PREMIUMVrouwen met een heftig beroep

Crime scene cleaner Hester (52): “Vooral het contact met nabestaanden is bijzonder”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Hester (52) is crime scene cleaner. “Ik schakel mezelf gewoon een beetje uit als ik op een plaats delict kom.”

Deborah LigtenbergPetronellanitta

“Ik maak ook fysiotherapiepraktijken schoon. Als ik daar binnenkom, kijk ik om me heen en vraag me af wat ik nu weer eens zal gaan doen. Het is en blijft daar netjes. Bij een crime scene tref je vaak een verschrikkelijke bende aan. Als ik daar voordat ik wegga om me heen kijk, denk ik altijd: nou Hester, je hebt wel wat uitgericht hier. Ik heb heel veel eer van mijn werk. Buiten dat maakt het contact met nabestaanden dit werk echt bijzonder. Ik merk dat ik veel beteken voor mensen die iets naars hebben meegemaakt omdat hun geliefde is vermoord of suïcide heeft gepleegd. Na zo’n gebeurtenis gaat eerst de politie naar binnen. Als zij de plek vervolgens vrij geven, dan kan het voor de familie best traumatisch zijn om naar binnen te gaan. Ook al is het lichaam er niet meer, de sporen zijn voor hen zwaar om te zien. Vaak belt familie op advies van de politie mij om schoon te maken voordat zij erin gaan. Als ze een adressenboekje nodig hebben om rouwkaarten te kunnen schrijven, dan pak ik dat voor ze. Vervolgens zorg ik ervoor dat de plek er zo veel mogelijk uitziet zoals zij het kennen. Schoon en fris, zonder dat iets herinnert aan wat er is gebeurd. Dat is beter voor hun verwerking dan dat ze de ellende binnenstappen.”

null Beeld

Familiedrama

“Die ellende, ja, die ziet er soms heftig uit. Ik werk altijd samen met mijn ex-man, met wie ik samen een schoonmaakbedrijf heb. De ene gaat in pak en maakt schoon, de ander reikt spullen aan. De ene doet het grove werk, de andere het fijne. Soms moet er bijvoorbeeld een bank worden afgevoerd omdat er lijkvocht in is getrokken. Dat doet hij dan. Als de familie heel graag het horloge van de overledene wil omdat hij dat altijd droeg, dan haal ik daar met een kwastje en wattenstokjes het bloed en vocht tussenuit. Veel mensen gruwelen daarvan, ik schakel mezelf altijd een beetje uit. Het moet gedaan worden, verstand op nul en gáán. Dat geldt ook voor panden waarin iemand lang dood heeft gelegen. Die stank is pittig. Het is net als bij een koud zwembad, je kunt er maar het beste in één keer in springen en dan ben je door. Zo doen wij dat ook. We gaan naar binnen, snuiven een keer heel diep en dan is het oké. Je kunt wel met een gasmasker werken, maar daar komt toch geur doorheen. En het is benauwd. Ik doe het liever zonder.
In de opleiding voor crime scene cleaning die ik in Engeland en Amerika deed, heb ik geleerd om dingen van me af te zetten, maar ja, ik ben ook maar een mens. Soms is iets zo heftig dat het altijd bij me zal blijven. Een familiedrama bijvoorbeeld, de afdrukken van bebloede kinderhandjes op de muur, zal ik nooit vergeten. Niet dat ik ervan ondersteboven raak als ik eraan denk, het is meer de enorme verbazing over wat mensen elkaar aandoen. En als het om kinderen gaat, is dat nooit gemakkelijk.
Tijdens die opleiding leerde ik ook hoe je met nabestaanden omgaat, maar ik kan dat ook van nature. Ik heb twee dochters, mijn zoontje overleed bij de geboorte. Misschien dat ik daardoor intuïtief aanvoel wat mensen nodig hebben bij een groot verdriet. Luisteren, vooral luisteren. Geen goede raad en advies, maar ze laten praten. Soms ben ik een soort maatschappelijk werker. Het is echt dankbaar werk.”

Styling: Ora Bollegraaf. | Haar en make-up: Astrid Timmers. | Kleding: Emily van den Bergh (bloes), Kaffe (broek), Primark (sandalen).

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden