exclusief zomerverhaal

Gestrand

null Beeld Stocksy
Beeld Stocksy

Voor het interview waar ze haar zinnen op heeft gezet, moet journaliste Emma naar een afgelegen Indonesisch eilandje. Er zit niets anders op dan in dat vliegtuigje te stappen bij die onbekende man.

Emma klopte het stof van haar keurig gestreken linnen broek en verplaatste haar zonnebril naar haar voorhoofd voordat ze de deur van het gebouwtje openduwde.
“Goedemorgen.”
Binnen zat een oude, niet-Indonesische man achter een antieke MacBook.
“Ik had een vliegtuig geboekt.” Emma realiseerde zich hoe fantastisch dit klonk. Tenminste, als je even wegdacht dat ze op een vliegveld ter grootte van een postzegel ver buiten Denpasar stond en het kantoor eruitzag alsof het bij de eerste de beste tropische regenbui zou instorten en de gammele, uit golfplaten opgetrokken hangar ernaast zou meenemen.
“Naar Chunba?” Emma hoorde een Australisch accent. De man pakte de stok die tegen het bureau stond en kwam met een kreun overeind. Emma nam zich voor rechtsomkeert te maken als hij de piloot bleek te zijn.
“Degene die je zou vliegen is verhinderd, helaas.”
Emma’s mond viel open. “Dat meent u niet.”
“Ja, diarree.” De man schuifelde op haar af. “Dat eten van de markt, hè? Niet iedereen kan daartegen.”
Emma sloot kort haar ogen bij het horen van deze details. “En nu?”
“Nu probeer ik iemand anders te bereiken, maar die ligt nog te slapen. Kom mee.” Hij hield de deur voor haar open.
Het duurde even voordat ze om het gebouwtje heen waren gelopen naar een klein teakhouten huis dat tegen de achterkant van de hangar aan gebouwd was. In de tussentijd begon het Emma te dagen waarom de kosten voor deze privévlucht zo mee waren gevallen. Voor het huis tilde de man zijn stok op om een paar keer ferm met de onderkant tegen de deur te tikken.
Emma stond in tweestrijd. Normaal gesproken zou ze op dit punt “Laat maar zitten” zeggen en de taxichauffeur die haar had afgezet bellen om haar weer op te pikken en terug te brengen naar haar huis bij het strand van Berawa, drie uur verderop. Maar ze wilde dit. Het was haar eerste klus voor Doctors International, dus ze negeerde de alarmbellen in haar onderbuik toen de deur openzwaaide en er een man voor hen stond die overduidelijk net uit bed kwam. Hij had alleen een boxershort aan.
“Opa?” Hij kneep zijn ogen tot spleetjes tegen het licht.
Emma draaide zich half om zodat ze niet tegen zijn blote lijf aankeek.
“Kleed je aan, ik heb een klus. Je vliegt over een halfuur naar Chunba.”
“Chunba?” Hij kreunde lang en laag. “Sorry, dat kan niet, ik heb het superdruk.”
“Dat zie ik.” De oude man tilde dreigend zijn stok op en liet hem voor het gezicht van wat kennelijk zijn kleinzoon was zweven.
Emma begon weg te lopen. “Ik wacht wel even in het kantoor.” In de airco liet ze de zwarte Nikon-tas van haar schouder glijden en controleerde of alles wat ze vandaag nodig zou hebben erin zat. Ze draaide haar steile blonde haar opnieuw in de strakke wrong die ze van haar Indonesische buurvrouw had geleerd en checkte haar minimale make-up met de camera van haar telefoon. Na zes maanden in de vochtige hitte van de tropen wist ze dat te veel make-up een risico was.
Nog geen twintig minuten later werd de deur met een ruk opengetrokken.
“We gaan.”
Ze gingen. Emma bleef zitten.
“Ja, kom dan.”
Ze twijfelde even, maar stond uiteindelijk op en liep zonder iets te zeggen achter de man aan, die inmiddels had gedoucht, te oordelen naar zijn nog natte haren, en een spijkerbroek met een zwart T-shirt had aangetrokken.
“Ik heet Emma.”
Hij wierp een blik over zijn schouder. “Het is een uur vliegen. We zijn drie uur daar, volgens afspraak, en dan vliegen we terug. Ik blijf geen minuut langer op dat eiland in deze omstandigheden.”
Emma moest een soort draf inzetten om hem bij te houden. “Ik zou het fijn vinden als we elkaar even de hand zouden schudden voordat ik mijn leven in jouw handen leg.”
“Wil je nou naar dat eiland of niet?”
“Heb jij wel een vliegbrevet?”
Hij lachte hardop en bleef verder lopen. Bij het vliegtuigje aangekomen sloeg hij de twee Indonesische jongens die ermee bezig waren hartelijk op de rug. Ze hadden een kort gesprek in het Indonesisch, wat Emma nog niet goed genoeg sprak om het te kunnen verstaan. Na een paar zinnen keken ze allebei naar haar en lachten hard.
Emma trok haar linnen jasje recht en keek strak terug. Een van de jongens wenkte haar dat ze kon instappen. Voordat ze dat deed, stapte ze naar de net uit bed gekomen piloot. Ze greep de man bij zijn schouder en draaide hem naar zich toe, zodat hij niet anders kon dan haar recht aankijken. “Ik wil weten hoe je heet en of je een vliegbrevet hebt, anders stap ik niet in.”
Zijn ogen waren donkergrijs. Zo van dichtbij kon ze niet anders dan concluderen dat hij esthetisch gezien best goed gelukt was, als je hield van het ongeïnteresseerde, cowboyachtige type. Hij keek een stuk warmer uit zijn ogen dan je zou denken en het was, nu ze de kleine cockpit had gezien, helemaal mooi meegenomen dat hij ook nog eens verrassend fris rook.
“Jack en ja. Ik vlieg al vanaf mijn veertiende. Ik heb meer vlieguren gemaakt dan de gemiddelde Garuda Indonesia-piloot. Kunnen we nu gaan?”
Jack… Dat vond ze meer een naam voor een bordercollie. Ze bestudeerde nauwlettend zijn gezicht op zoek naar een teken van ongeschiktheid. Toen ze inwendig had besloten dat hij capabel genoeg leek, wat op net zoveel gebaseerd was als haar kennis van atoomsplitsing bij kernreacties, schonk ze hem een zakelijk knikje en liep naar een Indonesische man die naast het vliegtuig op haar stond te wachten. Hij hielp haar instappen en controleerde of ze haar riemen goed vastmaakte. Daarna sloot hij de deur.
Jack reikte haar een koptelefoon met een microfoon aan. Toen ze die opdeed, boog hij naar haar toe om een knopje omlaag te duwen en de microfoon te verstellen. Dit alles gebeurde zwijgend, wat prima was; ze moest zich concentreren op het behouden van haar maaginhoud. Alsof hij haar gedachten kon lezen, wees hij op een vakje met papieren zakjes voor haar.
Nerveus staarde ze naar de stoffige landingsbaan vol scheuren. Het voelde alsof ze op het punt stond een drugsvlucht uit te voeren. Misschien was dat ook wel zo. Deze vlucht had ze geboekt via een sjofel reisbureautje in Seminyak, waar ze via allerlei omwegen terecht was gekomen. Er werden ook tweedehands printers verkocht en je kon er je telefoon laten repareren.
Emma concentreerde zich op haar ademhaling. Na maanden op Bali had ze op en in genoeg gammele voertuigen gezeten om te weten dat je niet veel meer kon doen dan rustig blijven en wachten tot het voorbij was. Twee weken geleden op Gili Asahan was ze nog in een speedboot gestapt die zo hard op de golven sloeg dat ze er zeker van was geweest dat ze onmogelijk in één stuk de overkant zouden bereiken. Ineens waren ze toch het kalme witte strand van Sanur op gevaren. Aan die gedachte kon ze zich nu mooi vastklampen.

null Beeld

Nadat ze waren opgestegen en Emma haar ogen durfde te openen, keek ze perplex om zich heen. “Niet te geloven. Dit is fantastisch! Kijk nou!” Ze wees op de kleine hutjes tussen de rijstvelden, in de schaduw van kokospalmen.
“Je hoeft niet zo te gillen.”
“Natuurlijk moet ik wel gillen! Ik heb nog nooit zoiets belachelijk moois gezien! Kijk die zee! Misschien zien we wel orka’s!”
Ze haalde de camera uit haar tas en klikte de goede lens erop.
“Absoluut zien we die niet! Met wat geluk zie je een paar vissersboten.”
“Of mantaroggen!”
“Geen enkele kans. Die zitten aan de andere kant bij Nusa Penida.”
“Chagrijn.”
Emma genoot van het uur in de lucht. Het maakte haar niets uit dat Jack geen woord met haar wisselde. Ze had het toch te druk met foto’s maken en oh en ah roepen, waar hij geen enkele keer op reageerde.
“Dat is het eiland! Dat is een perfect plaatje voor bij mijn artikel. Dat is toch het eiland?” Emma maakte een paar foto’s. “Geef eens antwoord, man!”
“Hoezo? Dat is toch duidelijk? We vliegen er recht op af!”
“Inderdaad, sorry, het kost jouw hersens natuurlijk heel veel moeite om het woord ‘ja’ te produceren. Ik wil je niet overbelasten.”
“Zegt de vrouw die denkt dat er in elk willekeurig stukje zee orka’s zwemmen.”
“Ik laat mijn humeur niet door jou verpesten. Ik vlieg met een privévliegtuig naar een afgelegen eiland om een arts te interviewen. Leuker gaat mijn leven echt nooit worden.”
Jack keek met een spottend lachje opzij.
“Lach me maar lekker uit.”
Ze landden op een kleine, rommelige landingsbaan waar een auto klaarstond die haar naar meneer Hardeman zou brengen. De reden van haar komst.
“Blijf je hier?” Emma keek op haar telefoon en concludeerde dat ze geen bereik had.
Jack zette een baseballpet op tegen de zon. “Absoluut, ik hoef Quinten niet te zien. Liever niet zelfs.”
Dus hij kende hem. Ze hees haar tas op haar schouder en stak dreigend haar vinger naar hem op. “Niet stiekem weggaan, hè?”
“Only car on the island!”, riep de jongen die ze net een hand had gegeven trots toen ze in de auto stapte

null Beeld

Na een halfuur in het donkere, naar alcohol stinkende huisje van Quinten Hardeman, waar helaas geen frisse praktijkruimte was maar alleen een stoffige glazen medicijnenkast, begreep Emma waarom Jack niet mee had gewild. Ze had Quinten de door hem bestelde flessen whisky overhandigd en was tegenover hem aan de simpele tafel geschoven. Naast haar stond een bord met een restje gebakken rijst waar een leger faraomieren overheen krioelde. Ze schoof het bord van haar vandaan en haalde haar iPad uit haar tas. Geconcentreerd deed ze haar best alles uit het interview te halen. Toen ze een uur in Quintens alcoholwalm had doorgebracht, vroeg ze hem haar het dorp verderop te laten zien. Na toestemming maakte ze zo veel mogelijk foto’s van de dorpsdokter met de mensen uit het dorp, die haar vriendelijk toeknikten, maar op afstand bleven.

“We kunnen.” Emma deed haar best haar teleurstelling niet te laten blijken. Dat linnen jasje kon nu ook wel uit. Ze rolde het op en duwde het in haar tas.
“We kunnen helemaal niets. Ik heb net radiocontact gehad met mijn opa. Mount Agung is uitgebarsten en er hangt een aswolk in de lucht. We kunnen voorlopig niet terugvliegen naar Bali.”
“Wat?”
“Je wist toch dat die vulkaan op uitbarsten stond? Maar mevrouw wilde per se naar dit uitgestorven eiland om haar belangrijke interview te doen. Nou, je kunt het lekker met nog een week rekken, want zo lang zitten we hier waarschijnlijk wel vast!”
“Ik snap het niet.”
“Wat snap je niet? Er hangt een aswolk in de lucht waar we niet doorheen kunnen, dus we moeten voorlopig hier blijven, aangezien er geen boten naar dit eiland varen. Dus nu zitten we hier vast.”
“En dat is mijn schuld?”
“Ja, natuurlijk. Waarom denk je dat die andere piloot niet wilde vliegen?”
“Omdat hij last had van zijn buik door het eten van de markt!”
Jack schoot in de lach. “Ketut is Indonesisch! Dat heeft die ouwe je wijsgemaakt zeker. Veel plezier komende week op dit eiland. Ik hoop dat je een onderkomen vindt. Het wemelt hier van de slangen.” Hij grijnsde. “Hoe ging je interview trouwens? De dokter was vast zo geniaal als je had gedacht?”
“Ja, het ging erg goed. Quinten is een reuze inspirerende man! Dank voor je interesse!”
Jack veegde met een mouw van zijn T-shirt zijn voorhoofd af en grijnsde.
Het was lang geleden dat ze zo veel woede en frustratie had gevoeld. Eerst dat tegenvallende interview en nu dit. Haar leven op Bali was kalm en ontspannen. Ze schreef iedere dag duizend woorden aan haar bureau met uitzicht over zee, deed aan yoga en mediteerde bij zonsondergang. Uitbarstende vulkanen hoorden daar niet bij. En met een chagrijn opgesloten zitten op een eiland vol slangen zeker niet.
“Wat ben jij een ontzettend vervelend persoon!”
Jack keek eerst verbaasd, toen geamuseerd en barstte daarna in lachen uit. Hij sloeg nog net niet op zijn been. “Is dat het beste wat je hebt, ‘vervelend persoon’?” Hij deed pesterig haar stem na.
“Lach me vooral uit, terwijl jij verantwoordelijk bent voor deze situatie! Jij had me op de hoogte moeten stellen van het risico, in plaats van als een zuurpruimerige malloot zwijgend achter die knuppel te gaan zitten!” Ze deed een stap dichter naar hem toe en priemde naar hem met haar wijsvinger.
“Wijzen is niet zo beleefd.” Hij stak zijn handen in zijn zakken.
“Je bent een afschuwelijk persoon. Ik ga een oplossing bedenken voor deze bizarre toestand.”
“Succes daarmee.” Hij knikte, draaide zich om en liep naar het vliegtuig.
“O nee, dit gaat niet gebeuren! Ik heb jou door. Je hebt dit allemaal verzonnen en nu vlieg je rustig naar huis en laat je mij achter.” Ze liep achter hem aan naar het vliegtuig. “Ik houd je in de gaten.”
“Je bent wel een beetje paranoïde, jij.” Hij opende de laadruimte en haalde er een beige pakket uit. “Je hebt geluk dat ik gentleman genoeg ben om je in mijn tent te laten slapen.”
“Dank je, maar nee bedankt. Ik vind mijn eigen slaapplek wel.”
“Prima.”
“Kunnen we geen boot regelen?” Emma wenste dat ze minder smekend klonk.
“Dan moeten we het vliegtuig achterlaten. Als het langer dan twee dagen duurt, laat ik een boot komen.”
“Het duurt anderhalve dag met de boot, daarom ben ik gaan vliegen.” Emma masseerde haar slapen in de hoop dat er zo een briljante oplossing zou ontstaan.

null Beeld

“Ik heb instant noedels en blikjes bonen voor vier dagen, maar in het dorp hebben ze vast wel een kip en rijst te koop. Ik hoop dat de wind draait voor die tijd. Kijk, er is zelfs een rol wc-papier! Boffen wij even!”
Inwendig vloekend liep Emma naar een bosje verderop en keek tevergeefs of ze ontvangst had. Na een grondige insecteninspectie ging ze in kleermakerszit onder een palm zitten om haar opties door te nemen. Ze kon teruglopen naar Quinten Hardeman. Bij de gedachte aan zijn adem draaide haar maag zich om. Ze kon aankloppen bij een lokaal gezin, maar in een hut slapen met zeven wildvreemde mensen in dezelfde ruimte trok haar ook niet echt. De tent van Jack was haar beste optie. Ze zag hoe hij spullen uit het vliegtuig haalde en bij elkaar zette. De kans was groot dat ze die tent kon dichtritsen zodat er geen beesten over haar heen zouden kruipen ’s nachts. Er zat niets anders op.
“Ik kom je helpen met de tent opzetten en ik neem je aanbod om erin te slapen graag aan.”
“Dat aanbod is helaas verlopen.” Jack inspecteerde het ruim van het vliegtuigje op bruikbare spullen.
“Nee hoor, jij zit zelf op te scheppen dat je zo’n gentleman bent, dus laat je mij niet in de buitenlucht slapen met al die slangen.”
“Misschien heeft Quinten nog een plekje over in zijn hut.”
Een poosje keek ze naar zijn gezicht. “Ik zal het hem vragen, als jij niet je tent met mij wilt delen.” Ze begon weg te lopen.
“Oké, oké! Kom maar dan!”
Triomfantelijk draaide ze zich om.
Hij duwde een legergroene canvas tas in haar handen. “Slaap maar gewoon in mijn tent. We gaan hem opzetten bij het strand.”
“Je bent natuurlijk bang alleen in het donker, maar ik ben er hoor, geen zorgen.”
Hij gaf haar nog een tas aan. “Als je nu je mond niet houdt, mag je ook nog de watercontainer dragen.”
“Niets om je voor te schamen verder.” Emma liep voor hem uit naar het strand. Ze schatte in dat het drie minuten lopen zou zijn. Dat redde ze net met de spullen.
“Gooi die spullen daar maar neer.” Jack knikte naar een plek in de schaduw aan het begin van het strand. “Dan kan je stoppen met hijgen.” Hij tilde de watercontainer van zijn schouder in het zand.
“Iedereen hijgt als je in honderd graden een tent draagt in een veel te warm pak.” Emma wapperde zo goed als het kon met haar onpraktische strakke bloes. “Pfff, deze luchtvochtigheid is ook echt niet te doen.”
“We zijn in de tropen. Zo is het weer hier.”
“Goh, ik vond je toch leuker toen je zweeg.” Emma legde de spullen neer en veegde haar voorhoofd af met de achterkant van haar hand.
Jack liep op haar af. Ze slikte. Toen hij irritant dicht bij haar was, lachte hij liefjes en boog voorover om de canvas tas te pakken die ze in het zand had gezet. “Jij wilde per se op dit tripje.”
“Ja, omdat dit een belangrijke opdracht is waar ik heel hard voor heb gewerkt.”
“Om een dronken viezerik te interviewen die op een uitgestorven eiland doktertje speelt omdat hij de maatschappij niet aankan?” Jack ritste de tas open en haalde er een binnentent uit.
“Ik maak een reportage over artsen die alleen de natuur nodig hebben en ik heb vier adressen gekregen van de redactie, dus die mensen zoek ik op. Laat maar, zoiets is vast moeilijk te begrijpen voor iemand die in een gammele hut woont en om half elf nog in zijn nest ligt te ronken.”
Hij gooide haar een haring toe. “Trek die kant strak.”
Emma deed wat hij vroeg.
“En nu die haring erin.” Hij keek toe hoe ze handig met haar voet de haring in de grond trapte. “Ik ben gisteren aangekomen vanuit Londen via Sydney. Ik had gewerkt en had een jetlag en eindelijk twee weken vakantie.” Jack tuurde haar aan vanonder zijn baseballpet. “Ik weet ook niet waarom ik je dit vertel. Het gaat je geen bal aan.”
“Niets gaat iemand een bal aan, dus als dat je uitgangspunt is, kunnen we prima vierentwintig uur stilzwijgend doorbrengen.”
“Die andere hoek moet ook.” Hij wierp haar een haring toe.
“En dat jij me dan af en toe van onvriendelijke orders voorziet. Maar dat gaan we niet doen. Ik ben nu eenmaal ontzettend geïnteresseerd, dus ik ga net zo lang aan je hoofd zaniken totdat ik alles van je weet.”
“Die vierentwintig uur van jou is nog optimistisch. Het kan ook een week worden.”
“Nee, dat kan helemaal niet, want dan hebben we niet genoeg water!”
“Naast het huis van jouw vriend zit een tappunt, ik heb tabletten bij me om het te reinigen en er is genoeg smerig eten.”
Emma stak ongelovig haar handen in de lucht. “Je had hierop gerekend?”
“Nee, dit ligt standaard in het vliegtuig.
Je weet het maar nooit hier.” Jack stak twee lange tentstokken als een kruis door de tent zodat hij stond.
“Oei, hij is wel klein.”
“De familietent met zes compartimenten ligt nog in het vliegtuig.”
“Ik ben natuurlijk superblij dat ik in je tent mag slapen.” Ze zag dat hij een mondhoek optrok en zuchtte. “Je snapt wat ik bedoel.” Ze voelde zich in ieder geval veilig bij hem.
“Ik kijk even of ik verder op het strand bereik heb en check daarna of er meer informatie is over de radio. Het gaat niet regenen, dus we hebben genoeg aan de binnentent vannacht.”
Emma keek hoe hij het strand op liep naar de zakkende zon toe. Automatisch pakte ze haar camera om een paar foto’s te maken. Toen ze de foto’s bekeek, zoomde ze in op zijn achterwerk en zuchtte vervolgens om zichzelf. Ze pakte de canvas tas met de buitentent, ging ertegenaan zitten en begon op haar iPad het interview uit te tikken. Als de batterij leeg zou raken, had ze altijd nog haar blocnote en een pen bij zich.

Emma lag naar het laatste halfuurtje van de ondergaande zon te kijken toen Jack in zijn spijkerbroek en met zijn T-shirt over zijn schouder aan kwam lopen. “Zwemmen?”
“Ik weet het niet.”
“Ik ga niet met een stinkende vrouw in een tent liggen.”
“Ik stink niet, Jack.” Ze stond op. “Ik verheug me alleen niet zo op het vooruitzicht van dat plakkende ondergoed aan mijn lijf dat ik daarna moet aanhouden.”
“Daarom ga ik in mijn blootje.”
Ze kreeg het nog warmer. “En dan dat zand dat overal blijft plakken.”
“Je ben een zeikerd, Emma.” Het was de eerste keer dat hij haar naam uitsprak. “Je zit op een wit bountystrand te zweten en daar is een heerlijke koele zee die je roept.”
Ze stond op en keek om zich heen.
“Er is echt niemand hier. En als dat wel zo is, dan ziet iemand een paar witte billen. Ik denk niet dat ze erg onder de indruk zullen zijn.”
“Dan heb je mijn billen nog niet gezien.”
Hij schudde zijn hoofd. “Schiet nou maar op, straks is het donker en dan zie je sowieso niets meer.”
Op haar blote voeten liep ze tot een paar meter voor de branding. Zonder er verder nog over na te denken, trok ze haar kleren uit en liep de zee in. Toen ze ver genoeg was, dook ze in een golf. Het koele water voelde verrukkelijk op haar warme, bezwete huid. Toen ze zich omdraaide, zag ze Jack de zee in lopen.
“Het is heerlijk!” Ze deed haar best niet naar zijn kruis te staren.
“Kijk nou! Er zwemt een orka achter je, en een mantarog!”
Automatisch draaide ze zich om. “Haha-ha, echt grappig.”
Jack dook lenig de golven in en zwom een eindje naar haar toe. “Ja, hè?”
“Ach, ik ben allang blij dat je praat. Ik twijfelde eerst of je wel snugger was.”
“Ik was aan het bijkomen van een lange werkweek.”
“Nu weet ik dat je dat niet bent.” Ze lachte vrolijk en dook onder water toen er een golf aankwam. “Wat doe je voor werk?” vroeg ze toen ze weer bovenkwam.
“Wie is hier nu niet helemaal snugger? Ik ben piloot natuurlijk, ik vertelde toch dat ik een vlucht had van Londen naar Sydney?”
“Als passagier dacht ik, je bent toch geen echte piloot?”
“Nou, ik vlieg voor Qantas, dus het lijkt me wel.”
“Sjonge, je ziet er gewoon niet zo uit. Piloten zijn van die amicale mannen die gezag uitstralen.”
“Je weet dat ik alleen mijn hand hoef uit te steken om je hoofd naar beneden te duwen, hè?”

null Beeld

Emma begon terug te zwemmen naar het strand. “Je bent vast snugger genoeg om me in leven te houden, anders zit je hier straks alleen bij het kampvuur. Weet je hoe ontzettend saai dat is? En trouwens, ik vertrouwde het wel hoor, anders zou ik nooit bij je in het vliegtuig zijn gestapt, maar ik zie je gewoon niet in zo’n pilotenpak. Heb je ook een pet?”
“Je denkt toch niet dat ik zo’n achterlijke pet op ga zetten?” Jack dook naar beneden en deed een handstand, waardoor Emma alleen twee onderbenen uit het water zag steken.
Ze liep zo rechtop mogelijk, zich toch bewust van haar naakte lijf, de zee uit.
“Nu ik je billen zo zie…”
Emma draaide zich om. “Waag het niet, Jack, om als ik op mijn kwetsbaarst ben een onaardige opmerking over mijn lijf te maken.” Toen leidden haar ogen een eigen leven en dwaalden via de haartjes onder zijn navel af naar beneden, waar ze ongegeneerd bleven hangen.
“Staar je nu naar mijn ding?”
“Ja, sssorry!”, stamelde ze. Snel sloeg ze haar handen voor haar ogen. “Ik ga wel even weg.”
“Ik ga wel, blijkbaar heb je nog niet zo vaak een blote man gezien.” Jack bukte om zijn kleren op te pakken en begon naar de tent te lopen.
“Echt wel, ik heb honderden naakte mannen gezien.”
“Daarom ben je zo knalrood, zeker.”
Emma trok snel haar kleren aan en begon met stevige passen over het strand te lopen. Het was nu bijna donker, dus na zo’n honderd meter besloot ze alweer om te keren. Ze liep terug naar de tent, waar Jack lag met een flesje water. “Jack, sorry dat ik zo naar je keek.”
“Weet je waar ik nu zo benieuwd naar ben? Hoe hij eruitzag, in vergelijking met die andere honderden mannen.” Hij lachte.
“Ik riep maar wat. Ik heb twee heel lange relaties gehad.” Ze voelde haar wangen warm worden. “Ik weet ook niet waarom ik zo staarde. Sorry dus. Ander onderwerp.”
“Em, er is niets aan de hand. Ik nam je gewoon een beetje in de maling.”
Em, wat klonk dat leuk met zijn Australische accent.
“Ga lekker zitten. Jammer dat we geen biertje hebben, hè?”
Emma plofte in het zand. “De enige kans op een biertje is als we het stelen van Quinten.”
“Ik heb erover nagedacht, dat was namelijk zo lekker geweest bij die verse dorade die ik straks op de barbecue gooi.”
“Ooo, wat zou ik daar zin in hebben. Kan jij niet toevallig fantastisch zeevissen met een tentstok en een scheerlijn?” Emma vulde haar waterflesje onder de container die op de boomstronk naast haar stond.
“Nee, jij?”
“Nee, ik vertel het je maar gewoon, voordat je erachter komt: het outdoor-gen ontbreekt bij mij compleet. Toen ik twaalf was had ik een keer een survivalpartijtje. We kregen een rugtas met een kompas en een zakmes en moesten lopen naar een eindpunt nog geen kilometer verderop, maar ik verdwaalde volledig. De groep heeft de hele middag op mij gewacht, ze wilden net de politie bellen toen ik kwam aanlopen. Ik had me ook nog gesneden aan dat zakmes. Ik ben echt een outdoor-kat-in-de-zak.”
“Helaas.”
“Hoezo helaas? Weet je niet wat daar tegenover staat? Ik heb fantastische verhalen, ben een buitengewoon goede luisteraar en heb enorm veel inlevings-vermogen. Je kunt al je problemen aan mij vertellen, ik zie je toch nooit meer. Dus vertel me nu maar eens waarom je zo ontzettend chagrijnig doet de hele tijd. Je hebt vast een trauma.”
“Als ik hier nog een paar dagen met jou vastzit wel.” Hij lachte.
“Ik ga wel even wat hout sprokkelen voor een vuur.”
“Heb ik al gedaan, net op de weg terug van het vliegtuig.”
“Geweldig.”
“Mmm, ik was bang dat je zou verdwalen als ik het jou zou vragen.”
“En terecht.” Ze lachte.
Hij keek verbaasd. “Je hebt zelfspot, dat is leuk.” Jack stond op en pakte een bundeltje hout achter de tent vandaan.
“Ontzettend leuk.” Emma bestudeerde een blikje bonen. Ik heb nog niet genoeg honger om die bonen uit blik te eten.”
“Ik zal een vuurtje maken zodat ik ze kan opwarmen. Je weet niet wat je proeft!
Zeker als ze zo goed gerijpt zijn. Ze zijn twee maanden over de datum.”
“Niet! Waarom vertel je dat nou?”
“Kan prima hoor, maak je niet druk.”

“Wat denk je?” Jack legde strategisch wat extra takken op het vuurtje waar hij net twee blikjes bonen op had verwarmd tot ze lauw waren.
Emma schoof het blikje weg, dat ze tot haar eigen verbazing helemaal leeg had gegeten. “Hoe gek dit is. Dat we elkaar niet kennen en toch al uren samen op dit eiland doorbrengen, en dat dat eigenlijk heel normaal voelt. Ik ben eigenlijk ook niet bang, maar misschien zie ik iets over het hoofd.”
“Zoals?”
“Wilde honden? Een kannibalistische indianenstam?” Met een blaadje maakte ze haar lepel schoon.
Jack ging op zijn zij liggen en leunde op zijn ellenboog. “Nee, ik heb dit eiland vaak bevoorraad, het is gewoon een oersaai stuk land in de zee. Ik snap niet dat de zestig mensen die hier wonen het uithouden en ik vraag me ook af of het niet eens tijd is voor vers bloed. Met het oog op inteelt.”
“Daar heb je het al. Misschien zijn wij dat verse bloed wel en staan er straks allemaal mensen met hakmessen voor de tent die eisen dat jij alle vrouwen bezwangert.”
“Ach, dan doe ik dat gewoon even. Je hoeft je echt geen zorgen te maken.”
“Doe ik dus ook niet, dat vind ik juist zo vreemd. Ik heb je net mijn hele levensverhaal verteld en jij mij het jouwe, dus nu kennen we elkaar. Nou, jij mij iets beter dan andersom, want jij was nogal summier met je: enig kind, opgegroeid in Australië bij mijn moeder, vader is jong overleden, zomers bij opa in Indonesië, en mijn leven speelt zich voornamelijk af in Sydney, als ik niet aan het werk ben.”
“Wat zou je willen weten dan, Emma, twee zussen, opgegroeid in Oetrekt – zeg ik dat goed?”
“Nee, Utrecht, maar leuk dat je het hebt onthouden.” Ze sloeg een mug dood op haar enkel.
“Utrekt dan, een onmogelijke plaats om uit te spreken voor een buitenlander, journalistiek gestudeerd en nu probeer je op Bali te leven van je reportages.”
Emma keek hoe zijn gezicht oplichtte bij de vlammen van het kampvuur. Stilletjes pakte ze haar camera.
“Paparazzo.”
“Het licht is mooi.” Ze maakte een paar foto’s. “Je doet me aan een cowboy denken vanaf het eerste moment, daarom was ik zo teleurgesteld dat je een keurige piloot was.”
“Mijn opa leerde mij vliegen op mijn veertiende. Hier doen ze daar niet zo moeilijk over. Ik heb mijn moeder dat nooit verteld. Het was een van de redenen waarom ik zo graag naar mijn opa ging in de zomer. Hij is een man van weinig woorden, maar als hij vliegt gebeurt er iets met hem. Dat heb ik van hem geërfd.
De vlinders in je buik als je opstijgt en daarna dat gevoel dat je de hele hemel voor jezelf hebt. Al die mensen met hun huisjes en stukjes grond lijken van boven ineens zo nietig, dat relativeert lekker.”
Emma luisterde naar Jacks stem en probeerde haar ogen open te houden.
“Val je nou in slaap tijdens mijn boeiende verhaal?”
“Mmm.”
“Kom op, we gaan de tent in.” Hij hielp haar omhoog.
“Ik verheug me zo op dat zachte bed in de airco.”
“Snel naar binnen voor de muggen.”
Emma ging op de harde grond op haar zij liggen.
“Wil je mijn vieze T-shirt aan? Dat is beter dan dat bloesje.”
“Graag.” Emma kwam overeind en verkleedde zich. Jack lag met zijn blote rug naar haar toe.
“Slaap lekker, Jack.” Ze rook even aan zijn shirt, dat naar man rook.
“Jij ook, al lijkt dat me nogal een uitdaging.”

null Beeld

“Em, ben je wakker?”
“Natuurlijk. Ik was de hele nacht wakker.” Emma wreef in haar ogen en kwam een stukje overeind. “Waar kom je vandaan?”
“Dan heb je toch geslapen, anders had je wel gemerkt dat ik wegging. Ik heb nieuws.”
“Er staat een Four Seasons-hotel vijfhonderd meter verderop en daar serveren ze een heerlijk ontbijt met luchtige pannenkoeken, vers fruit en loeihete koffie.” Emma kamde met haar vingers haar haar naar achteren en liet zich weer op de grond zakken.
“De wind is gedraaid. We kunnen weer vliegen.”
“Echt?”
“Ja, ga je mee?”
“Eh, ja, natuurlijk!” Ze schoot overeind.
“Of wil je eerst ontbijten met een blikje witte bonen in tomatensaus?”
“Nee, dank je. O!” Ze keek naar zijn blote bovenlichaam. “Jij wilt natuurlijk je T-shirt terug!”
“Doe maar rustig, ik wacht buiten wel.”
Jack trok het zwarte shirt over zijn hoofd en stopte even de stof tegen zijn neus. “Nu ruikt het naar de yogastudio naast mijn gym in Sydney.”
“Klopt, dat is mijn ayurvedische olie. In ieder geval beter dan dat het naar de adem van Quinten Hardeman ruikt. Of bedoel je dat het naar zwetende vrouwen ruikt?”
“Beetje.” Hij lachte. “Maar jouw zweet kan ik goed hebben.”
“Smeerlap. Zal ik het even uitspoelen in de zee?”
“Nee hoor, trek liever die haring daar er even uit.”
Zwijgend braken ze de tent af en liepen naar het vliegtuig. Emma maakte foto’s toen Jack de spullen in het ruim van het vliegtuig legde. Ze zoomde in toen hij fronsend naar haar keek en maakte een close-up van zijn gezicht.
“Ben je er klaar voor?” Hij checkte haar stoelriem en gaf haar de koptelefoon.
Op de terugweg leek het wel of ze naast iemand anders zat. “De irrigatie van de rijstterrassen is een eeuwenoud systeem, het is ooit heel ingenieus aangelegd”, vertelde hij. “De grond wordt generatie op generatie doorgegeven, maar nu willen steeds minder kinderen de terrassen overnemen van hun ouders omdat het zo arbeidsintensief is, met als gevolg dat de rijst steeds duurder wordt.”
Emma fotografeerde de eindeloze rijst-terrassen, afgewisseld met oerwoud, huizen en kronkelweggetjes vanuit de lucht. Toen ze landden voelde ze, ondanks haar rammelende maag, teleurstelling.

“Fijn dat je er weer bent, jongen.” Jacks opa gaf hem een goedmoedig klapje tegen zijn wang. “Ga maar snel douchen, je ziet eruit alsof je dat nodig hebt. Ik regel alles hier wel. Jongedame.”
Hij knikte naar Emma.
“Ja, je ruikt naar zwetende yogavrouw”, zei Emma terwijl ze haar tas aanpakte van Jack. Haar maag maakte een golfbeweging toen hij naar haar glimlachte.
“Zal ik iets te eten voor je maken?”, vroeg hij.
“Je hebt al genoeg voor me gedaan. Ik heb weer bereik, dus ik bel een taxi en eet onderweg wel wat. Jij wilt vast naar huis.”
Hij haalde zijn schouders op. “Het kantoortje is gewoon open als je moet wachten. Er staat water.”
“Dank je wel, Jack.” Ze keek hem aan. “Het was fijn om met jou vast te zitten.” Ze glimlachte. “Dag!” Ze stak plompverloren haar hand in de lucht.
Jack stak ook zijn hand op en liep weg.
Met plotselinge buikpijn keek Emma hem na. Onderweg naar het kantoortje belde ze een taxi. Toen ze daar zat te wachten, had ze ineens geen honger meer. Na tien minuten hoorde ze de taxi voor het gebouw stoppen. Ze hees de tas op haar schouder.
“Selamat pagi”, groette ze de chauffeur en ging op de geplastificeerde passagiersstoel zitten. Ze wilde net de deur dichtslaan toen Jack de hoek om kwam.
“Wacht even!” Hij opende de deur.
Ze stapte uit.
“Em, ik heb je niet gehoord over een vriendje of zo.”
Ze haalde haar schouders op. “Heb ik ook niet. Hoezo?”
Jack keek naar de grond. “Ik weet een plek waar we met mantaroggen kunnen zwemmen. Misschien vind je het leuk… Ik dacht… Ik ben hier twee weken.”
In de stilte die volgde hoorde Emma de krekels. “Graag”, zei ze.
Toen keek hij op en haar hart ging tekeer als het gamelanorkest van de tempel achter haar huis.
“Morgen?” Hij aarzelde. “Ik zou ook vanavond kunnen, maar ik wil me niet opdringen…” Zijn hand gleed kort over de stoppels op zijn wang. “Sorry, dit is blijkbaar niet iets waar ik in uitblink.”
“Ik vind het wel leuk als je je opdringt. Je kunt ook nu met me mee naar Berawa? Ik woon aan het strand.”
Hij glimlachte stralend. “Vijf minuten. Ik pak mijn tas.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden