null Beeld

Column Hans – Mannen zijn niet opgewassen tegen die woordenvloed van vrouwen.

Redactie Libelle.nl

Wist je al dat mannen absoluut niet zijn opgewassen tegen die woordenvloed van vrouwen?

Ik denk dat dit stukje menig relatie zal gaan verbeteren, ja, misschien gaat dit stukje wel relaties van de ondergang redden. Ik ga u, vrouwen, namelijk wat handige tips geven hoe u tegen mannen moet praten. U weet wellicht dat vrouwen doorgaans dagelijks 32 keer zoveel woorden gebruiken als mannen? En dat mannen absoluut niet zijn opgewassen tegen zo’n woordenvloed? Weet u ook dat zinnen van vrouwen doorgaans drie keer zo lang zijn als die van mannen? En dat mannen o zo vaak hopeloos verdwalen in zo’n zin en halverwege maar de handdoek in de ring gooien? Wat niet zo slim is, want vrouwen hebben dan ook nog de gewoonte om een zin te eindigen met: toch? En dat betekent dat de man - die echt geen idee meer heeft wat er zojuist werd verteld - hoe dan ook een reactie moet geven. En dan maar met dat slappe ja-knikje komt, waarna u weer denkt: die slapjanus, hij geeft me altijd maar gelijk, ook nog met zo’n slap knikje, en hij vertelt zelf nooit wat. Vroeger vond ik dat nog spannend, toen dacht ik dat er heel wat in hem omging, maar nu, twintig jaar later, krijg ik steeds meer het idee dat er helemaal niks in hem omgaat, ja, élke dag weer ben ik degene die het woord moet voeren, alsof ik met een doofstomme ben getrouwd, ik houd dit echt niet lang meer vol, dat begrijpen jullie wel, toch? Dít was - even tussendoor en ernstig ingekort - een vrouwenzin. Toen ik vanavond thuiskwam, vroeg ik mijn vrouw - ja, elke dag weer maak ik die stomme fout: "Hoe was je dag?" Zij begint met een lange zin waarin het woord Mia drie keer voorkomt, gevolgd door een nog veel langere zin waarbij ik nog nét kan volgen dat het nog steeds over die Mia gaat. Er volgt nog een lawine aan woorden, eindigend met: "Zo’n Mia verpest de hele werksfeer, toch?" En ik maar knikken, totaal uitgeput. Dit kan anders, echt. En ook nog erg eenvoudig! Hoe praat ik tegen een man: 1. Gebruik zinnen van maximaal tien woorden. 2. Laat na elke zin drie seconden stilte vallen, zodat hij de materie op zich kan laten inwerken. 3. Eindig in plaats van dat eeuwige ‘toch?’ met een heldere conclusie. Bijvoorbeeld: "Mia is een heks." Zodat een man, ik bijvoorbeeld, eindelijk eens adequaat kan reageren: "Ja, wat een heks zeg, die Mia. Wat eten we trouwens?"

Hans Verstraaten is getrouwd. Hij is journalist en columnist voor o.a. Management Team. Lees ook een van de andere columns.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden