null Beeld

Aboutaleb: “Mijn moeder leerde mij om nooit vrijuit te spreken, tegen niemand”

Dit jaar spreekt Ahmed Aboutaleb (54), burgemeester van Rotterdam, op 4 mei tijdens de Nationale Herdenking bij het Nationaal Monument op de Dam. Libelle's Liesbeth sprak hem over zijn jeugd, vader zijn en - natuurlijk - vrijheid.

Online redactie Libelle

De gelukkigste momenten van zijn leven? Dat waren de geboortes van zijn kinderen. Hij zegt het aan het eind van het interview, vlak voordat hij terug moet naar het stadhuis. "Dat je ineens zo’n spartelend wezentje in je armen hebt. Vies, het ziet er niet uit, maar daar ís het, en het hoort bij jou. Dat gevoel is onbeschrijflijk." Dan, met een brede lach: "En 10 jaar later zegt dat wezentje van toen ineens: ‘Ach, wat weet jij er nou van ouwe?’ Ook dát is vader zijn."

Pretoogjes

Terwijl hij het vertelt, heeft hij pretoogjes. Die verschijnen niet voor de eerste keer in ons gesprek. De Rotterdamse burgemeester is dan wel een serieuze en bevlogen man, hij houdt ook van een grapje. Maar vandaag valt er bijzonder weinig te lachen. Op het moment van dit interview hangen overal Belgische vlaggen halfstok, ook in Rotterdam. Op het stadhuis, op het Hofplein; in de grijze ochtendlucht wapperen ze als stil eerbetoon aan de slachtoffers van de terroristische aanslagen in Brussel, een dag eerder. Ahmed Aboutaleb koos daarom een zwart pak uit, “dat leek me passend vandaag.” Verder oogt hij opvallend monter voor iemand die het afgelopen jaar landelijke bekendheid verwierf met zijn emotionele uitspraken over terreur. Gisteravond had hij weer kunnen aanschuiven in actualiteitenprogramma’s. Hij deed het niet. “Het voelde niet goed om weer op de buis te verschijnen. Dat de mensen denken: daar heb je hém weer. Ik wil pas een bezonnen reactie geven op het moment dat het zinvol is. Dat komt wel, maar nu niet.”

Op welk punt staat u vandaag?

“Ik ben diep geraakt. Verdriet en boosheid vechten om prioriteit, maar ik wil mijn hoofd erbij houden. Dat is een apart mengsel. Gelukkig heb ik goed geslapen vannacht, ik ben maar 2 keer wakker geworden van de telefoon. Die ligt altijd naast mijn bed, op de hardste stand. Geen probleem, dat hoort bij mijn beroep.”

Is er een verschil in hoe u deze aanslagen ervaart als mens en als burgemeester?

“Nee, en daar ben ik blij mee, anders wordt het schizofreen. Maar ik moet als burgemeester wel meteen handelen, dus heb ik gisteren verschillende overleggen gehad met de zogeheten veiligheidsdriehoek: politie, Openbaar Ministerie en ik. Op het Centraal Station lopen nu gewapende agenten rond. Het laat de reizigers zien dat we alert zijn en geeft het gevoel dat we iets doen. Er zijn nog meer veiligheidsmaatregelen genomen, maar u zult begrijpen dat ik daar niets over kan zeggen.”

Kunt u de tijd waarin we met elkaar leven duiden? Wat is er aan de hand?

“Ik denk dat we in een overgangsperiode zitten die op dit moment wordt bepaald door angst en onzekerheid. Angst ís al heel complex om te managen, en dan is er ook nog eens geen klassieke vijand meer. Deze mensen waren gisteren vrij aan het reizen, ze gingen in de rij op een vliegveld staan, niemand die hen zag, niemand die dacht aan zelfmoordterroristen. Dat maakt het ingewikkeld. Het is aan mensen zoals ik om duidelijk te maken dat we niet buigen voor angst. Want dat is precies wat deze personen willen. Dat we gehoorzamen aan de dictatuur van terreur.”

Even terug naar januari 2015. In Parijs worden terroristische aanslagen gepleegd op de redactie van het tijdschrift Charlie Hebdo en heel Europa is in shock. Nog diezelfde avond verschijnt Ahmed Aboutaleb in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur. Op eigen naam, een woedende moslim die verklaart: “Wie het niet ziet zitten met humoristen die een krantje maken, mag oprotten.” Een dag later spreekt hij tijdens een bijeenkomst in Rotterdam, waar hij zichtbaar emotioneel wordt. Een belangrijk moment dat hij, benadrukt hij nu, de avond tevoren met alle politieke partijen had doorgesproken: “Van links tot rechts en alles daartussen. Ik wist: ik sta hier namens de hele gemeenteraad.”

Sinds dat moment bent u een ander soort bestuurder geworden, lijkt het. Niet alleen burgemeester, maar een stem tegen terrorisme.

“Ik deed het omdat ik het nodig vond en ik sta er nog steeds achter, al stond dit niet in mijn functieomschrijving. Charlie Hebdo was een kwestie van internationale omvang, het ging niet alleen Rotterdam aan.”

Waarom deed u het dan?

“Op basis van gezag waren er weinig mensen die op dat moment in die rol konden stappen. Ik deed het vanuit mijn hart, ik had het gevoel dat ik de samenleving iets zou onthouden als ik het niet deed.”

Had dat ook te maken met uw Marokkaanse achtergrond?

“Ja eh... Ja en nee…”

Of vindt u het vervelend dat ik de vraag zo stel?

“Nee hoor, dat is al zo vaak gebeurd. Ik kreeg honderden mails in die dagen van mensen die bang waren, in paniek. Juist vanwege mijn achtergrond heb ik de mogelijkheid om te reageren zoals ik doe. Later die week sprak ik op een bijeenkomst waar veel moslims in de zaal zaten en werd ik aangekondigd met de woorden: ‘Dames en heren, dit is de burgemeester die tegen de moslims heeft gezegd dat ze moeten oprotten.’ Ik heb dat nooit zo gezegd, maar het was wel een les voor mij. Ik heb hier een prijs voor moeten betalen. Er zijn mensen bij wie ik in achting ben gestegen, het omgekeerde is ook gebeurd. Wat ik jammer vond, is dat er mensen waren die mijn woorden bewust verdraaiden. In mijn uitspraken pakte ik niet alle moslims hard aan, ik pakte de terroristen hard aan.”

Vond u die kritiek moeilijk?

“Ik vond dat ik de samenleving een medicijn toediende dat ik op dat moment als enige had. Het was wel heel verschrikkelijk geweest als ik dat níet had gedaan.”

LEES OOK: PAULIEN CORNELISSE OVER BEVALLEN EN HET MOEDERSCHAP

Dankbaar

Hij staat bekend als een gereserveerde man, maar zelf ziet hij dat nét wat anders. "Mijn hele leven is een speling van het lot geweest. Er wordt gedacht dat ik mijn toekomst uitstippel, maar ik plan mijn leven niet. Plannen komen toch niet uit. Ik ben dankbaar dat mijn wensen uitkomen, maar realiseer me ook dat het morgen afgelopen kan zijn. Ik geef niet om bezit, ik heb mijn hele leven alles gedeeld. Dat vind ik een voorrecht, een eer. Bijna alles wat ik ooit verdiende, deelde ik met anderen. Ik rijd in een Toyota van 15 jaar oud, dat doet me niks. Het zou mij niets verbazen als ik over 5 jaar weer aardappels ga telen."

Aardappels?

"Van de week heb ik mijn dochter op Google Maps het dorp in Marokko laten zien waar ik opgroeide. Kijk, ik laat het zien. Een onmogelijke omgeving met weinig water, weinig landbouwgrond, rotsen… Ik zoom even in. Hier was de markt, de administratie, de school. Daar klauterden we elke dag naartoe, 2 uur door de bergen en dan weer terug. Hier was ons huis, er is zelfs een paard gefotografeerd. De hele familie woonde om ons heen, de rest was cactus."

Een onherbergzaam gebied om op te groeien, lijkt me.

"Het was een crime voor mijn ouders en grootouders. We hadden een aardappelveld en bij een goede oogst hadden we aardappelen voor een jaar, dat gaf rust. Mijn vader werkte al deels in Nederland, dus toen mijn opa overleed zaten we daar zonder bescherming. Daarom zijn we in 1976 met de hele familie geëmigreerd. Dit jaar, op 17 oktober, is dat precies 40 jaar geleden. Ik wil dat wel vieren."

Hoe was het om hier te komen?

"Die eerste maanden waren een drama. We stapten daar van de ezel en ineens zaten we in het vliegtuig. Vanuit het jaar nul naar de Molenwijk in Den Haag. We wisten niet waar we moesten beginnen, er was geen infrastructuur voor migranten en mijn vader wist niet waar hij moest zijn voor advies over onderwijs. Het was kóud, ik liep maanden zonder jas rond. We waren totaal afhankelijk van mensen die we toevallig tegenkwamen. Via via ben ik op een technische school terecht gekomen, bij een instituut voor werkloze jongeren leerde ik later Nederlands, daarna stroomde ik door naar de LTS."

In Marokko was u heel leergierig.

"Ja, ik zat mijn huiswerk te doen in de schaduw van een boom terwijl de rest voetbalde. Eenmaal in Nederland heb ik ook eigenlijk nooit iets anders gedaan dan leren of werken. Noodgedwongen, want er was geen geld. Ik heb mijn studie zelf betaald met bijbaantjes." Met pretogen: "Ik was bartender in een Haagse bar waar ik cocktails maakte die ik zelf nooit geproefd heb. Maar ik scheen het goed te doen. Later verkocht ik knakworsten en frites aan Duitsers in een snackbar. Het waren lange werkdagen, maar die mevrouw was goed voor me. Van het geld dat ik daar verdiende, kocht ik mijn fiets en mijn boeken."

LEES OOK: TINEKE SCHOUTEN: "TIJDENS MIJN DEPRESSIE GING IK DOOR MET WERKEN"

Dit jaar verzorgt hij op 4 mei de toespraak na afloop van de nationale 2 minuten stilte. Uitgerekend in deze dagen. De lading daarvan begrijpt hij maar al te goed, want zelf was hij niet altijd vrij.

"De vrijheid om te begeren was er niet in mijn jeugd, dat besloten mijn ouders zo voor mij. En in mijn jonge jaren werd in Marokko de vrijheid ernstig beperkt. Mijn moeder leerde mij om nooit vrijuit te praten, tegen niemand. Er werden mensen zó uit het café geplukt. Enorm beklemmend om zo op te groeien. Het belangrijkste advies van mijn ouders was: ‘Ahmed, blijf weg uit de politiek. Praat met niemand’."

Dus werd Ahmed politicus in een totaal ander land?

"Ik heb laatst uitgebreid met één van mijn dochters gesproken over mijn jonge jaren, de periode in Marokko en de moeilijke tijd toen wij net in Nederland waren. Ze zei: ‘Papa, ik doe het je niet na.’ Ik praat hier graag over met mijn kinderen omdat het mij heeft gemaakt wie ik ben. Ik wil dat ze het weten, voor als ik morgen per ongeluk onder de tram kom."

U bent getrouwd en vader van 3 dochters en een zoon. Met welke waarden heeft u uw kinderen opgevoed?

"Ik heb altijd willen oppassen dat ik mijn eigen waarden niet aan mijn kinderen zou opdringen. Ik weet dat ze hun eigen waarheid zullen vinden, net zoals ik dat heb gedaan. En dat hoeft niet die van mij te zijn, daar zijn we altijd over in gesprek. Opvoeden is vooral het goede voorbeeld geven. Een ouder die rookt, liegt of slaat, moet zich realiseren dat een kind zal nadoen wat het thuis ziet." Met pretoogjes: "Al lijken mijn kinderen helemáál niet op mij, ze zijn heel creatief en kunstzinnig. Geen idee waar dat vandaan komt, ik kan niets. En van hun mama hebben ze dat ook niet geërfd."

Dat is niet helemaal waar; Ahmed Aboutaleb houdt van poëzie. Als hij traint in de sportschool of als hij buiten hardloopt, luistert hij graag naar gedichten die op muziek zijn gezet.

"Daar heb je handige websites voor." Zijn favorieten zijn gedichten die worden begeleid door de Arabische luit. "Prachtig en rustgevend." Soms schrijft hij in zijn hoofd ook brieven aan zijn vader of iemand uit de politiek terwijl hij sport. "Of aan iemand anders die zich meester heeft gemaakt van mijn hart. En dan kom ik thuis, ga douchen en denk: gelukkig heb ik dat niet hardop tegen die persoon gezegd."

Lees het hele interview met burgemeester Aboutaleb in Libelle 19, nu in de winkel.

LEES OOK: EVA VAN DER GUCHT: "IK BEN NIET LELIJK. LELIJKE MENEN BESTAAN NIET"

Interview: Liesbeth Smit. Fotografie: Danique van Kesteren

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden