge delinquent een passende straf bedenken. Lars moet zelf de afspraak maken. Ik zie dat Lars zich er druk over maakt en gestrest is. Dat hij voorzichtig moet zijn met justitiële en zorgmedewerkers, is hem na al die jaren wel duidelijk. Ze zijn er over het algemeen vooral om de regels aan te geven, niet om hem te helpen.

Advertentie

Verhuizen

De zorgcoördinator van de woongroep waar Lars staat ingeschreven, belt om te zeggen dat ze hem graag willen houden. Maar dat de gemeente heeft aangegeven dat Lars de regels ernstig heeft overtreden en dat hij niet meer terug mag naar zijn flatje. Ook wordt hij overgedragen aan een andere Begeleid Wonen instantie. Pfff. Daar gaan we weer. De nieuwe organisatie zetelt in een ander deel van de stad. In een ongezellig ogend gebouw op een afgelegen industrieterrein moeten Lars en ik ons melden. Zo kom je nog eens ergens.

Jezelf redden

Een verzorgde Marokkaanse man met een krachtige uitstraling begroet ons joviaal en stelt zich voor als Hakan, de oprichter en initiator van de zorginstelling. Hij somt diverse succeservaringen op van de jongeren die hij tot nu toe begeleid heeft, zegt dat er een wereld aan mogelijkheden voor Lars ligt, mits hij meewerkt en deze uniek kans pakt. “Ik kan je begeleiden, maar jij bent de enige die jezelf kunt redden. Je moet het zelf willen en doen.” Zijn toon is luid en direct.

Huiswerk

Vervolgens informeert hij naar de ervaringen en wensen van Lars, die antwoordt dat hij het liefst thuis woont. “Dat zal niet gaan,” zegt de man resoluut. “Ik wil niet meer op een groep wonen.” Lars klinkt gedecideerd. “En ik wil geen camerabewaking.” Hakan belooft dat hij zal doen wat hij kan. En dat hij de persoonlijke begeleider van Lars wordt en dat Lars zijn huiswerk bij hem aan zijn bureau mag maken. Lars knikt en zegt ‘okee’. Ik weet nu al dat dit één keer gaat gebeuren en dan heeft hij het wel weer gezien op dat kale kantoor.

Vooruitgaan

Zolang Lars nog geen nieuw onderkomen heeft, woont hij bij mij. Dat dat niet te lang moet duren, voel ik aan alle kanten. Want eenmaal weer onder moeders vleugels, wordt het lastig hem weer ergens in te manoeuvreren. Om mijn razende en vooral bezorgde gedachten een beetje te dimmen, heb ik mezelf aangemeld voor kickbokstraining. In de openlucht. Samen met een vriendin. Ik wil niet somberen, ik wil fit worden. Me fris en fruitig voelen. Vooruitgaan.

Kickboksen

Bokstrainer Mo is klein, heeft kort grijs haar, een bijpassend baardje met bruine twinkelogen erboven en deelt commando’s uit. Hij is loeisterk. Vroeger werkte hij als portier bij nachtclubs. Zijn specialisatie: vervelende individuen uitschakelen met een gerichte knalharde stoot. Mijn vriendin en ik worden direct flink aan het werk gezet. We beginnen met hardlopen, om warm te worden. Dan volgen jumping jacks, squads en vervolgens moeten we een boksloopje laten zien. Om beurten stoot ik mijn in rood zwarte bokshandschoenen gestoken handen naar voren, terwijl ik hupbewegingen op de plaats maak. ‘Knieheffen,’ roept Mo. Braaf spring ik op en neer en trek mijn knieën zo hoog mogelijk op. ‘Hoger, hoger, kom op, je kunt het.’ Meine gute, wat een drilkoning.

Helder

Hij houdt zijn handen ter hoogte van mijn middel om de gewenste hoogte aan te geven. En zowaar lukt het mij om mijn knieën nog iets hoger te heffen. Dan gaan we eindelijk boksen. “Djepp djepp met links, rechter direct, linker hoek, rechter direct, low kick en kniestoot.” Ik sla en sla en schop. “Maak je kwaad, word boos”, roept Mo. Hoe het gebeurt, weet ik niet, maar ik vergeet alles om me heen en knal er op los. Pats, pats, kaboem. ‘Wow, goed zo!’ roept Mo. Zijn bruine ogen glimmen. Na ruim een uur is het klaar. Ik ben kapot. Mijn armen trillen, mijn benen doen pijn, mijn handen tintelen. Maar in mijn hoofd is de mist opgetrokken. De zon schijnt. Ik zie het leven even weer helder.

Hotelstudio

Het gesprek bij de reclassering is geweest. Lars moet zich de komende tijd regelmatig melden en zich vooral aan de regels houden. Dat betekent: luisteren naar Hakan, netjes naar school gaan en zorgen dat hij niet in contact met de politie komt. Anders kan hij alsnog achter slot en grendel belanden. Na een kleine week meldt Hakan dat er een passend onderkomen voor Lars gevonden is. In een studio in een hotel in een dorpje grenzend aan Amsterdam. Er zijn geen camera’s, wel een portier die erop toeziet dat Lars zich gedraagt, geen vrienden meeneemt naar zijn kamer en geen fratsen uithaalt.

Bemoeial

Lars gaat eerst kijken bij zijn nieuwe behuizing. En is niet eens ongeïnteresseerd. “Zal ik het doen?” hoor ik hem vragen door de telefoon. Aan de andere kant antwoordt een meisjesstem. Jeetje, zou hij een vriendin hebben? Veel keus heeft Lars trouwens niet. Het is deze studio of niets. Zijn vorige mentor Winfred helpt hem zijn bed en persoonlijke bezittingen verhuizen. Ik mag niet mee.

“Jij bemoeit je alleen maar weer met alles, ik doe het zelf,” zegt Lars gedecideerd.

Uppie

Nu woont mijn kind dus in een studio in een hotel in een dorpje buiten de stad. Zo blijft hij in ieder geval weg van zijn slechte vrienden, had Hakan gezegd. Ik zie alles van een afstand sceptisch aan. Lars in zijn uppie in een hotelstudio, waar hij zelf moet koken en niemand mag ontvangen. Ik heb er totaal geen beeld bij. Het is bijna drie kwartier fietsen vanaf het centrum. Hoe moet dat met zijn school? Gaat hij braaf huiswerk maken in zijn studiootje? Hakan is ervan overtuigd dat het gaat lukken. Als ik mijn laptop openklap, zie ik dat hij mij een facebook verzoek gestuurd heeft. Vlotte gozer.

Volgende week: Lars heeft wroeging

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Kun je beter scheren mét of zonder zeep? Een dermatoloog legt uit

Argh, scheerschuim of -gel op! Kun je op dat moment beter scheren met shampoo of conditioner, of dan toch liever met helemaal niks? Dermatoloog Anne Margreet van Drooge geeft antwoord.

“Je haartjes worden tijdens het scheren afgesneden of uit het haarzakje getrokken”, legt Van Drooge uit. “Elk haarzakje wordt daarbij even geïrriteerd. Als je dat zonder een product doet, dan is die trekkracht veel hoger en kun je rode pukkeltjes krijgen na het scheren.”

Advertentie

Scheren met shampoo of conditioner

Om dat proces makkelijker te maken bestaan er veel scheerproducten op de markt, van gels tot mousses. “Schuim is handig want dan kun je zien of je delen hebt overgeslagen. Bij een transparante gel is dat niet zo. Schuim glijdt vaak ook beter tussen het scheermesje door omdat het luchtiger is.”

“Over shampoo of conditioner gebruiken heb ik twee verschillende adviezen. Conditioner heeft een soortgelijke dikke structuur als sommige scheerproducten. Daarbij bevat het vaak hydraterende ingrediënten, wat het een best goed product maakt om mee te scheren. Bij shampoo zit dat anders: dat droogt de huid meer uit omdat het bedoeld is om vet uit je haar te halen. Dat geldt ook voor douchegel; dat droogt vaak je huid alleen maar uit. Daarbij is het vloeibaarder waardoor het weer gemakkelijker van de huid afglijdt. ”

Als je volgens de dermatoloog moet kiezen tussen géén product of shampoo, dan verkiest ze wel shampoo. “Dan heb je op z’n minst nog een klein laagje om de huid te beschermen. Dat is misschien wel het belangrijkste.”

Lange en korte termijn

Om uitdroging tegen te gaan heeft ze een andere tip (die overigens ook goed werkt voor mensen met een droge- of eczeemgevoelige huid). “Smeer je na het douchen in met een vettende zalf, dat is sowieso beter dan bodylotion. Doe het als je huid nog niet helemaal opgedroogd is, zodat je het water als het ware ‘vangt’ in de huid. En vermijd sowieso zoveel mogelijk contact met zeep. De meeste (vaak geparfumeerde) zepen drogen enkel je huid uit.”

Scheer je je hele leven al zonder producten, en ondervind je geen hinder? Dan is er volgens Van Drooge geen probleem. “Op de lange termijn veroorzaakt het in principe niks, op de korte termijn vaak wel. Je kunt irritatie, puistjes of misschien eczeem krijgen als je daar aanleg voor hebt. Maar heb je nooit ergens last van, dan is er niet veel aan de hand.”

Bot scheermesje? Zó krijg je ‘m razendsnel weer scherp:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Beeld: Getty Images

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Kun je beter scheren mét of zonder zeep? Een dermatoloog legt uit

Argh, scheerschuim of -gel op! Kun je op dat moment beter scheren met shampoo of conditioner, of dan toch liever met helemaal niks? Dermatoloog Anne Margreet van Drooge geeft antwoord.

“Je haartjes worden tijdens het scheren afgesneden of uit het haarzakje getrokken”, legt Van Drooge uit. “Elk haarzakje wordt daarbij even geïrriteerd. Als je dat zonder een product doet, dan is die trekkracht veel hoger en kun je rode pukkeltjes krijgen na het scheren.”

Advertentie

Scheren met shampoo of conditioner

Om dat proces makkelijker te maken bestaan er veel scheerproducten op de markt, van gels tot mousses. “Schuim is handig want dan kun je zien of je delen hebt overgeslagen. Bij een transparante gel is dat niet zo. Schuim glijdt vaak ook beter tussen het scheermesje door omdat het luchtiger is.”

“Over shampoo of conditioner gebruiken heb ik twee verschillende adviezen. Conditioner heeft een soortgelijke dikke structuur als sommige scheerproducten. Daarbij bevat het vaak hydraterende ingrediënten, wat het een best goed product maakt om mee te scheren. Bij shampoo zit dat anders: dat droogt de huid meer uit omdat het bedoeld is om vet uit je haar te halen. Dat geldt ook voor douchegel; dat droogt vaak je huid alleen maar uit. Daarbij is het vloeibaarder waardoor het weer gemakkelijker van de huid afglijdt. ”

Als je volgens de dermatoloog moet kiezen tussen géén product of shampoo, dan verkiest ze wel shampoo. “Dan heb je op z’n minst nog een klein laagje om de huid te beschermen. Dat is misschien wel het belangrijkste.”

Lange en korte termijn

Om uitdroging tegen te gaan heeft ze een andere tip (die overigens ook goed werkt voor mensen met een droge- of eczeemgevoelige huid). “Smeer je na het douchen in met een vettende zalf, dat is sowieso beter dan bodylotion. Doe het als je huid nog niet helemaal opgedroogd is, zodat je het water als het ware ‘vangt’ in de huid. En vermijd sowieso zoveel mogelijk contact met zeep. De meeste (vaak geparfumeerde) zepen drogen enkel je huid uit.”

Scheer je je hele leven al zonder producten, en ondervind je geen hinder? Dan is er volgens Van Drooge geen probleem. “Op de lange termijn veroorzaakt het in principe niks, op de korte termijn vaak wel. Je kunt irritatie, puistjes of misschien eczeem krijgen als je daar aanleg voor hebt. Maar heb je nooit ergens last van, dan is er niet veel aan de hand.”

Bot scheermesje? Zó krijg je ‘m razendsnel weer scherp:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Beeld: Getty Images

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien