null Beeld

Columnist Roos Schlikker en haar vader onder de indruk van Cruijff

"Wij zijn voor Ajax, maar voor Cruijff maakt mijn vader een uitzondering''

online redactie Libelle Daily

“Ja maar papa, hoe doet hij dat dan?” Het is begin jaren tachtig en ik kijk met mijn vader naar een onbegrijpelijk handige schaarbeweging van Johan Cruijff. Hij dribbelt, hij draait, hij danst over het groen en net als je denkt dat de bal hem te snel af is en wegrolt, kust Cruijff hem met de neus van zijn voetbalschoen en scoort een onwaarschijnlijk doelpunt.

Mijn vader zit naast me op de bank, we hebben een bord macaroni op schoot, precies zoals het hoort op zondag. We kijken naar een wedstrijd van Feyenoord. Wij zijn weliswaar voor Ajax, maar voor Cruijff maakt mijn vader een uitzondering. “De beste voetballer van de wereld, schat. De allerbeste ooit.”

LEES OOK: COLUMNIST ROOS SCHLIKKER DOET NIET MEER AAN DIEETDENKEN

Vele zondagen zitten we zo. Mijn vader analyseert de wedstrijden, hij vertelt me wie wie is, hoe buitenspel werkt, wat sport zo mooi maakt en voetbal in het bijzonder. En hij vertelt over Johan. Johan, die maar een jaartje ouder is dan hij. Die opgroeide in Betondorp, in dezelfde armoede als hij. Die een licht Amsterdamse tongval heeft, net als hij. En die kan voetballen, iets wat mijn vader totaal niet kan. Maar die heeft dan weer het vermogen om mateloos te bewonderen.

“Kijk kind, dat stiftje! Ongelofelijk.” Ik kijk en ik vraag. Hoe doet hij dat? Hoe kan iemand een bal zo bespelen? Hoe ziet hij precies het juiste gaatje? Mijn vader haalt zijn schouders op. “Niemand begrijpt het. Cruijff is onnavolgbaar.”

Ik ben Cruijff altijd blijven volgen. Toen hij trainer werd, eerst met een sigaret aan de onderlip verkleefd, later braaf vervangen door een lolly. In de jaren daarna als analist, als onruststoker bij Ajax, als brenger van onbegrijpelijke Cruijffiaanse boodschappen. “Je kunt beter ten onder gaan met je eigen visie dan met de visie van een ander”, zei hij. Of: “Vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.” En wat te denken van: “Er is maar één moment dat je op tijd kunt komen. Ben je er niet, dan ben je óf te vroeg, óf te laat.”

Hij werd vaak belachelijk gemaakt, maar ik zag en hoorde dat er altijd waarheid school in wat Cruijff zei. Misschien omdat ik een vader heb die ook wel eens dingen zegt die niet meteen helder zijn: “Kind, ongelijk is een bochel.” Maar vooral omdat ik een vader heb die me leerde dat sommige mensen onnavolgbaar zijn, eigenwijs hun eigen kant op dribbelen, zonder concessies te doen, zonder te luisteren naar alle meninkjes vanaf de zijlijn.

En nu is Johan Cruijff dan toch gepasseerd. De dood haalde hem in. Maar onnavolgbaar blijft hij. Ooit zei hij: “In zekere zin ben ik waarschijnlijk onsterfelijk.” Weer moet ik Johan gelijk geven.

Journalist en columnist Roos Schlikker heeft ouder wordende ouders, twee kleine kinderen, een man, een baan, vriendinnen en o ja, ook nog zichzelf om voor te zorgen.

Lees hier meer blogs & columns

Beeld: Danique van Kesteren

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden