bookazine voorpublicatie

Een ontroerend verhaal over familie, geheimen en identiteit

null Beeld Chris Macke, Stocksy
Beeld Chris Macke, Stocksy

Terwijl Amy probeert te begrijpen wat er met haar verdwenen zus Sylvie is gebeurd, komt ze langzaam maar zeker haar familiegeschiedenis op het spoor, maar ook schokkende geheimen van Sylvie. Lees hier een fragment uit De perfecte zus, door Jean Kwok.

Ma – maandag 2 mei
Ik was zo onnozel als de kikker onder in de put toen ik Sylvie terug liet gaan naar Holland. Hoe vaak moet ik mijn dochter afstaan aan dat land van wind, mist en verlies? Ze heeft de eerste negen jaar van haar leven daar al doorgebracht; en toen, een maan geleden, toen ze hoorde dat mijn ma, haar grootmoeder, op sterven lag, heeft ze snel een ticket naar Amsterdam geboekt. Sylvie was net een blad dat verwelkte door heimwee en omlaag dwarrelde om terug te keren naar de wortels van zijn eigen boom.
Ik was zo druk in de weer met mevrouw Hawkins, de vrouw wier gave huid haar lelijke karakter verbergt, dat ik Amy de stomerij niet zag binnenkomen. Mijn arme jongere meisje, haar gezicht verbijsterd van angst, dat op haar gebarsten lippen beet zonder dat ze zich ervan bewust was. Ik wilde haar mijn zielenlast niet vertellen, vooral niet omdat ze eindelijk een keer haar ooglenzen droeg. Haar hart weet al genoeg.
Ik ging zitten om de knoop waarover mevrouw Hawkins had geklaagd steviger aan te naaien. Ik had het aan meneer Hawkins laten zien toen hij het overhemd had opgehaald, en hij had gezegd dat het geen enkel probleem was. Maar hij moest ruim zestig jaar zijn en mevrouw Hawkins is dichter bij de veertig. Hij is een oude koe die jong gras eet, en daarom moet hij de tol betalen voor zijn pleziertjes. Terwijl ik bezig was, gingen mijn gedachten terug naar de zwartste periode uit mijn leven. Het was ruim dertig jaar geleden toen ik mijn zes manen oude Sylvie aan grootmoeder had overhandigd zodat ze kon opgroeien in Holland. Het ergste is dat ik wist wat ik deed. Ik had geen excuus.
Pa en ik waren net naar het Prachtige Land verhuisd en aan alle kanten klonken de liederen van Chu, we waren geïsoleerd en hadden geen enkele hulp. Ik had al een dikke buik van Sylvie. Er was geen enkele manier om het hok te repareren nadat de geiten waren verdwenen. We spraken allebei geen woord van de Moedige Taal: Engels. Pa zat over zijn kom met kale rijst gebogen, zonder vlees of groenten, alleen sojasaus. Onder het eten verborg hij zijn gezicht achter zijn ruwe handen. Toen hield hij nog van me met de onschuld van zijn groene jaren, en wanneer hij me aankeek waren de holtes van zijn jonge gezicht vol met schuldgevoel en niet met verwijten.
We aten bitterheid en probeerden wel duizend manieren, honderd plannen, maar wanneer de tijger zich uit de bergen op de vlakten waagt, wordt hij op de kop gezeten door honden. Niemand wilde ons helpen of ons werk geven tot pa eindelijk een baan vond op de vismarkt van Chinatown. Dat was als negen koeien die één streng haar moesten delen. Hoe moest dat voldoende zijn? En de situatie zou alleen maar moeilijker worden als ik van mijn kindje was bevallen. Stellen zoals wij stuurden hun kleintjes vaak terug naar China, om ze daar door familie op te laten voeden. Dat waren ze al van plan voordat ze naar het Prachtige Land vertrokken. Maar ik bezwoer dat ik mijn lieftallige zwaluwmeisje nooit zou laten gaan.
Toen kwam ma’s brief. Zij was naar Holland verhuisd met mijn welvarende nicht Helena en Helena’s echtgenoot Willem. Die hadden net een jongetje gekregen dat Lukas heette. Grootmoeder vertelde over de koele omstandigheden, de flinke breedte van hun huis, dat Helena haar hart bezwaarde met gedachten dat Lukas op zou groeien als het enige kind van het Centrale Koninkrijk in hun buurt. Zoals Helena zelf maar al te goed wist waren er te weinig Chinezen in Holland. Daarom was ze teruggekeerd naar ons dorp in het Centrale Koninkrijk om Willem, die knap was om te zien, voor zichzelf op te eisen.

null Beeld

Ik las de brief snel door, jaloers dat Helena mijn ma had gestolen om voor haar zoontje te zorgen. Ik zou er alles voor over hebben gehad om grootmoeder bij mij te hebben in dit vreemde en vijandige Prachtige Land. Maar toen ik rondkeek in de piepkleine ruimte waar pa en ik in gepropt zaten, bracht ik mijn hart in evenwicht met zowel emoties als rede. Helena’s familie had geld en zij kon voor zowel grootmoeder als hun baby zorgen. Ik dwong mezelf om mijn ontevredenheid in te slikken. Helena’s eigen ouders hadden het te druk met hun ingewikkelde leven om Helena en Willem te helpen met hun kind. Ik moest dankbaar zijn dat ze grootmoeder een betere gezondheids-situatie hadden geboden dan ze in China had gehad.
Ik las verder en besefte dat Helena’s voorstel verder ging dan dat. ‘Mijn hartje,’ schreef grootmoeder, ‘als je mij je kostbaarste vrucht toevertrouwt, zou dat wellicht iets van jouw last verlichten. Dit schrijf ik op verzoek van je nicht Helena. Willem en zij zouden voor je kindje zorgen als voor hun eigen jong totdat jij zelf voor haar kunt zorgen. Of kom naar Holland, gewoon om je oude ma op te zoeken en de geschenken te aanvaarden die alleen een moeder haar kind kan geven.’
Ik zuchtte. Helena’s bloemrijke woorden en sluwe taalgebruik konden me niet voor de gek houden. Ze mocht me niet erg. Uit één feit kon ik er drie afleiden. Haar aanbod was natuurlijk in haar eigen voordeel. Ze hoefde niet bang te zijn dat ik grootmoeder, hun oppas en dienstbode, bij hen weg zou halen, en ze zou een speelkameraadje voor hun zoontje krijgen. Maar eerlijk is eerlijk, Helena vroeg om een extra mond om te voeden, een lichaam om te kleden, en daar was ik dankbaar voor. Ze zou zelfs mijn ticket voor de vliegmachine betalen. Maar ik zou mijn kind alleen naar haar toe brengen als het echt niet anders kon.

null Beeld

Toen werd Sylvie geboren. Sally, noemde ik haar in het Engels. Dat staat nog altijd op haar geboortebewijs. Maar in de taal van het Centrale Koninkrijk is ze altijd mijn Sneeuw Jasmijn geweest: Sul-Li. De Holland-mensen hebben haar een andere naam gegeven. Ze is bij me weggegaan als Sally en teruggekeerd als Sylvie.
Ze was zo teer, een klein vogeltje dat van mensen hield en dat mijn vinger vastgreep alsof het een tak was. Pa’s grote handen die haar wangetje aaiden, dat even blozend en zacht als een perzik was.
Tegen die tijd waren we door ons schamele spaargeld heen. Eerder had niemand een vrouw met een dikke buik die de Moedige Taal niet sprak werk willen geven en nu stond niemand me toe om naar het werk te gaan met een baby. Welk pad zou het lot voor ons hebben gekozen als ik je hier bij me had gehouden, mijn Sneeuw Jasmijn?
In die zinderende New Yorkse zomer snikte Sylvie het uit en de kleine luchtverplaatser in die smalle kamer, volgepropt met mij, pa en haar, bracht geen verlichting. Ik deed af en toe klusjes – wat naaiwerk, nepparels aaneenrijgen tot armbanden – om geld te verdienen. Ik waste haar beplaste kleren in de baadbak. Pa nam een tweede baan, tafels bedienen in een maaltijdzaal tot diep in de nacht. Het putte ons uit totdat, in de achtste maan, het witte spook mijn handtas nam.

Ik was naar Chinatown gegaan in de hoop een baantje te krijgen in een bakkerij. Nadat ze een blik op Sylvie hadden geworpen, die met een stuk stof op mijn rug gebonden was, hadden ze me de deur weer uit gestuurd. Buiten adem en aan het eind van mijn krachten was ik de laatste die uit de ondergrondse trein stapte bij onze halte in Queens. Ik was half aan het rennen, in een poging bij de andere passagiers te komen, toen het witte spook mijn zicht op hen blokkeerde. Zijn ogen waren even blauw en hard als die van de bedelaar in ons dorp in het Centrale Koninkrijk. Met zijn ene hand greep hij het hengsel van mijn handtas en met de andere duwde hij zo hard tegen mijn schouder dat ik struikelde en op de grond viel.
Wanhopig draaide ik me om zodat ik niet op Sylvie zou belanden. Een brandende pijn schoot omhoog door mijn arm en voetstappen renden weg. Het witte spook schreeuwde achterom: “Kut-Chinees!”
Zo veel verstond ik al wel van de Moedige Taal. Ik lag daar, verbouwereerd, mijn wang bloedend op het asfalt, blij dat ik Sylvie hoorde huilen op mijn rug, blij dat ze nog kon huilen. Stel je voor dat hij tegelijk met mijn handtas ook de koorden van de babydraagdoek had gepakt? Stel je voor dat ik boven op haar was beland? Stel dat we op het spoor waren gevallen?
Ik schreef Helena dat ik mijn kleine meisje in de tiende maan zou brengen. Toch had ik het alsnog niet moeten doen. Maar ik was drieëntwintig, pasgetrouwd, onlangs geëmigreerd, en het kostte me de grootste moeite om het hoofd boven water te houden in deze enorme oceaan die het Prachtige Land heette. Ik hield me voor dat het maar voor een jaar zou zijn en dat we haar dan weer terug zouden halen. Ik wist niet dat het negen jaar zou duren voordat ik haar terug zou zien.
Ik hield mijn meisje dicht tegen me aan gedurende de eindeloze tijd in de vliegmachine totdat we landden in Holland op een zwarte dag met buitensporig veel water. Toen begreep ik het: ik had mijn dochter naar een landschap van tranen gebracht.

null Beeld

Amy – maandag 2 mei
Sylvie maakt het goed, natuurlijk maakt ze het goed. Ik hou me vast aan mijn stoel terwijl de metrowagon naar Brooklyn rammelt en ik probeer na te denken. Naast al haar andere goede eigenschappen is Sylvie net een vrouwelijke James Bond. ‘Streber’ is nog zwak uitgedrukt. Als onze kraan lekt, repareert Sylvie hem. Ze heeft mijn oude laptop uitgebreid met zo veel extra drives en zo veel geheugen dat ik hem de bijnaam Frankenstein heb gegeven. Als haar vliegtuig zou neerstorten, is Sylvie degene die zichzelf met een parachute in veiligheid brengt, nadat ze eerst al haar medepassagiers heeft gered. Ik heb nog nooit gevlogen, maar ze heeft me wel een miljoen keer gezegd dat ik altijd het aantal rijen moet tellen naar de dichtstbijzijnde uitgang, zodat ik daar in geval van nood in het donker naartoe kan kruipen. Ze heeft zelfs op een schietbaan geleerd hoe je met een wapen moet schieten. Je weet maar nooit, zei ze.

Een van de weinige dingen die Sylvie niet kan, is zwemmen. Bij onze geboorte hebben pa en ma onze voorspellingen laten schrijven door de monniken van de tempel en die van Sylvie verboden haar om in de buurt van water te komen. Toen ik dat hoorde, vroeg ik: “Roep je dat dan niet over iemand af? Als ze niet leert zwemmen, zal ze toch zeker verdrinken als ze in het water valt?” Maar Sylvie wilde toch al niet op zwemles en zoals gewoonlijk sloeg niemand aandacht op mij. Onze ouders hebben verder niets verteld over onze voorspellingen. Toen ik ma er jaren geleden naar vroeg, zei ze: “Moet boek niet te ver openen. Maar jouw botgewicht is zwaar. Geluk zal je deel zijn.”
“En Sylvie?” vroeg ik, trots dat ik een aanzienlijk botgewicht had, wat dat ook mocht betekenen.
Ma’s oogleden gingen omlaag en hielden haar gedachten verborgen. “Bergen van goud overal, maar ook dorst.”
Ik stap uit de metro bij Brooklyn Heights en probeer Jim nogmaals te bellen. De oproep wordt direct doorgeschakeld naar zijn voicemail. Hoe kan een decaan zo slecht bereikbaar zijn? Als ik een leerling met zelfmoordneigingen was, zou ik dan ondertussen niet dood zijn? Ik spreek nog een boodschap in en probeer Sylvies nummer ook nog een keer. Weer krijg ik meteen de voicemail.
“Hoi, met mij”, zeg ik. “De mensen worden ongerust, dus bel me alsjeblieft, wil je?
Ik ga bij je inbreken met de sleutel die je ons hebt gegeven voor noodgevallen.
Ik hoop dat je dat goedvindt en dat Jim niet thuis is en onder de douche staat of zo. Oké, dag.” ■

null Beeld

Jean Kwok werd geboren in Hongkong en groeide op in de Verenigde Staten. Ze studeerde aan Harvard University en Columbia University. Voor de liefde verhuisde ze naar Nederland, waar ze nog steeds woont met haar man en twee kinderen. Ze doceert Engels aan de Universiteit van Leiden. Eerder verschenen van haar Bijna thuis en Dans met mij.

De perfecte zus

Sylvie, de succesvolle oudste dochter van de Chinees-Amerikaanse familie Lee, vliegt naar Nederland om afscheid te nemen van haar zieke grootmoeder. Dan verdwijnt ze spoorloos. Haar zusje Amy reist naar de plek waar haar zus het laatst is gezien. Daar ontdekt ze de pijnlijke waarheid. Haar perfecte zus bleek geheimen te hebben. Geheimen die meer onthullen over Amy’s familie dan ze zich ooit had kunnen voorstellen.

PS

Lees het verhaal van Amy’s zoektocht naar haar zus Sylvie in Libelle Bookazine 9, vanaf 19 augustus in de winkel.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden