null Beeld

Exclusieve voorpublicatie: Barst van Boris Dittrich

Thrillerauteur Boris Dittrich schreef voor de Spannende Boekenweken het Geschenkboek Barst, waarin een moord en een populair tv-programma centraal staan. Het eerste deel is hier nu exclusief te lezen.

Het telefoontje van de officier van justitie is kort en zakelijk: ‘In het Vondelpark is een lijk gevonden, bij de rozentuin. Het is een jonge man, zijn schedel is ingeslagen. Er zijn al wat politiemensen ter plaatse. Wil jij de leiding nemen?’ Maya Oliphant houdt de hoorn van de telefoon nog een tijdje in haar hand, nadat de officier heeft opgehangen. Peinzend staart ze uit het raam van haar kamer in het hoofdbureau van politie. Dit is de eerste keer dat ze de leiding krijgt over een moordonderzoek.

Bingo

De regen slaat tegen de ruit. Het is dinsdagochtend vroeg, het verkeer op de Lijnbaansgracht staat muurvast. Maya strijkt met haar hand over haar korte haar. De rode kleur geeft haar iets onverzettelijks. Ze is gespierd, lenig en heeft al een paar marathons op haar naam staan. Door haar zachte stem en langzame praten schatten veel mensen haar te laag in, denken dat ze meegaand en toegeeflijk is. Maya maakt hier graag gebruik van en draait de rollen moeiteloos om waardoor zij het uiteindelijk is die de lakens uitdeelt.

Ze pakt haar paraplu uit het rek bij de deur en loopt naar de kantoortuin tegenover haar kamer, waar Bulut Kaya naar een computerscherm tuurt. Ze werken allebei sinds een jaar op de afdeling Zware Criminaliteit. Daarvoor hadden ze elkaar goed leren kennen tijdens een ingewikkeld onderzoek naar de moord op een zwerver in Amsterdam. Sindsdien zijn ze niet alleen collega’s maar ook vrienden.

‘Momentje,’ zegt Bulut, terwijl hij iets in een proces-verbaal typt. Hij is een atletisch gebouwde man van begin dertig. Zijn donkere ogen met lange, zwarte wimpers en zijn rechte neus geven hem een klassieke uitstraling. ‘Het is bingo,’ zegt Maya, terwijl ze op de rand van zijn

bureau gaat zitten.

Potenrammen

‘Wat bedoel je?’ vraagt hij. Nu pas kijkt hij haar aan en heeft ze zijn volle aanacht. ‘Er is een lijk in het Vondelpark gevonden. Een jonge man met een ingeslagen schedel. Bij de rozentuin, dus misschien is dit een uit de hand gelopen geval van potenrammen. De officier vroeg of ik de leiding wil nemen over het onderzoek.’

‘Aan de slag dan,’ zegt Bulut. Hij neemt een slok van zijn koffie en trekt zijn regenjas aan. Hij pakt de autosleutels van het haakje bij de deur. ‘Kom, ik rij wel.’ Alle kleur is uit de stad verdwenen, het is één palet van grijs, zwart en bruin. De ruitenwissers maken een irritant, knarsend geluid. In de auto is Maya constant aan de telefoon, ze vraagt de schouwarts te komen, de politiefotograaf en regelt dat de technische recherche sporenonderzoek komt doen.

Bulut rijdt bij het voormalige Filmmuseum het park in, toetert en knippert af en toe met zijn lichten. Omdat het zo hard regent, zijn er weinig fietsers. In de verte staat een groep mensen onder paraplu’s dicht tegen elkaar aan, de eerste ramptoeristen. Bulut parkeert op het fietspad en gebaart naar Maya dat ze er zijn. Het wandelpad dat dwars door het Vondelpark loopt, is al met rood-wit politielint afgezet. Drie collega’s van politiebureau Van Leijenberghlaan houden de mensen op afstand. Maya stapt op een van hen af. ‘Dag Remko. Long time no see!’

Bad news

‘Here comes bad news,’ lacht Remko. ‘Kun je me het slachtoffer laten zien? Bulut, loop je mee?’ Remko en Bulut schudden elkaar de hand, ieder een andere kant uit kijkend. Zwijgend lopen ze over het modderige voetpad, nagestaard door het nieuwsgierige publiek. De bosschages die het voetpad van de rozentuin scheiden, zijn dicht begroeid. ‘We kunnen beter van de andere kant de struiken in,’ zegt Remko Vonk en hij loopt een smal pad in.

Aan het eind ervan blijft hij staan. ‘Hierachter ligt hij.’ Maya doet haar paraplu dicht en duwt er de takken mee omhoog. Daar, in een modderpoel bij een boomstronk ligt de jongeman. Zijn joggingbroek is een beetje afgezakt, de bilspleet zichtbaar. Hij ligt op zijn zij, met zijn gezicht in de modder. Vlak boven zijn oor is zijn schedel gebarsten. Zijn wang is rood van het bloed. Ze blijven staan om geen sporen uit te wissen. Maya houdt haar adem in. Het lijkt alsof de wereld stilstaat en er geen enkel geluid doordringt. Het went nooit. Telkens wanneer ze met de dood wordt geconfronteerd, raakt ze even uit balans.

Bulut staat naast haar en houdt de bovenste tak vast. ‘Ik schat hem op een jaar of dertig,’ zegt hij zacht. ‘Arme stakker,’ zegt Maya en ze stapt voorzichtig achteruit. Remko Vonk praat haar bij. ‘De hond van de vrouw die over het voetpad liep, was vreselijk gaan blaffen. Ze had de takken weggeduwd en het bebloede hoofd gezien. In paniek belde ze 112.’

Astronauten

Maya neemt de directe omgeving goed in zich op. ‘Kijk,’ zegt Bulut, verderop naar de grond wijzend. ‘Dat lijkt wel een sleepspoor. Het komt van buiten de bosjes vandaan.’ Maya volgt zijn blik. ‘Misschien zat hij op die bank daar en is hij toen tegen zijn hoofd geslagen,’ zegt ze. ‘En daarna heeft de dader zijn lichaam de bosjes in gesleept om het te verstoppen,’ vult Bulut aan.

De collega’s van de technische recherche arriveren bij de plaats delict. Ze stappen uit een wit busje en beginnen meteen de bosjes planmatig en nauwgezet te onderzoeken. In hun witte pakken zien ze eruit als astronauten. De camera van de politiefotograaf flitst onophoudelijk. Hij legt alle voetafdrukken in de modder vast. ‘Balen dat het de hele nacht geregend heeft. Zal moeilijk worden om bruikbare sporen te vinden,’ zegt Bulut.

Maya en hij zijn bij een houten bank in de rozentuin gaan staan om niet in de weg te lopen. In de rugleuning ervan is een gedenkplaatje bevestigd: ‘Ter nagedachtenis aan Eddy Cohen’. Een ambulance komt over het fietspad aanrijden en parkeert achter de politieauto. Twee broeders duwen een brancard op wieltjes over het voetpad tot bij de struiken. Ze wachten tot de schouwarts haar eerste onderzoek heeft afgerond.

Plastic hoes

‘Niets in zijn broekzakken te vinden, ook niet in zijn regenjack. Geen identiteitsbewijs, geen portemonnee, geen telefoon,’ merkt ze op, als ze uit de bosjes komt en zich bij Maya en Bulut voegt. Ze geeft de ambulancebroeders een teken. Het lijk van de jongeman wordt voorzichtig opgetild en op de brancard gelegd. In een mum van tijd is het lichaam in een plastic hoes geritst. ‘Nou, daar ga je,’ mompelt Maya, terwijl de brancard naar de achterkant van de ambulance wordt gereden. Ontdaan kijkt ze Bulut aan. ‘Godsamme, dat je zo aan je eind moet komen.’

Zwijgend lopen ze terug naar de politieauto, waar Maya de patholoog-anatoom een sms’je stuurt: ‘Jongeman in Vondelpark gevonden met ingeslagen schedel. Gaarne met spoed autopsie.’ Ze krijgt al snel een berichtje terug. ‘Er is vertraging in de afhandeling van een andere zaak bij het nfi, dus ik kan er vanmiddag meteen aan beginnen.’

Op het hoofdbureau loopt Maya met Bulut naar het vergaderzaaltje aan het einde van de gang, waar Maya vele uren heeft doorgebracht, toen ze nog bij de rijksrecherche werkte en moest beoordelen of politiemensen hun werk goed hadden gedaan. De kamer is spaarzaam ingericht. In de vensterbank staat een grote varen in een pot, die al tijden geen water heeft gehad, de bladeren geel gekleurd aan de uiteiden. Aan de muur hangt een poster van een tentoonstelling van Marlene Dumas in het Stedelijk Museum.

Hit-and-run

Een kunstliefhebber in het gebouw had gepoogd de kamer ermee op te vrolijken. De poster heeft als titel ‘The Image as Burden’, en er staat een naakt kind frontaal op afgebeeld, de ene hand rood van het bloed, de andere zwart. Het kijkt woest de kamer in met het gezicht van een seriemoordenaar. ‘Nog steeds dat ding,’ zegt Bulut geërgerd. ‘Ik heb het al twee keer van de muur gehaald, maar iemand hangt het steeds weer terug.’

Maya haalt haar schouders op. ‘We moeten nu zo snel mogelijk de identiteit van het slachtoffer zien te achterhalen. Zou de dader een potenrammer zijn geweest, net als bij die man in het Oosterpark afgelopen jaar? Na die moord heeft het stadsdeel daar zelfs de winterharde planten vervangen.’ ‘Die Pool was helemaal niet uit de kast in zijn eigen land,’ antwoordt Bulut. ‘Pijnlijk voor zijn familie om op zo’n manier achter de seksuele geaardheid van hun zoon te komen.’

‘Het kan heel goed zijn dat we hier met net zo’n zaak te maken hebben,’ zegt Maya. ‘Ook in het Vondelpark worden homo’s wel eens bedreigd en beroofd. Maar iemand heeft moeite gedaan het lijk te verstoppen, dat wijst niet op een impulsieve “hit-and-run”. Nee, hier is iets anders aan de hand.’

Sproetenkop

Voor de moord.

Lilian Lely staat voor de spiegel in de kleedkamer die ze met de andere kandidaten van Nederlands Nummer 1, RTL’s nieuwe zangwedstrijd, moet delen. Vanavond moet het publiek bepalen welke vijf kandidaten doorgaan naar de volgende ronde, nummer zes valt af. Degenen die hun kunstje al hebben gedaan, hangen lacherig in de green room, waar ze melig commentaar geven op hun concurrenten. Lilian moet zo op.

De kandidate die vanavond het laatst aan de beurt is, Hankabella, zit in kleermakerszit op een matje in de hoek van de kleedkamer, met een grote koptelefoon op. Ze wil niet praten en bedwingt haar zenuwen door diep grommend met gesloten ogen langzaam uit te ademen. Lilian inspecteert haar wenkbrauwen en make-up. Haar sproeten zijn vakkundig weggeplamuurd, haar rossige haar is een tint donkerder geverfd en voller van kleur. Ze herkent zichzelf nauwelijks. Ik mag er best zijn, denkt ze met een lachje.

Zouden haar vroegere klasgenoten van de Christelijke Scholengemeenschap vanavond voor de tv zitten? Jarenlang was ze gepest, uitgemaakt voor ‘rooie’ en ‘sproetenkop’, gestompt en geduwd op school, en werd ze niet voor feestjes uitgenodigd, maar nu staat zij toch maar mooi in de liveshow van Nederlands Nummer 1. En waar zijn die pestkoppen uit haar havoklas gebleven? Nergens te bekennen, ploeterend in onbeduidende deeltijdbaantjes, terwijl zij, Lilian Lely, bekend bij een miljoenenpubliek, elke zaterdagavond live op tv de sterren van de hemel zingt.

Bekroning

Nog een paar weken te gaan tot de grote finale en de bekroning van de winnaar. ‘Als ik dat toch eens mocht zijn!’ zegt Lilian tegen haar spiegelbeeld. Wat zou haar moeder daar blij mee zijn. Er wordt op de deur geklopt. ‘Ben je zover? Je bent over twaalf minuten aan de beurt, meteen na het grote reclameblok. Parbo is net begonnen.’

Hans Jaring, de productieleider, houdt de deur voor haar open. Ze lopen door de smalle gang naar het podium. ‘Ga maar achter het gordijn staan tot je aan de beurt bent. Er zit een gat in de stof. Dan kun je de zaal zien.’ Lilian buigt zich voorover en ziet de tafel van de drie juryleden die fel verlicht is. De zaal zelf is één groot zwart gat.

Parbo haalt met een rauwe kreet uit en zijn optreden is afgelopen. Het publiek in de zaal, zo’n vijfhonderd man, reageert lauw. Het applaus verstomt snel en de presentatrice, bekend van allerlei spelshows en vier echtscheidingen die breed in de bladen zijn uitgemeten, pakt hem bij de schouder. ‘Wat vond je er zelf van?’ vraagt ze met een stralende glimlach. Parbo stamelt dat het lekker ging en dat hij hoopt dat de jury dat ook vindt.

Bagger

Je hebt goed naar onze mental coach geluisterd, denkt Lilian. Die hamert er wekelijks bij de kandidaten op dat ze altijd positief moeten blijven. Ook over je eigen prestatie, hoe slecht het ook ging. De mensen thuis op de bank hebben geen benul, ze horen echt niet of je vals hebt gezongen. Dus verlaag je kansen nooit met zelfkritiek.

Guitig kijkt de presentatrice de zaal in. ‘We gaan meteen aan de jury vragen hoe ze jouw optreden waarderen.’ De jury bestaat uit drie grote namen uit de RTL-stal die in het verleden een carrière hebben gehad in de zang- en entertainmentwereld. Hun hits zijn opgedroogd en jureren tijdens de hitshow is de enige mogelijkheid om hun bekendheid op peil te houden. De zangeres uit Volendam die ooit de meeste nummer 1-hits achter elkaar in de Top 40 scoorde, blinkt meestal uit in nietszeggend positief commentaar, maar vanavond oordeelt ze hard. ‘Ik had niet het gevoel dat je je de tekst van het nummer eigen had gemaakt. Ik miste passie, bevlogenheid.’

Een gematigd protest uit de zaal, uit de hoek waar de fans van rapper Parbo zitten. Het tweede jurylid, een uitgerangeerde zanger die tegenwoordig alleen nog in de media komt wanneer hij collega-artiesten onderuithaalt, is dodelijk in zijn commentaar. ‘Nee, dit was het niet. Je begon te laag en kon het tempo van het nummer niet bijhouden. Niet goed.’ Een fluitconcert vanuit de zaal. Hij draait zich om en roept naar het publiek: ‘Wat nou? Bagger is bagger, toch?’ en hij lacht zijn gebleekte tanden bloot.

Revancheren

Beduusd kijkt Parbo naar het derde jurylid. Jurylid nummer drie had tien jaar geleden de zangwedstrijd Idols gewonnen en heeft sindsdien een aantal fluisterliedjes geschreven die met name bij begrafenissen worden gedraaid. Ze heeft zich de afgelopen weken met eerlijke en beschaafde reacties geliefd gemaakt en wordt alom bewonderd. 'De vorige afleveringen stond je er echt, en was je sterk in het neerzetten van je nummers. Vanavond steekt er bleekjes bij af, maar als de kijkers je door laten gaan, kun je je volgende week zaterdag revancheren.’ Applaus uit de zaal.

‘We gaan het zien, we gaan het zien!’ kraait de presentatrice. Met zachte hand duwt ze Parbo naar de coulissen, onderwijl het telefoonnummer noemend dat mensen thuis kunnen bellen als ze hem met hun stem willen belonen. Het reclameblok wordt ingezet, de camera’s gaan uit. De presentatrice loopt naar achteren op het podium en roept tegen niemand in het bijzonder: ‘Waar is verdomme mijn water? Waarom staat het niet klaar?’ Ze ziet Lilian geschrokken naar haar kijken, maar negeert haar. Ze krijgt een glas water van Hans Jaring aangereikt. ‘Wat is het bagger vanavond,’ foetert ze tegen hem. ‘Totaal geen kwaliteit.’

De kapster spuit ondertussen wat haarlak op haar krullen en verschuift hier en daar een lok. Dan loopt de presentatrice weer naar voren en gaat naast Lilian staan, die inmiddels op de kruk achter de microfoon zit, haar gitaar in de aanslag. Iemand telt de seconden af tot het programma weer in de lucht is. ‘Lieve dames en heren, alle mensen thuis, we willen immers niemand uitsluiten,’ lacht de presentatrice olijk, ‘u kijkt naar de liveshow van Nederlands Nummer 1. We zijn bij de volgende kandidate aanbeland, Lilian Lely uit Amsterdam. Wat ga je vanavond voor ons zingen, schat?’

Hallelujah

De presentatrice buigt zich voorover, haar gezicht dicht bij Lilian, met een grote glimlach de camera in kijkend. ‘Ik heb gekozen voor “Hallelujah” van Leonard Cohen.’ Lilian voelt zich onzeker, merkt ze. ‘Okay, take it away,’ roept de presentatrice met een weids armgebaar en stapt opzij. De lichten gaan uit, de camera aan het plafond zoeft naar beneden en hangt vlak bij Lilian in de lucht. Een spot beschijnt haar gezicht. Het versterkt de indruk van een meisje, moederziel alleen op het immense podium.

Lilian tokkelt op haar gitaar en zet dan hoog en zuiver in. Haar stem zweeft door de zaal, het publiek reageert bewonderend. Nadat ze het laatste akkoord heeft aangeslagen, rolt er een traan over haar wang, close-up in beeld gebracht. Buiten het bereik van de camera’s gebaren de productiemedewerkers naar het publiek dat ze moeten gaan staan, juichen, stampen, klappen. ‘Doorgaan, doorgaan,’ zwepen ze de zaal op. De camera registreert het enthousiasme.

‘Sodeknetter, wat mooi!’ roept de presentatrice. Ze slaat een arm om de geëmotioneerde Lilian heen en kijkt haar vertederd aan. ‘Kijk, dat is allemaal voor jou!’ roept ze, naar de zaal wijzend. Het applaus zwelt weer aan en Lilian lacht haar tranen weg. ‘Dank u wel!’ zegt ze bescheiden. ‘Wat vindt de jury? Ik hoef het eigenlijk niet te vragen,’ zegt de presentatrice, ‘maar toch.’

Klasse

‘Klasse, grote klasse,’ oordeelt de oudere zangeres. Ze is gaan staan en moet in haar microfoon roepen om boven het publiek uit te komen: ‘Je hebt deze evergreen een eigen twist gegeven en weer actueel gemaakt.’ De andere twee juryleden roepen in koor: ‘Jij moet door naar de volgende ronde. Geen twijfel over mogelijk. Het beste wat we vanavond hebben gezien en gehoord.’

De presentatrice legt haar hand tegen haar wang, genietend van het enthousiasme in de zaal. ‘Wat een show, het spettert ervan af vanavond, lieve mensen. Wat een kwaliteit! Lilian, ga naar de green room en voeg je bij de anderen!’ Nadat alle deelnemers hun lied hebben gezongen, gaan de telefoonlijnen open en kan het publiek op zijn favoriet gaan stemmen. Het eerste deel van de show is afgelopen.

Er volgt een programma over mensen die tijdens hun vakantie in verre landen ziek zijn geworden en het thuisfront om hulp smeken. Na het nieuws en een lang reclameblok wordt weer naar Nederlands Nummer 1 overgeschakeld. In het tweede deel van het programma wordt de uitslag van de televoting bekendgemaakt. ‘Meer dan een half miljoen mensen hebben hun stem uitgebracht, een record!’ roept de presentatrice opgetogen. Na eindeloze herhalingen van delen van de uitzending van vanavond en reclames krijgt ze een envelop aangereikt.

Er klinkt tromgeroffel. Parbo heeft de minste stemmen behaald en wordt naar huis gestuurd. In de green room pakt Lilian meteen haar telefoon. ‘Mam, wat vond je van vanavond?’ Even is het stil, en dan hoort ze haar moeder zeggen: ‘Je hebt me niet teleurgesteld.’

Spoorloos

Met een zucht leest Maya het relaas over een recente vermissing. Een man die met een burn-out thuis zat, had zijn medicijnen niet ingenomen en was een fietstocht gaan maken. Sindsdien is hij spoorloos verdwenen. Samen met Bulut heeft ze de lijst van vermiste personen in Nederland verdeeld. Een bonte stoet van personen trekt aan haar voorbij.

Ze slaat de vrouwen over en de mannen van boven de veertig, maar toch blijven er nog behoorlijk wat vermiste jonge mannen over. Onder andere het klassieke verhaal van een jonge vader in een dorp in de kop van Noord-Holland die op een zondagochtend tegen zijn vrouw zei dat hij even sigaretten ging halen. Hij pakte de auto en sindsdien is er nooit meer iets van hem vernomen.

Plotseling voelt ze een hand op haar schouder, Bulut is achter haar komen staan. ‘Ik word hier niet goed van. Wat een treurnis. Je kan vast wel een kop koffie gebruiken.’ Hij zet het plastic bekertje voor haar neer dat hij net uit de kantine heeft gehaald. ‘En we hebben de foto van de politiefotograaf.’ Hij legt hem op Maya’s bureaublad. Het slachtoffer is en profile gefotografeerd, waardoor de hoofdwond niet te zien is en het net lijkt alsof hij slaapt.

‘Best een aantrekkelijke man,’ peinst Maya. ‘Heb jij nog verdwijningszaken gezien die hiermee te maken kunnen hebben?’ ‘Nee, maar het kan natuurlijk ook een toerist zijn die ’s avonds naar het Vondelpark is gegaan. Ik heb Interpol gevraagd om een lijst van recente, internationale vermissingen,’ zegt hij.

DNA

Van de voorlopige conclusies uit het rapport van de patholoog- anatoom worden ze niet veel wijzer. Het slachtoffer had geen alcohol of drugs in zijn bloed gehad, er waren geen spermasporen op zijn lichaam aangetroffen. De doodsoorzaak is een forse inslag op de linkerkant van het hoofd, waardoor de schedel is gebarsten en de hersens zijn beschadigd. De dood moet snel zijn ingetreden. Op de kleren van het slachtoffer zijn een paar haren en huidschilfers aangetroffen die niet van hem zelf zijn. Het materiaal is naar het Nederlands Forensisch Instituut opgestuurd om met dna-sporen in hun databank te vergelijken.

Maya kijkt Bulut aan. ‘We hebben nog niets. Iemand moet hem toch missen. Zouden we niet wat breder moeten rondvragen?’ Na overleg met de officier van justitie belt ze met een bevriend journalist van Het Parool. De volgende dag plaatst de krant het verhaal over de vondst van het lijk prominent op de voorpagina. ‘Jonge man op homo-ontmoetingsplaats Vondelpark vermoord’ is de kop. Het stuk is redelijk genuanceerd.

In het midden wordt gelaten op welke wijze hij is gedood omdat Maya geen details naar buiten wilde brengen die de opsporing zouden kunnen bemoeilijken. Maar al snel volgen de commentaren op de social media, waarbij het verhaal steeds verder wordt aangedikt. ‘Vogelvrij in Vondelpark’. ‘Jacht op homo’s geopend’. ‘Geweld tegen homo’s escaleert!’ Binnen korte tijd wordt beweerd dat een groep Marokkaanse potenrammers af en toe ’s avonds door het Vondelpark trekt op zoek naar slachtoffers.

Sesationeel

Dit bericht wordt veel overgenomen en gaat een eigen leven leiden. Een ander verhaal maakt melding van een bloedige steekpartij. ‘Keel slachtoffer doorgesneden’. Hoofdschuddend leest Maya de sensationele verslagen op de social media. Op de dag dat Het Parool verschijnt, belt een oudere homoseksuele man die Maya kent van haar werk voor Roze in Blauw, een groep politiemensen die zich speciaal richt op de homogemeenschap. ‘Ik was zondagavond even in het Vondelpark, maar het begon te regenen en ben toen snel weggegaan.’

Hij vertelt dat hij een groep jongens in de verte hoorde schreeuwen. Een van hen sloeg met een stok tegen een lantaarnpaal. Hij had zich gauw uit de voeten gemaakt, en kon van de groep geen enkel signalement geven. Verder was hij niemand in het park tegengekomen op iemand in een poncho met een hondje na. Maya bedankt hem voor de informatie en hangt dan snel op als ze een mailtje van Bulut in haar inbox ziet verschijnen. Ik heb beet! Kom je?

Ze springt op en loopt naar zijn gedeelte van de kantoortuin, waar hij aan de telefoon is. Met zijn hand woelt hij door zijn lange haar. ‘Laat ik het even herhalen, mevrouw. Mijn collega staat nu naast me, dan hoort zij het ook meteen. Uw zoon Jeroen komt elke maandag bij u eten. Afgelopen maandag is hij niet geweest, en hij liet ook niets van zich horen. Toen hebt u naar zijn werk gebeld, hij werkt in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. Ze zeiden dat hij daar sinds het weekend niet meer is geweest, zonder bericht. U bent naar zijn flat in de Pijp gegaan, u hebt een sleutel, maar het was duidelijk dat hij al een paar dagen niet thuis is geweest. Uw zoon heeft blond haar, is negenentwintig jaar oud. U wilt hem als vermist opgeven.’

Envelop

Maya trekt haar wenkbrauwen op en gebaart Bulut met haar een afspraak te maken. ‘Zou u zo meteen bij ons op het hoofdbureau kunnen langskomen?’ vraagt Bulut, Maya aankijkend. ‘En kunt u een paar foto’s van uw zoon meenemen?’ Hij hangt op. ‘Het is een lieve vrouw, ze is erg bezorgd. Het Parool heeft ze niet gelezen, ze werd door de collega’s doorverbonden. Ik hoop niet dat hij het is, anders wordt het een moeilijk gesprek.’

Een uur later meldt de bezorgde moeder zich bij de balie aan de Marnixstraat. Bulut haalt haar op, terwijl Maya zich in de spreekkamer installeert onder de poster van Marlene Dumas. Gauw pakt ze een bekertje water en probeert de droge plant nieuw leven in te blazen. ‘Mevrouw Hermanus, dit is mijn collega Maya Oliphant,’ introduceert Bulut haar. Mevrouw Hermanus neemt plaats op de stoel die Maya haar aanwijst. Ze is zichtbaar nerveus en versnippert een papieren zakdoekje.

‘Ik heb foto’s van Jeroen meegenomen,’ zegt ze zacht, haar neus snuitend, en uit haar boodschappentas haalt ze een envelop. Zonder dat een van hen iets zegt, spreidt ze een aantal kleurenfoto’s op tafel uit. Maya en Bulut halen tegelijk diep adem. In één oogopslag is het hun duidelijk.

Beul

De stilte duurt lang. Allerlei gedachten schieten door Maya’s hoofd. Dan zegt ze: ‘Ik heb heel slecht nieuws voor u.’ Haar stem gaat omlaag en ze schraapt haar keel. ‘Het slechtste nieuws dat u maar kunt krijgen.’ Ze buigt zich naar mevrouw Hermanus toe die schichtig van Maya naar Bulut kijkt. Maya legt haar hand op die van de vrouw. ‘Uw zoon Jeroen leeft niet meer. Hij is dood aangetroffen in het Vondelpark. Hij is vermoord.’ Maya kijkt haar aan, bijna smekend om een rustige reactie.

Mevrouw Hermanus’ ogen gaan van links naar rechts. ‘Nee,’ schudt ze haar hoofd. ‘Dat kan niet. Jullie vergissen je. Jeroen is niet dood.’ Ze kijkt over Maya’s schouder en vestigt haar blik op het boze kind op de poster aan de muur. ‘Nee, dat kan niet,’ zegt ze nog eens beslist, alsof ze met bezwerende woorden de werkelijkheid naar haar hand kan zetten. Maya staat op. ‘Ik ga even de foto halen die onze fotograaf van hem heeft gemaakt. Dan kunt u zelf zien of hij het is.’

Maya beent de kamer uit en loopt naar haar kamer, waar ze de foto van haar bureau pakt. Teruglopend naar de spreekkamer voelt ze zich een beul die een doodvonnis gaat voltrekken. De gang lijkt extra lang, ze komt nauwelijks vooruit, alsof haar schoenzolen met kauwgum zijn vastgeplakt. Mevrouw Hermanus dept haar ogen met het restant van het papieren zakdoekje. Haar hand beeft bij het aanpakken van de foto. Het is stil in de kamer. Maya en Bulut kijken haar aan.

Moordenaar

‘Nee,’ zegt mevrouw Hermanus fel. ‘Dit kan niet. Dit wil ik niet.’ Ze staat abrupt op.’Ik ga naar huis.’ Paniekerig kijkt ze om zich heen. ‘Gaat u nog even zitten. Dit is vreselijk moeilijk voor u.’ Maya duwt haar weer op haar stoel. ‘Wie kan hem zoiets aandoen?’ jammert ze. Bulut schuift zijn stoel dichterbij, terwijl Maya op de gang een glas water gaat halen. ‘Wij doen er alles aan om de zaak op te lossen. Dat zijn we aan Jeroen verplicht.’

‘De zaak? De zaak? Jeroen is mijn zoon!’ schreeuwt ze. ‘We doen ons uiterste best zijn moordenaar te vinden,’ herhaalt Bulut. Hij hoort Maya’s voetstappen in de gang dichterbij komen. ‘Alstublieft,’ zegt Maya, het glas aanreikend. Mevrouw Hermanus pakt het aan, bibberend, het water klotst over de rand, ze drinkt het met grote teugen leeg, zich bijna verslikkend.

‘Wat moet ik doen?’ Ze slaat haar handen voor haar gezicht. ‘Wat moet ik doen? Wat moet ik doen?’ Plotseling barst ze in snikken uit. Haar schouders schokken. Maya streelt haar hoofd, Bulut legt zijn hand op haar schouder. ‘Dit is het ergste wat een moeder kan overkomen,’ zegt Maya. Ze denkt aan haar zoontje Zlatan en haar vrouw Inger. ‘Hebt u familie of vrienden bij wie u vandaag terechtkunt?’vraagt Bulut. ‘Kunnen we iemand voor u bellen? Of u naar iemand toe brengen?’

Mantra

Mevrouw Hermanus schudt haar hoofd. ‘Nee, ik wil niemand om me heen, ik wil alleen zijn.’ Ze staat weer op. ‘Ik wil alleen zijn,’ herhaalt ze als in een mantra. ‘Alleen.’ ‘Ik breng u naar de uitgang,’ zegt Maya en ze geeft mevrouw Hermanus een arm. ‘Dank u wel,’ stamelt die. Het lijkt alsof haar voeten haar niet meer gehoorzamen, ze struikelt bijna als ze bij de lift komen. ‘Waarom? Waarom?’ snikt ze. ‘Jeroen is zo’n lieve jongen. Iedereen houdt van hem.’ Maya heeft een brok in haar keel en doet er het zwijgen toe.

‘Is mijn zoon vermoord?’ vraagt mevrouw Hermanus vol ongeloof in de lift. ‘Weet u het zeker?’ Ze lijkt weer in ontkenning te vervallen. ‘Helaas is het niet anders, maar we zetten alles op alles om zijn moordenaar achter de tralies te krijgen.’ Mevrouw Hermanus knikt, maar het is niet duidelijk wat ze denkt. ‘Zal ik een taxi voor u bellen?’ vraagt Maya. ‘Nee. Ik wil lopen. Ik heb frisse lucht nodig.’

Maya neemt afscheid van haar en drukt haar op het hart voorzichtig in het verkeer te zijn. ‘Morgen willen we bij u langskomen om over Jeroen te praten. Wie hij was, wat hij deed, hoe hij leefde.’ ‘Ja, ja,’ antwoordt mevrouw Hermanus afwezig. Ze loopt snel het politiebureau uit, de regen in, de boodschappentas afgezakt tot kniehoogte.

Roem

Voor de moord.

De taxi zet Lilian af op de Overtoom. Ze woont daar met haar moeder Hetty in een huurwoning boven een schoenenzaak, vlak bij de hoek met de Vondelkerkstraat. De huur was tien jaar geleden laag, want er was enorm veel achterstallig onderhoud, maar na een oppervlakkige renovatie moeten ze het dubbele betalen. Hetty Lely heeft de rechtszaak tegen de verhuurder verloren en sinds die tijd kunnen ze maar met moeite de huur opbrengen, maar met haar uitkering en Lilians salaris bij het advocatenkantoor redden ze het nog net.

Het is bijna drie uur in de ochtend. Lilian is nog high van haar succes, het commentaar van de jury spookt door haar hoofd. Steeds weer ziet ze de presentatrice voor zich, de oudere zangeres en de twee andere juryleden en hoort ze hun complimenten. Ondanks het late uur is ze nog klaarwakker. De voordeur klemt een beetje en Lilian duwt er met haar schouder tegenaan. In het halletje doet ze het licht aan. Op het moment dat ze de trap naar boven wil nemen, ziet ze een grote bruine envelop op de deurmat liggen. Achteloos kijkt ze naar het handschrift. ‘Voor Lilian Lely’.

Bovengekomen zet ze eerst een kop kamillethee in de keuken, knipt dan de schemerlamp in de huiskamer aan, en nestelt zich in de luie stoel bij het raam. Pascha, haar moeders foxterrier, komt loom uit zijn mand, gaat naast haar op de grond liggen, en kijkt haar afwachtend aan. Lilian draait de envelop om. Geen afzender. Waarschijnlijk van een fan, denkt ze. Maar hoe weten ze mijn adres? Haar onverwachte roem boezemt haar angst in.

Leugenaar

Er hangen bij het theater altijd wel tienermeisjes rond die beginnen te gillen zodra ze uit de auto stapt en naar binnen wordt begeleid. Lilian blijft het bizar vinden dat ze sinds ze op tv komt, wordt toegejuicht door leeftijdsgenootjes, terwijl ze vorig jaar nog werd gepest. Nog niet eerder is het voorgekomen dat een fan bij haar thuis aan de deur is geweest.

Ze scheurt de envelop open en trekt er een groot wit vel uit. ‘Lilian, jij bent een grote leugenaar. Jij bent het niet waard om Nederlands Nummer 1 te winnen. Bel me, of ik breng alles in het nieuws.’ Met potlood staat er een mobiel telefoonnummer onder geschreven. Lilian die nog licht is in haar hoofd van de champagne, staart naar het vel papier in haar hand. Het voelt bijna warm aan van het venijn waarmee de woorden zijn geschreven. De woorden vliegen haar naar de keel, zoals een roofdier zich op zijn prooi stort. Lilians hand begint te trillen en ze hoort zichzelf gillen. ‘Mama!’

In de slaapkamer achter de schuifdeur hoort ze gestommel. De deur naar de huiskamer wordt opengeschoven en het hoofd van haar moeder verschijnt in de opening, haar haren door de war, de ogen dik van de slaap. ‘Wat is er?’ Haar moeder doet snel haar peignoir aan, stapt in haar sloffen en pakt het papier van Lilians schoot. Nadat ze de tekst heeft gelezen zegt ze gedecideerd: ‘Dit is pure bluf, dit kan niet kloppen.’ Met betraand gezicht kijkt Lilian haar moeder aan. ‘Ik begrijp er niets van. Niemand weet er toch van?’ Ze durft de woorden niet uit te spreken, ze heeft de herinnering aan wat ze gedaan hebben diep weggestopt.

Onzin

Haar moeder is ferm. ‘Lilian, we laten ons de overwinning niet afpakken. Een dreigement verandert daar niks aan. Dit is gewoon de prijs van roem. Elke bekende Nederlander heeft last van stalkers en gekken die iets willen.’ Lilians gezicht is wit weggetrokken. Ze denkt aan het ingewikkelde contract dat de producent van het programma haar heeft laten ondertekenen. In een van de artikelen staat dat ze van onbesproken gedrag moet zijn. ‘Het is vast een of andere gek, we bellen hem en dan zal wel blijken wat voor onzin dit is,’ zegt haar moeder.

‘Moeten we hem echt bellen?’ ‘Wat voor bewijzen kan iemand tegen ons hebben? Een beetje zelfvertrouwen! En dan zien we wel weer verder. Nu eerst naar bed!’ Hetty helpt haar dochter overeind en brengt haar naar haar slaapkamer. ‘Focus je op de overwinning. Denk aan het platencontract dat je krijgt, de auto, het geld, de roem! Nooit meer zorgen!’ Ze stopt Lilian in en strijkt het haar uit Lilians gezicht. ‘Het komt allemaal goed. Ga slapen.’

Op maandagochtend zit Lilian als versteend aan de keukentafel. Haar moeder roert lusteloos in haar kop thee. Het lepeltje schraapt over de bodem en maakt een krassend geluid dat in de kleine ruimte tussen de muren lijkt te weerkaatsen. De mobiele telefoon ligt tussen hen op tafel. Haar moeder verbreekt de stilte. ‘Om negen uur bellen we,’ zegt ze vastbesloten, alsof er een ongeschreven regel is dat je op maandagochtend niet voor negen uur mag telefoneren.

Koekoek

De koekoeksklok tikt de minuten langzaam richting het hele uur. Dan gaat het luikje van de koekoek open en kondigt hij negen uur aan. ‘Bellen!’ gebiedt Hetty. Lilian zucht en toetst met tegenzin het nummer in. Ze zet de luidspreker van de telefoon aan. Nadat hij twee keer overgaat, wordt er opgenomen. ‘Hallo?’ Lilian haalt diep adem, balt haar vuist en zegt: ‘Dit is Lilian Lely.’ ‘Ik wist dat je zou bellen,’ reageert een mannenstem, niet onvriendelijk. ‘Wat fijn om je te spreken!’

VERDER LEZEN?Barst krijg je van 6 tot en met 24 juni gratis bij besteding van 12,50 euro aan boeken in de boekhandel. Klik hier voor meer informatie over de Spannende Boekenweken.

De leukste artikelen van Libelle ontvangen in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Tekst: Boris Dittrich. Beeld: Ed van Rijkswijk

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden