Was Getekend, Annie. M.G. Schmidt stopt! Nu tot 15,- voordeel

Zoek binnen:

Daniëlle (48) verloor haar stiefzoon: "Ik rouw aan de zijlijn, terwijl mijn verdriet zo groot is"

Daniëlle Warnier (48) verloor drie jaar geleden plotseling haar stiefzoon David (23) aan de gevolgen van diabetes. Een paar maanden eerder strandde haar huwelijk. “David is ook mijn zoon, ook al heb ik hem niet gebaard. Hij hoort bij ons gezin.”

“Ik voel me samen met de kinderen heel erg één gezin. Ik spreek ook niet meer over ‘mijn stiefzoon’, maar over ‘de kinderen’. Terwijl mijn man, Davids vader, in een psychiatrische kliniek zit, wijkt David nauwelijks van mijn zijde. Op Davids rouwkaart staat mijn naam er niet bij. Ik voel me verlaten en verlang naar alles wat er ooit was. We rouwen anders maar missen dezelfde David.”

Waar ben je?
“We hebben elkaar al zo lang niet gezien. Lieve levenslustige David. Zoon van mijn man. Kind dat ik als mijn eigen kind ben gaan beschouwen. De grote broer van het jongetje dat ik samen met zijn vader kreeg. Als die jongens met z’n tweeën hand in hand op de achterbank van de auto zaten, kon ik mijn ogen niet van ze afhouden. Zij hoorden bij elkaar, wíj hoorden bij elkaar. Dat David drie jaar geleden plotseling overleed, is nog steeds nauwelijks te bevatten. Ik wil hem foto’s appen van onze poes in een rare pose, hem vertellen hoe sterk zijn broertje op hem lijkt, zijn geur opsnuiven. Mensen denken dat het voor mij minder erg is omdat David mijn stiefzoon was. Als stiefouder rouw ik aan de zijlijn, terwijl mijn verdriet zo groot is.”

Grote bedreiging
“David is acht als hij in mijn leven komt. Een schichtig en ingetogen jongetje met donkerbruine ogen die mij wantrouwend volgen. Zijn vader werd verliefd op mij, terwijl hij nog bij zijn gezin woonde. Dat is voor David, zijn zus en hun moeder intens verdrietig. Ik ben een grote bedreiging en bovendien twintig jaar jonger dan hun vader, die hun gezinsleven kapot heeft gemaakt. Ik lees alles wat los en vast zit over stiefouderschap en scheiding. De belangrijkste lessen prent ik in mijn hoofd: ze hebben al een moeder, dring je niet op en laat ze zelf maar komen. Dat werkt. Ik heb twee poezen en David is dol op dieren, wat een voorzichtige basis legt voor een band. We smeden bondjes tegen zijn vader, waar we samen ontzettend om moeten lachen.”

Zwangerschap
“Mijn zwangerschap legt een bom onder ons samenzijn. David en zijn zus zijn woedend. Zijn zus en hij hebben het gevoel op de tweede plaats te komen en verbreken het contact. Er verstrijken twee jaar waarin we ze nauwelijks zien. Met de dochter van mijn man komt het daarna nooit meer goed, maar op zijn vijftiende komt David opeens bij ons wonen. Na een zoveelste ruzie met zijn moeder stuurt zij hem op nieuwjaarsdag naar zijn vader, voor altijd. Ik ben intens blij. Voor mezelf, voor mijn zoon, maar vooral voor David en zijn vader. Elk kind heeft recht op een band met beide ouders. Ik ben blij dat die van David met zijn vader langzaam kan herstellen. Wij stimuleren hem om die met zijn moeder intact te houden. Het is fijn dat David er is, maar ook moeilijk. De puberteit doet ruimschoots zijn intrede. Mijn zoon van tweeënhalf neemt in no time de scheldwoorden over van zijn grote broer. David spijbelt, blowt en is overal, behalve thuis. De ruzies en de bezorgdheid beheersen ons leven. Die bezorgdheid heeft ook te maken met zijn diabetes. Ondanks de heftigheid, geniet ik voorzichtig van ons gezinsleven. Onze jongste volgt zijn broer als een schaduw.”

Langzaam rust
“Ik wil David het gevoel geven dat ik niets van hem hoef, dat hij mag zijn wie hij is. Hij realiseert zich dat ik naast hem en niet tegenover hem sta. Soms lukt het mij beter dan zijn vader. Na een jaar of twee van ruzies, grenzen stellen, ruimte bieden, wanhopig en radeloos zijn, komt er heel langzaam rust in huis. De puberjaren schudt David van zich af en rond zijn zeventiende komt er een aangename, vrolijke en sociale jongen tevoorschijn. Met een inmiddels grenzeloze liefde voor zijn veertien jaar jongere broertje.”

Gezin
“Ik voel me samen met de kinderen heel erg een gezin. Ik spreek ook niet meer over ‘mijn stiefzoon’, maar over ‘de kinderen’ of ‘de jongens’. Het grootste compliment komt als mijn jongste vijf is en na het douchen vraagt: ‘Mam, Daaf komt toch niet uit jouw buik? Toch praat je tegen hem net zoals je tegen mij doet. Je zegt ‘liefje’ en ‘schat’ en soms ben je ook boos op hem.’ Ik kijk hem verbijsterd aan. Hij heeft gelijk. David is ook mijn zoon, ook al heb ik hem niet gebaard. Hij hoort bij ons, ook als hij op zijn twintigste uit huis gaat. Zijn 21e verjaardag viert hij met een ‘herendiner’ bij ons thuis. Een huis vol vrienden, 21 cadeautjes, lekker eten en een gevatte speech van z’n vader. David geniet zichtbaar en ik gloei van trots. Het is ons gelukt om dat joch groot te krijgen en samen een gezin te vormen.”

Afscheid
“Tussen mijn man en mij gaat het niet goed. Ik kan er niet goed de vinger op leggen, maar hij worstelt met het leven. We raken steeds verder van elkaar verwijderd. Als hij voor een maand wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek wijkt David nauwelijks van mijn zijde. Hij gaat met zijn broertje naar voetbal, naar zijn vader, we koken samen en doen spelletjes. Hij is vooral dicht bij ons. Als hij even naar de buren gaat om te chillen, mis ik hem al voordat de deur in het slot valt. Als hij naar zijn kamer in Amsterdam vertrekt, neemt hij afscheid met ‘I’m only a phonecall away’.”

Uit de kast
“Negen maanden nadat hij uit de kliniek is ontslagen, komt mijn man uit de kast. Hij valt op mannen en kan het niet meer ontkennen. De opluchting bij hem is groot, maar mijn leven wankelt. We vertellen de jongens over ons voornemen om te scheiden en de reden daarvoor. Ze reageren geschokt en David is boos. Niet wéér een scheiding. We moeten hem beloven geen puinhoop van deze scheiding te maken. Vooral voor zijn broertje.
Kort daarna, mijn ex-man en ik wonen nog in hetzelfde huis, wekt hij mij op een avond hardhandig uit mijn eerste slaap. ‘Er is iets ergs gebeurd. David is dood’, stamelt hij. Vol ongeloof en afschuw kleed ik me aan en raas de twee trappen af naar beneden. Alsof snelheid nog iets kan veranderen aan de onheilspellende boodschap. Twee jonge politiemannen zitten aan tafel. ‘Uw zoon is vandaag thuis overleden. Zijn lichaam is in beslag genomen voor nader onderzoek.’ Ik besef dat de ontwrichting van de afgelopen maanden er nu niet meer toe doet. Ik sla mijn armen om mijn ex-man heen en beloof dat ik hem nu niet alleen zal laten. We beloven het elkaar. Onze oudste zoon is dood. Zomaar overleden in zijn slaap, door een zeldzame complicatie van diabetes. Ik voel me verslagen.”

Andere wetten
“Als ouders een kind verliezen, hebben ze openlijk recht op rouw en verdriet. Voor stiefouders gelden blijkbaar andere rouwwetten. Het voelt alsof mijn verdriet om David volledig buiten beeld valt. Dat blijkt ook op de begrafenis, als ik ontdek dat Davids moeder een aparte rouwkaart heeft gemaakt, waar de namen van mijn zoon en mij niet op staan. Ons bestaan wordt keihard ontkend. Dat blijkt ook als een moeder op het schoolplein zegt: ‘O, wat erg voor je zoon en je man. Hoe is het nu met ze?’ Als aan de grond genageld stamel ik dat het wel gaat. En wie zorgt er eigenlijk voor mij? Af en toe valt het verdriet in golven over mij heen. Mijn lijf doet pijn.”

Huis vol herinneringen
“Rouwen is eenzaam. En dit is dubbele rouw. David is dood én ik ben mijn man verloren. Hij leeft nog, maar ik ben hem kwijt. Er hangt een grote schaduw over het verleden en het verdriet over alle gemiste kansen beneemt me de adem. Mijn ex-man vertrekt uit ons huis en we treffen een omgangsregeling voor onze zoon. Op de dagen dat hij bij zijn vader is, voel ik me alleen in het grote huis vol herinneringen. Lege kamers. Geen kinderstemmen of voetstappen. Ik voel me verlaten en verlang naar alles wat er ooit was. Toch lukt het me om vorm te geven aan mijn nieuwe leven. En ik geniet voorzichtig van de rust en de ongekende vrijheid als mijn zoon bij zijn vader is. Het kan naast elkaar bestaan, het missen van het vorige leven en het ontdekken van het nieuwe. Langzaam komt mijn energie terug.”

Dezelfde David
“Intussen is de relatie met mijn ex-man veranderd in een warme vriendschap. We hebben samen onderweg te veel verloren om een leven lang in wrok om te kijken. Als partners verwachten we niks meer van elkaar. Wel delen we de zorg voor onze zoon, die veel heeft meegemaakt en die we door het leven moeten zien te loodsen. Ouders blijven we een leven lang. Hoewel we allebei anders rouwen om David, verschilt onze rouw niet wezenlijk van elkaar. Hij rouwt om zijn zoon, ik om mijn stiefzoon. We hebben allebei andere herinneringen. Maar we missen dezelfde David. Daar treffen we elkaar. Onder de streep van de scheiding is de liefde voor elkaar en onze kinderen gebleven. Goddank, het is mogelijk.”

Daniëlle Warnier is stiefcoach en rouwtherapeut bij STIEFenCO. stiefenco.nl

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Tekst: Daniëlle Warnier en Deborah Ligtenberg. Beeld: Petronelanitta

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien