Hoera! Libelle is genomineerd. Stem nu >

Zoek binnen:

Libelle's hoofdredacteur Hilmar Mulder: "15 augustus gaat bij mij de vlag uit"

Afgelopen zomer, na het overlijden van mijn vader, moesten we het ouderlijk huis opruimen. Ook de spullen van mijn moeder, vijftien jaar eerder heengegaan, gingen door onze handen. Zo stuitte ik op de memoires van haar broer, mijn oom, waarin hij verslag doet van hun tijd in een jappenkamp in Nederlands-Indië. Verbaasd en ontroerd begon ik te lezen.

Over mijn oma, die daar als moeder met vijf kleine kinderen (één zoon en vier dochters) moest overleven. Midden in de jungle van Sumatra, ‘s nachts kon je de tijgers horen brullen. Mijn opa zat in een mannenkamp, honderden kilometers verderop. Waar mijn oom later die oorlog ook naartoe verhuisde.

Advertentie

Het zette me aan het denken: waarom had mijn moeder er nooit over gesproken, en had ik geen vragen gesteld? Onlangs ben ik alsnog op zoek gegaan naar verhalen uit mijn moeders oorlogsjaren. Steeds meer beseffend hoe die periode haar en haar familieleden moet hebben gevormd. Na de bevrijding deden ze er, evenals de meeste ex-geïnterneerden, het zwijgen toe. Ze worden niet voor niets ‘stille oorlogsslachtoffers’ genoemd. Ik bezocht mijn tante Jenny (85), die vertelde hoe ze eten zochten om hun honger te stillen. Kleine zus Elly, mijn moeder, moest mee op slakkenjacht – die wist ze met haar kleutervingertjes overal tussenuit te peuteren. ‘En als we een rat vingen, dan werd die in de kookpot gestopt.’ Mijn nicht José vertelde over háár moeder Jo, de oudste dochter: hoe zij en oma ‘s nachts beurtelings op ‘rooftocht’ gingen door onder het prikkeldraad naar buiten te glippen. Voedsel stelen van de Japanners, eenden de nek omdraaien en terug het kamp in smokkelen. Voortdurend in doodsangst. Met een vleesmolen maalde oma pinda’s, verkregen door illegale ruilhandel – over of door de omheining heen – met de lokale bevolking. De zelfgemaakte pindakaas kon ze verkopen of als ruilmiddel gebruiken. Eén keer werd ze tijdens haar smokkelpraktijken betrapt. Als straf moest ze een dag lang stilstaan in de tropische zon. Tot ze flauwviel. Ze trotseerden ondervoed drie jaar de barre omstandigheden en een hardvochtig regime. Na de Japanse capitulatie werd een provisorische driekleur gehesen. De rode, witte en blauwe banen hadden – verspreid over het kamp – in afzonderlijke koffers verstopt gezeten en werden snel aan elkaar genaaid.

José hijst elk jaar op 15 augustus de vlag om de bevrijding van de Japanners – en onze moeders en oma – te herdenken. Dit jaar, 75 jaar na dato, doe ik dat ook. Voor het eerst. Niet alleen omdat op die dag voor Nederland de Tweede Wereldoorlog formeel tot een einde kwam, maar vooral omdat ik stil wil staan bij de verhalen van al die stille oorlogsslachtoffers en natuurlijk die van onze familie. Mijn oma en mijn tante Jo wil ik zo eren omdat dankzij hen mijn moeder en haar zussen die tijd hebben overleefd.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Tekst & beeld: Hilmar Mulder

Tessel Tindert: “Na een paar minuten kijk ik om en raak ik in paniek”

Robert

Robert en ik gaan naar een hotelletje in Noordwest-Frankrijk waar we eerder zijn geweest. In Picardië, aan de monding van de Somme, de rivier waarbij in de Eerste Wereldoorlog zo bloedig is gevochten.

Daar lagen de loopgraven van waaruit miljoenen Franse, Engelse en Duitse jongens de dood in werden gejaagd. ‘Schuldig landschap’, zeg ik tegen Robert als we er bijna zijn. Links en rechts strekken zich lappendekens van gele korenvelden en groene weiden met witte koeien uit tegen een decor van zachtglooiende heuvels. Robert kijkt me niet-begrijpend aan.

Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien