Emine (60) moest haar dementerende vader uit het verpleeghuis halen: “Ik zit met heel veel vragen en verdriet” Beeld  Petronellanitta
Emine (60) moest haar dementerende vader uit het verpleeghuis halen: “Ik zit met heel veel vragen en verdriet”Beeld Petronellanitta

PREMIUM

Emine (60) moest haar dementerende vader uit het verpleeghuis halen: “Ik zit met heel veel vragen en verdriet”

Met veel pijn en moeite bracht Emine haar zwaar dementerende vader naar het verpleegtehuis, omdat het thuis echt niet meer ging. Nooit had ze gedacht dat ze door het tehuis zou worden gesommeerd om hem daar weg te halen. “Waarom moest zijn leven op deze manier eindigen?”

Laura van der Meer Petronellanitta

Emine zorgde fulltime voor haar dementerende ouders en vertelde in Libelle haar verhaal. Hier lees je hoe het nu met haar gaat.

“Het voelt als een smet op mijn ziel. Mijn vader is inmiddels gestorven en heeft rust. Zelf ben ik nog niet aan rouwen toegekomen. Ik ben boos en verward. Het was heel erg pijnlijk om mijn vader naar een verzorgingstehuis te brengen. Daar ging zo’n lang proces aan vooraf. Het is een taboe in onze Turkse cultuur om de zorg van je ouders over te dragen, maar het ging gewoon niet meer. Als je zo’n beslissing neemt, dan reken je erop dat zo’n besluit niet opeens wordt teruggedraaid. Dat gebeurde wel, van de ene op andere dag. Nu kan ik alleen maar denken: wat heeft hij fout gedaan dat zijn leven op deze manier moest eindigen en dat het leven van onze familie zó op zijn kop werd gezet?

Mijn dementerende vader moest weg uit het tehuis

Mijn vader was altijd een ontzettende lieve en zorgzame man. In onze kindertijd kregen mijn broertjes en zusje en ik nooit een tik van hem. Hij had wel pech in zijn leven: in zijn eigen kindertijd is hij geestelijk en lichamelijk mishandeld door zijn ouders. Vanaf het moment dat hij begon te dementeren, ging hij zijn oude angsten herbeleven. Hij werd agressief en bang om alleen te zijn. Elke dag was ik bij hem in het verzorgingstehuis, samen met mijn broers en zus. Op die manier konden we de zorgtaken van het personeel wat verlichten. Dagelijks namen we mijn vader mee uit wandelen of aten we met hem. Met andere bewoners en vrijwilligers vond hij geen aansluiting omdat hij de Nederlandse taal nooit goed leerde spreken. Uit het niets kreeg ik opeens een telefoontje van het verzorgingstehuis. Er werd een afspraak gemaakt voor een familiegesprek, waar ik samen met mijn broer naartoe ging. Bij dat gesprek was de hele staf van het verpleeghuis aanwezig: de arts, het hoofd van de afdeling en een verpleegkundige. Er was een incident geweest. Mijn vader zou een oneerbaar voorstel hebben gedaan aan een Koerdisch sprekende verpleegkundige. Bovendien was hij met zijn gedrag een gevaar voor medewerkers en medebewoners, werd ons gezegd. Daarnaast zou het voor hem beter zijn als hij naar een verpleegtehuis ging met een Turkssprekende afdeling. Het was code rood, dat hield in dat hij zo snel mogelijk weg moest. ‘Waarom zo opeens?’ vroeg ik nog. Ik was continu bij zijn verzorging betrokken en had niet gemerkt dat er wat misging. Er werd ons te kennen gegeven dat hij kalmeringsmiddelen en slaappillen toegediend zou krijgen zodat hij het grootste gedeelte van de dag zou slapen, als wij geen vervangend tehuis zouden vinden of zelf de zorg op ons zouden nemen. We voelden ons in de hoek gedrukt. Er moest wat gebeuren, en snel ook.

Hij bleek een infectie te hebben

Boos en overstuur liep ik het tehuis uit. Stel dat hij iets oneerbaars gezegd of gevraagd zou hebben, dan is dat verschrikkelijk, maar hij is wel een zwaar dementerende man die niet meer weet wat hij zegt. Bovendien kon hij er heel slecht tegen om alleen te zijn. Hij zou daarom kunnen zeggen: ‘Kom je bij me slapen’, of: ‘Blijf bij me en hou mijn hand vast.’ Hij werd inderdaad agressief en bang als hij alleen was. En juist na de melding van ongewenst gedrag liet het personeel hem aan zijn lot over, waardoor zijn boze gedrag toenam. Nog diezelfde dag belde ik alle verpleegtehuizen met een Turkse afdeling. Nergens was plek. ‘Dan moet papa maar terug naar Turkije en regelen we daar een verzorger voor hem’, concludeerden we. Dat zou heel wat regelwerk en papierwerk betekenen, maar er zat niets anders op. Ik was daar druk mee bezig toen ik bij mijn vader langsging. Ik merkte dat hij suf en hangerig was en koorts had. ‘Hebben jullie niet in de gaten dat mijn vader ziek is?’ vroeg ik aan het personeel. Hij was eerder die week gevallen en bleek een infectie te hebben. Na onderzoek door de arts werd onze familie voor de keuze gesteld: of mijn vader kreeg antibiotica, of hij zou binnen korte tijd aan zijn infectie en koorts overlijden. Voor mij voelde zo’n besluit alsof wij zijn overlijden op ons geweten hadden. Maar wat was zijn vooruitzicht? Opknappen en remigeren naar Turkije, met de vraag of hij daar een goed leven zou hebben zonder ons? Ik voelde me als een zombie. Ook mijn broers en zus worstelden met deze beslissing. Uiteindelijk kreeg hij geen antibiotica maar morfine. De hele familie was bij hem toen hij twee dagen later overleed.

Wat moet ik nu met mijn dementerende moeder?

Toen mijn vader stierf, had hij een vredige glimlach op zijn gezicht. Ik hou maar voor ogen dat hij nu bij zijn broertjes en zusjes is, van wie hij veel hield. Zelf heb ik nog heel veel vragen en verdriet. Hoe heeft dit zo kunnen lopen? Wat moet ik nu met mijn moeder, die ook zwaar dementerend is? Ik durf haar nooit naar een tehuis te laten gaan, als ze zomaar kunnen besluiten haar er weer uit te zetten. Doordat ik zoveel bij mijn vader ben geweest, zie ik in dat er wat móet veranderen in verpleegtehuizen. Personeel brengt een groot deel van de tijd achter de computer door om verslagen te maken. Echte aandacht aan de bewoners wordt gegeven door vrijwilligers. Hoe moet dat met de tweede generatie van de voormalige gastarbeiders? Wat als ik later ga dementeren en weer Turks begin te praten? In onze cultuur wordt heel weinig vrijwilligerswerk gedaan, omdat wij van huis uit hebben meegekregen dat we betaald werk moeten doen om het hoofd boven water te houden. Ik hoop dat daar verandering in komt, want er zijn veel niet-Nederlandstaligen die aandacht tekort komen in verpleeghuizen en zo vereenzamen. Ik hoop dat mijn verhaal iedereen aan het denken zet, óók de overheid. Want als het nu al niet gaat met de zorg voor onze bejaarde, zieke of dementerende ouders, hoe moet dat dan in de toekomst?”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden