null Beeld

5 tips van de boswachter: zo maak je van je tuin een mini-natuurgebied

Eigenlijk is de tuin net een natuurgebied, maar dan in het klein. Dat gaat alleen niet vanzelf. Mathiska, boswachter bij Natuurmonumenten, weet als geen ander hoe je een tuin vol leven krijgt. 

Libelle samen met Natuurmonumenten

Met deze 5 tips maak je van je tuin een mini-natuurgebied.

Tip 1: Minder maaien

Mathiska: "Heb je een stukje gras in de tuin? Laat dan eens een deel ongemoeid of maai het wat minder vaak, de natuur heeft niets aan een strak gazon. Het gras zal op sommige plekken flink lang worden, maar waar je vaak loopt wordt het helemaal niet zo hoog. Door minder vaak te maaien, krijg je veel meer bloemen in je tuin. Na een paar seizoenen zie je je tuin vanzelf veranderen: er komen steeds meer madeliefjes, paardenbloemen, hondsdraf, speenkruid, ereprijs en met een beetje geluk ook pinksterbloemen. Zo ontstaat er meer variatie en daar profiteren insecten van."

Tip 2: Vloeiende overgangen

"Het is helemaal mooi als de overgang van je grasveld naar een border of struik niet heel strak is, maar in elkaar overloopt. Laat bijvoorbeeld rond een boom een rand gras staan voor de pinksterbloemen. Zet hier ook sneeuwklokjes, boshyacinten of vogelmelk bij. Heb je van de winter bolletjes in huis gehaald? Plant de uitgebloeide blauwe druifjes, hyacinten, narcissen en primula's gewoon in de tuin en laat ze rustig afsterven. Dan heb je volgend jaar nog meer bloemen in de tuin!"

Tip 3: Wilde bloemen zaaien

"Je kunt een stuk van je gazon omspitten en inzaaien met een mengsel van wilde bloemen. Dit maai je meestal maar 1 of 2 keer per jaar. Kies een mengsel dat geschikt is voor de grondsoort in jouw tuin, afhankelijk van waar je woont kan dit bijvoorbeeld klei of zand zijn. Verzamel zelf zaden aan het einde van het seizoen, of koop ze. Het liefst biologisch, want daar zit geen gif op waar insecten last van kunnen krijgen." Als je dit gratis actiepakket van Natuurmonumenten aanvraagt, krijg je er meteen zaadjes voor wilde bloemen bij. Handig!

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Tip 4: Water om te drinken & badderen

"Veel vogels en andere dieren hebben water nodig om te drinken. Je kunt op beschutte plekken waterschalen neerzetten. Niet in de volle zon, want dan drogen ze snel weer op. Vogels badderen graag, dus is het fijn als er een steen is waar ze veilig op kunnen staan om te badderen. Voor egels en andere zoogdieren is het belangrijk dat ze goed bij het water kunnen. Zorg voor een lage rand waar ze gemakkelijk overheen kunnen klimmen. "

Tip 5: Leg een vijvertje aan

"Nog een plekje over? Leg dan een vijvertje aan. In een natuurlijke vijver leven niet alleen kikkers, padden en salamanders, maar ook libellen, waterkevers en wantsen. Voor andere dieren is het een fijne plek om te badderen en drinken. Een vijver hoeft niet groot te zijn. Er zijn speciale vijverbakken te koop, maar je kunt ook een speciekuip ingraven of zelf een gat graven en afdekken met waterdicht vijverfolie. Zorg voor verschillende dieptes, overgangen en glooiende randen. In het diepste deel (liefst meer dan 80 cm diep) kunnen dieren 's winters wegkruipen als het vriest. Met een paar stenen of een boomstronk maak je één kant minder diep, zodat dieren er gemakkelijk in en uit kunnen. Het water warmt hier sneller op: een ideale plek voor kikkerdril en insectenlarven. Tussen de stenen zet je wat waterplanten vast."

Ga voor groei

We kunnen niet zonder de natuur. Daarom moeten we de natuur koesteren, beschermen en de ruimte geven. Die groei begint in onze eigen achtertuin of op het balkon. Ga voor groei en bestel hier het gratis actiepakket met zaadjes voor bosbloemen.

null Beeld

null Beeld
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden