null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Amber (37) “Ik zal nooit weten wie mijn ouders zijn”

Wanneer Amber (37) als twintiger in Sri Lanka haar biologische moeder ontmoet, heeft ze het gevoel dat er iets niet klopt. “Ze omhelsde me en ik dacht alleen maar: jij bent niet mijn moeder.”

dit is mijn leven

“Ik ben in 1983 als baby van drie maanden oud geadopteerd vanuit Sri Lanka. Ik kwam in een groot gezin terecht. Mijn adoptieouders hadden al een kindje geadopteerd uit Indonesië, ze zorgden voor twee pleegkinderen en hadden twee biologische kinderen. Adoptie was een ideologische keuze, ze wilden graag iets goeds doen. Mijn ouders hebben altijd goed voor mij gezorgd, maar toch heb ik me nooit thuis gevoeld in dat gezin. Ik miste iets, had het gevoel dat ik anders was. Als kind was ik hooggevoelig, ik had een sterke intuïtie en deed alles op basis van gevoel. Mijn omgeving vond dat maar vreemd, daardoor heb ik me soms eenzaam gevoeld. Het waren voor mij ook de momenten waarop mijn nieuwsgierigheid werd aangewakkerd. Deed mijn biologische moeder ook alles op gevoel? Leek ik op haar? Of meer op mijn biologische vader? Ik wist niet veel over mijn biologische ouders, behalve dat mijn moeder ongepland en ongehuwd zwanger werd en moest kiezen tussen haar kind en haar familie. Ze koos voor haar familie en besloot mij af te staan. Naarmate ik ouder werd, zette ik steeds meer vraagtekens bij dat verhaal. Misschien ook omdat ik me niet kon voorstellen dat je als aanstaande moeder door je familie voor zo’n onmogelijke keuze wordt gesteld.”

null Beeld

Nieuwsgierig

“In mijn puberteit begon het steeds meer te kriebelen om op zoek te gaan naar mijn biologische ouders. Pas na de tsunami in 2004 heb ik de stap gezet. In korte tijd werden grote delen van Sri Lanka compleet van de kaart geveegd, duizenden mensen kwamen om het leven. Ineens realiseerde ik mij dat het ook zomaar te laat kon zijn. Via via kwam ik in contact met Nederlanders die bezig waren om daar huizen te bouwen. Zij hebben mij geholpen om mijn biologische moeder op te sporen. Een paar weken later viel er een envelop op de mat met een briefje van mijn moeder en een foto. Dat was heel apart. Ik herkende mezelf niet in haar, maar was wel heel nieuwsgierig. Door ons contact wist ik al een klein beetje hoe ze daar leefde. Mijn adoptieouders vonden het fijn voor mij dat ik contact had met mijn biologische moeder en stonden er ook helemaal achter toen ik in 2006 besloot om haar op te zoeken. Ik was 21 jaar en stapte met mijn toenmalige vriend in het vliegtuig naar Sri Lanka. Nerveus was ik niet. Ik ben van mezelf best kalm en besloot het op mij af te laten komen. Eenmaal daar hebben mijn vriend en ik eerst de omgeving verkend. Ik was blij dat ik er was, maar het gevoel van thuiskomen, waar adoptiekinderen het weleens over hebben, had ik helemaal niet. Ik voelde ook niet echt verbinding met de mensen daar. Het was een beetje kil. Vrij snel leerden we een Nederlands stel kennen dat daar woonde en vloeiend Singalees sprak. Zij gingen mee naar mijn moeder om eventueel te kunnen vertalen.”

In shock

“Mijn moeder woonde in een klein dorpje in het binnenland van Sri Lanka. Acht uur lang zaten we in een busje onderweg naar haar. Ik genoot volop van de prachtige natuur. Gek genoeg was ik nog steeds niet zenuwachtig, ik was vooral nieuwsgierig. Het moment waarop we daar aankwamen, kan ik me nog precies herinneren. De schuifdeur van ons busje ging open en er kwamen allemaal mensen op mij afgestormd, onder wie mijn moeder en mijn oma. Mijn moeder was heel emotioneel, ze omhelsde mij innig. Het enige wat ik op dat moment dacht, was: jij bent niet mijn moeder. Waar het vandaan kwam, weet ik niet. Maar mijn intuïtie was meteen zo sterk. Mijn vriend wuifde mijn twijfels weg. Het stond zwart op wit: dít was mijn moeder. Ondanks mijn twijfels besloten we elkaar die week beter te leren kennen. Mijn moeder logeerde in het appartement van het Nederlandse stel en samen gingen we eropuit. We bezochten mooie plekken en ik kocht nieuwe kleding voor haar met het geld dat ik bij elkaar had gespaard van mijn bijbaantje in de horeca. Met behulp van het Nederlandse stel kon ik haar ook vragen stellen, maar op veel vragen wist ze het antwoord niet. Zo had ze geen idee wie mijn vader was. Dat vond ik vreemd. Hoe kun je nou niet weten wie de vader is van je kind? Het gevoel dat het niet klopte werd met de dag sterker, waardoor ik uiteindelijk heb aangedrongen op een DNA-test. Mijn moeder en haar familie stonden niet te springen, maar besloten toch in te stemmen. Na een week kreeg ik een brief waarin mijn voorgevoel werd bevestigd: de vrouw die beweerde mijn moeder te zijn, was dat niet. Ik was in shock. Hoewel ik het diep vanbinnen al wist, hoopte ik zo dat het niet waar zou zijn. Ik was in de war en intens verdrietig, want als zij mijn moeder niet was, wie was het dan wel? Ik heb nog geprobeerd om DNA te laten onderzoeken van mijn oma, aangezien het Nederlandse stel ons had verteld dat mijn oma had gefluisterd tijdens onze eerste ontmoeting: nu zie ik mijn kind weer. Meewerken wilde ze niet. Ik weet nog dat de dame in het DNA-centrum naar mijn moeder en mijn oma liep en vervolgens woest terugkwam. ‘Stop hiermee! Kijk eens wat je iedereen aandoet. Je maakt alles kapot!’, gilde ze. Dat was voor mij dé bevestiging dat er iets geheimgehouden werd, maar wat? Ik heb diverse instanties bezocht in Sri Lanka, maar overal werd geheimzinnig gedaan en er was niemand die mij iets kon vertellen. Wel kwam ik erachter dat mijn adoptiepapieren niet klopten. Mijn naam klopte niet, mijn geboortedatum niet, mijn biologische moeder niet. Het was één grote leugen.”

null Beeld

Babyfarm

“Terug in Nederland heb ik een dag verdrietig in bed gelegen, daarna heb ik de draad weer opgepakt. Ik ben geen type dat blijft hangen in ellende. Bovendien kon ik er niets mee. Het was allemaal zo corrupt en niemand was bereid mij te helpen. Ik voelde aan dat de waarheid niet boven tafel zou komen. Het enige wat ik kon doen, was dát accepteren. Ik liet het achter me. Tot in 2017 Zembla een uitzending had over zogeheten babyfarms die in de jaren tachtig massaal uit de grond werden gestampt in Sri Lanka. Dit waren plekken waar vrouwen zwanger werden gemaakt om aan de adoptievraag te kunnen voldoen. Vrouwen werden verkracht, baby’s werden ontvoerd of er werd een bod gedaan op pasgeboren baby’s. Papieren werden vervalst of verzonnen. Ik schrok enorm van die uitzending, het was heftig om die beelden te zien. Niet alleen omdat er veel adoptiekinderen zijn met hetzelfde verhaal als ik, maar vooral omdat ik mij meteen afvroeg of ik ook in zo’n babyfarm geboren ben. Wat als mijn moeder mij nooit heeft willen afstaan? Wat als ik niet uit liefde, maar met geweld ben verwekt? Dat is afschuwelijk! Tegelijkertijd bevestigde die uitzending mijn gevoel bij de instanties in Sri Lanka. Instanties die zich van de domme hielden, geen antwoord konden geven op mijn vragen, mij adviseerden om te stoppen met zoeken. Nu snap ik waarom. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg. Mijn biologische ouders zal ik nooit vinden, net als heel veel andere adoptiekinderen. Ergens geeft het steun dat er meer zijn die hetzelfde meemaken. Tegelijkertijd vind ik het gruwelijk dat dit op zo’n grote schaal is gebeurd. Het is mensenhandel! Dat kan en mag nooit meer gebeuren. Ik hoop dan ook dat ouders die op het punt staan om een kindje te adopteren dit zorgvuldig zullen doen. Dat ze zich bewust zijn van het hele proces, maar ook de van de biologische ouders. Dat is zó belangrijk.”

Zonder horoscoop

“Dat ik geboren ben zonder identiteit blijft gek. Mijn horoscoop lezen kan ik bijvoorbeeld niet, geen idee welk sterrenbeeld ik heb. Ook was ik een keer bij een astroloog die vroeg naar mijn geboortetijd. Dat zijn vragen waar ik geen antwoord op heb. Toch voelt het voor mij niet als iets negatiefs. Het voordeel als je geen identiteit hebt, is dat je er zélf een kunt creëren. Ik kan zijn wie ik wil zijn. Inmiddels heb ik een leven opgebouwd waar ik trots op ben. Ik ben spiritueel business coach, reis de wereld over en heb veel lieve mensen om mij heen. Met mijn adoptiefamilie heb ik helaas geen contact meer. Mijn vader is overleden toen ik drieëntwintig was en de band met mijn adoptiemoeder is in de loop der jaren verslechterd. We botsten enorm, stonden op zo’n andere manier in het leven. Mensen denken vaak dat adoptiekinderen altijd in prachtige gezinnen terechtkomen, maar soms is dat ook niet het geval. Met mijn zus heb ik nog wel een tijdje contact gehad, maar zij is helaas in 2015 overleden aan borstkanker. De rest van mijn familie heb ik nooit meer gezien. Zij hebben nog wel contact met elkaar. Daar kan ik me heel druk over gaan maken, maar daar heb ik alleen mezelf mee. Ik weet nu dat ik een enorme veerkracht heb en die kracht gebruik ik liever om vooruit te kijken. Zelf heb ik geen kinderwens, maar een liefdevolle relatie zou een leuke aanvulling zijn in mijn leven. Al geniet ik nu ook intens. Het klinkt misschien gek, maar ergens ben ik ook dankbaar voor wat ik heb meegemaakt in mijn leven. Dat heeft mij gemaakt tot de persoon die ik nu ben.”

PS Via NPO Start is de Zembla-documentaire over adoptiebedrog terug te kijken.

  • Styling: Gwendolyn Nicole. Haar en make-up: Ronald Huisinga. M.m.v. Zara (trenchcoat, broek), Closed (top), Mango (riem, sandalen)
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden