Hoe sterk is jullie relatie? Doe hier de test>

Zoek binnen:

Zorgenzoon - deel 17: "Hij is bleek en kijkt me met grote ogen aan"

Wegens ernstige gedragsproblemen is Lars in mei 2018 in een instelling geplaatst. Aanvankelijk op de gesloten afdeling, maar omdat dit hem niet veel goeds brengt, mag hij na acht maanden naar een open setting.

Om zijn nieuwe bestaan rustig op te kunnen bouwen, krijgt Lars een apart woongedeelte. Het zint hem maar matig en op een stormachtige middag neemt hij opnieuw de benen. Lars zit nu een week in zijn eigen ‘vleugel’ op de open groep van de instelling. Er is voor hem een onderwijsprogramma op maat gemaakt met een eigen lesrooster, apart van de anderen. Als het goed gaat, dus als hij niet betrokken raakt bij vechtpartijen of andere incidenten, mag hij straks weer ‘gewoon’ meedoen met de les op de school op het terrein van de instelling.

Advertentie

Verdwenen in het donker

Op een gure vrijdag gaat in de namiddag de telefoon. Lars is weggelopen. Gewoon, het terrein afgewandeld en verdwenen in het donker. Hij is zonder telefoon vertrokken, weet de begeleider nog te melden. “Ah nee, niet weer!” roep ik. Waarom nou mannetje, denk ik, weglopen helpt niet, je moet toch weer terug. Ik kijk uit het raam. Het is een steenkoude februari avond. De regen striemt tegen de ramen. Hij heeft wel een bijpassend dramatisch decor voor zijn wanhoopsactie uitgekozen.

Ruim vijf uur uur later word ik gebeld door een conducteur die Lars aantrof in een coupe, zonder kaartje, zonder geld. “Ik zag meteen dat er wat met hem aan de hand was,” zegt de man. “Wat wilt u, zal ik hem op station Utrecht uit de trein zetten of zal ik hem door laten reizen zodat u hem straks ophaalt?” vraagt hij. Ik ben blij met zijn compassie; voor hetzelfde geld was de spoorwegpolitie gebeld en zat Lars nu weer ergens in een groezelig kantoortje. Ik zeg de man dat ik Lars kom ophalen en vraag hem te door te geven voor het station op mij te wachten.

Zoekactie

Ik trek een jas van de kapstok, schiet mijn gympen aan en ren naar de auto. Het stort van de regen. Wat een kind is het toch; voor niets of niemand bang, doet gewoon wat hem in zijn zotte kop opkomt. Zenuwachtig rijd ik door de stormachtige avond naar het station. Per ongeluk vind ik in een keer de parkeergarage en zelfs een parkeerplek. Ik ren de trappen op, ren de laatste honderd meter naar de ingang van het station. Waar is-ie nou?

Als ik hem niet kan vinden, of als hij vindt dat het te lang duurt voor ik kom, smeert ie hem. En gaat de grote landelijke Lars-zoekactie deel III van start. Maar het universum is me goed gezind, ik herken de slanke gestalte van Lars tussen alle andere reizigers die zich onder schuin gestoken paraplu’s gehaast een weg banen door de slagregen. Ik roep, nee, schreeuw Lars zijn naam. Hij hoort me en kijkt om. Ik ren op hem af en geef hem een knuffel. Hij is bleek en kijkt me met grote ogen aan. Hij draagt een flinterdun sportjackje dat druipt van de regen.

Wilde dieren

“Kom, kom gauw,” zeg ik en trek hem met me mee naar de garage. In een waas rijd ik naar huis. Hij vertelt hoe hij het terrein van de instelling is afgewandeld en uren lang gelopen heeft. Door de dichte donkere bossen, over het verlaten fietspad. In zijn uppie in de stromende regen door het grote natuurgebied. “En ma, het was heel eng, ik hoorde overal gesnuif en getrappel in het bos. Allemaal wilde dieren. Ik dacht dat ze me aan gingen vallen.” Ik zie nu pas dat Lars bibbert.

Thuis zet ik hem direct onder de hete douche. En app zijn mentor Hakim. We spreken af dat hij hem de volgende ochtend vroeg komt halen. Ik wil niet zo’n politie inval zoals de vorige keer. Dat trek ik niet nog een keer. Lars is wat opgeknapt en laat zich braaf in bed leggen. “Ga maar lekker slapen,” zeg ik. Hoewel ik blij ben hem hier in huis te hebben, weet ik dat ik moet handelen voor de boel escaleert. Ik ga in bed liggen en probeer de zenuwbal in mijn buik de baas te worden. Het lukt een beetje.

Croissantjes

De volgende ochtend ben ik vroeg wakker. Iedereen slaapt nog. Ik app Hakim die zegt direct in de auto te stappen. Ik kleed me aan, pak een boodschappentas en ga naar buiten. “Even boodschappen doen,” zeg ik zo luchtig mogelijk tegen Bente die met een slaperig hoofd de trap af komt. Ik ga naar de supermarkt en naar de bakker, haal verse croissantjes. Al die frisgewassen opgewekte mensen in de winkel moesten eens weten. Hakim belt en zegt dat hij er over een half uur al is. Ik ben blij dat hij komt, maar voel me ook een klikspaan. Ik wil het liefste dat Lars bij mij blijft. Maar het mag en het kan niet.

Verrader

Als ik thuis kom, serveer ik de croissantjes met jam. De kinderen zitten voor de televisie. Lars is rustig gelukkig. Zenuwachtig loop ik op en neer in de hal. Kijk 100 keer in mijn telefoon. Dan gaat toch nog vrij onverwacht de deurbel. “Hallo, daar ben ik,” zegt Hakim en stap de gang in. Hij heeft een maatje meegenomen. Twee Jerommekes op de deurmat. Ik roep Lars dat er bezoek voor hem is. Geschrokken springt hij op. “Nee, ga weg!” roept hij, “Ik ga niet mee.” Hakim daalt de trap naar de kelder af waar de playstation staat. “Hallo Lars, ik wil even met je praten.”

Ik blijf boven staan. Hoor dat Lars mij uitscheldt. “Leugenaar. Verrader.” Hij klinkt boos en verdrietig. Zijn eigen moeder die hem niet meer beschermt. Hakim gaat rustig zitten en praat op Lars in. Dat het beter is dat hij nu meegaat, anders moet de politie komen. En dat ik geen verrader ben, maar dat ik het juist gedaan heb omdat ik van hem houd en hem wil helpen. En dat als hij nu netjes mee gaat, er binnenkort gestart wordt met het weekendverlof. Langzaam aan kalmeert Lars. Na een half uur kleedt hij zich aan en gaat hij achter Hakim aan de trap op naar de voordeur. Hij zegt niets tegen mij en werpt me een blik toe die het midden houdt tussen ongeloof en verachting.

Raarste dag

De twee Jerommekes stappen samen met Lars in de auto, geven gas richting het groene verre oosten. Om hem toch het gevoel te geven dat ik achter hem sta, spreek ik met Hakim af dat ik die middag op bezoek kom met Bente en met z’n drieën zullen koken in het appartement van Lars. En zo geschiedt. Terwijl de kinderen samen voor de playstation zitten, roer ik in de pan. We eten en de kinderen doen de afwas. Hoewel Lars nog bozig is en zegt dat hij het niet meer ziet zitten in de instelling, blijft hij rustig en rijden Bente en ik ‘s avonds ietwat opgelucht naar huis. Het was weer een van de raarste dagen uit mijn leven. En ik weet zeker dat het niet de laatste zal zijn.

Volgende week: Lars mag op verlof

Dit is de zeventiende aflevering van een serie columns over Lars (17), een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Lees meer

Tessel Tindert: “Wat bedoel je met manisch? Ik dacht juist dat je depressief was”

Tessel Tindert

In Roberts huis was het een onbeschrijflijke bende van vuile kopjes, bordjes, blikjes, glazen. De tafel zat onder de kringen. Er lagen kruimels. De gordijnen waren half gesloten. Het stonk er naar oude bloemen en vuile sokken.

Door de halfopen keukendeur zag ik het aanrecht vol vuile vaat. Voorzichtig ging ik zitten in de stoel naast de bank. Ik voelde woede, maar ook verdriet en medelijden. Hier lag een man op de bank die duidelijk leed. Die zich geen raad meer wist met zichzelf. Die niet meer voor zichzelf kon zorgen. ‘Sorry’, herhaalde Robert. ‘Sorry.’

‘Waar

Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien