PREMIUMWaarom heb ik toen niets gezegd?

Fleur (52): “Mijn vader met dementie vroeg me om hem af te trekken”

Waarom heb ik toen niets gezegd? Beeld Libelle
Waarom heb ik toen niets gezegd?Beeld Libelle

Soms is een situatie zo bizar, ongewenst of ongepast dat we met onze mond vol tanden staan en niet weten hoe we moeten reageren. Iedere week vertelt een lezeres in ‘Waarom heb ik toen niets gezegd?’ over zo’n voorval. Deze week Fleur (52), wier vader door zijn dementie alle remmen verloor.

Eva BredaLibelle

“We kijken televisie, mijn vader en ik. Sinds zijn dementie maakt het hem niet meer uit welk televisieprogramma er op staat, als hij maar naar bewegend beeld kan kijken. Zwijgend zitten we naast elkaar, als ik in mijn ooghoek iets opmerk. Zijn handen verdwijnen onder de deken. Terwijl hij begint te friemelen, krijg ik het warm. Is dit wat ik denk dat het is? Zit hij aan zijn geslachtsdeel? Ik schrik als zijn handen boven het dekbed verschijnen en hij mijn hand beetpakt. Een vreemd gevoel borrelt op. Wat wil hij van me? Een seconde later verdwijnen zijn handen weer onder de deken en friemelt hij verder.

Het voelt ongepast om naast hem te zitten terwijl hij dit doet, maar ik ben te overrompeld om iets te doen. Moet ik hier iets van zeggen? Voor ik een antwoord op die vraag heb, is het al te laat. Met zijn sterke handen grijpt hij mijn pols weer beet en trekt hij mijn arm naar zich toe. Zijn vraag overvalt me compleet: ‘Wil je me even aftrekken?’ Ik kijk hem geschokt aan. Hij moet de schrik in mijn ogen zien, want ook zijn blik wordt steeds wanhopiger, verwarder. Denkt hij misschien dat ik mijn moeder ben? ‘Ik ben je dochter’, stamel ik, en ren de slaapkamer uit.

Die grote, sterke man veranderde door dementie

Ik kende mijn vader altijd als die grote, sterke man die alles op een rijtje had. De topsporter die mocht deelnemen aan drie Olympische Spelen en zelfs een zilveren medaille binnensleepte. Een vader om tegenop te kijken. Maar de dementie hield hem de laatste vier jaar van zijn leven in haar greep.

Toen mijn vader in een restaurant de zoutmolen schudde, in plaats van eraan draaide, lachten we nog hartelijk om hem. Maar zijn verwarring werd steeds zichtbaarder, schrijnender. Hij werd een ongeremde man die zichzelf vaak niet in bedwang had. Op verjaardagen at hij álle toastjes op. En in het verpleeghuis waar hij uiteindelijk woonde, mepte hij er soms op los als de verzorging hem niet alleen naar buiten liet gaan. Mijn vader was nog nooit agressief geweest. Maar wat wel en niet sociaal gewenst was, had hij niet meer door. Zijn spierkracht, die hem vroeger zo sierde, werd nu een intimiderend wapen van onmacht.

Ik voelde me vies en verward

Ik bezocht hem om de dag in het verpleeghuis. In het begin herkende hij me nog. Als we praatten over vroeger, zag ik soms een lach om zijn mond als blijk van herinnering. Maar na verloop van tijd verslechterde hij. ‘Daar is ons Karin’, zei hij als ik kwam binnenlopen, doelend op mijn moeder op wie ik erg lijk. De verwarring was onschuldig, tot die ene middag. Ik schrok me rot toen hij vroeg of ik hem wilde aftrekken. Geen dochter wil zoiets horen, zeker niet als je vader je zo stevig vasthoudt als de mijne.

In mijn paniek zei ik amper iets. Ik was te overrompeld door zijn vraag en stormde de kamer uit. De rest van de dag lukte het me amper om van de wrange nasmaak van die middag af te komen. Ik dacht in eerste instantie dat mijn vader dit echt wilde, dat hij het meende. Ik voelde me vies en verward.

Was het mijn vader of de dementie?

Later die dag ging ik toch naar een vriendin die ook in de ouderenzorg werkt. ‘Was het mijn vader of zijn ziekte die hier sprak?’, vroeg ik haar. Dat gesprek nam de meeste zorgen weg. Dementie is een rotziekte die inderdaad vaak remmingen wegneemt. Tel daar zijn verwarring over wie ik was bij op, en de kans is groot dat mijn vader helemaal niet wilde dat ík hem zou aftrekken, maar mijn moeder. Hij was te verward en ongeremd, waardoor hij de vraag zo stelde.

Een maand later overleed hij. De verklaring van mijn vriendin maakte het makkelijker voor me om het voorval een plekje te geven. Het is fijn om te weten dat het niet aan mijn vader lag, maar aan zijn ziekte. Ik gun het anderen ook om zich daarvan bewust te zijn, voordat zoiets je overkomt. Het maakt de schrik misschien wat minder erg. Maar ook al kan ik mijn vaders vraag nu verklaren, het is nog altijd een smet op de herinnering aan hem. Als ik nu aan mijn vader denk, zie ik altijd weer voor me hoe hij mijn pols vastgrijpt en naar zich toe trekt. Ik hoop dat dat ooit weggaat en ik me hem herinner om wie hij was, niet om wat zijn ziekte van hem maakte.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden