Renées zoon (14) overleed aan bloedvergiftiging

“Dat ik zijn dood niet heb kunnen voorkomen, doet zo’n pijn”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Een griepje. Keelpijn. Niets wees erop dat Pieter-Bas (14) een levensgevaarlijke infectie had. Zijn moeder Renée Talma (52): “Met zijn overlijden, is ons gezin ook een beetje doodgegaan.”

“Met zijn blonde lok zag Pieter-Bas eruit als een surfjongen. Echt een leuke, knappe gast. Hij had pretogen en was goedlachs. Natuurlijk was hij ook weleens een irritante puber die zijn omgeving graag plaagde, maar aan alles was te merken dat hij zin had in het leven. Hij begon te ontdekken wat hij leuk vond en verheugde zich enorm op de zomer, dan zou hij weer op zeilkamp gaan. Hij was als een bloem die open ­begon te gaan, klaar om te bloeien. Ik ben blij dat mijn man Armand en ik vaak tegen hem gezegd hebben hoe trots we op hem waren. Dat hij wist hoe geliefd hij was. Het gemis is afschuwelijk. Pieter-Bas was een verbinder. Zijn broer Job en zusje Barber zijn geregeld water en vuur, ze kunnen flink knokken, maar Pieter-Bas lukte het om ze samen te brengen. Nu hij er niet meer is, is de dynamiek in ons gezin heel erg veranderd. Door zijn dood zijn wij als gezin ook een beetje doodgegaan.”

Geniepig monster

“Het begon met een griepje, niks bijzonders. Het was januari 2020, zo veel mensen hebben dan keel- en hoofdpijn. Maar toen Pieter-Bas op woensdagmiddag klaagde over pijn op zijn borst zaten we een uur later bij de huisarts. Hij had wat verhoging, ik wilde laten checken of hij geen longontsteking had. De huisarts onderzocht hem uitgebreid maar kon niets vinden. Gewoon een paar dagen uitzieken, dan was hij weer de oude.
De volgende dag werkten Armand en ik allebei thuis zodat we Pieter-Bas een beetje in de gaten konden houden. Hij lag in bed en had lichte verhoging, we temperatuurden hem om de paar uur. Hij was goed aanspreekbaar, at en dronk. Later heb ik me duizend keer afgevraagd of we iets hebben gemist. Een kinderarts op de intensive care zei het heel treffend: ‘Als je in Nederland in het bos loopt en je hoort hoefgetrappel, dan mag je verwachten dat er een paard loopt, maar niet een zebra.’ Zo zeldzaam was het. Alles wees op griep en niet op een bacterie die tot een septische shock zou leiden. Later heb ik van verschillende artsen gehoord dat we onszelf niets moesten verwijten. Ook de huisarts niet. Er was geen enkele aanwijzing dat het zo ernstig zou zijn. De A-streptokokken, de bacterie waar Pieter-Bas last van bleek te hebben, is een geniepig monster. Het lift mee op een andere aandoening, in dit geval een griepje. Het geeft heel lang geen symptomen, waardoor wij het niet konden weten. De huisarts kon het ook niet weten, er was niets raars te zien.

null Beeld

Toen ik donderdag aan het begin van de avond naar mijn paard was, zei Pieter-Bas tegen Armand dat hij even ging slapen. Als we toen naar een arts waren gegaan, had hij misschien nog gered kunnen worden. Maar nog steeds was er niets wat ons alarmeerde. Het leek zelfs beter te gaan, want zijn temperatuur zakte. Voordat Pieter-Bas in bed kroop, voerde Armand nog gewoon een gesprekje met hem. Hij zei dat hij maar lekker moest gaan slapen, daar zou hij vast van opknappen. In die anderhalf uur waarin Pieter-Bas sliep, is het verschrikkelijk kritiek geworden.”

Feiten & cijfers

Elk jaar krijgen ongeveer 15.000 mensen in Nederland sepsis.
● Jonge kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand hebben meer kans om sepsis te krijgen.
● 1 op de 5 mensen met sepsis overlijdt, ook als ze behandeld worden.
● Er gaan meer mensen dood aan sepsis dan aan borst-, long- en darmkanker samen.
● Sepsis is de belangrijkste doodsoorzaak op de intensive care in Nederland.
● Bij sepsis is altijd sprake van een noodgeval. Vroege toediening van antibiotica kan levensreddend zijn.
● Sepsis is levensgevaarlijk. Neem bij signalen dus meteen contact op met de huisartsenpost.
● Op 18 september is het Sepsis Lotgenoten Dag.
(Bron: sepsis-en-daarna.nl)

In de overlevingsstand

“Het was een uur of half negen toen ik bij Pieter-Bas ging kijken. Hij lag niet in zijn eigen bed, maar in het onze. Het is gek, al voordat ik onze slaapkamer binnenging, voelde ik dat er iets niet goed was. Ik riep Armand dat hij moest komen. Toen ik Pieter-Bas wakker maakte, reageerde hij nog normaal. Hij was een beetje slapjes, maar wandelde tussen ons in naar zijn ­eigen bed. Opeens zakte hij door zijn ­benen, maar zei nog geruststellend: ‘Het gaat wel!’ Een paar passen verder viel hij weer, met zijn hoofd tegen de muur. Hij reageerde niet meer en liet zijn ontlasting lopen. Dit was niet goed. Helemaal niet goed. Gek hoe je als ouders meteen in de overlevingsstand gaat. ‘Bel 112!’, schreeuwde Armand. Samen legden we Pieter-Bas op de grond. Ik rende naar beneden om te bellen. Toen ik weer boven was, met de mevrouw van 112 aan de lijn, zag ik dat Armand Pieter-Bas op de grond in zijn eigen kamer had gelegd. Er kwam bloed uit zijn mond. De telefoniste zei dat we moesten kijken of hij een hersenvliesontsteking had. ‘Lieverd, kun je je kin op je borst doen?’, vroeg ik Pieter-Bas. ‘Kin. Borst’, het waren zijn laatste woorden. Zijn ogen draaiden weg en hij raakte buiten bewustzijn.
Met gillende spoed reed de ambulance waarin Pieter-Bas aan allemaal toeters en bellen lag naar het ziekenhuis. Ik zat voorin, Armand reed met Job en Barber achter ons aan. Ze waren nog maar twaalf en zes jaar en de buren hadden aangeboden om op te passen, maar om de een of andere reden voelde het beter dat we bij elkaar waren. Want dat het kritiek was, was overduidelijk. Kruispunten werden voor ons afgezet en ik zag dat de snelheidsteller de honderdtachtig kilometer per uur aantikte. Het was een nachtmerrie. Niet dat ik dat binnen liet komen. Het was te groot, veel te groot. Daarnaast zat ik zó vol adrenaline dat ik zelfs quasi-gezellig met de ambulancechauffeur in gesprek ging over hoe dat nou was, zo hard rijden. Bizar eigenlijk. In het ziekenhuis keek ik toe hoe twintig man vochten voor het leven van mijn kind. Dat hij naakt was, maakte me aan het huilen. Mijn lieve puber, die niet zonder handdoekje om uit de badkamer kwam. Nu lag hij daar, zo kwetsbaar, zo alleen.”

null Beeld

Álles uit de kast

“‘Houd er rekening mee dat uw kind komt te overlijden’, zei de kinderarts nadat Pieter-Bas naar de ic was gebracht. Daar lag hij aan een hart-longmachine. Zijn bloeddruk was zo laag dat de organen te weinig bloed kregen. Wat zeg je nou toch, dacht ik. Pieter-Bas verliezen, dat kan toch niet? Hij is nog maar veertien! Een paar uur geleden leek er niets aan de hand. Dit kon toch niet zomaar? Dus wel. Pieter-Bas bleek een A-streptokok te hebben. Veel mensen dragen deze bacterie bij zich, meestal is deze onschuldig, maar hij kan zomaar omslaan en toxische stoffen afgeven. Dat is de ­sepsis, de bloedvergiftiging. Het immuunsysteem wordt aangevallen, het lichaam gaat in de overdrive, komt in een septische shock en vecht zichzelf dood. Dat is precies wat er bij Pieter-Bas gebeurde.
Hij is nog naar een ander ziekenhuis ­gebracht, waarin ze gespecialiseerd zijn in dit soort gevallen. Ook daar werd álles uit de kast gehaald, maar nog geen twee ­dagen nadat Pieter-Bas en ik voor schijnbaar ‘niets aan de hand’ bij de huisarts zaten, kregen we het bericht dat hij hersendood was. Hij lag aan allerlei apparaten en slangen waardoor we hem niet vast konden houden. Met zijn hand in de mijne, zijn andere in die van Job, overleed hij.”

Septische shock

Sommige mensen krijgen een lage bloeddruk en een hoge hartslag door sepsis. Dit heet een septische shock. Deze ontstaat als door de sepsis de bloedvaten uitzetten, waardoor de bloeddruk daalt. Er stroomt dan te weinig bloed met zuurstof naar de weefsels en organen, die daardoor beschadigd kunnen raken. Het lichaam reageert hierop door het hart sneller te laten kloppen.

Vaak voorkomende gevolgen van een septische shock:
door de lage bloeddruk ­ontstaat schade aan ­organen (zoals ­nieren en lever).
• de ademhaling kan verstoord raken.
• er kan verwardheid optreden en/of de aandacht is moeilijk vast te houden. In ernstige gevallen kunnen patiënten het bewustzijn volledig verliezen.
• de bloedstolling kan verstoord raken.
(Bron: UMCG en UMCU)

Intens verdriet

“Het is nu bijna anderhalf jaar geleden. Ik functioneer, doe mijn werk, maar het verdriet is nog zo intens. Het eerste jaar was de rouw een soort monster dat de hele dag zwaar over me heen hing. Soms was ik bang om eraan te bezwijken. Na een jaar staat dat monster naast me, de hele dag. Het hangt niet meer over me heen, dat is al een hele stap. Ik hoop dat het ooit een plekje in de hoek vindt. Ik heb niet de illusie dat het ooit verdwijnt, als het maar wat dragelijker wordt.
Met Job en Barber gaat het best goed. Soms vraag ik me af of ze er niet wat meer over moeten praten, maar ze zijn nog zo jong en doen het op hun eigen manier. Ik vrees dat ik een overbezorgde moeder ben geworden, het afgelopen anderhalf jaar heb ik vaak bij de huisartsenpost gezeten. Als Job of Barber niet lekker is, trekken we meteen aan de bel. Armand en ik zijn te bang dat we iets missen. Dat is het lastige aan ons verhaal. In sommige gevallen kun je zien dat er sprake van sepsis is, bij Pieter-Bas was er geen enkel signaal tot het te laat was. Dat heeft er ontzettend in gehakt. Als moeder heb je maar één taak en dat is goed voor je kind zorgen. De pijn dat ik niet kon voorkomen dat hij overleed, is immens. Dus ja, daardoor zorg ik nu misschien iets te goed voor Job en Barber.”

null Beeld

Onbeholpen opmerkingen

“We zijn als gezin in rouwtherapie ­gegaan. Barber heeft daarnaast speltherapie ­gevolgd, veel meer kunnen we niet doen. We moeten zien te leven met dit grote ­verlies. Elke avond praten Armand en ik over Pieter-Bas en wat er is gebeurd. Elke avond huilen we omdat we hem zo verschrikkelijk missen. Buitenstaanders denken dat het weer beter gaat, we doen immers overal aan mee. Ik kan een boek schrijven over alle onbeholpen opmerkingen die mensen maken. Zoals: ‘Je hebt gelukkig nog twee kinderen.’ Het doet zo geen recht aan hoe ik me voel. Daarnaast zijn er ook veel lieve mensen die ons ontzettend hebben gesteund. Mijn advies is: al weet je niet wat je moet zeggen, ga gewoon naar iemand toe en zeg dat je niet weet wat je moet zeggen omdat je het zo erg vindt. Met anderen praten over Pieter-Bas vind ik ook fijn. Gewoon over wie hij was. Die ontzettend leuke jongen.” ■

Alarmbellen!

Bij sepsis – ook wel bloed­vergiftiging genoemd – ­reageert het lichaam heel heftig op een infectie. Deze kan ­worden veroorzaakt door ­bacteriën, schimmels, virussen of ­parasieten. Symptomen zijn: koorts of juist een lage temperatuur, een grieperig gevoel, pijn of spierpijn in/door het hele lichaam, een snelle ­hartslag, suf of slaperig zijn, verwardheid, een grauwe, ­bleke of vlekkerige huid, ­moeilijk en/of snel ademhalen en minder plassen.

Blijvende klachten

Wie een sepsis overleeft, kan levenslang blijvende klachten houden. Zoals vermoeidheid, zwakke spieren, zenuwpijn, slechte weerstand, verminderde ­nierfunctie en mentale klachten.
(Bron: UMCU)

  • Styling: Maartje Bodt. Haar en make-up: Astrid Timmer. M.m.v. Fabienne Chapot (bloes), Freequent (faux leren broek), H&M (instappers), Mango (trui)
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden