null Beeld

Corina (51) leeft al 28 jaar met hiv: “Als ik dan toch doodging, wilde ik léven”

Ze was 23 toen ze hoorde dat ze hiv had. In die tijd een doodvonnis, dus maakte Corina geen plannen meer. Ze wilde gewoon leven, lol maken. Maar toen kwamen er medicijnen. "Ineens kon ik oud worden. Dat was schrikken."

Online redactie Libelle

"Toen ik van de arts te horen kreeg dat ik misschien wel 80 zou kunnen worden, was dat net zo’n grote schok als de bood­schap 13 jaar eerder dat ik nog hoog­uit 6 jaar te leven had. Ineens moest ik gaan nadenken over de toekomst. Dat deed ik al jaren niet meer. Eigenlijk kreeg ik er een probleem bij. Die hypotheek moest ik dus tóch afbetalen. Misschien moest die verbouwing van de keuken er dan ook maar van komen. Voorheen maak­te ik me om dat soort dingen niet druk."

Drugsverslaafden en prostituees

"Ik was 23 toen ik de diagnose hiv te horen kreeg. Mijn toenmalige vriend had een test gedaan en die bleek positief. We hadden allebei in het verleden weleens onveilig gevreeën. We hebben elkaar nooit iets verweten. We besloten het aan niemand te vertellen. Wilden niet dat onze familie en vrienden zich zorgen zouden maken om ons. Maar we waren ook bang voor negatieve reacties, voor afwijzing. Het was de tijd van de vooroordelen, van de film Philadelphia met Tom Hanks, van Freddy Mercury die doodging aan aids en René Klijn die broodmager bij Paul de Leeuw Mr. Blue zong. Alleen homo’s uit de grote stad, drugsverslaafden en prostituees leken het te krijgen. Dat een doorsnee heteromeisje uit Brabant geïnfecteerd zou kunnen ra­ken, daar had ik nooit bij stilgestaan."

Niet vooruit kijken

"Dat je er dood aan ging, was in die tijd zeker. Medicijnen waren er nog niet. Als ik dan toch doodging, wilde ik léven. Dus begon ik met geld te smijten. Waarvoor zou ik zuinig doen? Voor mijn oude dag? De verwarmingsketel moest vernieuwd, maar moest ik een paar duizend euro be­steden aan een ding dat mij waarschijnlijk zou overleven? Dus kocht ik voor de zeker­heid een goedkope koolmonoxidemelder en besteedde mijn geld aan leuke concer­ten. Gewoon leven, lol maken, doen wat je wilt zonder vooruit te kijken. Maar ik werd ook cynisch. Ik kocht bijvoorbeeld geen duur paspoort. Dat is 5 jaar geldig, wat had ik daar aan? Veel dingen konden me niets meer schelen. Administratie bijhou­den? Ach, waarom. Ik investeerde nergens meer in. Ik wilde eigenlijk graag basgitaar leren spelen, maar daar begon ik niet aan. Dat had toch geen zin…"

Straks moet ik het vertellen

"Kinderen krijgen zat er niet in, werd me direct gemeld. Ik was 23, was daar sowieso nog niet mee bezig. En na een jaar of 3 ging het ook uit met mijn vriend. Hij sloeg een totaal andere weg in. Wilde niet meer werken, liet zich afkeuren en ging de kra­kerswereld in. En pas tóen kreeg ik het moeilijk. Want na een tijdje wilde ik wel een nieuwe vriend. Dus je flirt wat in het café, maar zodra je ook maar naar een leu­ke vent kijkt, springt het in je hoofd: straks moet ik hem vertellen dat ik hiv heb. Je kunt sex hebben op een veilige manier, met condoom en zelfs zonder. Maar durf je dat? De meesten willen liever ‘vrienden’ blijven. Of durven niet in een relatie te stappen met iemand die binnen een paar jaar dood kan zijn. Dat heeft me veel pijn gedaan, want soms was ik wél echt ver­liefd. En het ergste was nog dat ik met nie­mand de echte reden van die afwijzingen kon delen. Want ik had het nog steeds aan niemand verteld."

Geen negatieve reacties

"In die periode heb ik heel veel gehuild. Méér dan toen ik hoorde dat ik hiv had. Uiteindelijk heeft dát me ertoe gezet om het te vertellen, na 7 jaar. Eerst aan mijn ouders. Later aan vrienden, collega’s. De negatieve reacties die ik vreesde, bleven uit. Waarom had ik het niet éérder verteld, wilden ze weten. Er zijn echt ergere dingen. Ik ben nooit ziek geweest. De prognose werd steeds verlengd. Eerst kreeg ik 3 tot 6 jaar, toen 4 tot 7, toen 10. En na 11 jaar kwamen er medicijnen, 21 pil­len per dag moest ik slikken. De één moest na een lichte maaltijd, de ander nuchter, een 3e moest in de koelkast bewaard. Daar ging ik slordig mee om. En de bijwer­kingen konden afschuwelijk zijn. Maar het bleef mij allemaal bespaard. Je kunt resis­tent worden voor de medicijnen als je ze niet op tijd inneemt. Dat is gelukkig niet gebeurd. Nu slik ik 3 pillen, één keer per dag. En bijwerkingen geven die nieuwe medicijnen nauwelijks meer."

Leven in het nu

"Na een jaar of 5 alleen te zijn geweest, kreeg ik eindelijk weer een relatie. Hij was de eerste die mijn hiv volledig accepteerde. Daar was ik denk ik zo blij om, dat ik met hem trouwde. Uiteindelijk was hij het niet voor mij. Ineens kon ik toch oud worden. Maar niet met hém, wist ik. Na 4 jaar zijn we uit elkaar gegaan. Zoiets gebeurt me nu niet meer. Ik wil een relatie om de liefde, niet alleen omdat hij kan omgaan met mijn hiv. Ik ben tevreden en gelukkig met mezelf, kan prima alleen leven. Als iemand mij nu om de hiv afwijst, sta ik daar boven. Het is zíjn verlies."

Ik kan nog steeds niet plannen

"En kinderen? Ik heb de zwangerschap van een goede vriendin van heel dichtbij meegemaakt. Toen heb ik wel even de tijd genomen om er goed over na te denken. Zou ik echt nooit voelen hoe het is om een kind in me te hebben groei­en? Maar nee, ik was al 38, dat hoofdstuk heb ik toen voorgoed afgesloten. Hiv is een deel van mijn identiteit ge­worden. Ik ben erdoor veranderd. Ik sta positief in het leven. Maar ook al word ik waarschijnlijk gewoon 80, ik kan nog steeds niet ver vooruit plannen. Een studie van 4 jaar? Ik begin er niet aan. Aanvul­lend pensioen? Een levensloopregeling? Ik wíl er niet eens over nadenken. Ik ben ge­lukkig en ik leef nog steeds. In het nu."

Interview: Anouk van Westerloo. Beeld: Ester Gebuis

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden