Mevrouw Guus de Lange. Beeld Jan de Groen
Mevrouw Guus de Lange.Beeld Jan de Groen

PREMIUM

Guus (73) had 44 pleegkinderen: “Werden we ’s nachts gebeld en een uur later was er een kindje”

Ze werd in de buurt ‘de vrouw met de kinderwagen’ genoemd: Guus de Lange. Elke keer lag er een ander kindje in. Een pleegkindje. In totaal ving ze er in dertig jaar met haar man Hans maar liefst 44 op. Twee jaar geleden vonden ze het tijd voor hun pensioen en stopten ze er mee. Lang kon Hans er niet van genieten; afgelopen augustus overleed hij. Nu zit Guus alleen, met haar hond Japie. “Die stilte om me heen: dat is wel even wennen”, vertelt ze aan het AD.

AD -Sander SonnemansJan de Groen

Niet dat ze tegen de feestdagen opziet, maar anders is het wel. “Hans en ik hadden de zorg voor pleegkinderen niet meer en dan valt ineens de man met wie je bijna 46 jaar getrouwd was, weg. Overdag gaat het wel, maar de avonden hè; je hebt niemand om mee te praten. In november hebben we een deel van de as van Hans uitgestrooid bij voetbalvereniging Spijkenisse. Dat was zijn cluppie. Hans was lid van de harde kern; een groepje van oude mannen die vonden dat ze verstand van voetbal hadden en elke wedstrijd gingen kijken.”

Het leven van Guus (73) stond altijd in het teken van de pleegzorg. Ze zag het opvangen van kinderen als haar roeping, kreeg het pleegouderschap ook met de paplepel ingegoten. “Ik zat op de middelbare school en had ineens een pleegzus. Mijn vader nam het meisje in huis omdat haar moeder niet voor haar kon zorgen. Ze groeide bij ons op, maar kwam - nadat ze eenmaal op eigen benen was komen te staan - bij het Leger des Heils terecht. Hans en ik vingen toen haar zoontje op; hij was tot zijn vijftiende bij ons. Toen ging het mis; hij kwam op het verkeerde pad. Met pijn in ons hart hebben we hem uit huis moeten laten plaatsen.”

Crisis-opvang

Een toelatingstraject, dat kandidaat-pleegouders moeten afleggen voor ze een kind een huis mogen nemen, hoefden Guus en Hans niet te doorlopen. Het was al duidelijk genoeg dat het stel uit Spijkenisse geknipt was voor de crisisopvang. “Dat betekende ’s nachts gebeld worden en een uur later een kindje afgeleverd krijgen. We hebben het dan over kinderen tussen 0 en 2 jaar. Eén baby hadden we een dag, een meisje dat bij ons kwam toen ze een halfjaar was, bleef zeventien jaar. Ook hadden we een keer vier pleegkinderen tegelijk, bovenop onze drie eigen dochters. Ach, je deed het gewoon. En onze meiden vonden het prachtig; ze waren dol op baby’s.”

Kleine kinderen; Guus was er al dol op toen ze zelf nog een kind was. “Als ik ergens een kinderwagen voor de deur zag staan, belde ik aan om te vragen of ik met het kindje mocht wandelen. Ik werkte altijd op peuterspeelzalen, Hans dreef zijn eigen administratiekantoor. ‘Waar begin je aan?’ of ‘Wat knap wat jullie doen’, kregen we wel eens te horen. We deden het gewoon.”

Lees verder onder de foto

Een toepasselijk beeldje. Guus kreeg het van één van de pleegkinderen.  Beeld Jan de Groen
Een toepasselijk beeldje. Guus kreeg het van één van de pleegkinderen.Beeld Jan de Groen

“De pleegkinderen gingen na een tijdje naar een permanent pleeggezin of hun eigen ouders. Hans had er altijd meer moeite mee dan ik als we zo’n kindje moesten overdragen. Dan werd hij emotioneel en liep buiten al te huilen. Ik had meer het gevoel dat er weer een missie was volbracht. Eigenlijk zaten we met het hele gezin in de pleegzorg. Onze eigen kinderen vonden het fantastisch als er weer een nieuwkomer kwam. Ze deden de baby in bad, speelden ermee.”

Uitgerekend de twee pleegkinderen - een jongen en een meisje - die het langst in huis waren, verging het na hun goede zorgen van Guus en Hans niet best. Dat voelde niet goed. “Ze moesten volgens de regels eigenlijk na drie maanden naar een ander pleeggezin, maar we wilden niet dat ze van hot naar haar zouden worden geslingerd. Hebben ze net een beetje rust, moeten ze weer opnieuw wennen. Nee hoor, ze bleven lekker bij ons. Toch ging het mis.”

Verkeerd vriendje

“De jongen woonde vijftien jaar bij ons, het meisje achttien jaar. Triest, maar de jongen ontspoorde, werd van school gestuurd, pikte geld van ons. Hij viel bij ons helaas niet te handhaven. Het meisje kreeg zodra ze het huis uit was een verkeerd vriendje, werd zwanger en zit nu in de problemen. Het deed ons pijn omdat het niet was gelukt hen goed in de maatschappij te zetten. We vroegen ons af wat we fout hadden gedaan.”

Fotocollage van de pleegkinderen die Guus en Hans de Lange over de vloer hadden.  Beeld Jan de Groen
Fotocollage van de pleegkinderen die Guus en Hans de Lange over de vloer hadden.Beeld Jan de Groen

In de gang van het appartement dat Guus en Hans na hun pensioen betrokken, hangt een collage van babyfoto’s. Guus weet exact welke naam bij welk koppie hoort. Met een gelukzalige blik in haar ogen vertelt ze dat na jaren met ‘zeker tien kinderen van toen’ weer contact is. Soms zocht ze dat zelf, ook kwam het uit onverwachte hoek.

“Deze”, wijst ze naar een jongetje, “was een baby van een week toen we ’m in het ziekenhuis ophaalden. Ik was 26 jaar later eigenlijk wel benieuwd hoe het met hem ging en stuurde hem een bericht nadat ik hem op Facebook had gevonden. Hij woont samen en is geslaagd in het leven. Mooi toch dat het goed gaat met hem?” De wijsvinger gaat naar een donker knulletje. “Zijn moeder raakte bij de bevalling in coma en overleed een dag later. Nu is hij 18 en woont op Bonaire. We hebben contact, zodra hij een keer in Nederland is, komt hij bij me langs.”

Bakkie doen

“Vorige zomer stond er plotseling een jongen van 18 voor de deur. Een halfjaar was hij toen hij bij ons kwam. Hij had uitgezocht waar we woonden en kwam onaangekondigd bij ons op bezoek. Hans wist niet hoe snel hij naar huis moest komen toen ik hem belde. De jongen is op de uitvaart van Hans geweest en komt nu regelmatig bij mij een bakkie doen. Daar word ik blij van.”

De wetenschap dat de meeste van de 44 pleegkinderen terug zijn bij hun eigen ouders of op een andere goede plek zijn terechtgekomen, vervult Guus met trots en blijdschap. “We hebben ook ellende meegemaakt met ouders van de pleegkinderen die bij ons waren; tot dreigementen aan toe. Maar dat weegt niet op tegen waardevolle herinneringen en mooie contacten die ik nu met hen heb. Kijk, kerst moest ik zonder Hans vieren, maar één van de dagen was een van onze pleegdochters met haar man en kindje bij mij. Mooi toch?”

In een bewaardoos heeft Guus de Lange tal van tastbare herinneringen aan haar overleden man Hans.  Beeld Jan de Groen
In een bewaardoos heeft Guus de Lange tal van tastbare herinneringen aan haar overleden man Hans.Beeld Jan de Groen

Bron: AD

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden