De dag nadat...

PREMIUM#55

De dag nadat... ik ontdekte dat mijn date een crimineel was

De dag nadat...Beeld Getty Images/iStockphoto

Cato (44): “Ik word wakker met een naar gevoel in mijn maag. Ik ben bang, merk ik, terwijl ik heus wel eerder relaties heb beëindigd. Maar ja, niet met een crimineel. Ik trommel de kinderen uit bed, tijdens het ontbijt praten we over koetjes en kalfjes. Wat ben ik blij dat ik Henri nooit aan hen heb voorgesteld! Op mijn werk blijven mijn ogen maar naar de klok gaan. Mijn collega vraagt hoe het met me gaat. Gisteren heb ik hem verteld dat ik heb ontdekt dat mijn verkering niet helemaal zuiver op de graat blijkt te zijn. Dat had ik, toen ik een paar maanden geleden voor het eerst sinds mijn scheiding weer ging daten, ook niet bedacht.

Christien JansenGetty Images/iStockphoto

Henri en ik raakten in contact via een datingsite en belandden in de chat. Hij was grappig, ik vond hem leuk en ook zijn spelling was in orde. We spraken af op het station in mijn woonplaats. Toen hij kwam aangelopen, was ik direct onder de indruk. Een goed verzorgde, lange man. Hij droeg ook mooie kleding, helemaal mijn smaak. We gingen naar een café en praatten honderduit. Hij leek oprecht geïnteresseerd en vertelde leuke verhalen. Het was zo gezellig dat we er een etentje aan vastplakten. Toen ik met hem mee terugliep naar de trein, kusten we op het perron. Ik was verliefd, wát een lot uit de loterij! We bleven daten en we hadden het erg gezellig met elkaar, al begonnen me langzamerhand steeds meer dingen op te vallen. Over zijn werk – hij was undercoveragent, zei hij – deed hij wel erg vaag. Soms was hij dagen onbereikbaar. En bij een gala – ik had speciaal een jurk gekocht, was naar de kapper geweest en had me helemaal opgetut – liet hij me gewoon zitten. Later vertelde hij dat hij naar zijn vader in België was, die ineens heel ziek was geworden. Mijn intuïtie zei dat er iets niet klopte aan zijn verhaal. Sinds gisteren weet ik dat mijn onderbuikgevoel klopte. Een van mijn vriendinnen heeft een goede vriend die hoog in de boom zit bij de Amsterdamse politie, en zij heeft hem gevraagd of Henri een collega van hem is. Het antwoord kwam direct. ‘Ja, we kennen hem wel, maar niet als collega. Ik wil Cato zo snel mogelijk spreken.’

Dus zat ik gistermiddag met een échte politieagent in de kantine van de zwemschool waar mijn zoon op dat moment duikles had. Daar werd ik onderworpen aan een soort verhoor. Hij vroeg welke naam Henri gebruikte, waar hij woonde en of ik recente foto’s van hem had. Hij vertelde ook dat Henri’s vader in Alkmaar woont en helemaal niet ziek is. ‘Wat hij doet, kan en zal ik je niet vertellen’, zei hij. ‘Maar je moet zo snel mogelijk stoppen met die man. Doe dat zo normaal mogelijk.’

Ik trek mijn jas aan en vertrek naar het stationsplein. Een drukke plek, daar voel ik me veilig. Met mijn collega heb ik afgesproken dat hij de politie belt als ik niet binnen een uur terug ben. Bij het station zie ik Henri’s lange gestalte op me afkomen, ik voel mijn angst toenemen. Zoals altijd als we elkaar zien, omhelzen we elkaar, maar bij zijn kus draai ik mijn hoofd weg. Ik zucht diep, kijk verdrietig en zeg dat ik besloten heb om een punt achter onze relatie te zetten. Ik schrik als ik de tranen in zijn ogen zie, maar ga niet in op zijn suggestie het nog even aan te kijken. Hij wil graag nog even langs mijn huis om zijn peperdure horloge op te halen dat nog bij mij ligt. Maar ik antwoord dat ik écht terug moet naar mijn werk en dat ik het horloge aangetekend zal verzenden. Ik moet er niet aan dénken dat hij nog een stap in mijn woning zet. Ineens realiseer ik me dat ik nooit bij hem thuis ben geweest.

Ruim op tijd ben ik terug op kantoor en de rest van de dag gaat in een waas voorbij. Die avond ben ik alleen, de kinderen zijn bij hun vader. Ik zorg dat alle deuren en ramen goed afgesloten zijn en schuif zelfs een tafel tegen de voordeur. Ik leun er tegenaan en voel mezelf een ongelooflijke sukkel, al ben ik wel dankbaar dat mijn intuïtie me niet in de steek heeft gelaten. In bed schrik ik van elk geluid. Het duurt een eeuwigheid voor ik eindelijk in slaap val.”

Lees hier hoe Cato’s verhaal verdergaat.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden