De dag nadat

PREMIUM

De dag nadat... ik besloot te stoppen als ic-verpleegkundige

De dag nadatBeeld Getty Images

Loes (53): “Met een zwaar gevoel word ik wakker. Ik pak mijn telefoon en zie dat Marc een berichtje heeft gestuurd. Ah, lief. Toch ben ik blij dat hij in zijn eigen huis is. Ik heb tijd voor mezelf nodig.

Christien JansenGetty Images

Na mijn ontbijt ga ik naar buiten voor een lange wandeling. Als ik de voordeur achter me dichttrek, geniet ik van de kou en de zon op mijn gezicht. Het is al dagenlang prachtig weer, maar in het ziekenhuis gaat dat volledig aan me voorbij. Ik kom daar binnen, hul mezelf van top tot teen in beschermende kleding en werk drie uur achter elkaar. Dan een korte pauze om wat te eten, drinken en naar de wc te gaan en daarna weer door. Ik sta continu aan. Na mijn dienst ben ik vaak moe en lusteloos.

Wat ben ik blij dat ik vandaag vrij ben! In de strakblauwe lucht is geen vliegtuig te bekennen, het enige geluid komt van de vogels. Ik denk terug aan januari, twee jaar geleden, toen het leven nog totaal anders was. Ik hoor me nog enthousiast tegen mijn collega zeggen hoe blij ik ben met mijn werk als verpleegkundige op de intensive care en dat ik me er als een vis in het water voel. Maar ja, dat was vóór covid-19. Begin maart was het nog bijzonder en op een bepaalde manier spannend, met dat vreemde virus dat een totaal ander ziektebeeld gaf dan alles wat we kenden. Overal stonden dozen, iedereen liep in beschermende kleding, we werden bijgestaan door buddy’s. Maar de moed en kracht die ik in het begin had, is helemaal weg.

Tijdens mijn dienst van gisteren is er iets geknapt. Ik kan en wil dit werk niet meer doen, niet op deze manier. Het maakt me verdrietig, maar mijn besluit staat vast: ik ga ermee stoppen. Opnieuw zie ik de beelden van mijn patiënt, een doodzieke veertiger, op zijn buik aan de beademing, met zijn gezicht in de sondevoeding omdat de voeding niet doorliep. Ik wilde hem helpen, maar moest voorrang geven aan de andere patiënt, een vijftiger die aan het dialyseapparaat moest en medicatie nodig had. Ik kreeg het dialyseapparaat niet aan de praat en de stress liep op. Collega’s die ik opriep hadden geen tijd. Rustig blijven Loes, houd je hoofd erbij, zei ik tegen mezelf. Maar het gevoel van tekortschieten kwam op en dat is er nog steeds. Gelukkig liep het met beide patiënten goed af, maar niet met mij. Ik realiseer me dat ik dit niet wil. De soms extreme dynamiek bij covid-patiënten vraagt te veel van me. Het idee om weg te gaan bij de ic laat ik eerst even bezinken. Wil ik echt stoppen met het werk dat ik in januari 2020 nog zo leuk, bijzonder en inspirerend vond? Het antwoord is ja. Er is geen ruimte meer voor daar waar mijn kracht ligt: het góed zorgen voor mijn patiënten, het persoonlijke contact, zeker weten dat ik het verschil kan maken.

Weer thuis stuur ik een mail naar mijn leidinggevende. Ik schrijf dat er verpleegkundigen zijn die excelleren in deze omstandigheden, maar dat ik niet tot die categorie behoor. Zodra ik op ‘verzenden’ heb geklikt, voel ik opluchting. Stap één is gezet. Al snel gaat mijn telefoon: mijn leidinggevende heeft mijn mail gelezen, wijst me op de coaches die er voor ons zijn en meldt dat ik mijn komende dienst op de gewone ic kan draaien, dus niet op de covid-afdeling. Tijdens het avondeten facetimen Marc en ik met elkaar en vertel ik hem dat ik ga uitkijken naar ander werk. Dan komt er een mailtje binnen van het ziekenhuis met de mededeling dat we vanaf nu van twee naar drie patiënten gaan. Ik bel mijn collega en terwijl ik met haar praat, begin ik te huilen.”

Lees hier hoe het verhaal van Loes verder gaat.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden