Interview

Gerri Eickhof (63): “Dit werk doe ik niet om aardig gevonden te worden”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Afreizen naar crisisgebieden, dat doet NOS-verslaggever Gerri Eickhof (63) niet meer. Hij maakt liever reportages vanuit alle hoeken van Nederland, al dan niet met bontmuts. “Ik kan geen leuker vak bedenken.”

Iris van LunenburgPetronellanitta

Het is meer dan twintig jaar geleden dat Gerri Eickhof voor het laatst ging kamperen. Hij herinnert zich fietsvakanties met een grote, loodzware katoenen tent op de bagagedrager. Waardoor je ook nog eens om de vijftig kilometer een lekke band kreeg. Nee, van hem mag het allemaal wel wat comfortabeler. Toen was hij nog jong, nu is hij 63 en daarmee de oudste en meest ervaren verslaggever bij het NOS Journaal.

Je werd in 1986 aangenomen bij de NOS omdat je wist wie Bob Marley was, klopt dat?

“Ik werkte als stagiair bij de Ikon en had gehoord dat ze bij de NOS-buitenlandredactie om mensen verlegen zaten. Dat vond ik wel interessant en ik had geld nodig. Ik had me voorgenomen om werk te vinden waar ik in elk geval van kon rondkomen. Ik stuurde een open sollicitatie, werd uitgenodigd en de chef stelde me een paar vragen: ‘Wil je koffie? Wil je een sigaret? Weet je wie Bob Marley is?’ Toen ik dat laatste bevestigde, werd me gevraagd wanneer ik kon beginnen. Later heb ik geïnformeerd hoe dat zat. Het bleek dat het nieuws over zijn overlijden indertijd bij de redactie was binnengekomen waarna de redacteuren aan elkaar hadden gevraagd: ‘Weet iemand van ons wie Bob Marley is?’ Niemand kende hem, dus het nieuws is niet naar buiten gebracht. Waar ze de volgende dag kennelijk nogal voor op hun sodemieter hebben gekregen.”

null Beeld

Had dat toen wellicht te maken met de – nogal witte – samenstelling van de redactie?

“Ik geloof niet dat kleur daar een grote rol in speelde, ik denk dat het vooral een kwestie van leeftijd was. Er zaten daar zeer gedegen mensen waaronder een gezaghebbende jazzkenner. Marley viel buiten hun kennis- en interessegebied. Ik was zevenentwintig en met afstand de jongste. Wat ik nu overigens niet meer ben.”

Ben je veel in crisisgebieden geweest voor de NOS?

“Toen ik begon, waren er zo’n tien correspondenten. Nu zijn het er meer dan veertig. Als er vroeger in het buitenland iets gebeurde op een plek waar geen correspondent zat, werd ik er vaak op afgestuurd. Je zit dan in een bepaalde modus: wat heb ik nodig, wat neem ik mee? Wat neem ik zeker niet mee? Nu ga ik niet of nauwelijks meer naar het buitenland. Ik zou dat ook niet meer zo van de ene op de andere dag doen.”

In hoeverre is jouw werk veranderd of belangrijker geworden in deze tijden van fake news?

“Nepnieuws is van alle tijden. Toch is er de laatste tijd wel iets veranderd en dat heeft gevolgen voor ons werk. In het verleden kreeg wat niet waar was gewoon geen aandacht. Onder invloed van social media en talkshows heeft nepnieuws zo veel meer ruimte gekregen dat de serieuze journalistiek er nu rekening mee moet houden. Per geval moet je afwegen of je het links kunt laten liggen of dat je er melding van moet maken en het met feiten moet ontkrachten. Dat je als journalist tegenwoordig serieus moet nadenken over onzin vind ik jammer, maar het is onderdeel van het vak geworden. Een plicht tegenover het publiek. En het houdt je scherp: dubbelchecken is niet meer genoeg, permanent checken is de norm.”

Er zijn mensen die zeggen: in de journalistiek word je slecht betaald en uitgescholden.

“Voor het geld moet je het inderdaad niet doen en ook niet om aardig gevonden te worden. Als ik voor mijn werk bezig ben en er wordt gescholden, dan zie ik dat als iets wat erbij hoort. Maar gebeurt zoiets als ik boodschappen doe, dan vind ik het wel vervelend. Meestal negeer ik het, maar soms schiet ik uit mijn slof. Dat soort dingen gebeurt trouwens niet als mijn vriendin erbij is.”

Jullie zijn negen jaar samen, hoe houden jullie het leuk met elkaar?

“We hebben een latrelatie, we zien elkaar niet zo vaak. Ik denk wel dat dat helpt. Je moet het zo zien: drie dagen per week woont mijn zoon bij mij, twee dagen per week ben ik samen met mijn vriendin, dan houd ik twee dagen over. Die wil ik voor mezelf houden. Ik heb er echt behoefte aan om een deel van mijn tijd alleen te zijn, en dan bedoel ik alleen-alleen. Dat zijn de dagen waarop ik mijn leven op orde houd. Dan doe ik de was, de boodschappen en ga ik eventueel naar doktersafspraken. Voor mij werkt dat goed. Ik ken ook mensen die zelfs met elkaar meelopen om een brief te posten.”

Even wat anders: veel mensen herkennen jou aan je bontmuts. Ik begreep dat je die niet meer op tv mag dragen. Hoe zit dat?

“Ik droeg altijd van die ijsmutsen met zo’n pompon bovenop, maar die raakte ik vaak kwijt. Op een gegeven moment kocht ik ergens op een markt die nepbontmuts voor elf euro. Ik gooide ’m in mijn auto en dacht er niet meer aan. Niet veel later moest ik midden in de nacht op pad om een item te verslaan dat ik om zeven uur ’s ochtends live moest presenteren op het Journaal. Het was erg koud dus ik deed dat ding op, de uitzending erna weer. Om een uur of negen zei de cameraman: ‘Je bent trending topic!’ Ik had geen idee wat dat was, maar het bleek los te gaan op Twitter. Een aantal keer erna was het hetzelfde verhaal. Totdat een styliste zei dat het te veel afleidde en ik die muts beter niet meer kon dragen. Toen ik wegens een heupoperatie op een koude dag in 2017 niet op tv te zien was, was ik opnieuw trending topic. Toen bleek dat allerlei mensen op Twitter hadden geschreven: ‘Waar is Gerri met de bontmuts?’ Bij min vier graden en kouder draag ik de muts nu weer.”

null Beeld

In een interview in Volkskrant Magazine vertelde je dat je als kind met racisme te maken had. Je werd onderweg naar huis gevolgd en uitgescholden. Choquerend vond ik dat.

“Ik heb er eerder over verteld hoor, niet eens zo lang geleden. Onder meer in Het Parool en de VARAgids. Maar nu in de tijd van George Floyd was er extra veel aandacht voor. Ik kreeg veel aardige reacties en steun naar aanleiding van dat interview, maar er waren ook mensen die vonden dat ik het slachtoffer uithing. Ik vind het niet altijd makkelijk om me uit te spreken over dit onderwerp, het wordt al snel weggezet als gezeur. Maar in dit geval werd er expliciet naar gevraagd en dat vind ik dan wel weer tof. Uiteindelijk geloof ik wel dat de visie op racisme gaat veranderen. Niet met reuzensprongen, maar met kleine stapjes.”

Uit wat voor gezin kom je?

“Mijn moeder was alleenstaand, we woonden bij haar streng katholieke ouders in Tuindorp Oostzaan. Toen mijn opa overleed, bleven we bij mijn oma wonen. Tot mijn zestiende, toen kreeg mijn moeder een vriend en zijn we bij hem gaan wonen.”

En wat voor vakanties had je in je jeugd?

“Mijn oma was ziek, zwak en misselijk en ging dus nooit mee op vakantie. Er was een periode dat we helemaal niet gingen omdat mijn moeder dan voor haar moest zorgen. Dan kreeg ik een strippenkaart en ging ik in de loop van de dag met de bus naar het centraal station. Dan stapte ik in een tram of bus en reed ik mee naar de eindhalte en weer terug. Soms maakte ik tussendoor een wandelingetje. Ik vind het fijn om onderweg te zijn.”

En ga je echt luxe op vakantie of maakt dat niet uit?

“Het hoeft niet per se luxe, maar ik houd wel van comfort. Ik heb vroeger wel lange fietsvakanties naar Engeland en Zweden gemaakt, inclusief tent. Het regende behoorlijk hard en we werden constant gepasseerd door vrachtwagens met boomstammen. Best eng. Ik weet nog goed dat we een stukje omhoog moesten. Daar was een boer aan het werk. Hij zag ons, holde naar de boerderij en kwam vervolgens terug met het hele gezin om ons aan te moedigen. Of uit te lachen, dat kan ook.”

null Beeld

Even terug naar je jeugd: jouw vader is niet in beeld. Heb je de behoefte om uit te zoeken wie hij is?

“Niet echt. Als hij toevallig voorbijkomt, wordt dat anders. Ik zit op het stamboomplatform MyHeritage, maar dat heeft tot nu toe niet veel opgeleverd. Misschien zou ik meer informatie kunnen vinden als ik er meer tijd aan zou besteden, maar dat doe ik niet. Op een gegeven moment leek het er even op dat ik heel dichtbij was, een spoor leidde naar Suriname. Toen is er gericht DNA-onderzoek gedaan met de persoon die genetisch gezien het dichtst bij mijn vader zou staan. Uit het resultaat bleek dat er helemaal geen match was. Dat vond ik vervelend, maar meer niet.”

Wat voor vader ben je zelf?

“Dat zou je aan mijn zoon Koen moeten vragen. We deden vroeger allerlei dingen samen en dat werd in de loop der tijd minder. Hij doet zijn eigen dingen en dat is goed, denk ik.”

Wat vindt hij ervan dat jij op tv bent?

“Dat weet ik niet zo goed. Soms kan hij er niet omheen, bijvoorbeeld met Arjen Lubachs filmpje America first, Netherlands second, toen Donald Trump was gekozen. Ik kwam ook even voorbij in dat filmpje. Mijn zoon zat op de middelbare school in die periode en in het kader van maatschappijwetenschappen wilden ze dat filmpje laten zien. Ze vroegen hem wel of hij dat goed zou vinden, heel netjes. Hij had er geen bezwaar tegen.

Maar jullie hebben het nooit over dingen die voorbij komen op tv, waar jij in voorkomt?

“Ja, we hebben het weleens over werk en hij is weleens mee geweest als ik aan het werk was. Maar toch weet ik niet precies wat hij ervan vindt dat ik relatief bekend ben. Of wat hij ervan vindt dat ik dit werk doe.”

Hij is twintig, wil hij ook de journalistiek in?

“Ik geloof het niet, maar goed, dat kan veranderen. Als twintiger kun je nog veel kanten op.”

Zou je het hem aanraden? Of denk je: doe het alsjeblieft niet?

“O, nee hoor! Ik kan geen leuker vak bedenken. Alhoewel, als ik het over zou doen, dan zou ik misschien toch cameraman zijn geworden. Dat is net iets creatiever.”

Dus je zou tot aan je pensioen wel door willen bij de NOS?

“In deze functie wel. Het is allemaal vrij overzichtelijk. Als mijn werk stopt, dan is de grootste verandering dat een paar onregelmatigheden uit mijn leven verdwijnen. Dat vind ik wel prettig. Dan hoef ik niet meer twee keer in de week om kwart over tien ’s avonds pas te gaan eten. Dat soort dingen. Dat ik helemaal stil zou vallen, nee, dat kan ik me zeker niet voorstellen. Maar dat zie ik dan wel weer.” ■

Meer Gerri

Gerri Eickhof werd op 21 maart 1958 geboren in Amsterdam. Hij studeerde culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, Universiteit Utrecht en Universiteit van Bradford (UK). In 1986 begon hij als freelancer bij de NOS waar hij in 1988 in vaste dienst ging werken als bureauredacteur. In 1992 werd hij verslaggever voor het NOS Journaal. Gerri heeft een relatie en een zoon (20) uit een eerdere relatie.

null Beeld

Uit de tent lokken

Hoe vaak is Gerri Eickhof op de camping te vinden? En hoe lang gaan wij hem nog zien bij het NOS journaal? Iris van Lunenburg bespreekt het met hem in deze video:

Benieuwd wie er volgende week in de tent zit? Raad mee op Instagram @libelle

  • Tekstbewerking: Christien Jansen. Styling: Maartje Bodt. Haar en make-up: Astrid Timmer. Met dank aan:
    Paviljoen Twiske
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden