Hanneke 33 Beeld Libelle
Hanneke 33Beeld Libelle

Hanneke: “Ik moet altijd even kijken naar een bukkende man”

Hanneke Mijnster (aanstormend 40’er) leest, praat en schrijft het liefst over de liefde. Co-oudert vol overtuiging en vindt cola bij de lunch helemaal niet gek. Ze woont vlak bij de kust en zoekt al jaren een hobby. Deze week schrijft ze over de schoonheid van het naaktstrand.

Column

Het was 25 graden en ik gunde mezelf een middag kantoor aan de kust. En omdat het overal druk was met hipsters en loungemuziek week ik uit naar het naaktstrand. Nee, dat is geen smoes. Ik had natuurlijk ook vóór die hipsters kunnen gaan zitten. Ik gunde mezelf een geel ligbed en een bries over de borsten. En een vleug avontuur, want dit was pas de derde keer dat ik het zou doen.

Slurvenstrand

Het was een ex die me erop wees. Of die het me leerde eigenlijk, want ik had het nog nooit gedaan. Zonnen op het naaktstrand. Ik was er vaak genoeg langs gewandeld, als kind grinnikend om het ‘slurvenstrand’, als volwassene zo normaal mogelijk naar de horizon turend. En nu ging ik dus bewust, en in mijn eentje. Wat zocht ik hier? Rust, natuurlijk, een briesje dus. Inspiratie ook. Niet letterlijk natuurlijk.

Maar ik weet inmiddels wel dat ik fijner kan schrijven op een plek die ik spannend vind. Ook hier deed het kalmerende geruis van de zee op links en grijs schaamhaar op rechts precies wat het moest doen. Hyperfocus. Heerlijk.

Batterij aan borsten

Na een uur bakken liep ik naar zee. Poedeltje. De verworven welvaart op mijn buik golfde van links naar rechts. Maar ineens gaf het niets. Ik merkte dat ik me naakt, tussen de dorre trossen, de schrompelige balzakken en de batterij aan borsten veel beter in mijn lichaam voelde dan drie meter verderop in bikini. Toen hees ik de rand van mijn broekje dwangmatig naar mijn diepliggende navel. Kansloos natuurlijk, want die tic trekt juist de aandacht en die bolling hangt er toch.

Ik voelde me goed en geconcentreerd. Ook weleens fijn. Er was maar één grote afleider. Een gekke gewoonte waar ik maar niet vanaf kom. Ik moet altijd even kijken naar een bukkende man. Mijn oog wordt ernaartoe getrokken als een kind naar een puppy. De bukkende man is namelijk een bijzonder fenomeen. Neem plaats achter een naakte man, die dus bukt, en wat je dan ziet is het mooiste grapje van moeder natuur. Ik kan me voorstellen dat ze handenwrijvend zat te grinniken toen ze dit bedacht.

Knikkerzakje

Kijk maar eens goed. De balzak, al een merkwaardig stukje lichaam op zich, met zijn losvallende harmonicahuid en twee speelse zwaartepunten, trekt zich bij het bukken op als een hartvormig knikkerzakje. Lief en speels. Aandoenlijk zelfs. De balzak is daarmee het minst masculine deel van het mannelijk lichaam. Oh de ironie. Dat vind ik dus mooi. Niks seksueels hoor. Nee. Volgens mij is dat ook niet kies op het naaktstrand. Het ontzag richt zich puur op het ontwerp.

Na wat schrijven (gewoon op mijn telefoon hé! heel 2021 allemaal) en zwemmen en nog meer schrijven, spotte ik er ineens een, een bukkende man. Uitgebreid loeren ging natuurlijk niet, maar ik moet toegeven dat ik alleen al van het idee van het hartentrosje genoot. Een kleine blijmaker in het wild.

Probeer het zelf maar eens. Neem zo onopvallend mogelijk plaats achter je man en vraag hem of hij even jouw string op wil rapen. Of desnoods of hij lenig genoeg is om de grond aan te raken. Houden ze van hè, een kleine uitdaging. Doe maar eens. Geef je ogen de kost en geniet van alles waar je van houdt. En ik verzeker je, je begint met een wonderlijk warm hart aan de dag.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden