Waarom heb ik toen niets gezegd?

PREMIUMWaarom heb ik toen niets gezegd?

Esther: “Een onbekende man kwam mijn huis in en begon me te zoenen”

Waarom heb ik toen niets gezegd?Beeld Libelle

Soms is een situatie zo bizar, ongewenst of ongemakkelijk, dat we met onze mond vol tanden staan en niet weten hoe we moeten reageren. Iedere week vertelt een lezeres in ‘Waarom heb ik toen niets gezegd?’ over zo’n voorval. Deze week Esther (27), die op een feestje werd aangerand door een onbekende.

Eva BredaLibelle

“Trillend schenk ik twee glazen Hugo in. De zoete bruiswijn gutst nog net niet over de rand. Aris, een Griekse jongen die ik tot een uur geleden niet kende, staat achter me. Ik ontmoette hem op het buurtfeestje van mijn appartementencomplex. Toen ik drankjes voor ons ging halen, liep hij zonder toestemming mee naar mijn appartement. Ik durfde niet te zeggen dat ik dat niet wilde. En nu staat hij hier. Trekt hij de deur achter zich dicht. En is er ineens een onbekende man in mijn domein. Ik voel paniek opkomen.

Ongewilde zoen

‘Why are you so uncomfortable?’, vraagt Aris. Ik vertel hem dat ik er niet van houd als mensen in mijn huis zijn. Dat ik mijn leven, mijn appartement en mezelf niet graag openstel. In plaats van ‘sorry’ te zeggen, verschijnt er een geniepige lach op Aris’ gezicht. ‘Dan mag ik me dus wel vereerd voelen dat ik hier ben’, zegt hij in het Engels. Ik probeer mijn vervelende onderbuikgevoel weg te drukken. Terwijl ik koortsachtig nadenk hoe we zo snel mogelijk weer bij de andere feestgangers kunnen komen, komt Aris dichterbij. Mijn ademhaling versnelt en voor ik het weet, begint hij me te zoenen. Help, hoe kom ik hier zo snel mogelijk weg? In een split second besluit ik dat ik nu geen stennis moet schoppen, maar dat ik beter kan terugzoenen. Tegen mijn zin. Heel kort. Het is zo voorbij.

Hij drong mijn huis binnen

Op het buurtfeestje raakte ik al gauw aan de praat met de vriendelijk ogende Aris. Hij was een kennis van één van mijn buren. We kletsten wat, maar flirtten niet. Zo ben ik niet. Na het overlijden van mijn vader, zo’n vier jaar geleden, lukt het me niet meer mezelf open te stellen naar mannen. Een date heb ik in jaren niet gehad.

Het was dan ook uit beleefdheid dat ik Aris ook een drankje aanbood toen mijn eigen glas leeg was. Hij dronk iets veel sterkers, hij zou vast niet op mijn aanbod ingaan. Maar tot mijn verbazing wilde Aris wél graag een glas wijn. Toen ik opstond om dat voor ons te halen, stond ook hij op en liep met me mee. Shit, daar had ik niet op gerekend. Ik had toen meteen moeten zeggen dat ik liever geen mensen in huis heb, maar ik wilde hem niet kwetsen.

Zijn handen onder mijn shirt

Ik weet niet of het onveiligheid of ongemak is, maar altijd als een vreemde in mijn huis is, voel ik paniek opkomen. Ook nu. Aris merkte mijn trillen, hijgen, horten en stoten op. Toch negeerde hij mijn antwoord. Ik gaf toch aan dat ik me onprettig voelde, waarom zoende hij me alsnog? Had ik hem de verkeerde signalen gegeven? Om hem niet te beledigen en om geen stennis te schoppen zoende ik even terug, maar toen zijn handen onder mijn shirt kropen, vluchtte ik halsoverkop naar de borrelruimte. Dit wilde ik echt niet.

Hij bleef mij volgen

Eenmaal daar had Aris nog steeds niet door dat ik echt niets van hem wilde. Hij bleef me volgen. Als ik bij een groepje stond te kletsen, ging hij tussen mij en de rest staan, totdat we weer met z’n tweeën stonden. ‘Let’s finish what we started’, bleef hij zeggen. ‘Nee, Aris’, zei ik. ‘Ik voel me er onprettig bij. Ik wil niet dat je in mijn huis komt. Dat heeft niets met jou te maken, maar met issues die ik zelf heb.’ Ik bood zelfs nog mijn excuses aan dat ik zo ‘moeilijk’ deed!

Snapte hij mij echt niet?

Nog altijd drong het niet door. ‘I will fix your issues, let’s go to your room’, zei hij. Hij stond te dichtbij, maar als ik een stap naar achteren zette, zette hij er één naar voren. Ik voelde me zo geïntimideerd dat ik tranen achter mijn ogen voelde branden. Toen Aris me bij mijn middel vastpakte om me nog dichter naar zich toe te trekken, was de maat vol. De paniek in mijn hoofd ontvlamde en in een opwelling rende ik zo hard als ik kon naar mijn appartement. Achter me hoorde ik de voetstappen van Aris. ‘Esther, Esther’, riep hij door de gang. Snapte hij echt niet dat ik alleen wilde zijn?

Voelde me vies, dom en lullig

Met Aris’ veel snellere voetstappen achter me, sprintte ik naar mijn voordeur. Ik was net op tijd om die voor zijn gezicht dicht te smijten. Eenmaal in mijn appartement huilde ik hijgend mijn paniek weg. Had ik Aris zulke verkeerde signalen gegeven? Hoe had het zo ver kunnen komen? Pas toen ik een half uur later de stem van een lieve, bezorgde buurman in de gang hoorde, durfde ik naar buiten te komen. Aris stond er ook nog. Kort verontschuldigde ik me dat ik moest huilen. ‘It’s not you, it’s me’, zei ik nog. De rest van de avond bleef ik krampachtig aan mijn vrienden hangen om niet bij Aris in de buurt te hoeven zijn. De day after lag ik huilend en met een leeg gevoel in bed. Ik voelde me vies, dom dat ik mijn eigen grenzen had genegeerd, en tegelijkertijd lullig over het blauwtje dat ik Aris had laten lopen.

Ik zat niet fout

Pas in de weken erna ging ik inzien dat dat niet het geval was. Aris liep geen blauwtje, ik negeerde mijn grenzen niet. Hij denderde moedwillig over mijn grenzen heen voor zijn eigen genot. Ik héb hem gezegd dat ik me onprettig voelde, dat ik me niet openstel naar mannen, dat ik liever niemand in mijn huis heb. Maar in plaats van te luisteren en respectvol met mijn issues om te gaan, zag Aris mijn kwetsbaarheid als een uitnodiging om zijn eigen zin door te zetten. Pas toen vrienden en mijn moeder de situatie zo belichtten, kon ik dat inzien.

Hij pushte mij

Ik heb dan ook spijt dat ik die avond niet harder ben geweest. In plaats van ‘sorry voor mijn issues’ en ‘het ligt niet aan jou’ had ik moeten zeggen dat het wél aan hem lag. Dat zijn aanpak respectloos was en hij mijn grenzen keihard negeerde. Sterker nog, hij pushte me juist om verder te gaan.

Ik vond daten met mannen al lastig, maar sinds dit voorval is dat nog een stukje erger geworden. Ik ga aan mezelf werken, mijn vaders dood verwerken, en dat zal nog een lange reis worden. Maar één ding heb ik wel geleerd: dat je ergens in meegaat betekent nog niet dat je het ook wil. Ik hoef me nergens schuldig om te voelen. Ik gaf mijn grenzen aan en daar ben ik trots op.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden