null Beeld

PREMIUMColumn

Agnes: “Voor het eerst duikt Nacho niet schichtig weg als ik naast hem kom zitten”

Agnes Hofman

De relatie tussen Agnes en haar hondje Nacho begon moeizaam, maar eindelijk lijkt daar verbetering in te komen.

Eerlijk is eerlijk, veel vertrouwen had ik niet in hem, in mij en in ons. Nacho werd drie maanden geleden, tijdens onze eerste kennismaking, in mijn armen gedrukt. “Succes ermee”, zei zijn vorige mens. En daar stonden zoon T. en ik dan, met een bench met daarin een trillend klein hondje. Natuurlijk vond ik hem schattig, en knap, want het is een beeldschoon beestje. Denk aan een vos, maar dan iets rossiger in plaats van rood. Eén van zijn oortjes heeft een knikje. Vandaar dat we hem Nacho hebben genoemd, omdat je zijn oortje per abuis bijna door de guacamole zou trekken. Toch was ik niet direct verliefd en dat lag aan ons allebei.

Hij was doodsbang voor me, wees mijn aanrakingen af en liet zich niet eens door me uitlaten. Wat zullen de buren wel niet gedacht hebben wanneer ik chagrijnig, een tegenstribbelende hond achter me aan trekkend, voorbijliep. Het plattelandshondje schrok in Lissabon van alle auto’s en bussen. Van toeters en vrachtwagens. Maar helaas ook van mij. Als ik mijn arm bewoog - om thee van tafel te pakken - kromp hij ineen. Dat hij het voorheen zwaar te verduren heeft gehad, werd ons al snel duidelijk. T. had meer succes met hem. Misschien ook meer geduld, omdat ik naast mijn fulltime werk ook de aankoop van de boerderij en de verhuizing aan het regelen was. Op momenten vond ik het zelfs irritant, dat Nacho me het liefst negeerde en voelde ik me een beetje beledigd. Zijn vorige mens had me uitgelegd dat hij daar sinds een paar maanden woonde. Hij had op een dag zomaar op de stoep gestaan. “Hij heeft bij zijn vorige baas aan de ketting gelegen, want er stak nog een stuk metaal uit zijn nekje”, had ze gezegd.

Bij ons kreeg Nacho een heerlijk nieuw mandje in de woonkamer, fijne koekjes, een harnasje in plaats van een halsband en we betrokken hem bij alles wat we deden. Maar dat was nog niet genoeg, of nou ja, zo leek het. Want ook al verstopte Nacho zich het liefst in een hoekje van de kamer, hij hield ons wel goed in de gaten. Met zijn grote bruine ogen volgde hij elke beweging. T. en ik juichten als hij uit zichzelf zijn mandje uit stapte om een rondje door de woonkamer te lopen. En wat waren we trots toen we hem na een maand voor het eerst hoorden blaffen. Dat was hier, op de boerderij. Ik stond op het dakterras en de - voor hem onbekende - buurvrouw liep op straat, in onze richting. Ze wilde gewoon even groeten. En daar klonk het opeens, een schel geluid, dat je eerder aan een schorre babyzeehond toe zou kennen. Nacho had zijn stem gevonden. Trots keek hij me aan en liep op me af om mijn vingers te likken. In zijn hoofd is hij onze waakhond, de schat. In werkelijkheid is hij echter nog steeds bang voor elk geluid en voor blaadjes die waaien in de wind. Maar niet meer voor mij, gelukkig.

Door die vervloekte verbouwing slaap ik al zeven weken op een eenpersoons IKEA-matrasje in de woonkamer. Pal tegenover het mandje van Nacho. Natuurlijk vond hij dat de eerste dagen maar vreemd. Volgens mij deed hij zelfs geen oog dicht, omdat ik nogal beweeglijk slaap. Maar toen ik vannacht na een toiletbezoekje weer terugkeerde in de woonkamer, was Nacho’s mand leeg en lag hij zelfverzekerd op mijn bed. Te kwispelen. Voor het eerst dook hij niet schichtig weg toen ik naast hem kwam zitten. Sterker nog, we hebben lepeltje-lepeltje geslapen. Ik onder mijn deken, hij erop. Niet heel hygiënisch natuurlijk, maar vooruit. Hij had het nodig, en ik eigenlijk ook. Alle frustratie en afwijzing van de eerste weken verdwenen naar de achtergrond. Ook die van mij richting zijn vorige mens, omdat ik Nacho wel wilde, maar eigenlijk pas na de verhuizing en verbouwing. Maar blijkbaar had het zo moeten zijn. Dat vond Nacho vanmorgen ook, toen hij mijn gezicht om tien over half zes wakker likte. Met zijn pootjes tikte hij vrolijk tegen me aan en hij wiegde wild met zijn bips. “Ik ook van jou, schatje”, mompelde ik, terwijl ik hem dichter tegen me aan trok. “Ik ook van jou.”

Agnes Hofman (43) is lifestylejournalist met Nederlandse en Braziliaanse roots. Ze woont in Lissabon met zoon T. (23) en schrijft voor Libelle over haar leven, loslaten en gelukkig(er) worden.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden