Kamperen met een coach

Francine: “Back to basic met drie onbekende vrouwen. Wat doe ik mezelf aan?”

null Beeld

Vier dagen wandelen en kamperen in de natuur met vier vrouwen en een coach. Het doel van deze tocht: een duik in je diepste wezen. Op Schiermonnikoog gaat Francine haar angsten aan.

Francine Postma

Ik waad door een geul met donkerbruin, stinkend water, omzoomd door rietpluimen. Dat zo’n geul een slenk is, weet ik sinds kort. Het is al de vierde die we tegenkomen tijdens onze wandeling door de kwelder van Schiermonnikoog. Het water komt al tot halverwege mijn bovenbenen en koele modder zuigt aan mijn voeten en onderbenen. Ik moet doorlopen, anders zak ik weg. Mijn schoenen, sokken, korte broek en ook mijn onderbroek zitten in mijn rugzak. Mijn T-shirt heb ik zo hoog mogelijk opgetrokken om te zorgen dat het droog blijft. Ik ben hier niet alleen, naast me staat Karlijn. We houden elkaars hand stevig vast. Aan de overkant klimmen Ronja en Katrien op de kant. Vier halfnaakte vrouwen van in de veertig, tot aan hun liezen in de blubber.

Karlijn en Ronja ken ik nu anderhalve dag. We hebben ons opgegeven voor een avontuurlijke wandeltocht van vier dagen op Schiermonnikoog, onder leiding van buitencoach Katrien de Jong. Into the Wild – deep dive heet de expeditie, bedoeld voor vrouwen die bereid zijn diep te gaan en niet bang zijn voor een beetje modder. Bang voor modder ben ik niet, maar voor heel veel andere dingen wel. Zo ben ik altijd bang om tekort te schieten, om niet stoer genoeg te zijn, niet snel genoeg, niet sociaal genoeg. Bang voor groepen ben ik ook, bang om er niet bij te horen, uitgelachen te worden of overdreven te worden gevonden.
Waarom doe ik mezelf dit dan aan, vier dagen back to basic met drie volslagen onbekende vrouwen? Nou, omdat ik aan alles voelde dat ik dit wilde toen ik het voorbij zag komen op Instagram. Daar las ik dat deze tocht is bedoeld voor vrouwen die ergens mee worstelen of iets uit te zoeken hebben. Vrouwen die bereid zijn kritisch naar zichzelf te kijken en die klaar zijn voor een volgende stap. Dat ben ik! Daarom pakte ik mijn rugzak met een tentje, een slaapzak en matje, een gasbrander en pannetje, eten voor vier dagen en zo min mogelijk kleding en toiletspullen. En stapte ik eergisteren op de boot naar Schiermonnikoog, de ruigste van de vijf Waddeneilanden.

null Beeld

Diep ademhalen

Tijdens het opzetten van ons kamp schiet ik al meteen in de stress. Mijn tentje wil niet strak staan. Ik snap er niks van. Keer op keer verzet ik haringen en trek ik aan touwtjes, maar het tentdoek blijf aan één kant flapperen. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat de anderen al klaar zijn en op me staan te wachten. Dat begint al goed. Snel pak ik mijn rugzak. We lopen naar het brede strand. Katrien nodigt ons uit in een kring te gaan zitten en doet een ademhalingsoefening met ons. Vier tellen in, zes tellen uit. “Dat kalmeert je hele zenuwstelsel”, zegt ze. Ik voel mijn stress om het flapperende tentje en mijn zenuwen voor de rest van het programma wegzakken. Wat is het fijn om hier op het zand te zitten, de zon en de wind op mijn huid te voelen. Wat fijn om mijn ogen even dicht te doen en diep adem te halen – ik loop al dagen te racen.
Dan mogen we onze intentie voor deze vier dagen uitspreken. Als ik aan de beurt ben, vertel ik dat ik onzeker en angstig ben en me vaak tekort voel schieten, of me juist te veel voel. Ook tob ik met lichamelijke klachten: migraine en buikpijn. Ik ben hier omdat ik me zo graag wat krachtiger wil voelen en wat meer van het leven wil genieten. Ik kijk voorzichtig rond. De anderen knikken me toe.

Het is warm. We lopen naar de zee voor een duik. “Ik zwem altijd naakt”, zegt Katrien tegen ons. “Kijk maar wat goed voor jullie voelt.” Al ben ik dol op zwemmen in mijn blootje, het is toch spannend om je uit te kleden voor drie mensen die je nog maar net kent. Een beetje schuchter lopen we met z’n vieren naakt de zee in. Het water is kouder dan verwacht. Karlijn duikt als eerste door een golf, ik adem diep in en uit en volg haar. Achter me hoor ik Katrien en Ronja er ook in plonzen. De kop is eraf.
’s Avonds koken we voor het eerst samen in ons kamp. Dat wil zeggen: we koken water en gieten dat bij onze maaltijdzakken van de outdoorwinkel. Ik heb nog nooit op zo’n klein, opvouwbaar gasbrandertje gekookt en ben enorm aan het hannesen. Katrien is de ontspanning zelve. Ze heeft als backpacker de wereld over gereisd en ontelbare keren wild gekampeerd. Tijdens het eten vertelt ze over haar avonturen en hoe ze na een paar jaar als reisbegeleider voelde dat ze toe was aan meer diepgang. “Op een gegeven moment ben je wel klaar met alle mooie plaatjes en praatjes”, zegt ze. “Ik wilde het hebben over wezenlijke dingen. Daarom ben ik verdiepende groepsreizen gaan organiseren. Eerst in het buitenland, later ook hier in Nederland. Schiermonnikoog is eigenlijk de enige wildernis van Nederland. Je kunt er uren dwalen zonder een mens tegen te komen.”

null Beeld

Als de natuur

Na het eten vertrekken we weer om de zon te zien ondergaan, ieder op ons eigen duin. We dragen warme truien en hebben een flesje water mee. Onze telefoons moesten we achterlaten. Ik ga zitten op een duintop die eruitziet als een bankje. De zon staat al laag en kleurt vlammend oranjerood en goud. De lucht verandert van blauwpaars langzaam in leigrijs. De vuurtoren gaat aan, steeds weer strijkt een lichtbundel over de schemerige duinvallei. Het ruikt zoetig en kruidig. Krekels tsjirpen, af en toe horen we een stem van een fietser, verder is het doodstil. Het wordt koeler, ik zet mijn capuchon op. Ik kijk naar de veranderende kleuren, naar het licht van de vuurtoren, luister naar het ruisen van de zee. Na een uur komt Katrien even vragen hoe het gaat. “Goed”, zeg ik naar waarheid. “Ik realiseer me net hoelang geleden het is dat ik zo ontspannen heb gezeten, zonder iets anders te doen. Wat een rust dat geeft.” Katrien knikt. Samen kijken we even in de verte. Dan zegt ze: “Die rust is er altijd. Hij zit in onszelf. Ook thuis. We hoeven hem alleen maar op te zoeken, door stil te gaan zitten en niets te doen dan ademen. Door wat meer te zijn als de natuur. Onverstoorbaar, eenvoudig.”
Als we een uur later in ons kamp aankomen, is het pikdonker en zijn er ontelbare sterren te zien. We kijken er een poosje in stilte naar, we hebben allemaal zo onze eigen gedachten. Dan verdwijnen we naar onze tentjes. Ik ben zo moe dat ik mijn tanden niet eens meer poets. Ik kruip in mijn slaapzak en leg mijn hoofd op mijn opblaasbare lichtgewichtkussentje. Het bonst een beetje.
De volgende morgen sta ik op met hoofdpijn, of eigenlijk: migraine. Ik baal. Hier was ik steeds zo bang voor en nu gebeurt het ook nog. Waarom kan ik het nou nooit eens gewoon leuk hebben? Waarom is er altijd wat met me aan de hand? Ik neem een sterke pijnstiller, waardoor ik me een beetje wazig voel. Bij het ontbijt valt me op dat de anderen zo rustig en georganiseerd bezig zijn. Zelf loop ik als een kip zonder kop rond. Ik kan niks vinden; mijn tentje is nu al een puinhoop. Met een migrainehoofd kan ik sowieso niet zo goed nadenken. Na het ontbijt fietsen we naar het beginpunt van onze wandeling. Ik kan de anderen nauwelijks bijhouden. Dat maakt me een beetje boos.

null Beeld

Dominant of aanstellerig

Na de fietstocht klimmen we naar een uitkijkpunt vanwaar je ver over het eiland kunt kijken. Ik wil een foto nemen van Katrien, die er zo mooi bij staat met dat weidse landschap achter zich. Haar ogen zijn precies dezelfde kleur blauw als de lucht. Ik grabbel in mijn rugzak naar mijn telefoon. “Zal ik anders een foto van jóu nemen?”, vraagt Katrien. “Nee hoor, dat hoeft niet”, zeg ik. Ze dringt aan. “Oké dan”, zeg ik en ik poseer, maar het voelt ongemakkelijk. Daarna vraagt ze hetzelfde aan de anderen, maar die weigeren. “O, ik wist niet dat ik een keuze had”, zeg ik. De anderen moeten lachen. Opeens voel ik de tranen in mijn ogen prikken. “Ik vind het niet zo grappig”, zeg ik en tot mijn schrik begin ik te huilen. “Wat gebeurt er nu?”, vraagt Katrien. Ik schaam me en wil eigenlijk niet antwoorden. Ik wil er het liefst even niet zijn. Katrien houdt voet bij stuk. “Dit is precies waar deze reis om gaat”, zegt ze. “Dit soort diepe, oude gevoelens. Dus spreek je uit.”
Dan vertel ik dat ik zo’n last heb van mijn hoofd en daarvan baal. Dat ik helemaal niet op de foto wilde; dat ik juist niet in het middelpunt van de belangstelling wil staan, dat ik niet wil dat het over míj gaat. “Wat maakt dat het niet over jou mag gaan?” Opeens roep ik uit: “Zie je wel, dit gebeurt nou altijd in een groep. Dat ik te veel ben, te dominant, of aanstellerig. Een dramaqueen. Dat wil ik juist niet zijn!” “Goed dat dit nu gebeurt”, reageert Katrien. “Laten we even een stuk lopen. Daarna gaan we een individuele oefening doen, om oude overtuigingen tegen het licht te houden.”

null Beeld

Lagen afpellen

We lopen door de eindeloze kwelder, met grassen in alle tinten groen en geel. Witte en paarse bloempjes, pollen hoge bruine sprieten, rood-groene zeekraal en zilvergrijze plantjes die een zurige lucht afgeven. Insecten zoemen, de zon staat hoog en in de blauwe hemel drijven grote stapelwolken voorbij. Met Katrien loop ik een stukje van de anderen af. Ze vraagt me te gaan zitten en mijn ogen te sluiten. Dan vraagt ze me welke overtuiging over mezelf nu het sterkste in mij opwelt. Na even nadenken zeg ik: “Ik ben te veel.” “Wat zit daaronder?”, vraagt Katrien. “Ik ben te ingewikkeld.” “Zit daar nog iets onder?”, vraagt ze en zo pellen we één voor één mijn overtuigingen over mezelf af, tot we uitkomen op: “Ik kan er maar beter niet zijn.” “Probeer te voelen wat die overtuiging met je doet”, zegt Katrien. Ik word verdrietig. Hoe komt het toch dat ik zo negatief over mezelf denk?
“Deze overtuigingen staan diep in je wezen gekerfd”, zegt Katrien. “Je bent erin gaan geloven. Dat verander je niet even in een weekendje, maar je kunt wel een begin maken. Dus is mijn vraag aan jou: wil je deze overtuigingen blijven geloven?” “Nee”, zeg ik. “Dan gaan we ze nu opnieuw af, en mag je tegenover elke negatieve overtuiging een positieve zetten. Om te beginnen: ik kan er maar beter niet zijn. Wil je die nog geloven?” Ik schud mijn hoofd. “Welke overtuiging is veel beter voor je?” “Ik mag er zijn”, zeg ik. Een meeuw vliegt krijsend over.

null Beeld

Ik mag er zijn

De rest van de dag voel ik me lichter. De hoofdpijn trekt weg. Ik geniet van de lange wandeling naar het Willemsduin, waad door vijf slenken, praat en lach met Karlijn en Ronja. Ik mag er zijn, ook in deze groep. Het avondeten is ontspannen. De volgende dagen staan we vroeg op om te zwemmen. We zien de zon opkomen boven de duinen. We lopen in stilte naar De Balg, het verre oostpunt van het eiland, een tocht van bijna dertig kilometer. We regenen kletsnat en drogen weer op. We trekken tarotkaarten die precies blijken te kloppen. We kijken diep in elkaars ogen en luisteren naar elkaar. We lachen en we huilen, we schreeuwen en we zingen.
We schrijven onze grootste angsten in het zand en zien ze wegspoelen door de zee. We omarmen elkaar. Na vier dagen is het alsof ik weken weg ben geweest en heb ik er drie vriendinnen bij. Ik voel me niet meer tekortschieten en ook niet meer te veel. Ik ben precies genoeg. ■
Meer info over de Into the Wild-tochten staat op katriendejong.nl.

Fotografie: Getty Images. | Privébeeld: Francine Postma

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden