PREMIUMAlice (52) was liever niet geadopteerd

Alice (52): “Het voelde alsof er een zwart gat in mij zat, alsof mijn basis ontbrak”

Alice (52): “Het voelde alsof er een zwart gat in mij zat, alsof mijn basis ontbrak” Beeld Petronellanitta
Alice (52): “Het voelde alsof er een zwart gat in mij zat, alsof mijn basis ontbrak”Beeld Petronellanitta

Lang had Alice (52) het idee dat ze door haar adoptie een basis miste. Samen met haar man - die ook geadopteerd is - en hun drie jonge kinderen verhuisde ze naar Korea. “Het voelde alsof ik verloren tijd moest inhalen.”

Lisanne van SadelhoffPetronellanitta

“In 2009 hebben mijn man en ik ons huis in Nederland verkocht en onze spullen naar Korea verscheept. We gingen er als gezin naartoe, om daar een leven op te bouwen. Heel symbolisch, die reis, want we volgden in tegenovergestelde richting de route die ik in mijn eentje had afgelegd als peuter, bijna veertig jaar eerder. Op 9 mei 1973 landde het vliegtuig waar ik in zat op Schiphol. Ik was toen drie, althans: volgens de papieren. Ineens was ik in een wildvreemd land en werd ik opgehaald door twee mensen bij wie ik ging wonen in Hendrik-Ido-Ambacht. Destijds werden wereldwijd meer dan tweehonderdduizend Koreaanse kinderen geadopteerd. Jaren later ontdekte ik dat mijn halfzusje in 1983 bij een gezin in Denemarken terecht was gekomen. Natuurlijk hadden al die adoptieouders, ook die van mij, de beste en warmste bedoelingen. Alleen toen eenmaal tot me doordrong wat er met mij en mijn lotgenoten was gebeurd, besefte ik dat dit niets anders was dan een gelegaliseerde vorm van kinderhandel.

null Beeld

Zwart gat

Mijn opvoeding was super-Nederlands. Touwtjespringen op het schoolplein, pannenkoeken eten, Sinterklaas vieren. Elke ochtend klokte ik braaf een beker melk naar binnen en stond vervolgens tijdens het tandenpoetsen te kokhalzen. Pas later las ik dat in Azië relatief veel lactose-intolerantie voorkomt. Mijn Nederlandse broers voelen echt als broers en inmiddels heb ik een goede band met mijn adoptieouders, maar die is vooral ontstaan nadat ik uit huis was gegaan. In mijn jeugd ging het moeizamer, we begrepen elkaar niet altijd. Dat verwijt ik mijn ouders niet. In die tijd was er weinig begeleiding, zij zagen mij gewoon als hun dochter en dachten: als ze meer wil weten over haar afkomst dan geeft ze dat wel aan. Maar ik durfde er niet naar te vragen, omdat ik bang was dat ik dan niet loyaal was. Het begon te knagen toen ik een jaar of negentien was. Het voelde alsof er een zwart gat in mij zat, alsof mijn basis ontbrak. Ik verwonder me altijd over mensen die een mening hebben over adoptie, terwijl ze zelf zijn opgegroeid in het gezin en land waar ze zijn ­geboren. Dan denk ik: je hebt geen idee… Als jong kind rouwde ik onbewust om het verlies van mijn ouders, zus en broer, mijn land, mijn cultuur. Iedereen begrijpt dat een kind intens verdrietig is als het net zijn ouders heeft verloren, maar een adoptiekind hoort vooral blij te zijn dat het is ‘gered’.

De eerste keer dat ik het gevoel van thuiskomen ­ervaarde, was toen ik mijn man ontmoette. We waren allebei drieëntwintig en leerden elkaar kennen bij Arierang, een vereniging voor Koreaanse geadopteerde kinderen in Nederland. Wij begrepen elkaar. Hij had zijn biologische Koreaanse familie al ontmoet, ik verlangde daar ook naar. Mij is verteld dat ik op straat ben gevonden en door een agent naar het kindertehuis ben gebracht in april 1972. Ik weet niet of dat klopt. Ik weet ook niet of ik daar ooit achter zal komen. Sinds 1995 heb ik een formulier in mijn bezit, na mijn eerste bezoek aan mijn kindertehuizen. Er staat een vaag zwart-witfotootje op van een voor mijn gevoel vreemd kind. De oogopslag, de plek van de oren, alles was anders dan bij mij. Ik kwam dat formulier laatst tegen en liet de foto aan mijn oudste zoon zien, hij is nu drieëntwintig. Hij moest lachen en zei: ‘Je líjkt er niet eens op’.

Ideaalbeeld

Korea bleef me trekken en in 2006 besloten mijn man en ik om er een jaar te gaan wonen met onze drie kinderen van zes, vier en één. We waren er al vaak op vakantie geweest. In eerste instantie gingen we omdat we het de moeder van mijn man gunden om tijd met ons en haar kleinkinderen door te brengen, maar we deden het ook voor onszelf. We waren altijd al nieuwsgierig geweest naar het dagelijks leven daar. We hadden ooit een Koreaanse dramaserie gekeken, waarbij ik een vreemd soort verlangen voelde. Onze kinderen zijn Nederlanders met Koreaanse genen. We wilden aan hen laten zien waar zij óók vandaan komen. Dat land, mijn man en ik, we hadden een match. We voelden dat we er hoorden.

null Beeld

Hoewel we de taal niet goed spraken en de gebruiken niet kenden, het klópte. Na dat jaar gingen we terug naar Nederland, het was immers een tijdelijke verhuizing geweest. Ik was toen al een tijdje op zoek naar mijn biologische familie. Het jaar daarop, in 2008, ontmoette ik mijn biologische moeder voor het eerst. Ik heb haar gevonden met behulp van de Koreaanse media en G.O.A.’L, een ngo die is opgericht door Koreaanse geadopteerden. Het was een bizar moment op het vliegveld. Zij vloog me huilend in de armen en ik stond er verdwaasd bij. Ik herkende mezelf niet in haar. Bovendien had ik een ideaalbeeld van haar in mijn hoofd. Ze moest wel in verschrikkelijke omstandigheden hebben ­geleefd, waardoor ze niet anders kón dan mij afstaan. Elke nacht had ze naar dezelfde sterren gekeken als ik, en aan me gedacht. Maar ze bleek niet alleen mij, maar ook een andere dochter te hebben afgestaan. Dat correspondeerde niet met mijn beeld. Als het wegdoen van je kind zó veel pijn doet, doe je dat toch niet nog een keer? Daarnaast ontdekte ik gaandeweg dat ze ook niet zo’n goede band had met mijn broer en zus die wel in Korea waren gebleven. Toen mijn broer ooit vroeg waar ik was, heeft ze gezegd: ‘Ze is dood, ik wil niet dat je het ooit over haar hebt.’ Waarschijnlijk was dat haar manier om met haar verdriet om te gaan, maar ik schrok ervan.

Ze heeft mij verteld dat zij en mijn biologische ­vader een ongelukkig huwelijk en geen geld hadden. Mijn moeder vertrok en nam mij mee omdat ik nog zo jong was. Maar het leven was hard, er was veel armoede. Mijn moeder zegt dat ze een baan had gevonden, maar mij niet kon meenemen naar werk. Haar baas had gezegd dat hij wel een familie kende waar ik naartoe kon als ‘dochter’. Dat aanbod heeft ze aangenomen, maar vervolgens was ik weg en die familie onvindbaar. Wat hiervan waar is? Geen idee. Ik weet wel dat er destijds actief kinderen voor internationale adoptie werden geronseld en dat het verhaal op mijn adoptieformulier niet klopt. In Nederland wordt adoptie vaak nog gezien als iets moois, met een roze strik eromheen. Maar het leed van het kind en de achterblijvende ouders wordt vergeten. Ik heb altijd gevoeld dat het mijn lot was om dáár geboren te worden en dáár in een arm gezin op te groeien. Dat past bij mij, in mijn geschiedenis, in mijn genen. Ik had het daar wel gered, net als mijn broer en zus. Zij zijn getraumatiseerd door de situatie, maar dat ben ik ook.

null Beeld

Tijd inhalen

Nadat ik in 2008 mijn familie eindelijk had ontmoet, voelde het rauw om opnieuw afscheid te nemen. Om samen herinneringen te maken, besloot ik om met mijn gezin nogmaals naar Korea te vertrekken. Nu om er te blijven. Het voelde alsof ik tijd moest inhalen. In 2009 gaven we een groot afscheidsfeest in Nederland en we gingen wonen in Goyang, een miljoenenstad ten westen van Seoul. De kinderen gingen er naar school, kregen vriendjes, ik werkte er als docent Engels. Onze kinderen leerden de taal snel, we zagen onze families veel en gingen op in het dagelijkse leven. Wat ik zo leuk vind aan Korea is dat de dagen niet alleen bestaan uit school en werk. ’s Avonds begint het leven pas, winkels en markten zijn tot laat open, mensen zoeken elkaar op. Soms was het ook moeilijk. De jongste was nog een kleuter en vroeg in het begin elke avond: ‘Wanneer gaan we terug?’ Soms denk ik: we hebben er toen te weinig bij stilgestaan wat dit met onze kinderen deed. Mijn man en ik gingen zelf door een proces heen, wilden daar wortelen. Maar onze ­kinderen ­worstelden met heimwee. Het werd steeds ­moeilijker om ze met hun huiswerk te helpen. We leerden de taal, maar dat ging moeizaam. Als er weer een brief van school kwam, kostte het me twee uur voordat ik begreep wat er stond. Dan was het vaak iets in de trant van: volgende week gaat er een nieuwe themaweek van start. De oudste zei op een gegeven moment: ‘Mam, het gaat sneller als je me niet meer helpt.’ Het onderwijs is van hoog niveau in Korea en ze vinden het heel belangrijk. Daarom gaan veel kinderen na schooltijd naar privé-instituten om bij te leren. Deze competitie wilden we onze kinderen niet aandoen. Ook wilden we onze kinderen beter kunnen begeleiden, dat lukte niet door de taalbarrière. Dus na tweeënhalf jaar, toen de oudste naar de middelbare school moest, besloten mijn man en ik dat we terug zouden gaan.

Trots

Sinds twaalf jaar wonen we weer in Nederland. Het was wennen in het begin. Na ons leven in dat drukke Korea, voelde alles hier saai en traag. Maar voor de kinderen was het goed. De jongste studeert nanobiologie, mijn dochter zit in haar afstudeerjaar en de oudste woont in Korea, waar hij onderzoek doet naar misstanden bij adoptie. Op alle drie ben ik ontzettend trots. Soms voel ik me schuldig, vanwege hun gebroken jeugd in Nederland en Korea, maar ik ben vooral blij dat we het hebben gedaan. Daar wonen gaf me verbinding met mijn oorsprong. Ik weet wie mijn familie is. Dat zorgde ook voor kopzorgen, want mijn achtergrond is best complex. Alleen dingen níet weten zorgt voor nog meer onrust. Dat gat dat ik zo lang heb gevoeld, is voor een groot deel gedicht.

PS

In december 2022 werd bekend dat de ­waarheids- en verzoeningscommissie van ­Zuid-Korea tientallen adopties uit de jaren ‘60 tot ‘90 gaat onderzoeken. Het gaat om adopties van kinderen die een onderkomen kregen in de VS en Europa. Men vermoedt dat ­kinderen ­destijds zonder toestemming van hun ­biologische ouders zijn weggehaald en met een vervalste identiteit ter adoptie werden ­aangeboden, meestal waren dat meisjes. In totaal hebben 369 geadopteerden een ­verzoek tot waarheidsvinding ingediend. Kijk voor meer informatie op nlkrg.nl.

Styling: Ora Bollegraaf. | Haar en make-up: Astrid Timmer. | M.M.V.: Zara (trui), Asos (rok), Hema (panty), Notre V via Omoda (enkellaarsjes)

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden