De rol van kinesiologie na een hersenschudding

EstherA

Vorige week schreef ik al hoe het een maand na de steen met Bob gaat. Ik heb toen heel kort de rol van kinesiologie aangestipt. Daar wil ik dit keer uitgebreider op ingaan.

Kinesiologie blijft voor mij hocus pocus, dus uitleggen wat er precies gedaan is om welke reden en op welke manier dat zal mij niet lukken. Wel wil ik mijn verhaal vertellen over hoe ik het ervaren heb en de theorieën die de kinesioloog verteld heeft, waar ik wat mee kan. Bedenk wel dat het mijn ervaring is, geschreven vanuit mijn denkwijze, dus het kan zijn dat ik aspecten ben vergeten of anders omschrijf dan ze in werkelijkheid zijn gegaan of bedoeld.

Afgelopen woensdag ben ik voor de derde keer met Bob naar de kinesioloog geweest in verband met zijn hersenschudding. Na drie keer is zijn lichaam dusdanig hersteld dat we niet meer terug hoeven te komen, tenzij ik merk dat het toch nodig is. Ook mogen we aan het eind van deze week zijn medicijnen afbouwen. Hier is Bob vooral blij mee, want hij begon al aardig te zuchten en te steunen als hij weer zijn pilletjes moest pakken. Bob had en heeft diverse homeopathische geneesmiddelen. Op sommige momenten moest hij vier verschillende innemen en daarbij nog een stukje drop, omdat hij eentje echt vies vindt. Alle pilletjes moet je in je mond op sabbelen, dus daar ben je wel een paar minuten mee zoet. De medicijnen helpen het lichaam – met name het hoofd en de zenuwen – herstellen.

Tijdens een kinesiologiesessie test de kinesioloog (Victor) de energiebanen in het lichaam. Hiermee spoort hij blokkades op, die hij vervolgens probeert te herstellen. Dit kan met behulp van accupunctuur gaan; niet met naalden, maar met een speciale laserpen. Ook doet Victor veel met zijn handen. Hij legt zijn handen om Bob zijn hoofd en doet dan “iets” – hocus pocus dus. De homeopathische middelen werken ondersteunend. Door te testen komt hij er bijvoorbeeld ook achter waar problemen door komen. Zo wist Victor de eerste keer te vertellen dat de steen het neurologische systeem van Bob uit balans had gebracht, via zijn nek en wervelkolom naar beide knieën en tot zijn rechtervoet. Dit klopte met de klachten die Bob had, namelijk geen goed gevoel – tastzin – in zijn rechtervoet. De laatste keer vertelde Victor dat het neurologisch gezien nu goed is, dat de energiebanen weer hersteld zijn en dat het goed gaat met Bob. Ook dit was voor ons herkenbaar. In de lift naar de praktijk zeiden Bob en ik nog tegen elkaar: ‘Wat doen we hier eigenlijk?’ Zo goed ging het.

Tussen de eerste en tweede sessie in, ging Bob in zijn broek plassen. Hij voelde gewoon te laat dat hij moest plassen. Dit is één keer overdag gebeurd en drie keer ’s nachts. Hij werd dan wel wakker, maar kon dan net niet meer goed de wc halen. Uit eigen beweging ben ik Bob een homeopathisch middel gaan geven, dat Rick ook gebruikt. (Rick heeft regelmatig kleine ongelukjes van slechts een paar druppels ’s nachts. Zeker in spannende periodes of vlak voor of na een drukke dag. Het homeopathische middel helpt zijn lichaam om op tijd wakker te worden.) Toen Victor hoorde dat dit bij Bob ook hielp – en Bob meteen een terugval had op het moment dat hij het niet slikte – vertelde hij dat dit middel alleen helpt als het “bed plassen” wordt veroorzaakt door angsten. Het advies was om het nog een maand te blijven gebruiken, zodat zijn lichaam zich echt goed kan herstellen. Victor testte dat Bob een minder goed gevoel over zijn blaas had. In de laatste sessie was dit alleen nog via de linker meridiaan en dat heeft hij die keer kunnen herstellen. Nu dus nog even ondersteuning via een pilletje en vanaf half april gaan we ook dit afbouwen.

Behalve een slecht gevoel over zijn blaas, had Bob überhaupt een slecht contact met zijn gevoel. Zoals ik vorige keer al schreef, is Bob een echte piekeraar en mediteren helpt hem om zijn hoofd rustig te krijgen. Na de steen zat Bob weer helemaal in zijn hoofd, hij was met van alles en nog wat bezig, behalve met het hier en nu. Ook zijn gevoelens waren naar de achtergrond verdwenen. We kregen de opdracht mee om aan zijn gevoel te gaan werken. Hiervoor kreeg ik The Behavioral Barometer mee; in het Nederlands vertaald ‘De Gedrags Barometer’. Hierop staan heel veel verschillende gevoelens en per situatie kan ik aan Bob vragen: ‘Voel je je goed of niet goed?’ Afhankelijk van zijn antwoord ga ik het specificeren, dus bijvoorbeeld: ‘Voel je je boos of verdrietig?’ Op deze manier leert hij de verschillende gevoelens te herkennen, maar ook te erkennen. Door meedenken van een vriendin heb ik gelukkig nu een Nederlandse versie van de barometer en af en toe pak ik ‘m erbij. Het kan misschien vaker, maar de dagen vliegen voorbij en voordat ik het weet ben ik het vergeten. Bovendien geniet Bob nu van het heerlijke weer en is hij bijna de hele dag buiten, dus niet thuis. Nu kijk ik wel af en toe naar de barometer om te kijken welke gevoelens je allemaal kan onderscheiden, zodat ik bij bepaalde situaties kan inschatten naar welke gevoelens ik kan vragen.

De laatste keer besprak ik met Victor dat de kinderarts Bob heeft doorverwezen naar een kinderpsycholoog. Dit leek hem, gezien de angsten van Bob, een goed idee. Toen ik hem echter vertelde dat ik ook de tip had gekregen om naar een integratieve kindertherapeut te gaan, vond hij dit een nog beter idee. Een kinderpsycholoog is meer gericht op oude trauma’s, die er volgens Victor niet zijn. Een andere meedenkende omstander zei ook dat, ervan uitgaande dat er wel trauma’s zijn, je deze aandacht geeft wanneer je ze bij de kinderpsycholoog bespreekt. Bob is al een piekeraar die veel in het verleden zit met zijn hoofd, dus wie weet wordt dat dan nog versterkt. Een integratief kindertherapeut zou meer praktisch gericht zijn. Op internet las ik dat bijvoorbeeld wel wordt gekeken waarom je nu verdrietig bent. Dit kan komen door iets uit het verleden. Maar dat vooral belangrijk is dat het kind zijn manier vind om ermee om te gaan. Hoe kan hij sterk in het leven staan, zoals hij zelf is. Omdat ik geen idee heb hoe lang het gaat duren voordat Bob bij de kinderpsycholoog terecht kan én omdat integratieve kindertherapie ons steeds meer aan ging staan, hebben we nu een afspraak staan voor een intake bij een therapeut. En dan kijken of dat wat is.

Dit is een lange blog geworden. Maar ik had de ruimte nodig om duidelijk te maken wat de kinesioloog voor Bob betekent heeft. Hopelijk is mijn verhaal helder genoeg om te begrijpen wat Victor heeft gedaan en tegelijk te beseffen waarom ik spreek over ‘hocus pocus’.

Volgende week weer een korte blog en over een tijdje een update over Bob.

Groetjes, Esther

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden