null Beeld

Column

“Ach, had ik maar beter gepoetst als kind!”

Sylvia Witteman (55) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (19 en 17) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft ze over haar tandarts.

“Kun jij je Lekkerkerk nog herinneren?”, vroeg de tandarts, terwijl hij naar een röntgenfoto van mijn gebit keek. Zeker, daar was in 1980 een groot schandaal. Onder de huizen bleek de grond doordrenkt van giftig afval. Maar wat had dat met mijn gebit te maken? De tandarts begon aan een uitleg waarvan ik je de details zal besparen. Iets met een grote ontsteking onder een kies linksboven. Een kies waarmee ik eindeloos heb getobd: wortelkanaalbehandeling, kroon, nog een wortelkanaalbehandeling, nog een kroon. “Maar nu zul je ook nooit meer problemen hebben met die kies”, zei mijn Berlijnse tandarts indertijd. Dat is zeventien jaar geleden.

Kies

“Hij moet eruit”, zei mijn Amsterdamse tandarts zeventien jaar later. Mijn mond viel geschokt open, zoals in een tekenfilm. Sigmund Freud was een drugsverslaafde fantast wiens theorietjes grotendeels allang zijn doorgeprikt, maar de symboliek van uitvallende tanden is van alle tijden. Verlies van kracht en jeugd. De naderende oude dag. De eeuwige stilte die daarop volgt. Mijn kies! Mijn arme, lieve kies waarmee ik zo veel had meegemaakt! Ik kon hem niet missen. “Eruit? Echt?”, vroeg ik bedremmeld.

Implantaat

“Ja”, zei de tandarts. “Daarna ga ik die kaak eerst behandelen (ook dit zal ik je besparen) en als dat allemaal gelukt is, krijg je een implantaat.” Hij stopte me een foldertje in de hand en ik mocht naar huis. Nu is van ‘krijgen’ bepaald geen sprake bij een implantaat, zag ik in het foldertje. Zoiets is duur. Héél duur, bleek toen ik de offerte kreeg. Dat uitgraven van Lekkerkerk werd óók nog een hele operatie. Maar wat moest ik anders? Ach, had ik maar beter gepoetst als kind! Was ik maar wat vaker naar de tandarts gegaan!

Afscheid

Er zat niets anders op. De kies ging eruit. De gifbelt werd geruimd. Het duurde anderhalf uur, maar toen had ik ook wat: een krater in mijn kaak ter grootte van een middelgrote provinciestad. Althans, zo voelde het met mijn tong. “Over drie maanden terugkomen”, zei de tandarts. Moeder natuur deed haar werk: het gat groeide dicht. De tandarts deed zijn werk: hij maakte het gat weer open. Hij hamerde en beitelde. Hij wrikte en boorde. Daarna naaide hij de boel dicht en ik mocht naar huis. “Over vier maanden terugkomen”, zei de tandarts.

Bang voor de tandarts

Thuis trof ik mijn zoon in de keuken. Ik begon meteen tegen hem te jammeren. “Het is zo’n gedoe!”, klaagde ik. “Het kost een vermogen! Die hechtingen prikken en het duurt nog máánden voor ik weer een kies heb! Allemaal omdat ik als kind niet naar de tandarts durfde! Trouwens, hoe lang ben jíj eigenlijk al niet geweest?”

“Ehm…”, antwoordde hij.

“Jij maakt nu meteen een afspraak!”, gilde ik.

“Mam,” sprak hij geamuseerd, “je ziet er niks van dat je een kies mist. Zelfs niet als je schreeuwt. Laat toch zitten, dat implantaat.”

“Nu meteen!”, krijste ik.

“Ja, morgen!”, lachte hij, en nam een grote hap van zijn Snickers.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden